Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

TOESPRAAK BEWAAR HET PAND DAG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

TOESPRAAK BEWAAR HET PAND DAG

13 minuten leestijd

‘En Hij zei: Kom’

Kom! Een enkel woord. Vol van genade en waarheid. Daarin ligt de vrijmoedigheid om tot de Heere te komen. In de nood van het persoonlijke en kerkelijke leven. ‘Wie zal ons het goede doen zien? Hij alleen!

In de nood tot Hem gaan. Kan dat? Mag dat? Ja, dat heeft Petrus ondervonden. De Heere Jezus was de berg op gegaan om te bidden. De discipelen moesten op Zijn bevel naar de overzijde van het meer varen. Maar het kerkschip komt in een vreselijke storm terecht. Het wordt opgenomen in de golven, neergesmeten in de diepte. Laveren helpt niet. Een stuurloos schip. Bij de bemanning angst om te vergaan.

Echter, de Heere is met innerlijke ontferming bewogen over dat scheepje. In Markus staat: En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden om het schip voort te krijgen. Hij zág ze, de discipelen. En Hij bád. Bij Hem is het niet: uit het oog, uit het hart. Hij is de biddende Hogepriester. Wat bemoedigend. Zó is Hij er nog. Heen gevaren, hoger dan de hoogste berg, naar het binnenst heiligdom. ‘Hoe donker ooit Gods weg moog’ wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen’. Hun weg is voor de Heere niet verborgen. Hij weet er van.

Als de nood op ’t hoogst is - het is al de vierde nachtwake, het laatst van de nacht - is de redding nabij. Hij komt. Over de golven heen. Hij brengt de storm niet eerst voor Zichzelf tot bedaren. Hij bevindt Zich in dezelfde storm als Zijn discipelen. Hij komt, wandelend over de zee, want ‘Zijn is de zee...’. Hij is immers machtiger dan het bruisen van grote wateren’? Ze schreeuwen van vrees. Ze denken dat het een spook is. Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Weest goedsmoeds, Ik ben het. De schapen horen Zijn stem. Dat is de Stem van mijn Liefste, ziet Hem, Hij komt! (Hoogl.2:8)

Als Petrus dat hoort, zegt hij: Heere! Indien Gij het zijt, zo gebied mij tot u te komen, op het water. Petrus wil bij Hem zijn! In die nood. Die begeerte is goed, heerlijk. Kom, klinkt het. Het kan, het mag. Daarvan is Petrus het bewijs. Hij gaat over die golven heen. Hij gaat niet eigenmachtig, maar in afhankelijkheid, biddend. Biddend heeft hij dat verlangen bekend gemaakt. Heere, gebied mij tot U te komen. Doet u dat ook? Uw verlangen biddend bekend maken aan de Heere? In de moeiten van het leven, in aanvechting, bestrijding. Als je denkt onder te gaan, weg te zinken onder de last van zonde en plagen. Petrus gaat niet op eigen initiatief. Hij heeft een Woord van Christus nodig.

Zijn beloftewoord. Dan kan het niet mis gaan. Zonder dat kunnen we wel van alles willen en van alles beginnen, maar dat loopt op niets uit. Met wat de Heere zegt, kom je nooit beschaamd uit. En Hij zegt: Kom.

Petrus gelooft in Christus’ onbegrensde macht. Wat verwachten wij van de Heere? Dat de wereld niets van Hem verwacht is te begrijpen. Maar de kerk? Hoe komt het, als u zo weinig van Hem verwacht? Hij is zo’n groot en heerlijk God! Een Koning Die het zaligst lot kan en wil schenken.

Wat dreef Petrus? Liefde, vurige liefde. Verlangen om bij de Heere te zijn. Begrijpt u dat? Heere, gebied mij tot U te komen. Tot U Daar gaat het hem om.

Is dat bij ons ook zo? De Heere vertoont Zich ook aan ons. In het Evangelie. We mogen te midden van onze moeite, nood, zonde en schuld horen: Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt. Kwamen wij al in beweging om naar Hem toe te gaan? Om op Zijn Woord de toevlucht tot Hem te nemen? Het kan, het mag. Zie maar naar Petrus. Hij waagt het op het Woord alleen. Dat wil de Heilige Geest gebruiken om zondaren te trekken, vrijmoedigheid te geven. Kom. Niet in eigen kracht, maar ziende op Hem.

Het geloof vermag alle dingen. Natuurwetten worden doorbroken. Het is een wonder in onze ogen. Zo staan we toch nóg steeds weer verwonderd, als de Heere kracht geeft in de moeite en de strijd van het leven, ook van het geloofsleven? Als een zee van ramp over mensen heengaat en ze kracht mogen putten uit deze God. Je verwachtte dat ze er onderdoor zouden gaan, maar nee, het ging anders dan voor mogelijk werd gehouden. Nooit kan ’t geloof te veel verwachten. Van Wie? Van de Heere, want des Heilands woorden zijn gewis. Kom. Door één woord werden alle onoverkomelijk bezwaren weggenomen. Kom. Een simpel woord, maar het is genoeg. Alle ‘ja maars’ mogen dan verdwijnen. Hij, die roept is getrouw, die het ook doen zal... Dan gaat het. Met het oog op de Levende Heere worden de onmogelijkheden mogelijk.

Er zijn wat een stormen. Ook andere dan van levensleed. Daar wordt van gezongen: ‘Mijn hoofd is als bedolven in de golven van mijn ongerechtigheên... zulk een last van zond’ en plagen...’. Wat kunnen de golven en de baren de benauwde ziel vervaren. U voelde u als een door onweder voortgedrevene, een ongetrooste. Je voelde de donkere diepte van het verderf onder je. En toen dat: Kom! Wat was het, dat u dreef tot Jezus? ‘Heere, buiten U geen leven. Bij u is vergeving, bij U is de Levensbron, met U begeer ik te leven, te wandelen’.

Nee, Hij deed de storm niet eerst bedaren. Hij loste je vragen niet eerst op. Die moeite, dat kruis, die eenzaamheid, dat lijden werd niet weggenomen. Hij kwam er overheen. Nog gebruikt de Heere vaak golven van beproeving om daarover tot ons te komen. Dan laat Hij wel eens alles tegenlopen, opdat we gestadig op Zijn goedheid zouden hopen. Voor Petrus was het ook een weg om dichter bij de Heere te brengen. Op Zijn woord alleen. Kom! Op dat Woord laat hij alles los. Komt hij los van het schip.

De Heere is een verrassend God. Wat kan een enkel woord je moed geven. Geloofsmoed. Petrus stapt zomaar overboord. ‘Nu stap ik rustig aan. ‘k Betreed een effen baan. Mijn God verhoort nu mijn gebed’. O, dan triomferen de golven niet over Gods kinderen, maar dan triomferen zij over de golven. Ziende op Hem. Daar ligt het geheim.‘Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht’. Je vastklemmend aan Zijn Woord. Zó kun je blijven staan, ook te midden van bruisende golven. Met het oog op de Heere. Het is een ogenblik als het ware al Pasen voor Petrus. Hij mag met Christus triomferen over de machten van duivel, dood en verderf. Daar gaat het om: Hem kennen en de kracht van Zijn opstanding. Zo opstaan tot een nieuw leven. Wandelen met Hem over de golven heen. Door Zijn genade, in Zijn kracht.

Hij heeft niet zo lang gewandeld op die golven. Satan zit ook niet stil, en daar komt nog vlees en wereld bij. Daar gaat hij, hij zinkt weg in die kolkende, kokende watermassa!

Hoe kwam dat? Werden de golven hoger? Werd de wind sterker? Was Christus weg? Kun je dan toch niet op Zijn Woord aan? Was het niet voor hem, maar voor een ander bestemd? Kun je dan toch nog in het gelovig komen tot Christus schipbreuk lijden? Nee, er staat: ziende de sterke wind werd hij bevreesd en begon hij te zinken. Het oog wendde zich van de Meester af en zag op de wind, op omstandigheden. Zolang Petrus zich vastklemde aan de Heere en Zijn Woord, was hij niet bevreesd. Jezus zal straks zeggen: Waarom hebt gij gewankeld?

Hoe vaak verliezen Gods kinderen de Heere niet uit het oog? Helemaal in beslag genomen door van alles en nog wat. ‘Duizend zorgen, duizend doden, kwellen mijn angstvallig hart’. Het trekt je naar beneden. ‘Ik zink in ‘t slijk, ik voel mij overstromen...’. Net als Petrus. Het geloofsleven staat niet altijd op een hoogtepunt. Zijn het niet steeds dezelfde oorzaken? Zien op de golven... op de zonden..., de gevaren...

Maar hoor, een gebed! Heere, behoud mij! Kort en krachtig. Te midden van de loeiende wind. Soms is er sprake van een uitstorten van het hart. In grote nood is het echter soms maar een enkel woord. Geen omhaal van woorden. Alleen een vraag om behoud. Maar o, wat genoeg! Een noodkreet van een ziel, die beseft: bij mij is het omkomen, ik kan mezelf niet behouden. Een schreeuw om redding. ‘Laat mij niet hulp’loos varen’. Nu is hij niet meer in staat om naar Jezus te gaan, Jezus moet naar hém komen. Genade alleen blijft over. Hij riep niet tot zijn medediscipelen om hulp. Die konden niet helpen. Alleen de Heere. De enige hoop, de enige Toevlucht. Petrus werd niets, Jezus alles!

Kijk, daar wilde de Heere hem hebben, daartoe liet Hij hem zinken. Om te leren: zonder Mij kunt gij niets doen. Ook in het kómen tot de Heere zijn en blijven we afhankelijk van genade. Maar, Zijn genade is genoeg! Dat moeten we allen leren. Daarom ontneemt de Heere je weleens de kracht en de moed om staande te blijven. Je zinkt weg, niet om onder te gaan, maar om te leren, dat alleen genade behoudt.

Die les is ook vaker nodig. Petrus is nog eens vreselijk gezonken. Hij had gezegd: Al zullen ook allen U verloochenen, ik niet! Toen ging hij ook de diepte in: Ik ken Hem niet!

Er is zoveel, dat ons angst aan kan jagen. Allerlei bedreigende machten zijn er om ons heen. De macht van zonde en dood. Ze dreigen ons naar beneden te zuigen. Deze noodkreet wil de Heere van onze lippen horen: Heere behoud mij.

Doe het wel bij tijds. Van Petrus staat: En toen hij begon neder te zinken, riep hij... Wachten we vaak niet te lang, proberen we vaak niet zelf nog van alles? We zien het nog even aan. Maar, het kan geen uitstel lijden. Heden! Voor het te laat is. Wat moet het erg zijn om weg te zinken zónder Redder! Zonder de Verlosser te kennen! Hij roept nog: Kom. En Hij belooft: wanneer gij door het water zult gaan, Ik zal bij u zijn.

Kom! Een nodiging, een bevel, een belofte. Alles in dat ene woord. ‘Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot’.

Hij doet Zijn hulp nooit vruchtloos vergen. Petrus is er niet beschaamd mee uitgekomen. En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan. Dan ondervind je dat de Heere een machtige, gewillige, getrouwe Zaligmaker is. En al bestraft hij Zijn kleingelovige discipel wel, éérst redt Hij. Op uw noodgeschrei deed Ik grote wonderen. Want, al wankelt het geloof van Gods kind, Christus wankelt nooit. Hij heeft het in de woeste golven van Gods toorn over de zonde uitgehouden, volgehouden totdat het volbracht was. Daarom kan Zijn rechterhand redding schenken.

Wat een hachelijke ogenblikken waren dat. Misschien zegt iemand: ‘Petrus, was maar in dat schip gebleven!’ Nee, hij heeft mogen leren wat een genadige en sterke Borg hij heeft. Het water mag tot aan de lippen komen, maar het gaat er niet overheen. De Heere laat wel eens even zinken, maar niet om te laten verdrinken. We zijn zo hardleers. We moeten telkens weer leren dat we het van genade alleen moeten hebben. Zonder de Heere geen stap verder. Zonder Hem kan ik niets doen.

En wat de Heere begint voleindigt Hij. Al was Petrus Hem uit het oog verloren, Hij Petrus niet. Zijn Hand greep hem aan. Niemand zal ze uit Zijn Hand rukken. Hij daalde neer in hun nood. Niet slechts in dat noodweer, niet tot in de dood alleen, maar... tot in de hel. Al Gods golven en baren gingen over Hem heen. Daarom kan Hij zalig maken. Nog zegt Hij: Komi Kom tot Mij en uw ziel zal leven. Nóg steekt Hij Zijn Hand reddend uit. Naar mensen in nood en dood. Ook na ontvangen genade. Als je Hem lief kreeg moet je dat in verwondering beamen: ‘Hij redt mij keer op keer’.

Wat kan het ook in de doodsjordaan soms nog stormen! Alleen met het oog op de Verrezen Paasvorst is te zeggen: Dood, waar is uw prikkel, hel waar is uw overwinning.

Is Petrus met dat ‘kom’ van Christus beschaamd uitgekomen? Nee! Mijn Redder is mijn God. In vs.33 klinkt het uit aller mond: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

Heeft het nog nooit gestormd in uw leven? Nog nooit gezonken? Dan bent u schijnbaar een gelukkig mens, Maar als u Jezus nog nooit nodig hebt gekregen als Borg, dan bent u het meest ellendige mens van de wereld. Als u geen oog hebt voor de diepste nood, uw schuld tegenover God, bid dan om wind van de Heilige Geest, opdat het zó zal gaan stormen, dat u het niet meer aankunt. Dat u niet meer verder kunt zonder Hem, maar Hem nodig krijgt om gered te worden uit alle nood en dood. Laat het ons niet slechts te doen zijn om redding uit tijdelijke nood. Die maakte ook Judas mee. Hij was ook in dat scheepje. Velen die tot God riepen om hulp en verhoord werden vergeten de Heere en hebben Hem niet nodig als Borg voor de ziel. Als we zo voortgaan zullen we vergaan in al onze smart en rouw. In het laatste oordeel helpt geen roepen meer. Heden, zo gij Zijn stem hoort: Kom!

Zoekt u nog in uw eigen hart en leven naar iets om houvast aan te hebben? Het gaat er om dat we de zaligheid buiten onszelf in Jezus Christus leren zoeken. Ziet u op de omstandigheden, op uw schuld en zonden? Of is het geworden: ‘Ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord’!? Petrus werd niet gered, omdat hij zo’n groot geloof had, want dat had hij niet. Hij werd gered als een hulpbehoevende drenkeling, die zich in het gebed aan de Heere vastklemde. Aan Hem Die gezegd heeft: Roep Mij aan in de dag der benauwdheid. Ik zal u er uit helpen en gij zult Mij eren.

Midden in de storm klinkt Zijn Woord: Komi Dat zeg ik niet, ook niet een andere dominee, nee: Hij zei: Kom. En Hij heeft het niet alleen gezegd, maar ook zwart op wit gegeven in Zijn Woord. Verlaat u op de Heere. Geef alles in Zijn handen. Vertrouw u aan Hem toe. O, dan mogen ruwe stormen woeden, alles om mij heen nacht zijn... God mijn God zal mij behoeden. Hij houdt voor mijne ziel de wacht.

Zo wandelen ze naar het schip, de zwakke Petrus met die sterke Heiland. En toen zij in het schip geklommen waren, stilde de wind. Behouden. En eens van alle golven en baren verlost. Ik denk niet dat Petrus deze ervaring had kunnen en willen missen. Het zou niet goed voor hem geweest zijn als hij ongehavend, droog, aan boord was gekomen. Nu eindigt het niet in Petrus, maar in de God van Petrus. Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon! God, Die helpt in nood.

De HEER’ wild’ op mijn kermen,
Zich over mij ontfermen.
Hij heeft mijn stem verhoord,
De HEER’ zal, op mijn smeken,
Geen hulp mij doen ontbreken;
Hij houdt getrouw Zijn woord.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 april 2002

Bewaar het pand | 1 Pagina's

TOESPRAAK BEWAAR HET PAND DAG

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 april 2002

Bewaar het pand | 1 Pagina's

PDF Bekijken