Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GETROUWHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GETROUWHEID

7 minuten leestijd

Wanneer we het boek Nehemia met aandacht lezen, komen we heel wat tegen. Allereerst moet opvallen, de wonderlijke leiding, de besturing van de Heere. Nehemia was schenker geworden aan het hof van de perzische koning Arthasasta. Getrouw ver-richtte hij het werk aan het hof. De koning was zeer op hem gesteld. Hij steeg in aanzien. Dit kwam niet door aanpassing of levensomschakeling. Veelal gebeurt dit. Voor positie of geld laat men het één en ander schieten. Zelfs het godsdienstige leven. Bij Nehemia was dit uitgesloten. Het kon ook niet, want de liefde tot de Heere was in zijn hart. De vreze des Heeren beheerste zijn leven. De beleving daarvan wordt ons getekend. Het blijkt in verschillende omstandigheden. Het hele boek door kunnen we het vernemen. Laten we dat goed onthouden. Zijn bezieling was daarom niet gelijk aan een Jehu’s ijver. De ik-gerichtheid was hem vreemd. Van zijn houding, van zijn gezindheid kunnen we veel leren. Wanneer we aan vandaag denken, wordt er veel over de Bijbel gesproken. De Schrift staat ter discussie. Het gaat over de onfeilbaarheid. In het dagblad van 18 jan. j.l. stond het kopje: de moderne Schriftvisie komt heel dichtbij. Wat daaronder stond is voor ons van betekenis. Want de Schriftcritiek neemt toe. Er is een snelle opmars of men gaat de weg van de geleidelijkheid. Zo stap voor stap. Dit constateren we. Bedachtzaamheid is geboden, want men kan zeer gevaarlijk te werk gaan. Achter de onfeilbaarheid wordt soms een vraagteken geplaatst en men spreekt tegelijk van de getrouwheid van de Heilige Schrift. Hoe is het mogelijk! Het is niet te rijmen. Men wil zelfs voor gereformeerd door blijven gaan en zijn handtekening onder het ondertekeningsformulier neemt men niet terug. Ik hoop, dat we het eens zijn met wat in genoemd nummer van het R.D. stond. De schrijver J.J. Frinsel zegt: "De kinderkens geloven onvoorwaardelijk wat de Bijbel zegt omdat het de almachtige God is Die spreekt. Zij begrijpen niet alles, hebben ook niet alle antwoorden, maar ze geloven onvoorwaardelijk de geopenbaarde dingen en laten het verborgene aan God. Dat grenzeloos vertrouwen in de absolute waarheid van de Bijbel en het letterlijk nemen van wat de Heere zegt, is het fundament van het leven van een christen. Als ik daarmee tot een fundamentalist gestempeld ben, dan wil ik dat graag zijn. Zowel in reformatorische als in evangelische kringen zien we dat dit fundament wordt aangetast. Wanneer in de geloofsbrieven, in het kerkelijk vaandel Schrift en belijdenis centraal staan, dan dient dit te blijken in woord en geschrift. En natuurlijk gemotiveerd! Dat is ook een euvel, wat men kan tegenkomen in onze kringen. Op de vraag: ‘waar staat het’ heeft ieder recht op een duidelijk antwoord. Het beeld van Nehemia moet steeds voor ogen staan en betracht worden. Hij zette zich voor de herbouw. Naar het door de Heere gegeven bestek. We kunnen zeggen: het Woord van de Heere was zijn richtsnoer. Het ‘ zo zegt de Heere’ gold elke dag. Hij bleef getrouw in alles. In onze woorden en daden behoren we getrouw te zijn. Dit geldt bijzonder voor de ambtsdragers. Schrift en belijdenis moeten hoog genoteerd staan. Zij moeten onze koers aangeven en bepalen. Intern en extern. Samensprekingen zijn er en die gaan door. Zeker is van betekenis waarin vinden we elkaar, maar bijzonder waarin verstaan we elkaar. Namelijk de geestelijke beleving der zaken. Geloofsleer en geloofsleerbeleving behoren bij elkaar. En dat geven de Schrift en de belijdenisgeschriften duidelijk aan, wat we daaronder moeten verstaan en waarin dat bestaat. In dit verband hebben schrijvers uit het verleden en in het heden hun betekenis. Maar zij vormen niet het einde van alle tegenspraak. Wanneer in hun uitspraken duidelijk wordt gezien de geworteldheid in de Schrift en de belijdenis, dan mogen wij daar niet aan voorbij gaan. En kunnen er dan geen genuanceerde gedachten zijn? Zeker. Wanneer we de Schrift lezen en bijzonder de brieven van Paulus en de brief van Jacobus, dan zien we verschil, maar geen tegenstelling. We kunnen zelfs zeggen, wat ze belijden behoort bij elkaar. Rechtvaardiging en heiliging. We kunnen zelfs zeggen, dat beide heilszaken in de uitwerking bij beide aanwezig zijn. Welk een verschil kan aangegeven worden, wanneer we letten op Luther en Calvijn. Maar ze vormen geen tegenstelling. Souvereine genade werd door beide beleden. Er zijn vele levensbeschrijvingen van Puriteinen verschenen. Op zich een goede zaak. Maar we lezen van verschillen, gelijk als bij de mannen van de nadere reformatie. Maar ondanks dat is er een eenheid. Wie kennis neemt van de geschriften, beaamt dit. Echter wat niet voluit Bijbels en reformatorisch is moet aan het licht gebracht worden maar dan met nadruk: In de Schrift staat geschreven. Zo behoren we elkaar aan te spreken. Wat op de Dordtse synode 1618-’19 is gebeurd dienen we ook in het oog te houden. We weten van de uitspraken tegen het remonstrantisme, maar ook hoe men elkaar vond als het ging om het infra en supra standpunt. Nu gaan we weer horen het wapengekletter als het gaat over twee of drie verbonden, aanbod en belofte. Synodaal zal het zelfs moeten komen tot een leeruitspraak. Gereviseerd of aangevuld. Men heeft daartoe zeker het recht. Maar laten we goed onthouden, dat de uitwassen die er in de kerken zijn, niet gekomen zijn door het aanvaarden van twee of drie verbonden, maar door de verkeerde visie op en uitwerking van beide. Wie eerlijk met de Schrift en de belijdenis omgaat zal moeten erkennen dat er tweeerlei kinderen van het verbond zijn. En komt het niet tot de beleving van het verbond dan gaat het met het aanvaarden van twee of drie verbonden mis. Wijzend op en sprekend naar aanleiding van de brief van Paulus aan de Romeinen schreef prof. v.d. Schuit: Aan Gods zijde is het: verkoren- verloren. Aan onze zijde is het: verloren- verkoren. Naar de zijde Gods is alles één. Daarom leren wij in de praktijk der bevinding Christus niet eerst als Hoofd, zelfs niet eerst als Borg kennen, dat is inleven in het verbond der verlossing, maar practisch leren wij eerst naar Christus vragen als Middelaar. Wij vragen niet eerst in het zuchtend hart: is er nog een Hoofd des verbonds. Wij snakken niet eerst in het zoekend verlangen van het dorsten naar God om een Borg. Maar wij vragen uit het diepst van een stuk gebroken ziel: is er nog een Middelaar, is er nog een middel, waardoor ik de welverdiende straf kan ontgaan en wederom tot genade komen. Wij schreeuwen dan uit ons Godsgemis om het Godsbezit. Dat is de orde van onze Catechismus, die in zondag 5 het ontwaakte hart het woord geeft in het zoekend verlangen naar de Middelaar. Dat is ook de orde van de Dordtse Leerregels waarin deze niet spreken van Hoofd en dan Middelaar, maar eerst van Middelaar en dan van Hoofd, hfdst. I art. 7. Waarvan acte! Daar dienen we het mee eens te zijn en bijzonder zal het moeten zijn: amen zegt mijn ziel daarop. Wee de ambtsdragers die dit wezenselement begraven. Wee de ambtsdragers die erop uit zijn om eigen leer te profileren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

GETROUWHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken