Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SLIEDRECHT- BEVESTIGING EN INTREDE DS. A. V.D. ZWAN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

SLIEDRECHT- BEVESTIGING EN INTREDE DS. A. V.D. ZWAN

11 minuten leestijd

De bevestiging werd verricht door ds. J.P. Boiten, predikant van de Chr. Geref. Kerk Beth-El te Sliedrecht. De tekst hiervoor was 1 Cor. 1:21b “Zo heeft het Gode behaagd, door de prediking zalig te maken die geloven.” Het prediken van het Woord is wezenlijk voor een dienaar des Woords en is het van God gegeven heilsmiddel.

Thema van de bevestigingspreek:

DE PREDIKING VAN HET WOORD

1 de bron voor die prediking

2 het karakter van die prediking

3 de vrucht op die prediking

Preken is niet door een mens of door een kerk ingesteld. Prediking vloeit voort uit het welbehagen Gods. Het is Gods wijsheid dat er gepredikt wordt. 1 Cor.1:21 spreekt over de wijsheid Gods in de schepping. Maar de gevallen mens misbruikt deze wijsheid, het leidt hem niet tot bekering. De gevallen mens zoekt op een aardse manier naar geluk en zaligheid. “Want nademaal in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend.” Het verstand is verduisterd. De ware Godskennis wordt niet gevonden. Dan moet er straf volgen en overgave aan ongeloof. Maar nu is het wonder dat de Heere door de dwaasheid der prediking gaat zalig maken. De bron daarvan is het welbehagen van God. De wereld is het waard verstoten te worden, toch gaat de Heere zondaren zalig maken, leder die bekeerd mag worden schrijft dat niet toe aan iets van zichzelf. De Dordtse Leerregels beschrijven terecht de verkiezing als de fontein van alle goed. Waarom dient er gepreekt te worden? Omdat God het wil. Anders zou ieder verloren blijven liggen in waanwijsheid. Het is een voorrecht prediker te zijn. Een prediker dient geen mensen te behagen, maar staat in dienst van God. Het woord “welbehagen” maakt een predikant nederig en ootmoedig: hij kan zelf niemand bekeren. Aan de andere zijde geeft het ook vrijmoedigheid: het gaat immers niet om de zaak van de prediker, maar om Gods zaak. Predikant en gemeente mogen het van het welbehagen verwachten. In de gemeente van Corinthe was vleselijke verdeeldheid De een was voor Cefas, de ander voor Paulus en weer een ander voor Apollos. Dit worde onder ons niet gevonden. In vers 19 staat dat de Heere de wijsheid der wijzen zal doen vergaan. Paulus wil de gemeente van Corinthe naar het welbehagen brengen. Ons gebed zij dat de Heere Zijn welbehagen volvoere. Vraag niet naar een teken, een legitimatie van de mens. Predikers zijn Godsgezanten.

2. het karakter van die prediking.

De prediking is een dwaasheid voor de mens die in het vlees wil roemen. Het woord des kruises is de inhoud van de prediking. Het kruis spreekt van de vloek, wijst op de vloekdragende Borg, Die het heeft uitgeroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? De prediking van het kruis is middel tot behoud. Dat strookt niet met de opvattingen van Joden en Grieken. Het gaat anders dan mensen denken. Zalig worden gaat niet samen met behoud van ons vleselijke bestaan. Alleen door bekering is er zaligheid. Er moet plaats gemaakt worden voor Christus. Dat is het goddelijke werk van het welbehagen. Voor de Joden is de prediking van het kruis een valstrik. Zij verwachtten een aardse koning. Wie aan het kruis hangt is daarmee een valse Messias in hun ogen. Voor de Grieken was het een dwaasheid dat levensbehoud in levensverlies lag. Maar Paulus schrijft: Wij prediken Christus den Gekruisigde. Stelt u ook uw eisen die strijden met het kruisevangelie? Paulus begeert niet te voldoen aan de eisen van joodse en griekse gemeenteleden. Hun ergernis en aanstoot moeten doorbroken worden. Er dient om genade gesmeekt te worden. Zo wordt het kruisevangelie gepast. Zo wordt de Borg noodzakelijk. De predikant is in zichzelf een zondig mensenkind en onbekwaam. Hij dient geen stokpaardjes te berijden en geen prediking naar de smaak van mensen te brengen. Wanneer we alles zouden kunnen beredeneren zou de vraag gesteld kunnen worden: is het nog wel een dwaasheid? Het is dwaasheid en wijsheid: in het kruis bereikt God wat Hij wil. In het kruis geeft God Jezus, geeft Hij alles. De mens ontvangt alles.

3. de vrucht op die prediking.

De tekst zegt: die geloven. Door het geloof leert men een gepaste Borg kennen en omhelzen. De vraag kan rijzen: Hoe weet ik dat er vrucht is? Dat is hieraan te merken dat de prediking van het kruis in verlegenheid brengt. Het gaat gepaard met inleving van verlorenheid, met het smeken om genade en met het bedelaarzen. Geloven is uit handen geven, je toevertrouwen aan de Heere, aan Hem Die riep: het is volbracht. Geloven is onderwerping. Het is de belijdenis: ik moest straf krijgen, er is door Christus verlossing. Mag die vrucht gevonden worden? In de Gekruisigde wordt de liefde van God gezien. Het kruis spreekt van zondaarsliefde. Gemeente: onderwerp u aan deze prediking. Geloven is genade. In het verliezen van zichzelf ligt het hoogste winstgenot in Christus. Er kan alleen in de Heere geroemd worden. Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen. Amen.

Hierna werd het bevestigingsformulier gelezen. Na het “Ja ik, van ganser harte” volgde een persoonlijke toespraak van de bevestiger. Moge uw werk getypeerd worden door het welbehagen. Dat u moge pleiten op het welbehagen. Wat is het zalig in het verborgen te worstelen met God: Dat mijn wijsheid dwaasheid worde en Uw dwaasheid wijsheid. Dat uw vrouw u tot steun zal mogen zijn. Dat er een goede samenwerking moge zijn ook met ouderling P. de Jong. De mens valt erbuiten, het gaat om het welbehagen van God. De Heere verlene zijn zegen en de werking van de Heilige Geest. Psalm 119:17 werd gewijzigd toegezongen.

Ds. van der Zwan deed intrede met 1 Cor. 2:2 “Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” Er werd gewaagd van Gods leiding in het gaan naarTholen en Oud-Vossemeer alsook in het gaan naar Sliedrecht. De prediking van het Evangelie is het hart van de zaak. Er wordt tegenop gezien vanwege de grote kudde en het gewicht van de zaligheid. Maar er mag ook vreugde en vertrouwen zijn. De tekst van de intrede is al tweemaal eerder als intredetekst gebruikt in Sliedrecht. Het thema voor de prediking is ontleend aan een bekend versje dat als volgt luidt: Zoek Jezus vaak, zoek Jezus vroeg, wie Jezus heeft, die heeft genoeg. Thema: WIE JEZUS HEEFT, DIE HEEFT GENOEG.

1. op de kansel

De tekst is genomen uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs. De gemeente was op de tweede zendingsreis ontstaan. Corinthe was een havenstad. De prediking van Paulus droeg vrucht in de synagoge en daarbuiten onder de heidenen. Onder Gods kinderen waren niet veel aanzienlijken. We krijgen de indruk dat het een grote gemeente was met vragen en problemen. Zo zijn er parallellen te trekken met Sliedrecht. Een predikant krijgt te maken met vragen en gevaren van deze tijd. Er dreigt het gevaar dat het Evangelie word aangepast aan de eisen van de mensen, dat men probeert het Evangelie aannemelijk te maken. Maar het Evangelie is niet naar, echter wel voor de mens. Het is de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid. Het gaat immers om een vernederde Zaligmaker, het gaat om het kruis. Op die prediking zit niemand te wachten, het is voor arme bedelaars. Toch ligt daar het leven in. Het is voor de grootste der zondaren. Onze tekst klinkt heel stellig. Paulus heeft niet besloten, is er niet toe gekomen, ook niet na de teleurstellende ervaring in Athene met zijn prediking, iets aan de prediking te veranderen, de prediking aan te passen. Paulus was een ontwikkeld man, geenszins een bekrompen iemand. Paulus was een gezant van Jezus Christus. Paulus is niet te Corinthe met menselijke wijsheid of filosofische stelsels (vs.1) gekomen. Paulus begeert alleen Christus te prediken. Jezus: Hij zal Zijn volk zalig maken. Christus: Hij is Profeet, Hogepriester en Koning. Hij is met de Heilige Geest gezalfd. De Gekruisigde: Hij is de enige hoop. Het gaat niet om Paulus. Het gaat ook nu niet om een mens. Beide predikers hebben dezelfde Zender. We zijn dienaren van Jezus Christus de Gekruisigde. In de prediking dient het kruis hoog opgericht te worden. Het wapen van de Heilige Schrift dient gehanteerd te worden in de strijd met de vijanden. In de prediker is geen kracht tegen deze grote menigte. De Schrift tekent ons de wapenrusting Gods. Dan is er maar een wapen: Gods Woord. De tekst dienen we scherp en ernstig te laten staan. Er mag geen aanpassing plaats vinden. Een godsdienst buiten Christus dient afgewezen te worden: buiten Jezus is immers geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.

2. onder de kansel.

Christus te mogen kennen is genoeg. Maar niemand wacht hierop. We zijn van nature blind voor onze ellende en voor Christus. Niemand wil van genade leven. Niemand wil tot Christus komen, uit Hem leven en kruis dragen. Is het dan hopeloos? Hoe kan er dan sprake zijn van vrucht op de prediking? Het antwoord staat in vers 10: “God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest.” De eigen armoede en ellende geopenbaard en de heerlijkheid van Christus laten zien, plaats voor de Zaligmaker gemaakt in het hart. Zo komt er een rusten op het werk van de Zaligmaker. De Heilige Geest doet het. Zo hebben preken en luisteren zin. De bede zij: en dat Uw Geest mij ware wijsheid lere. Zijn er die vragen: Wilt u niet meer zeggen dan Paulus? Wanneer u dat begeert hebt u andere gedachten over Christus dan Paulus. Want Christus is de volkomen Zaligmaker, Hij brengt alles mee. Het gaat om het werk van Christus door de Heilige Geest. Met alle lek en gebrek hopen wij Christus de Gekruisigde te prediken. Dan is er verschil in leeftijd van predikers: 30 jaar, 50 jaar of 70 jaar. We hopen te prediken de volkomen Zaligmaker als Profeet, Hogepriester en Koning. Op de kansel en in de bank hebben we aan Jezus genoeg. Het bevel klinkt: zie op Hem, geloof in Hem, verwacht het van Hem. Dan is het als bij Asaf: Wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op de aarde. Amen.

Hierna volgden toespraken. Allereerst door de burgemeester. Daarna door ds. A.v.d. Weerd namens de classis. Hij verwees naar de tekst dat een getrouw gezant medicijn is. Daaronder mogen wij ook de prediker scharen. U hebt maar een wapen en dat is de Heilige Schrift. U dient een rijke Christus te prediken en een arme zondaar en hoe die aan elkaar verbonden worden. Het bloed van Christus is werkelijk medicijn. Dat de prediking zij tot verheerlijking van Gods Naam. Als laatste sprak ouderling Kazen namens kerkenraad en gemeente. Toen ds. Tanis indertijd intrede deed in Sliedrecht (1969), moest er op Urk voor u nog een wieg klaargezet worden. Het was het 7e beroep dat op u werd uitgebracht. De Heere heeft u overtuigd naar Sliedrecht te moeten komen. Moge het licht van Gods Woord in duistere plaatsen gaan schijnen. U hebt een geweldige opdracht. De Heere wil mensen gebruiken. We hopen op een goede samenwerking met ds. Boiten, De kerkenraad is bereid u zo nodig terzijde te staan. Tot nu toe mocht alles in goede harmonie verlopen. Ouderling Kazen citeerde Spr. 27:23 “Zijt naarstig om het aangezicht uwer schapen te kennen, zet uw hart op de kudden.” Ook mevrouw van der Zwan en de twee kinderen van harte welkom. De gemeente werd opgeroepen trouw te luisteren en de prediking ter harte te nemen. Gebed is nodig. Op het gebed wil de Heere uitdelen. Psalm 23:3 werd gewijzigd toegezongen. Hierna bedankte ds. Van der Zwan de burgemeester, ds. A. v.d. Weerd en ouderling Kazen. Ook ds. Boiten werd dank gezegd voor de bevestiging. U hebt drukke jaren achter u. We zijn samen begonnen met gebed in de studeerkamer. De Heere geve een goede samenwerking met elkaar en aanvulling van elkaar. Allen die hebben meegeholpen aan het opknappen van de pastorie werd hartelijk dank gezegd, met name br. Brandwijk. Tholen en Oud- Vossemeer werd van harte het nodige toegewenst. Moge de Heere een nieuwe herder en leraar geven. Alle aanwezigen werd dank gezegd voor de betoonde belangstelling. Tot de gemeente van Sliedrecht werd gezegd dat er alleen zegen zal zijn als de verwachting van de Heere is. Er is (zoals ds. Smits dat eens bij zijn intrede zei) geen engel tot u overgekomen, maar een Adamiet.

Hierna hebben velen ds. en mevr van der Zwan de hand gedrukt in de bovenzaal van de kerk en Gods zegen toegewenst.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

SLIEDRECHT- BEVESTIGING EN INTREDE DS. A. V.D. ZWAN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken