Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

5 minuten leestijd

Dordt voor jou (3)

Lezen: Dordtse Leerregels Hoofdstuk I paragraaf 7

Wat roept het woord ‘uitverkiezing’ bij jou op? Sommigen vinden het een koud, abstract onderwerp, enigszins bedreigend. Stel je voor dat je er niet bij bent! Uitverkiezing wordt dan ervaren als een inperking, een oorzaak van knagende onzekerheid. Sommigen vinden dat het spreken over de uitverkiezing, de lijdelijkheid in de hand werkt. “Als je uitverkoren bent, kom je er toch wel.” Toch spreekt de Schrift nergens op die manier over de uitverkiezing. Wel dat God Zijn doel niet mist, als mensen weigeren tot Hem te komen. De Heere Jezus zegt tegen een ongelovige schare: “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”(Joh.6:37) Gods verkiezing is geen koud, abstract onderwerp, maar concreet. De Schrift spreekt over de uitverkiezing in Christus. God de Vader heeft Zijn Zoon naar een Gode vijandige wereld gezonden om Zijn Volk zalig te maken. We mogen de uitverkiezing nooit los zien van Christus.

Gods voornemen

Onze D.L. noemen de uitverkiezing Gods voornemen, d.w.z. Gods plan en besluit, dat uitgevoerd moet worden. God heeft besloten een bepaald aantal mensen zalig te maken, in en door Christus. Soms wordt het in de Schrift een kleine kudde genoemd en toch zal het een schare zijn, die niemand kan tellen. Het zijn geen nette keurige mensen, maar gevallen zondaren. Ze zijn uitverkoren in hun Hoofd en Middelaar Christus. Christus is de Bruidegom en de uitverkorenen vormen de Bruidskerk. Christus is de Herder en zij de schapen. Christus is de Ware Wijnstok en zij de levende ranken. God kan buiten Christus niet met een gevallen vijand, een zondaar, zoals jij en ik, te maken hebben.

Gods daad

Nu blijft het niet bij een plan van God, maar het wordt ook metterdaad uitgevoerd. God de Vader heeft de uitverkorenen aan Christus gegeven. Zij worden de gegevenen des Vaders genoemd. ( Johannes 17) Het is het loon op Zijn arbeid. De tweede daad van God is dat Hij de uitverkorenen brengt tot de geloofsgemeenschap met Zijn Zoon. God begint hen te roepen en te trekken en zo zeggen onze Dordtse Leerregels: “Met het geloof te begiftigen.” Door Zijn Woord en Geest werkt God het ware geloof in hun harten. Ik zal het met een bijbels voorbeeld illustreren. God heeft Zich voorgenomen om Abraham zalig te maken, hem tot een groot volk te maken en uit hem de beloofde Christus voort te laten komen. God gaat dit daadwerkelijk uitvoeren, door Abraham te roepen uit Ur. God gaat geschiedenis met Abraham en zijn nakomelingen maken. God kiest niet alleen een volk, maar hij schept ook een volk. Hij roept geestelijk doden tot een nieuw leven! Hoe dat gaat, wordt in D.L. H. III uitgewerkt. Daarover later.

Gods doel

Als God zondaren roept, wederbaart, gaat Hij ze rechtvaardigen, heiligen, bewaren en uiteindelijk verheerlijken tot bewijs van Zijn barmhartigheid en tot prijs van de rijkdommen Zijner heerlijke genade, dat is Gods doel met de uitverkiezing. ( Zie eind paragraaf 7)

Twee vragen

Nu wordt het tijd om even in te gaan op twee pastorale vragen. 1. Wist ik maar of ik uitverkoren was? 2. Zou ik wel uitverkoren zijn? Beide vragen lijken hetzelfde, toch zijn ze verschillend. Ik begin met de eerste vraag te beantwoorden. Ik stel jou enkele vragen terug. Waarom wil jij weten of jij uitverkoren bent? Wil je verzekerd zijn van een plaats in de hemel? Is de gedachte niet- uitverkoren te zijn een kwelling? Of ben je werkelijk bezet met de gedachte dat je het niet waard bent een uitverkorene te zijn? Je bent toch een verlorene! Een verloren schaap, een verloren penning, een verloren zoon of dochter! Iemand die God de rug heeft toegekeerd, onwillig om tot Hem terug te keren. Voor zulke jongens en meisjes heb ik een goede raad. Roep tot God als een verloren schaap, roep of Hij jou wil opzoeken, wil oprapen en zalig wil maken. De tweede vraag luidt: “zou ik wel een uitverkorene zijn?” Dit is een aanvechting, die voorkomt bij een zondaar, waar Gods Geest mee bezig is. Dit gebeurt in de weg van overtuigingen van zonde, van een waar Godsgemis, van een roepen en een vluchten tot God in Christus. Dit gebeurt in het aangevochten geloofsleven. De duivel kan zulke bestredenen ontzettend plagen met de gedachte, dat ze toch geen uitverkorene zijn. Geef geen acht op zulke inwerpingen, gebruik vlijtig de genademiddelen, roep krachtig de hulp van Gods Geest in. Ursinus zegt in zijn Schatboek ( verklaring van de Heidelberger Catechismus) dat een verworpene zich onttrekt van de genademiddelen, er is bij hem sprake van een toenemende verblinding en verharding en een toelaten van de zonde en een volharden daarin. Dat zal een echte gelovige niet willen. Daar zal hij tegen strijden in de kracht Gods. Ken jij die strijd?

Ontvang de hartelijke groeten van jullie vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken