Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE VERBONDSSCHAT (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE VERBONDSSCHAT (3)

5 minuten leestijd

Niet om uwentwil

Prof. Wisse haalt de uitspraak aan dat de Heere er geheel en goed laat uitvallen. Dat betekent geen uitvallen uit het verbond, maar wel een uitvallen uit zichzelf. De Heere maakt met het zondige, schuldige, walgelijke bestaan bekend. Als de Heere doorwerkt worden alle zelfverlossingspogingen uit de hand geslagen. “Dan wordt geleerd: ik moet verlost worden. Dan leert God ons zo zielsdiep dat niemand tot de Heere Jezus kan komen, tenzij de Vader, die de Christus gezonden heeft, hem trekke. O zeker, nog eens, het wordt dan ervaren en beleefd dat er niet een penning in ons bezit is om te betalen en dat in de Borg een vol rantsoen wordt gevonden.”(blz. 49). Maar eruit gezet worden is nog iets anders. Zelfs al zijn er reeds geloofsontmoetingen met de Borg, er is heimelijk meer vertrouwen op ervaren zaken, op gestalten, op ontmoetingen, op velerlei liefelijke dingen, meer dan op

Christus en dan op God Zelf. Men meent voor bepaalde zonden niet meer vatbaar te zijn. Hoewel hier uiteraard ook de liefde spreekt, is er gemis aan rechte zelfkennis. Dit wordt weleens een lieve vergissing genoemd. Dan gaat de Heere de kroon ten opzichte van de bekeerdheid omkeren. Door (ontstellende ) tegenvallers wordt dit werkelijkheid. Gods kind is tot alles in staat als de Heere er niet voor bewaart. De verdorvenheid laat zich zo sterk gelden dat men niet meer van bekeerdheid durft te spreken. Soms wordt uitgeroepen: zou het wel ooit waar geweest zijn?Zo snijdt de Heere goed af van de oorspronkelijke stam. In deze ontlediging van de ziel wordt de volheid van de Borg voor ogen gesteld, zo dierbaar en zo rijk als nooit tevoren. Zo wordt de ziel onderwezen in deze woorden: Om Mijns Naams wil en niet om uwentwil. Er is geen behoud vanwege bekeerdheid, maar alleen vanwege het onveranderlijke en vaste verbond. Dat is er buiten gezet worden om er dan pas goed middenin gezet te worden. De ziel ligt gefundeerd in de eeuwige liefde en trouw van de HEERE. Dan staat of valt de hoop niet met de bevinding, maar alles wordt in God verlegd. Het verbond Gods zal niet wankelen in eeuwigheid.

Beloften en eisen

In het genadeverbond, zijn net als in het werkverbond, beloften en eisen. De beloften houden in: genade hier en het eeuwige leven hiernamaals. De eisen zijn geloof en bekering, die door de Heere geschonken worden. Wisse onderscheidt de belofte in ruimere en in engere zin. Ruimer wil zeggen: aan een schuldig, arm zondaar wordt aangezegd hoe er een dierbare, volle weg is ontsloten van genade en verlossing. De belofte in engere zin staat tegenover het ‘werk’ door de mens te verrichten. Geen zalig worden door werken, maar uit en door de belofte. Dit staat tegenover de dienstbaarheid onder de wet.

De eisen in ruimere zin houden in dat de Heere Zijn recht laat gelden, dat Hij de vreze Gods eist. In engere zin is het de eis van een godzalig leven krachtens de verbondsverhouding. Het wordt verstaan dat Gods geboden niet zwaar zijn. Er is een lust en vermaak in de wet Gods. De eis wordt aanvaard en erkend in Psalm 119: 4 “HEERE, Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.” De hartelijke lust daartoe wordt verwoord in Psalm 119:5 “Och, dat mijn

wegen gericht werden om Uw inzettingen te bewaren.”

De Bedienaar van het genadeverbond

Christus is Bedienaar van het genadeverbond in dubbele zin. In de hemel bij de Vader en op aarde bij Zijn Kerk. In de hemel stelt Hij steeds Zijn offer Gode voor ogen en eist op g rond van Zijn offer de zaligheid van Zijn Kerk. Op het gebed van de Middelaar wordt het hart van de Vader ontstoken tot ijver over Zijn arme volk. Aan de andere zijde is Christus ook Bedienaar van het genadeverbond op deze aarde. Christus zoekt door Zijn Geest het volk op, ontdekt, overtuigt, bekeert en zaligt het. Christus doet door Zijn Geest de beloften al dieper verstaan en omhelzen. Christus bewerkt ook al meer liefde tot de eisen van de godzaligheid. Bij afwijking bezoekt Hij met de roede der liefde. Christus schenkt voorsmaken van de hemelse bruiloft. De drie ambten van Christus worden dienstbaar gesteld aan het bedienen van het verbond. Christus zoekt Zijn volk telkens weer op. “Hij geeft hun gebed, lust en liefde tot de Heere; Hij maakt hen op z’n tijd ook bedroefd; Hij verbergt Zich zelfs wel eens voor hen, opdat zij de kruimkens van ’s Heeren tafel zouden leren waarderen. Maar ook voert Hij hen in het wijnhuis, opdat zij, met het gehemelte der zoete meditatie, zouden smaken hoe liefelijk de Heere is.”(blz. 58).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

UIT DE VERBONDSSCHAT (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken