Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

POSITIEBEPALING T.A.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (7, SLOT)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

POSITIEBEPALING T.A.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (7, SLOT)

8 minuten leestijd

Prediking en kerkelijke eenheid

Wij geloven dat bij alle legitieme verscheidenheid die de kerk de eeuwen door en wereldwijd eigen is geweest en die met haar katholiciteit (algemeenheid, universaliteit) gegeven is, haar ware eenheid vooral bestaat in het overeenstemmen in de waarheid. Wanneer de apostel Paulus in Efeze 4:4-6 over de Kerk als het ene lichaam van Christus spreekt, die door één Geest geleid en door de liefde als de band der volmaaktheid bijeengehouden wordt, dan noemt hij voorts „één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen.” Het “ene geloof” betekent dan niet zozeer het belevingsaspect van de verhouding tot de Heere als wel de geloofs inhoud.

Het is Calvijn geweest die stelde dat alleen Gods waarheid de band van de eenheid kan zijn.

Hier verwijs ik naar de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek van Van Genderen en Velema, blz. 644. Daar wordt in verband met de eenheid der kerk de stelling van de Geneefse reformator geciteerd dat de gemeenschap der kerk door twee banden samengehouden wordt, nl. door de eenstemmigheid in de gezonde leer en door de broederlijke liefde.

Je zou de gezonde leer kunnen vergelijken met goede bouwstenen en de liefde met cement. Met enkel stenen van de beste kwaliteit of met alleen cement bouw je geen huis. Beide zijn nodig.

Je kunt het eens zijn over de leer, maar die onbewogen en liefdeloos preken, aanhoren en verdedigen; dan heb je een dode rechtzinnigheid, een kerk als een geraamte zonder vlees en zonder ziel.

Dus dienen wij altijd met hoofd en hart de rechte leer der zaligheid te bewaren. De waarheid van het Evangelie betreft immers ook het ondoorgrondelijke geheim van Gods liefde in Christus voor verloren zondaren, verklaarde vijanden als wij van nature zijn! Deze boodschap liefdeloos brengen en vasthouden is zoveel als verloochenen, alle rechtzinnigheid ten spijt. Laten we dit in alle samenspreken, ook met Vrijgemaakten, ons wel realiseren.

Niets van het ons toebetrouwde pand loslaten, niet wat “geven en nemen” ter wille van kerkelijke eenheid, is dan geen starheid, maar eis van de liefde tot de gezonde woorden van het Evangelie. Alle samenspreken en toenadering zoeken zonder liefde tot de waarheid is vruchteloos. Het is de liefde die de waarheid zegt (vgl. Efeze 4:15). Op deze manier geeft het geen verwijdering wanneer we elkaar aanspreken op wat naar Schrift en belijdenis is. Het getuigt niet van liefde om gevoelig liggende verschillen te verzwijgen. We helpen en dienen elkaar alleen door geduldig naar elkaar te luisteren en te zeggen wat voor ons onopgeefbaar is. De liefde concentreert zich dan op wat wezenlijk is en waarin overeenstemming moet zijn, willen we tot kerkelijke eenheid komen.

Wie zijn Gods kinderen?

Onze kerken hebben als historische bestaansreden onder andere een afwijkende opvatting over de wedergeboorte in de Gereformeerde kerken aan het eind van de 19e eeuw. Kernvraag daarbij is die naar het kindschap van God. Een zeer wezenlijke vraag! Het antwoord daarop is bepalend voor het al of niet geestelijk met elkaar verbonden zijn. Het is het werk van de Heilige Geest om toe te eigenen wat in de beloften van het gena-deverbond is geschonken. Alleen, en ook allen, die door de Geest Gods geleid worden zijn kinderen Gods (Rom. 8:14).

De Heere Jezus heeft het zielsmislei-dende redeneergeloof van de Joden aangewezen, die vanzelfsprekend Abraham hun vader noemden en in het verlengde daarvan ook God als hun Vader claimden (Joh. 8:39, 41). Ze trokken conclusies uit hun afstamming en uit het verbondsteken. Zo kun je ook nu het bij de kerk behoren en in het verbond begrepen zijn en gedoopt zijn en het niet in ergerlijke zonden leven als afdoende garantie beschouwen van het delen in het heil van Christus. De Heere Jezus is in dit gesprek met zijn tijdgenoten heel scherp en zegt dat zij de duivel tot vader hebben. Ze horen Hem niet omdat Hij ze de waarheid zegt! De waarheid van zonde en genade maakt scheiding. Alleen wie uit God geboren is, hoort de woorden Gods (vers 47).

De ontstaansreden van onze kerken heeft nog altijd bestaansrecht. Niet dat in de Geformeerde Kerken vrijgemaakt de veronderstelde wedergeboorte of het veronderstelde geloof gepreekt wordt. Deze kerken zijn juist ontstaan uit een “nee” tegen deze Kuyperiaanse idee. Maar anderzijds moet wel gezegd worden dat in nogal wat Vrijgemaakte preken deze taaie gedachte wel ruimte krijgt vanwege een gemeentebeschouwing die in principe alleen maar gelovigen kent. Of anders gezegd: deze dwaling wordt weinig of niet weersproken door te wijzen op de doodstaat van de mens en de noodzaak van wedergeboorte en bekering.

In de prediking dient uit te komen wat Paulus zegt in Rom. 9:6: „Want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn.” Misschien ligt onze moeite met een groot deel van de prediking in de Vrijgemaakte kerken meer in wat niet gezegd wordt. Daarmee is het verschil niet minder groot.

Gave en opgave

Bij alle moeite die het zoeken van elkaar als kerken van gereformeerd belijden meebrengt, is het van belang te bedenken wat we van de Kerk mogen geloven: Zij is van Christus en is onaantastbaar, vast gefundeerd. „Evenwel, het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen die Zijne zijn; en: een iegelijk die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid” ( 2 Tim. 2:19). In Christus als het Hoofd van de gemeente horen allen die Hem toebehoren bij elkaar. Die eenheid in Christus is een gave van God en wezenlijk voorde Kerk. .

De Kerk is Gods volk dat Hij ten eeuwigen leven heeft uitverkoren, de vergadering van alle ware christgelo-vigen (Zondag 21 H.C./art. 27 N.G.B.). Tevens is het zaak en roeping om Christus’ Naam niet lichtvaardig te gebruiken en je niet ongegrond bij Hem te rekenen.

Het ware geloof van Gods kinderen draagt vrucht. Het omhelst Christus, keert zich af van de zonde en zal door de liefde werken. Het zoekt de eenheid van allen die Gods Naam ootmoedig vrezen en leven naar Zijn goddelijk bevel, dwars door/over kerkmuren heen. Dan zullen die muren op den duur als vanzelf verdwijnen. Maar het ware geloof zal niet alleen de eenheid zoeken, het wordt daartoe ook geroepen; het is Gods opdracht (Efeze 4:3). Dan mag het niet bij geestelijke eenheid alleen blijven.

Alleen waar de ware eenheid in de waarheid gevonden en beleefd wordt, zullen christenen als broeders van hetzelfde huis samenwonen, omdat de liefde van Christus hen daartoe dringt.

Het is de eer van de hemelse Bruidegom, dat Zijn bruidsgemeente ook daarin rein is, dat ze één is.

Grenzen

Ten slotte wijzen we op wat de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek noemt de grenzen van de bijbelse eenheid. De Schrift noemt voorbeelden van mensen die van de waarheid afgeweken zijn (2 Tim. 2:18 en 1 Joh. 2:19) . Er is alle reden om te bidden dat de Heere bijeenbrengt wat bijeen hoort. Dat is nog wat anders dan een geforceerd samen-op-weg-gebeuren. Ik citeer: „De eenheid mag niet ten koste van de waarheid gaan. De ware eenheid is de eenheid in de waarheid. Het is de eenheid waarvan het Woord van God de norm is” (blz. 645).

De grenzen van de waarheid hebben we in acht te nemen en te bewaken. Maar ook in een andere zin stuiten we op grenzen: die van ons kennen. Dat is ten dele (1 Cor. 13:9). Ook ons kennen van de ander en van wat die ander ten diepste beweegt. Laten we onderscheiden tussen wat anderen zeggen/leren en hun persoon. Dan kunnen we opvattingen afwijzen en de persoon die ze aanhangt liefhebben. Laten we bedenken dat velen zo denken omdat ze dat geleerd hebben. Onze roeping is dan om „door onderwijzing hen die dwalen te brengen in het rechte spoor.” En niet minder om ook zelf voor bijbelse correcties open te staan.

Geen grenzen

Er zijn echter geen grenzen aan Jezus’ macht! „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” „Ik ben met ulie-den, al de dagen, tot de voleinding der wereld.” Laten we, ook in het elkaar aanspreken op Gods Woord, en in de moeite van het elkaar vinden, en in het gescheiden optrekken, grote en goede gedachten van Christus hebben. Hij is de Koning der Kerk In Hem is de Kerk reeds één. Maar het is tot eer van de Koning dat ze ook al meer zal worden wat ze is. De Bijbel besluit met een ernstige waarschuwing: om niet af te doen van of toe te doen aan het profetische Woord. Vanwege de eer van de Bruidegom. Hij komt. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort zegge: Kom! Als Hij komt, hebben wij dan Zijn Woord bewaard? Want in hen is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden (1 Joh. 2:5).

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

POSITIEBEPALING T.A.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (7, SLOT)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken