Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PAULUS’ ROEM IN HET KRUIS VAN CHRISTUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PAULUS’ ROEM IN HET KRUIS VAN CHRISTUS

Een samenvatting van het gesprokene op 14 september 2002 te Urk

10 minuten leestijd

“Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus...”

1 de aanleiding van zijn roem

We treffen onze tekst aan in het slot van Paulus’ brief aan de gemeenten in Galatië. De apostel is in deze brief uiterst scherp. Daar heeft hij reden voor. Hij heeft het over valse leraars en valse apostelen. Het zijn mensen die werelds bezig zijn. Nee, niet naar de wereld van de Grieken of de Romeinen, maar naar de wereld van de Joden. Ze willen een schoon gelaat tonen [6:12] aan de joodse godsdienstige wereld. “Het is prima dat u in de Heere Jezus gelooft. En het is goed dat u Zijn kruis erkent”, zo zeggen ze. “Maar dat is niet het enige. U moet ook de wetten van Mozes onderhouden. U moet zich in ieder geval laten besnijden. Want dat voorschrift geldt nog!”.

Tegen die geluiden toornt de apostel. Hij ontmaskert de bedoeling van die leraars. Hij zegt: dat doen ze alleen om het vlees te strelen. En in een goed blaadje te blijven bij de Joden. Het gaat ze alleen om een goede naam van zichzelf. En om de vervolgingen te ontgaan. Maar ondertussen, zo zegt de apostel, is deze eis niet minder dan een terugkeer naar het leven uit de wet. Hier staat de zaligheid van een zondaar, hier staat de eer van God, hier staat de erkenning van Christus als de enige Middelaar op het spel. Vandaar deze scherpe woorden van Paulus. Die predikers willen de gemeenten aftrekken van het evangelie van het kruis.

Maar de apostel Paulus wijst het allemaal af. Hij kent een andere roem: “Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus...” Al het andere is bij de Heere van generlei waarde. Ja, het is zelfs een sta-in-de-weg bij Hem. Het enige wat voor God geldt, is dat we als een zondaar gered zijn door het kruis van Christus!

U zult het met deze woorden van de apostel wel eens zijn. Maar, let op!, zo vanzelfsprekend is dat niet. Dat was het aanvankelijk ook in het leven van de apostel niet. Paulus, hij kende ook de verleiding van andere roem. Er was veel waarin de apostel roemen kon. Hij geeft daarvan in zijn brief aan de Filippenzen ook een opsomming. Als er iemand is die op het vlees betrouwen kan - Paulus nog meer! “Besneden ten achtsten dage. Uit het geslacht van Israel, van de stam van Benjamin, een Hebreër uit de Hebreën, naar de wet een farizeer. naar de rechtvaardigheid die naar de Wet is, zijnde onberispelijk...” Dat was Paulus! Een voorbeeld in alles. Roemen kon hij in zijn godsdienst van ijveren plichten en wetsbetrachting... Me dunkt, er is niemand onder ons die daaraan tippen kan! En wat denkt u - wat kon hij bidden, die Saulus. Ontroerend en indrukwekkend!

En toen kwam God in zijn leven. Christus ontmoette hem op de weg naar Damascus. Toen werd het alles anders. Hij kon maar twee dingen meer vragen: “Wie zijt gij, Heere?” En: “Wat wilt Gij dat ik doen zal?” Hij moest alles inleveren. Heel zijn afkomst. Heel zijn staat van dienst. Heel zijn ijver & inzet. Want toen was Christus hem te sterk geworden. Christus in het gewaad van Zijn wet. Christus die Zijn leven doorgloeide met de ontmaskerende vlam van het alles-ontdekkende licht.

Toen schrompelde heel die roem van Saulus in elkaar. Er bleef niets van over! Toen was hij alleen nog maar een verloren mens voor God. Die daar ook werkelijk verloren lag. Toen was al zijn gerechtigheid hem een weg-werpelijk kleed. Want wie werkelijk voor de spiegel van Gods heilige Wet wordt gesteld, die sterft aan al zijn verdiensten. En aan al zijn roem.

En nu het wonder. Christus was hem niet ontmoet om hem te doden. Maar om hem levend te maken. Hij heeft hem getrokken met koorden van goedertierenheid. Dat betekent niet dat het er dan pijnloos aan toe gaat. Integendeel. Blind ging Saulus naar Damascus. En blind zat hij daar. Wat heeft hij gesmeekt. “En zie, hij bidt”, zegt de Heere tot Ananias. Een verloren mens, een hopeloos, een hulpeloos, een reddeloos verloren mens. Maar in het leven van die verloren Saulus gaat de Heere nu wonderen doen. In deze zelfde Galatenbrief heeft de apostel het verhaald: “Toen heeft het Gode behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren” [1:16]. Toen zijn er twee dingen gebeurd. Toen heeft God in Christus Zich aan de ziel van Saulus geopenbaard. Nee, nu niet meer in het gewaad van de Wet, met het scherpe zwaard in de hand. Maar nu met het liefelijke Evangelie. En toen heeft Saulus iets gedaan wat hij nog nooit gedaan had. Toen is hij die Christus toegevallen. Toen heeft hij in Hem geloofd. Zoals McCheyne het zingt: “Ik boog me. En geloofde. En mijn God sprak mij vrij!”

Toen was al die vorige roem van Saulus tot niets geworden. Nee, nog minder dan niets. Schade & drek..., vuilnis, bestemd voor de ashoop. En meer niet! “... opdat ik Christus moge gewinnen...”. Sindsdien is het zijn begeerte alleen in het kruis van Christus te roemen! “Het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van de Heere Jezus Christus!”

2.de inhoud van zijn roem

De apostel wenst dus in niets anders te roemen dan het kruis van de Heere Jezus Christus. Zijn kruis... Weliswaar heeft de Heere Jezus gedurende Zijn hele leven op aarde geleden. Maar van dat lijden is met name het kruis het centrum. Het kruis wijst op het hart van het Evangelie. “Opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis zou verlossen en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven zou verwerven”, zegt de Catechismus.

Zonder Zijn kruis was de komst van Christus tevergeefs geweest. En was heel Zijn weg tevergeefs geweest. Zonder kruis was de Heere Jezus niet opgestaan en was Hij niet ten hemel gevaren. Het kruis is het centrum van de Borgtochtelijke arbeid van Christus. Het kruis is het symbool, het is het hart van het Evangelie van vrije genade. Zonder kruis is er geen vrede met God.

Aan het kruis heeft de heilige God de zonde gestraft aan Zijn lieve Zoon. Zelfs Hij moest onder dat recht door. Daar zien we wat de zonde teweeggebracht heeft: schande, vloek, toorn, verlating van God... Hij die er aan hing, is door Zijn Vader tot zonde gemaakt. En daar zien we wat er gebeurt wanneer de straf op de zonde tot gelding wordt gebracht. Wat het is: onder de vloek van God gebracht te zijn. Het is de volkomen verlating van de Heere en van Zijn vriendelijk aangezicht. En waar God wijkt, daar komen de duivels te voorschijn. Daar aan het kruis heeft Christus de helse angsten en smarten doorleden. Maar aan datzelfde kruis heeft Hij ook de satan overwonnen. Daar heeft het tenslotte geklonken: “Het is volbracht!”

Wat blijkt aan het kruis? De onaantastbaarheid van Gods deugden en de onkreukbaarheid van Zijn recht. Daar blijkt dat God de zonden bezoekt! Dat er genoegdoening moet zijn. Aan datzelfde kruis blijkt ook Gods liefde tot een verloren wereld. Zo lief zelfs, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon van Zijn hart heeft gescheurd. En Hem heeft overgegeven tot in de dood. Wat blijkt nog meer aan het kruis? De gewilligheid van Christus... Hij die het geen roof behoefde te achten Gode even gelijk te zijn, Hij heeft Zichzelf vernederd. Tot in de schande van het kruis. Het kruis van Christus predikt het: de Zoon van God die is nederge-komen, Hij is een gewillige Zaligmaker. In staat en bereid om zondaren zalig te maken. Al is het de voornaamste. “Zoals ik...”, zegt de Paulus. Is het dan een wonder dat de apostel het schrijft: “Roemen zal ik niet. Nergens anders in dan in het kruis van de Heere Jezus Christus!” Want het kruis toont mij de schrille werkelijkheid van de zonde, het toont mij ook de verhevenheid van Gods deugden. En het toont mij tegelijkertijd de genade en de gewilligheid van de Drie-enige God om zondaren zalig te maken! Dat is de prediking van het kruis!

Daarom zal er zonder het kruis geen vrede met God zijn! Daarom kan ook niet één zondaar langs het kruis heen. Niet langs het kruis heen opdat Gods gerechtigheid genoeg gedaan wordt. En niet om het kruis heen om vrede met God te verkrijgen! De heilige God gaat om het kruis niet heen. Zelfs niet toen het Zijn lieve Zoon betrof. Maar daarom kunnen wij ook om het kruis niet heen.

Beseft u wat dat betekent? Als het nu zo ligt, dat dit de weg is die de Heere heeft aangewezen. De weg die Hij in Zijn raad heeft besloten - betaling alleen via het kruis, genoegdoening alleen via het kruis, vrede alleen via het kruis - dan betekent het dat van mij alles er aan moet. Want de weg via het kruis is een weg waarin ik geen enkele roem overhoud! De weg van het kruis - het is de weg waarin het duidelijk wordt dat het de Heere ernst is met Zijn heilig recht. En dat het Hem ernst is met het gewicht van de zonde. En - dat het Hem ernst is met Zijn Zoon als de enige Middelaar tussen God en mensen. Want Hij heeft Hem Zelf aangewezen en gezalfd tot de Priester, Wiens bediening in het heiligdom de heilige God behaagde. De weg van het kruis is de weg, waarin getoond wordt dat het de Heere ernst is met de zaligheid van Zijn Kerk. Want het welbehagen van God zal door de hand van Christus - door de hand van Christus aan het kruis -gelukkiglijk voortgaan. Zo alleen!

Mag ik deze Zaligmaker u aanprijzen? Toen de slangen in de woestijn er velen de dood in dreigden te slepen, toen kreeg Mozes de opdracht een koperen slang te maken. Hij verhoogde hem in de woestijn. Hij wees hem aan. En hij prees hem aan. Als het middel - het enige middel! - tot behoud. Opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verloren zou gaan, maar het eeuwige leven zou ontvangen.

Mag ik Hem zo bij u aanprijzen?! Bent u een schuldige bij God, een gevonniste, een vloekdrager, een doemwaardige, een aangevochtene, een ongetrooste? Ziet, hier is uw Godi Dit is een goede boodschap. Dit is een boodschap van zaligheid. Hier is hulp voor hulpelozen, hier is redding voor reddelozen: Ziet, hier is uw God. Hier is Uw Zaligmaker!

Wie u ook bent, zult u met niets minder tevreden zijn dan met deze Christus?! Met de waarachtige kennis van Hem. Met de geborgenheid in Hem. Want het is alleen door Zijn kruisverdienste dat Gods gramschap is geblust. Dat Zijn grimmigheid is gestild. Dat er vrede wordt verkondigd. En dat het recht van God genoegdoening heeft ontvangen. Door het kruis van Christus alleen. Maar dan ook door dat kruis helemaal. Want de Heere straft de zonde niet tweemaal. En wie door het ware geloof deel heeft ontvangen aan de gerechtigheid van het kruis, hem of haar geldt het: “De schuld Uws volks hebt Ge uit uw boek gedaan. Ook ziet Ge geen van hunne zonden aan!” Dan zal de Heere in mijn leven ook zoveel arm-makende genade schenken dat ik telkens weer daar terecht moet komen. Bij het kruis van Christus. Opdat het in mijn leven niet slechts eenmaal maar telkens gelden zal: “Het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van de Heere Jezus Christus...”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PAULUS’ ROEM IN HET KRUIS VAN CHRISTUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken