Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HALLELUJA OVER HET GENADEVERBOND-4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HALLELUJA OVER HET GENADEVERBOND-4

9 minuten leestijd

Het geloof is werkzaam door de liefde. Het is dan ook te herkennen aan heiligheid. Het geloof komt in de vrucht openbaar, in goede werken uit het zich. Heiligheid is dan ook een onbedrieglijk kenmerk van het ware geloof. Wie geen heiligheid heeft, kent het ware geloof niet. Wie in zonde leeft, in hoogmoed, brasserij, ontucht of in welke ongerechtigheden ook, kent het ware geloof niet. De tijdgelovigen echter, wachten zich voor die grove zonden. Zij menen dat zij wederom geboren en geheiligd zijn. Toch is hun heiligheid geen ware heiligheid.

Valse heiligheid

Tijdgelovigen kunnen uitwendig zo leven dat er niets van te zeggen valt. Zij onderscheiden zich van de openbare goddelozen. Zij leven anders dan wereldse mensen. Er is een groot verschil tussen hen en wereldse mensen. Tijdgelovigen laten niet alleen ondeugden na, maar munten ook uit in deugden. Zij gehoorzamen de geboden van God stipt. Zij nemen het nauw met Gods verordeningen. Zij spreken over geestelijke dingen. Zij bidden met ijver en levendig. Ze beminnen krachtige predikers. Op hun kleding valt niets aan te merken. Zij zijn bereid om anderen te dienen. Ze openbaren geduld in tegenspoed. Ze zijn matig en hoeden zich voor overdaad Brakel schrijft samenvattend op blz. 176 “zij kunnen alle zonden laten, die een Godzalige laat en alle deugden doen, die een Godzalige doet.” Dit kunnen de tijdgelovigen niet alleen uiterlijk doen, maar zelfs met het hart. Zo zegt Paulus dat hij voor zijn bekering God diende met een rein geweten, in een reine consciëntie (2 Tim. 1:3). Zelfs onder heidenen wordt het gevonden dat men niet alleen uiterlijk bepaalde dingen doet en andere dingen nalaat, maar dat het echt gemeend is. Maar terecht legt Brakel er de vinger bij wat de bedoeling van dit alles is. Het is doorgaans om eigen eer, om van de mensen gezien te worden, of het zijn andere bedoelingen die niet goed zijn. Eer, achting, liefde en medelijden worden gezocht. Als Gods kinderen veracht en vervolgd worden, laten zij hen in de steek en worden ook vervolgers. Het spreekwoord luidt: Iedere apostaat is een hater van zijn vorige staat. Wat het uiterlijke betreft kunnen tijdgelovigen soms verder komen dan ware gelovigen. Maar de godzaligen kennen iets anders waardoor zij de tijdgelovigen onvergelijkelijk ver overtreffen. Dat is Geest en leven. Dat missen de tijdgelovigen. Zij hebben geen Geest en zij hebben geen leven.

Ware heiligheid

1. De heiligheid van Gods kinderen komt voort uit het geloof. Het geloof neemt Jezus aan tot recht-vaardigmaking en heiligmaking. We lezen dienaangaande op blz. 179 “Door het geloof gelooft, geniet of hoopt de ware gelovige de verzoening met God en de aanneming tot een kind, hij beschouwt God, of zoekt Hem te kennen, als een verzoenende Vader in Christus. En zo werkt hij, of zoekt hij te werken als een kind en bondgenoot en al naar hij met een kinderlijk hart werken kan, verblijdt hij zich, al ziet hij in andere opzichten gebreken kleven aan zijn werk.” “De ware gelovige gelooft en merkt in God en in de gemeenschap met God zulk een heiligheid, heerlijkheid en beminnelijkheid, dat alles buiten God te gering, en het zondige vuil, verachtelijk en te haten is; en door die begeerte en hoop of geloof om die zaligheid te verkrijgen, veracht hij dat verachtelijke en haat hij dat hatelijke, en zo overwint het geloof de wereld (1 Joh. 5:4). En zo wordt het hart gereinigd door het geloof (Hand. 15:9).” Worden bovenstaande zaken gemist, dan wordt het ware geloof gemist. Ook al zou zo iemand voor een groot heilige gehouden worden, het deugt niet. Maar waar deze zaken aanwezig mogen zijn, al is het in geringe mate, daar is het ware geloof.

2. De ware heiligmaking vindt plaats met een hart dat zich weet in de tegenwoordigheid van God. God neemt alles waar wat gedaan wordt of nagelaten wordt.

3. De ware heiligmaking komt voort uit de liefde. De liefde ligt op de bodem van het hart. De ware liefde is blij als God gediend, groot gemaakt, erkend en geeerd wordt. Bent u ermee tevreden als u alleen maar het goede doet en het kwade nalaat? Bent u tevreden als u het niet met een toegenegen hart hebt gedaan? Gods kinderen laten het kwade en doen het goede met een toegenegen hart. Al wat men doet, maar wat niet uit de liefde is, is uit den boze.

4. De ware heiligmaking komt voort uit de vreze Gods. Uit de ingestorte liefde Gods durft en wil een kind Gods niet nalaten wat de Heere vraagt. De vreze Gods houdt af van de zonde, de vreze des Heeren doet immers afwijken van het kwade en dringt tot het goede. Duidelijk zien we dat bij Jozef. Het was de vreze Gods die hem belette te zondigen.

5. De ware heiligmaking geschiedt uit gehoorzaamheid aan God. Gods wil is de wet van Gods kinderen. Zij doen zaken en laten andere zaken na omdat het Gods wil is. Zij hebben een vermaak in de wet Gods naarde inwendige mens.

Het is nodig zichzelf te toetsen aan bovenstaande vijf zaken. Wie deze zaken niet kent is niet wedergeboren. Wie deze zaken mag kennen, mag zich verblijden en dient roeping en verkiezing vast te maken uit de goede werken. We lezen op blz. 182 “U hebt wel terecht altijd reden om over uw beste werken beschaamd en vernederd te zijn, maar ontken daarom niet de genade Gods, die u gegeven is, daar het een beginsel is van het leven, dat groeien en nooit sterven zal.”

Het verschil tussen tijdgelovigen en ware gelovigen is duidelijk weergegeven. Maar zonder de werking van de Heilige Geest laat geen tijdgelovige zich overtuigen vanwege vooroordeel, blindheid en boosheid Zonder de werking van de Heilige Geest laat geen kind Gods zich troosten vanwege wangestalte, duisternis en vrees.

Een tijdgelovige kan zonder onderzoek van zijn hart zeggen dat hij gesteld is als een kind Gods. Een andere tijdgelovige kan uit boosheid het boek aan de kant gooien, weer een ander kan overtuigd worden van zijn ellendige staat en tot Christus gebracht worden.

Een kind Gods kan onrustig worden omdat hij zoveel gemeen heeft met de tijdgelovigen. Andere kinderen Gods worden onrustig omdat zij verkeren in een verslagen, ongelovige, wanhopige, moedeloze of tegensprekende toestand. Weer anderen zullen hun genade zien en versterkt worden in het geloof en verblijd worden in Gods goedheid en verwakkerd worden in heiligmaking.

Bedrieg ik mijzelf?

Sommige kinderen Gods zijn bang dat zij zichzelf bedriegen. Het is immers zo’n grote zaak een waar bondgenoot te zijn. De zaak is wel groot voor een mens om te ontvangen, maar niet te groot voor God om te geven. God wil Zijn oneindige goedheid bewijzen en bekend maken. Wie na beproeving denkt dat hij een kind Gods is en daarna gerust en zorgeloos wordt, bedriegt zichzelf: met ingebeelde genade leeft hij voort in de aardse dingen. Wie na beproeving mag geloven een kind Gods te zijn en levendiger wordt in de betrachting van het geloof, in het naderen tot de Heere, in liefde, vrees en gehoorzaamheid, dat is een teken van ware genade.

We lezen op blz. 183 “Indien uw hoop u levendiger maakt in het geestelijk leven, laat dan een ongegronde vrees u niet verontrusten.”

Er kan de vrees zijn dat het alleen maar beschouwing is met het verstand. Dan dient bedacht te worden dat de mens een redelijk schepsel is. Maar de zaken mogen niet tot het verstand beperkt blijven, maar dienen verder te gaan tot de wil en tot het hart.

Een ander werpt tegen: ik ben zonder ernst, alles is zo flauw in mij, de droefheid werkt niet krachtig door zodat ik het voelen kan, mijn heiligmaking is zo sluimerend, zonder ijver en ik heb geen blijdschap over hetgeen ik in mij vind. Daarop antwoordt Brakel dat men het geestelijke leven niet moet afmeten aan de kracht of de flauwheid van de hartstochten. Karakter speelt hier ook een rol. Wie echt in een zwakke en dodige staat is heeft in die toestand niet veel vertroosting te verwachten. Uit dodigheid en zwakheid moet u uw staat niet veroordelen, want u ziet leven, maar hebt slechts te klagen over de mate van leven. Het geloof kan wel zonder verzekering en troost zijn. Brakel noemt de verzekering en de troost de vruchten van een sterk geloof, ze zijn niet het wezen van het geloof. Brakel roept op tot worstelen om eruit te geraken en zich niet aan luiheid over te geven.

Een volgende zegt dat hij erg bekommerd is over zijn gebrek aan heiligmaking, hij valt vaak in de zonde. Hoe kan dat met genade samengaan? Is het wel echt bij mij? Brakel antwoordt hierop dat men niet moet oordelen naar de stand van het leven, maar naar de waarheid van de zaak. Het werkt mee om klein te houden en te leren dat men alleen door Christus zalig wordt, zonder enige verdienste van de zijde van de mens. Als het waarheid is zal er weerzin zijn tegen de zonde en verlangen naar Godzaligheid. Er zal strijd zijn tegen zondige daden en tegen verborgen gedachten. De Heere geeft kracht tegen de zonde, zodat men niet altijd onder ligt. Tot slot een citaat van blz. 185 en 186 “Uit dit alles zult u de oprechtheid van uw hart zien, ook al struikelt u dagelijks in vele. En zo mag uw gebrek aan heiligmaking geen reden zijn om ontsteld te zijn en beroofd te worden van de blijdschap van uw hart over uw gelukkige staat, als u waarlijk die gestalte ten aanzien van de heiligmaking- zoals hierboven voorgesteld- in uzelf waarneemt.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

HALLELUJA OVER HET GENADEVERBOND-4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken