Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

Paasonderwijs en Paasgeloof

6 minuten leestijd

“Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden”

De opgestane Paasvorst ging Zelf Kleopas en zijn metgezel en de andere discipelen onderwijzen aangaande het wonder van Pasen. Hij, de Verhoogde Christus heeft hen daar in Jeruzalem opgezocht. Dat alleen al is zo’n wonder!

Wat is er toen gebeurd? Hij heeft hen Zijn handen en voeten getoond, ja hen uitgenodigd die aan te raken, Hij heeft tot hen gesproken over de bedoeling van Zijn lijden, sterven en opstanding. Vanuit de Schriften heeft Hij hen dit zo noodzakelijke onderwijs gegeven.

En toen? Toen hebben ze natuurlijk geloofd. Ze hebben verheugd gereageerd. Dat was ook hun dure plicht, nietwaar? Een mens moet geloven. Zo doen velen dat dat ook vandaag. Want je moet geloven dat de Heere Jezus voor jou gestorven is. Je moet niet zo moeilijk doen over de vraag of dat ook voor jou zo is. Om daar over te tobben is helemaal niet nodig. Want Christus heeft toch alles gedaan, Hij heeft betaald, Hij heeft de dood overwonnen. Hij stond op uit het graf.

Wat opmerkelijk......bij vers 45 staat helemaal niet dat de discipelen geloofden. Let op wat er wel staat! We lezen: “Toen opende Hij hun verstand, opdat ze de Schriften verstonden”.

Dat is dus nodig: opening van het verstand.

Van nature is ons verstand door de zonde verduisterd. Daardoor verstaan we niet de dingen van God en de Goddelijke zaken. We verstaan niet dat Hij onze Schepper is en dat Hij ons naar Zijn beeld geschapen heeft. Ook niet dat Hij dat beeld komt terugeisen. Nee, ons hart is afgesloten voor het Woord van God. Daarom is nodig de opening van het verstand en de verbreking van het harde hart. Dat dode, dat stenen hart moet vernieuwd worden. Daarom is zo nodig de opening van het verstand om de Schriften tot onze zaligheid te verstaan. Die verlichting is een gave van God en is gericht op het Woord van God. Die verlichting is echter ook na ontvangen genade nodig. Elke keer opnieuw in het leven van de uitverkorenen Gods is dat nodig.

Zo ligt er in onze tekst ook de dure roeping om je te buigen voor dat Woord des Heeren. Alleen de Schriften kunnen ons wijs maken tot zaligheid. Dat kan een kind van God niet, dat kan een dominee niet, dat kan een theoloog niet, dat kunnen godvrezende ouders of grootouders niet. Dat kan alleen Gods Woord.

Lezen we persoonlijk en in gezinsverband de Bijbel? Terecht is de Bijbel wel eens vergeleken met een goudmijn. Dan gaat het niet alleen om het lezen, maar ook om het verstaan en het onderzoeken ervan. Maar hoe? Gaat het alleen maar om kennis te vermeerderen? Dat maakt dat we opgeblazen en hoogmoedig worden. Nodig is om biddend Gods Woord te lezen, te onderzoeken, te overdenken. Dan hebben we zo nodig de werking van Gods Heilige Geest. Door die Geest wordt het Woord als het zaad der wedergeboorte gelegd in het hart van de zondaar. Dat het dan ook de bede zij: “Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest...”.

Is het niet beschamend, dat de Heere Zich aan hen heeft getoond en met hen gesproken en voor hun ogen de spijze opat (vs 42/43), terwijl ze het toch niet hebben verstaan. Zij hadden al geruime tijd onderwijs ontvangen door de hoogste Profeet en Leraar. Steeds maar weer blijkt dat er geen begrip was voor de boodschap van Zijn lijden en sterven.

Wat hebben de discipelen zich er tegen verzet. Tegen de Emmaüsgangers moest de Heere zeggen: “O onverstandigen en tragen van hart....”. De discipelen moet de Heere verwijten maken vanwege hun ongeloof. Wat een hardigheid des harten. Hoe vaak heeft U de boodschap van Gods roepstem al gehoord? Hoe duidelijk is jou niet voorgehouden dat er maar twee wegen zijn? Hoe menig keer werd tot U gezegd: “Bekeert u, bekeert u”. Is het u niet indringend steeds voorgehouden de noodzakelijkheid van de wedergeboorte.

Maar... is ook de genade des Heeren niet tot u gekomen in de prediking van Gods Woord? Is de Christus u niet aangewezen en aangeprezen? Is niet uitgeschilderd Zijn zondaarsliefde? Zijn zoeken van het verlorene? Is die ene Naam onder de hemel u niet voorgehouden?

Hoe dodelijk gerust wordt echter aan de weg, die tot het verderf leidt, vastgehouden! Wat een dodigheid en dorheid moet in de kerk niet bespeurd worden onder al die roepstemmen. Hoe ernstig is toch dat ongeloof. Lees eens na in de Dordtse Leerregels I par. 5 wat de oorzaak van het ongeloof is! Kennen we iets van het berouw en de smart over het ongeloof? Zijn de banden van ongeloof en zondenschuld ons gaan kwellen en knellen?

Heerlijk komt Gods genadewerk ook uit in onze tekst. Hij opent het verstand. Hij doet dat bij schuldige en dwaze mensen, die dat helemaal niet verdiend hebben. Hij moest ze immers Zelf aanduiden als “onverstandigen en tragen van hart”? O, dan komt in de woorden van deze meditatie zo heerlijk uit het genadewerk des Heeren. Als Hij dat doet, kan geen mens het keren. Dan wordt het zo persoonlijk. Dan breekt Hij de banden van schuld en ongeloof. Dan wordt het uit Zijne mond gehoord. Wat wordt zaligworden dan toch een onuitsprekelijk wonder. Niet alleen anderen, maar .... ook mij! Hoe gingen de harten van die Emmaüsgangers branden. Dan mag voor het zielsoog de Christus gaan oprijzen. Niet alleen Zijn noodzakelijkheid, maar ook Zijn gepastheid en dienenswaardigheid en beminnenswaardigheid. Dan komt er zulk een verootmoediging voor Gods aangezicht dat ze niet diep genoeg kunnen buigen voor Hem. Want dan vinden ze alles in Hem. Om maar een paar dingen te noemen: reiniging van de zonden, kennis voor hun dwaasheid en onverstand, gerechtigheid voor schuld, vrede voor de grote onvrede en onrust, heiligheid voor de onreinheid. Hij is mild in het schuld vergeven. Hij weet wegen te vinden waar hun voet kan gaan. Hij geeft de moede kracht. Hij wil vooropgaan. Ik zal voor U strijden. Ik ben met u. Hij zal genade en eer geven en het goede niet onthouden. O, hoe gaat het er dan om dat Hij gestalte in ons krijgt. Daarom krijgen de discipelen ook de opdracht om in Zijn Naam te prediken bekering en vergeving der zonden. Dat is de boodschap die alle volken nodig hebben.

Het wonder van Pasen mag dan beleefd worden, want Hij zegt: “Ik leef en gij zult leven”.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken