Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN OPVALLENDE ZAAK- 4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN OPVALLENDE ZAAK- 4

4 minuten leestijd

Na de instellingswoorden wordt in het formulier uiteengezet hoe we op de juiste wijze avondmaal behoren te vieren. Daarop achtte geven is noodzakelijk gelijk we ook de passages die volgen goed op ons moeten laten inwerken. Wanneer gesproken wordt over zelfbeproeving, wordt er gezegd wat de apostel Paulus belijdt. Laten we opletten. In 1 Cor. 11 zegt hij niet: de mens beproeve zichzelf of hij van dit brood eten zal of niet. Maar de mens beproeve zichzelf en ete alzo van dit brood en drinke van de drinkbeker. Het doel van de zelfbeproeving is niet om van de tafel des Heeren af te houden, maar daar naar toe te leiden. Maar dan op de rechte wijze. Pastoraal, echt geestelijk moet het onderwijs zijn. We worden daar direct al op gewezen wanneer we het woord “troost” lezen. Welk een bekend woord wordt gebruikt. We komen het tegen in zondag 1 en in het doopsformulier. We dienen echter wel te beseffen wat het betekent en waarvan het spreekt. Troost houdt bemoediging in bij verdriet of pijn. Het geeft vertroosting, opbeuring. Houvast voor leven en sterven. Dus de avondmaalganger(ster) heeft kennis aan droefheid. In het Woord van de Heere komen we het veel tegen. De Heilige Geest geeft kennis van de Heere en zichzelf en die kennis blijft niet beperkt tot een bepaalde periode in het leven. Men komt nimmer droefheid te boven. Eenmaal zal de Heere alle tranen, elke traan van de ogen afwissen. Maar in het leven geeft de Heere troost. De bedroefden worden gesterkt en versterkt. Vandaar ook dat de harten gericht behoren te zijn op de zaak waartoe de Heere Christus het avondmaal heef ingesteld, namelijk tot Zijn gedachtenis. Voor een vruchtbare viering van het heilig avondmaal zijn deze twee zaken noodzakelijk: zelfbeproeving en inzicht in de betekenis en het doel van de avondmaalsviering. Dit mag niet vergeten worden. In prediking en pastoraat moet dit spreken. Of daar steeds aan gedacht wordt en naar gehandeld wordt is een open vraag. Waar nu verder in het formulier op ingegaan wordt is volop bijbels en daarom dient er bij geleefd te worden. Er wordt gesteld: de waarachtige beproeving bestaat in drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. De drie genoemde stukken komen we ook tegen in zondag 1 van onze Heidelbergse Catechismus alsook in ons doopsformulier. Er wordt in het laatste formulier een korte samenvatting gegeven en zo wordt gewezen op de drie stukken. We lezen immers dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn. Vervolgens betuigt en verzegelt ons de doop de afwassing der zonden door Jezus Christus. En in de derde plaats is er de vermaning en verplichting tot een nieuwe gehoorzaamheid. Het is niet toevallig dat in de gereformeerde liturgie verband gelegd wordt met de gereformeerde prediking, waarvan de leerinhoud is de enige troost in leven en sterven. Bij een getrooste avondmaalsviering kunnen we de drie stukken niet missen. Ze behoren tot het leven van een christen. Immers de drie stukken verwoorden wat waarachtig schriftuurlijk geloofsleven is. We lezen het ondermeer in Psalm 130. Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat; Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. En waar wijst de apostel niet op in de Romeinenbrief? Dus hebben we het niet over een tijdgebonden zaak, of een dogmatische gedachte van een theoloog. Het is niet te scherp gezegd, wanneer gesteld wordt, dat men geen christen is, wanneer men praktisch niets van deze stukken in het leven kent. Men kan avondmaal vieren, maar de Heere zal zeggen: Ik heb u niet gekend. Mijn werk is niet in u. Hoe ontzettend is dat. Maar zijn het bekende zaken dan doet het veel. Iemand zei: Het is het element waarin een christen alleen maar leven kan. Nu moeten we nog aan één zaak denken. De stukken zijn niet geheel aparte delen, die we stuk voor stuk krijgen af te werken, maar het zijn de metgezellen van de christen op de levensweg. De Heere geeft verdieping van inzicht in deze drie stukken. En zo blijft het tot het einde van het leven: Ellende, verlossing en dankbaarheid. Eenmaal komt de algehele bevrijding van de ellende. Het voortdurende delen in de verlossing. Het dankbaar leven in eeuwigheid. Verstaan we het?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

EEN OPVALLENDE ZAAK- 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken