Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN LEVENSKENMERK VAN ’S HEEREN DIENAAR

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN LEVENSKENMERK VAN ’S HEEREN DIENAAR

5 minuten leestijd

Het boek Nehemia telt dertien hoofdstukken. Wanneer we die lezen worden we op veel gewezen. Daar dit boek behoort tot het Woord van de Heere moeten we nagaan welke lessen er in staan voor ons. Dus we worden niet slechts stilgehouden bij een stuk historie uit verleden dagen. Nu is er nog een zaak waaraan dient gedacht te worden: Wie was Nehemia, welke plaats nam hij in en welke opdracht heeft hij ontvangen. Vandaag is dat bijzonder van betekenis. Predikanten staan zondag aan zondag op de kansel voor de gemeente. Zij hebben het woord! Historische, bijbelse personen worden belicht. Er wordt doorgegeven wat de Heere van hen heeft laten beschrijven. Nu kan er een gevaar dreigen en dat is vandaag niet ondenkbeeldig. Met de persoon, met de geschiedenis komt men naar de gemeente, wat zeker niet mag ontbreken. Maar vergeten kan worden, dat de persoon een belangrijke plaats innam in het volksleven. Denk aan Jozef, aan Mozes, aan Daniël en ook aan Nehemia. Vandaar dat een predikant niet in de eerste plaats met het Woord moet komen tot de gemeente, maar tot zichzelf. Elke predikant is toch voorganger. De toetsing aan het Woord van de Heere is eis. Wanneer het zelfonderzoek, de zelfbeproeving ontbreekt, dan kan men nog zo rechtzinnig zijn, maar men staat buiten het geestelijk leven. Onbekend is de levende relatie met de Heere. Het eigene van de persoon over wie men het heeft, mag niet onbekend zijn. Het behoort tot het levenskenmerk van een ware dienstknecht des Heeren. Het is erg als de Heere moet zeggen: gij hebt de naam dat gij leeft maar gij zijt dood. Dit gaat niet langs ’s Heeren dienaar heen. Vandaar dat het gebedsleven niet ontbreekt bij de knechten des Heeren. In de Heilige Schrift komen we dit regelmatig tegen. In het levensboek van Nehemia staat het. Het is opmerkelijk dat zijn eerste daad die beschreven wordt in zijn boek ‘bidden’ is. Aan het Perzische hof, aan een heidens hof, was hij bidder. Ootmoedig, belijdend, pleitend. Getrouw was hij in zijn werkkring, maar steeds bezig, worstelend met de Heere, Zijn Woord en Zijn volk. De voorbede onbrak niet. Hij kon zijn volk niet loslaten. En hoe het daarmee in verschillende opzichten gesteld was, weten we. Dit werd ook bemerkt, tijdens de herbouw van Jeruzalems muur. Teleurstellingen waren er. Van buitenaf en van binnenuit. Hij ondervond, dat de vijanden niet ophielden Gods werk aan te vechten. Hij werd geconfronteerd met de ontrouw van zijn eigen mensen. Zelfs de voornaamsten onder het volk lieten hem soms staan of werden ontrouw. Maar hij ging door. Niet als een Jehu, maar gedreven door de liefde tot de Heere en het heil van zijn volk. Het bouwwerk had zijn hart. Jeruzalems muur moest herrijzen. Bij de voortgang van de bouw, naar de voltooiing, werd Nehemia niet groter, maar kleiner, ootmoediger voor de Heere. Bidden en bouwen. Bouwen en bidden gingen samen. Zijn laatste woorden in zijn boek vastgelegd in het boek der eeuwen luiden aldus: Gedenk mij, mijn God ten goede. Geen optelsom vinden we na een zeer werkzaam leven. Niet zijn daden werden onderstreept. Geen zelfverheffing. Geen enkele onderstreping van dit of dat, maar een ootmoedig gebed. Kennen we het als ambtsdragers? Beginnen we steeds bij onszelf? Gedenk mij, mijn God. Het ‘mijnen’ was Nehemia niet vreemd. Het was vrucht van ’s Heeren daad. Johannes zegt: wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. De gelegde relatie door de Heere spreekt en blijkt in het leven. Heel bijzonder in het gebed. Wanneer we ons verdiepen in Nehemia’s gebed, dan bedoelt Nehemia: denkt U nog eens aan mij. Ik moet het van Uw denken aan mij hebben. Met minder kan ik niet toe en meer is niet nodig. Nehemia wist ook dat het denken des Heeren doen is. Het hart, het oog en de hand van de Heere zijn op hem gericht. Het hart van de Heere is open voor hem. Het oog van de Heere blikt in gunst en welgevallen op hem en de hand van de Heere is zegenend opgeheven over heel zijn leven. Zo te staan in het leven is God verheerlijkend. In leven en sterven zal niet ontbreken wat de Heere beloofd heeft. Wat de doorboorde handen van Christus verdiend hebben en wat Hij in de eenzaamheid op grond van Zijn verdienste van Zijn Vader afgesmeekt heeft, wordt geschonken. Broeders ambtsdragers, kennen wij het gebed van Nehemia? Staan we zo in het leven? Dan is er ook het denken aan elkaar en het bidden voor elkaar. Het strijden en bouwen met elkaar. Dan is onze kerkelijke naam van ondergeschikt belang, maar sterk leeft de bede: Uw Koninkrijk kome. Dat is: regeer ons door Uw Woord en Uw Geest. Dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar en vermeerder Uw Kerk; verstoor de werken des duivels en alle heerschappij welke zich tegen U verheft, mitsgaders alle boze raadslagen die tegen Uw heilig Woord bedacht worden totdat de volkomenheid Uws rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen. Zo zij het!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

EEN LEVENSKENMERK VAN ’S HEEREN DIENAAR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken