Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PAULUS EN DE FILIPPENZEN-21

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PAULUS EN DE FILIPPENZEN-21

8 minuten leestijd

“Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf. Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is. Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was” (Fil. 2:3-5).

Paulus heeft de Filippenzen opgeroepen de eenheid te zoeken en te bewaren. Daartoe hebben ze nodig ware ootmoed en zelfverloochening. Dat is de intentie van de verzen 3 en 4 van hoofdstuk 2 van zijn brief. We zouden nog zien wat daarvan de praktische consequenties zijn. Of, enigszins anders benaderd, welke de gevaren zijn die de eenheid binnen de gemeente bedreigen.

De eerste willen zijn

In de gemeente mag niets gedaan worden door twisting of ijdele eer.

Waarom niet? Wel, zodra er iemand is die zich laat leiden door verkeerde ambities en eigen eer is er een ernstige bedreiging van de eenheid. We zien dat geillustreerd in de geschiedenis van de twee zonen van Zebedeüs, Jacobus en Johannes (Matt. 20:20vv.) Hun moeder komt een keer met haar twee zoons bij Jezus met het verzoek dat die zoons allebei plaatsen van eer en onderscheiding en gezag zullen mogen ontvangen. Met dat verzoek van hun moeder zijn de zoons het ongetwijfeld helemaal eens geweest. Maar Jezus antwoordt afwijzend. En dan blijkt dat dit antwoord ook de andere discipelen te denken heeft gegeven. Ze worden immers boos en ze nemen het de twee broers uiterst kwalijk, dat ze zo’n verzoek hebben durven doen.

Vóór die tijd was er eensgezindheid. Maar toen een vleselijke zucht naar roem aan het woord kwam was de eenheid gebroken. En dan moet Jezus hen laten weten dat ze eigenlijk allemaal denken volgens het schema van de wereld; dat wil zeggen: in termen van aardse grootheid en macht. In het Koninkrijk van Christus liggen de dingen echter geheel anders. Daar geldt de wet dat degene die de eerste wil zijn moet beginnen met de ander te dienen (als een slaaf). De noden van anderen verdienen voorrang te krijgen boven die van onszelf. Jezus Zelf is hiervan het sprekende voorbeeld: Matt. 20:28: Hij kwam om te dienen en niet om gediend te worden.

In dit licht bezien moeten we zeggen dat in de kerk alles wat met het zoeken van invloed te maken heeft en het streven naar belangrijke (?) posities, veroordeeld is. Daar past niet wat we in de wereld vinden: Gelobby, diplomatie, e.d. En toch.... hoe vaak komt het niet voor? Helaas, ook in de gemeente treffen we ‘wereldse’methoden aan.

Ook Johannes constateerde in zijn dagen dit kwaad. In 3 Joh.:9 schrijft hij over Diotrefes, die zoekt de eerste te zijn. En in dat eerzuchtige streven gaat hij zelfs zover de deur voor anderen te sluiten. Zelfs Johannes krijgt geen toegang meer. Diotrefes zoekt alleen zichzelf en hij maakt van de gemeente een platform voor zelfpro-motie. En het resultaat is natuurlijk dat de eenheid stuk is. Als waarschuwing staat het beschreven. Mensen zoals deze Diotrefes kunnen altijd en overal de kop opsteken!

Maar er staat toch dat hij die een opzienersambt begeert een treffelijk werk begeert? (1 Tim. 3:1). Inderdaad, maar laat dan het accent op het woordje ‘werk’ vallen. Een werk waarin het steeds weer gaat om zelfverloochening en om geven. Niet om de eervolle positie! Niet om het aanzien dat het ambt meebrengt. Laten we daarom voorzichtig zijn met wat we in de kerk najagen.

Of gebeuren deze dingen onder ons niet? Zeg niet te snel ‘nee’. En, als het inderdaad niet gebeurt, dan geldt: Die meent te staan zie toe dat hij niet valle.

Het beter denken te weten

Volgens Christus’instelling zijn er in elke gemeente ouderlingen en diakenen. Met dat als uitgangspunt heeft Paulus zijn brief aan de Filippenzen geschreven (1:1). Die ouderlingen en diakenen hebben van Christuswege opdracht om de gemeente leiding te geven. Zij dragen verantwoordelijkheid op geestelijk en materieel gebied. Maar bij het uitvoeren van hun taak kunnen ze niet eigenmachtig te werk gaan. Zij zijn geen autonoom lichaam, waar de gemeente helemaal ondergeschikt aan is. Integendeel, de ouderlingen en diakenen worden bij hun werk door de gemeente gecontroleerd.

Maar dat geeft niemand in de gemeente het recht om overal rond te bazuinen dat hij of zij het met de kerkenraad en zijn beleid oneens is en dat door die kerkenraad genomen besluiten hem of haar niet aanstaan. Gebeurt dat dan? Laten we niet net doen alsof we onnozel zijn. Hoe komt het dat er op de zogenaamde ledenvergaderingen in verschillende gemeenten soms zo’n onaangename sfeer hangt? Hoe komt het dat er kerkenraden zijn die tegen zo’n ledenvergadering opzien?

O ja, ik geef onmiddellijk toe, dat het ook door kerkenraden in de hand gewerkt kan worden. Soms wordt er hopeloos dom en onverantwoordelijk gehandeld. Soms wordt er heerschappij gevoerd over het erfdeel des Heeren, alsof een kerkenraad met de gemeente maar alles mag doen. Soms kan een kerkenraad ook absoluut geen kritiek verdragen en meent hij daar boven verheven te zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de predikanten. Ik wil hier niet over collega’s schrijven, maar de werkelijkheid valt niet te ontkennen dat ook zij soms de oorzaak zijn van een breuk in de eenheid binnen de gemeente. Hetzij door heerszuchtig of door eigenmachtig of door partijdig of door ondoordacht optreden, of door helemaal nooit op te treden.

Maar nog afgedacht van wat er eventueel aan de kant van kerkenraden of predikanten fout gaat, het komt ook voor - vergis ik mij als ik zeg dat het nu zelfs vaker voorkomt dan een twintigtal jaren geleden? - dat gemeenteleden het veel beter denken te weten dan degenen die van Godswege tot leiding geven geroepen zijn. En niet zelden zijn het dan ook nog jonge en onervaren gemeenteleden die het zo goed denken te weten en soms erg arrogant denken te mogen spreken... Maar dit is wel helemaal in strijd met Paulus’vermaan. En het breekt de eenheid binnen de gemeente stuk.

Misbruik maken van christelijke vrijheid

Er zijn mensen die zich beroepen op de christelijke vrijheid. Op zich is dat bijbels. Er bestaat immers zoiets als wat we ‘christelijke vrijheid’ noemen. Maar wat verstaan we er onder? En wat zijn de grenzen van die vrijheid? Betekent de christelijke vrijheid, dat we alleen maar met onszelf te rade behoeven te gaan en dat de mening en de gevoelens van anderen in de gemeente er niets te doen? Als we die indruk hebben dan hebben we blijkbaar nog nooit goed gelezen wat Gods Woord ons over deze dingen te zeggen heeft.

Zulke mensen komen we echter wel tegen. Mensen die er van overtuigd zijn dat ze bepaalde dingen ongestraft kunnen en mogen doen, want er zit naar hun inzicht geen enkel kwaad in. Waar ze echter geen rekening mee houden is de vraag of ze er anderen aanstoot mee geven en hen zelfs tot zonde brengen. Dan ontaardt de christelijke vrijheid. Het gebruik ervan mag nooit zover gaan dat het wordt een heersen over het geweten van anderen of het ongevoelig zijn voor de gevoelens van anderen. Paulus heeft het gevaar daarvan gezien en daarom schreef hij er zo uitvoerig over in b.v. Rom. 14 en 15. Trouwens ook in 1 Cor. 11:31 vv. Paulus zou zelf wel zover willen gaan dat hij zijn christelijke vrijheid inlevert als hij op die manier kan voorkomen dat hij zijn broeder ergert. Het gaat er binnen de eenheid in de gemeente toch om dat we de ander behagen?

Er zijn meer dingen te noemen die de beleving van de eenheid bedreigen en onmogelijk maken. Daar waar men ervaring met zo’n trieste situatie heeft zal men gemakkelijk nog andere zaken kunnen noemen. Maar zoveel is intussen wel duidelijk dat de vermaning van Paulus aan het adres van de Filippenzen nog niets van zijn betekenis verloren heeft.

Duidelijk is overigens ook dat deze oproep tot ootmoed en zelfverloochening in deze tijd helemaal niet meer past. Een van de modewoorden van onze tijd is immers: zelfverwerkelijking. Dat gedachte is: Ik heb recht op een eigen persoonlijkheid; ik moet mezelf kunnen wezen. Dat deze visie voortvloeit uit een volledig uit de hand gelopen streven naar individualisering, is duidelijk, leder moet immers het recht hebben om zelf te bepalen wat hij of zij wil of niet wil. De mens moet kunnen doen wat hij wil. Het is mijn lichaam; het gaat om mijn leven. Niets wordt nagelaten om dit te benadrukken. Alle nadruk valt op ‘mijn’.

Wat Paulus hier zegt gaat daar lijnrecht tegenin. Het belang van anderen dient mijn eigen belang te overstijgen. Dat is dan wel een radicaal andere boodschap dan de boodschap die we lezen op onze reclameborden en advertentiecampagnes en die we voorgeschoteld krijgen in de media. Geen wonder dat het Evangelie de stroom fors tegen heeft vandaag.

De praktijk laat nu jammer genoeg zien, dat de mentaliteit van vele kerkmensen ondertussen voor een groot deel mede bepaald is door dit moderne denken. Daardoor worden de vermaningen van Paulus veelal genegeerd. En dat verklaart weer de vele conflicten, ook binnen gemeenten. Want, vergis u niet, ook binnen onze gemeenten is de geest van individualisme ver binnen gedrongen.

Maar, hoe geheel anders behoort het in de kerk te zijn. “Dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus is”. Wat is dat gevoelen dan?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 september 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PAULUS EN DE FILIPPENZEN-21

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 september 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken