Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE VROUW EN HET AMBT (5-SLOT)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE VROUW EN HET AMBT (5-SLOT)

8 minuten leestijd

Vrouwen in het Nieuwe Testament.

In Griekenland bezat de vrouw in het publieke leven geen rechten. In de Romeinse cultuur kreeg de vrouw langzaamaan meer rechten. Bij de Joden namen de vrouwen een ondergeschikte positie in. Jezus heeft de achterstelling van vrouwen doorbroken. Dat zien we al in het geslachtsregister van Mattheus 1 waar de namen van een aantal vrouwen wordt genoemd, wat onder de Joden hoogst ongebruikelijk is. Vrouwen en mannen zijn schepselen van God. Jezus heeft gesproken met en tot vrouwen. Man en vrouw zijn gelijkwaardig in de ogen van Christus. Heel wat vrouwen werden genezen door Jezus. Er worden ook vrouwen genoemd die tot geloof kwamen. Vrouwen dienen Jezus en volgen Hem. Er valt te denken aan de Lofzang van Maria en de woorden van Anna. Jezus erkent de vrouw als volwaardig mens. Daarmee is Hij ingegaan tegen allerlei bestaande vooroordelen uit Zijn tijd. Toch blijft er onderscheid. Alleen mannen werden aangesteld als apostelen. Ook in de vacature van Judas wordt er geen vrouw voorgedragen. We lezen op blz. 68 van het rapport ‘Vrouw en ambt‘ De door Jezus erkende gelijkwaardigheid van man en vrouw, leidt er blijkbaar niet toe dat elke taak waartoe een man in Gods Koninkrijk geroepen kan worden, ook door een vrouw vervuld zou kunnen worden.

Hoe zagen de apostelen de positie van vrouwen? De manier waarop Jezus de vrouw heeft benaderd werkt door bij de apostelen. In Handelingen 1 zijn vrouwen aanwezig in de kring van de discipelen om biddend de komst van de Heilige Geest te verwachten. Mannen en vrouwen delen in de vervulling met de Heilige Geest. De apostelen verkondigen het Evangelie ook aan vrouwen. Paulus predikt zelfs in Hand. 16 alleen tot vrouwen. Vrouwen krijgen heel snel een volwaardige plaats in de gemeente. We lezen op blz. 69: Toch betekent gelijkwaardigheid, inschakeling en waardering kennelijk niet dat de vrouw een gelijke positie als de man ontving.

Welke plaats namen de vrouwen in de gemeente in? Prisc(ill)a is samen met Aquila haar man Paulus meer dan eens tot grote steun geweest. Paulus heeft gastvrijheid bij hen genoten en later stelden zij hun huis ter beschikking van de gemeente. Priscilla wordt medewerkster genoemd. Dit woord duidt echter niet op een officieel erkende positie in de gemeente. De nadere uitleg die Priscilla en Aquila aan Apollos hebben gegeven betreft geen vorm van onderwijzen in het openbaar. Er kan geen ambtelijke status uit worden afgeleid.

Euodia en Syntyche. Paulus zegt dat zij met hem in het Evangelie gestreden hebben, Filipp. 4:2 en 3. Dit kan van veel activiteiten in de gemeente gelden en behoeft niet op het ambt te zien. Hetzelfde geldt van Maria, Tryfena, Tryfosa en Persis, Rom. 16. De dochters van Filippus, Hand. 21:8-9. Uit Handelingen 21 valt niet af te leiden dat dit profeteren plaatsvond in de openbare samenkomst van de gemeente. Febe, Rom. 16: 1 en 2 wordt een diakonos genoemd. Dit kan iemand aanduiden die in algemene zin dienstbaar is in de gemeente, zonder officiële aanstelling. De weduwen, 1 Tim. 5. Dit zijn oudere godvruchtige weduwen. Paulus vermeldt hun taak apart, wat doet vermoeden dat hun arbeid niet zondermeer gelijkgesteld kan worden aan wat door de opzieners en diakenen werd gedaan. De vrouwen, 1 Tim. 3:11. Hier kan het gaan om werk dat in nauw verband staat met het diaconale werk. Mogelijk valt hier te denken aan het onderscheid in de vroegchristelijke kerk waarin diakenen werden bijgestaan door diaconessen die hulpdiensten verrichtten. We lezen op blz. 73: Er is dan sprake van twee soorten diakenen: de ene soort omvat alle aspecten van het diaconale werk inclusief de leidinggevende, en de andere soort beperkt zich tot het praktische werk onder leiding van de eerstgenoemde categorie.

Kernteksten

Dit zijn gedeelten uit het Nieuwe Testament die beslissend zijn voor het verstaan van de positie van vrouwen in de gemeente van Christus: 1 Kor. 11 en 14, Galaten 3, Efeze 5 en 1 Tim. 2. 1 Kor. 11:5 bevat aanwijzingen voor het bidden en profeteren van vrouwen. 1 Kor. 14:34 spreekt over het zwijgen van vrouwen in de gemeente. We lezen op blz. 75 van het rapport dat Paulus over alle vrouwen spreekt:

Daarmee zijn de regels met betrekking tot het bidden en profeteren alsmede de hoofdbedekking niet te beperken tot de gehuwde vrouw, maar ze zien op alle vrouwen in de gemeente. Maar welk spreken wordt nu eigenlijk verboden? Op blz. 80 lezen wij dat de mannen gezaghebbend onderricht geven en spreken in de gemeente(samenkomst). Dit spreken is de vrouwen verboden. Dit geldt alle gemeenten. Paulus beroept zich in 1 Kor. 11 op de wet (vs. 34) en op zijn apostolisch gezag (vs. 37). In Galaten 3: 27-29 gaat het om de eenheid in de rechtvaardiging door het geloof, niet om eenheid in functies binnen de gemeente. Het woordgebruik van Paulus wijst erop dat hij teruggrijpt op de schepping. De op de schepping teruggaande verhouding van man en vrouw wordt in de gemeente niet teniet gedaan, maar geëerbiedigd.

In Efeze 5: 21-33 staat dat de man hoofd is van zijn vrouw zoals Christus het Hoofd is van Zijn gemeente. Man en vrouw dragen het beeld Gods en voeren de scheppingsopdracht uit. Paulus noemt de man het hoofd van de vrouw en tegen de vrouw zegt hij dat zij zich aan de man moet onderwerpen. Aan de man wordt niet opgedragen zich te onderwerpen aan de vrouw. In 1 Tim. 2:1-7 gaat het niet om een verbod aan allen die de dwaalleer hebben verbreid. Het verbod van Paulus aan de vrouwen om te leren is niet gegeven uit reactie tegen hun mogelijke betrokkenheid bij het verbreiden van de dwaalleer. Paulus spreekt met apostolisch gezag. In vers 11 staat dat de vrouw zich moet laten onderrichten in onderdanigheid. Er is sprake van onderwerping van de vrouw als het gaat om leren en geleerd worden. Paulus staat de vrouw niet toe te onderrichten en gezag uit te oefenen. Het ontvangen van onderricht wordt wel aan de vrouw toegestaan. Paulus beroept zich op de (volg)orde van schepping van man en vrouw.

Conclusies.

Op blz. 97 van het rapport lezen we dat vrouwen niet werden uitgesloten van ambten vanwege het gebrek aan bepaalde gaven, maar omdat men recht wilde doen aan Gods Woord, waarin het principe is te vinden dat vrouwen niet mogen staan in een heersende positie over mannen.

Op blz. 98 wordt gesteld dat er geen plaats is voor vrouwen in blijvende ambten, maar dat wel bezien zou kunnen worden of dit ook geldt van hulpdiensten, waarover Calvijn en

Voetius geschreven hebben. Het hulpdienst-karakter sluit op voorhand iedere vorm van heersen van vrouwen over mannen uit. In de klassieke gereformeerde theologie gaat men uit van de erkenning van het goddelijk karakter en het goddelijk gezag van de Schrift, waar het geloof zich in eerbied en met vertrouwen aan overgeeft. Scheppingsordeningen zijn blijvende door God ingestelde patronen. Tot slot willen wij weergeven wat we vinden op blz. 98 en 99 van het rapport:

“De exegese van de behandelde teksten uit het Oude en Nieuwe Testament geeft aan:

a De volstrekte gelijkwaardigheid van man en vrouw als beeld van God vanaf de schepping van de mens.

b De eigen plaats van man en vrouw in hun onderlinge verhouding zowel binnen als buiten het huwelijk.

c De verwording die de zonde teweeg brengt in de verhouding van mannen en vrouwen.

d Het herstel van de verhouding van man en vrouw in Christus.

e In de gelijkwaardigheid van man en vrouw als beeld van God is de man het hoofd van de vrouw en de vrouw de heerlijkheid van de man. Dit is niet omkeerbaar. God heeft in de schepping, verlossing en herschepping een orde gelegd die geldende kracht behoudt.

f De gelijkwaardigheid van man en vrouw als gelovigen houdt niet in dat aan vrouwen dezelfde taken in de gemeente van Christus worden opgedragen als aan mannen.

g De verhouding man en vrouw zoals die door God bij de schepping is ingesteld, wordt in de gemeente niet tenietgedaan, maar geëerbiedigd en geheiligd.

h Vrouwen kunnen in de gemeente van Christus geen officiële, leidinggevende (=ambtelijke) positie bekleden. Dit niet vanwege een kritiekloos aansluiten van de Schrift bij bestaande patriarchale verhoudingen, maar op grond van de door God gegeven plaats van man en vrouw in schepping en herschepping.

IV Eindconclusie

Op grond van het verstaan en de uitleg van de Schrift binnen het kader van de gereformeerde schriftbeschouwing en ambtsopvatting moet geconcludeerd worden dat de ambten niet voor vrouwen opengesteld kunnen worden.

Dit standpunt doet niet af aan de overtuiging dat vrouwen in de gemeente te beschouwen zijn als volwaardige leden van het lichaam van Christus. De gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen neemt niet weg dat de positie van elk verschillend is op grond van de door God ingestelde orde tussen man en vrouw in schepping en herschepping.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DE VROUW EN HET AMBT (5-SLOT)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken