Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GELOOFSLEVEN MET DE BELOFTE VAN DE HEERE-6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GELOOFSLEVEN MET DE BELOFTE VAN DE HEERE-6

6 minuten leestijd

Het formulier van het heilig avondmaal is voluit Bijbels, leerzaam en steeds pastoraal. Dit dienen we niet te vergeten en er moet aan gedacht worden ook wanneer het gaat over de zelfbeproeving. Bij het eerste gedeelte hebben we stilgestaan. Het tweede is daar onlosmakelijk aan verbonden. Het gaat over het geloof in de belofte. De vraag komt nogal eens naar voren, wat dienen we onder geloof te verstaan. Een toevluchtnemend, een verzekerd geloof. Worden beide bedoeld of alleen het laatste. Om dit goed te weten, moeten we eerst nagaan wat de inhoud van de belofte is. De tekst in het formulier spreekt van de vergeving van alle zonden alleen om het lijden en het sterven van Jezus Christus en de volkomen gerechtigheid van Christus als eigen toegerekend en geschonken en dat zo volkomen alsof men zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid volbracht had. Nu moeten we goed onthouden dat de inhoud van het geloof er alleen is door de belofte des Heeren. Die belofte is groot en rijk. Zij kan genoemd worden de grondbelofte van het evangelie. Immers het evangelie spreekt van het heil des Heeren in en door het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus. Door de gekruisigde Borg en Middelaar is er alleen vergeving van alle zonden en Zijn gerechtigheid heeft alleen waarde en bestaansgrond voor God de Heere. Gerechtigheid die beantwoordt aan de norm des Heeren en aan Zijn wet. Zij staat tegenover de wetsovertreding. Christus’ gerechtigheid beantwoordt algeheel aan ’s Heeren wet. Nu kan en wil God de Vader die gerechtigheid toerekenen en schenken. Terecht staat in het formulier: alsof men zelf in eigen persoon voor al de zonden betaald en alle gerechtigheid volbracht had. God de Heere rekent het werk van Christus zo toe, alsof men het zelf heeft gedaan. Hoe schittert hierin de genade, de grote liefde van de Heere. God de Heere kan geen enkele zonde, zelfs niet van de gedachten door de vingers zien of eraan voorbijgaan, maar de zondaar kan en wil Hij aanzien in het betalende, verzoenende werk van de Heere Jezus. Vader en Zoon zijn werkzaam tot zaligheid van een zondaar. Wie dit verstaat klinken de woorden, voldoening, verzoening, vergeving, toerekening, volkomen vrij van schuld en straf en een recht op het eeuwige leven als hemelmuziek in de oren. Wat troosten en sterken zij. Het geweten blijft aanklagen dat men tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd heeft en geen daarvan gehouden en dat men nog steeds tot alle boosheid geneigd is, maar de belofte van de Heere ligt vast, staat vast in het bloed en de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus. Het woordje ‘alsof’ krijgt ook al meer betekenis. Het onderwijs des Heeren door Woord en sacrament heeft daar betrekking op. Het wil zeggen: ikzelf heb niets betaald. Het niets kunnen betalen wijst op mijn daad, mijn daden. Ik ben failliet gegaan. Ik ben en blijf een zondaar. De eisende Heere kan mij voorbijgaan. Maar nu het te kunnen staan voor Hem. Schuldeloos! Wanneer een borg voor een schuldeiser heeft voldaan, kan de schuldeiser tot de schuldenaar niet meer zeggen: betaal wat gij mij schuldig bent. Men is vrij van schuld. Nu is de toerekening van Christus’ gerechtigheid de vaste grond van de rechtvaardiging voor ’s Heeren aangezicht. De Heere zal niet meer toornen en schelden. Die rechtvaardiging nu wordt aangeboden in de gewisse belofte van God. Bij het avondmaal staat deze belofte van de Heere in het middelpunt. Daarom lezen we in het formulier: een iegelijk onderzoeke zijn hart of hij ook deze gewisse belofte van God gelooft . Wat er van die belofte beschreven staat is bekend. Nu kan het gebeuren, dat men verkeerd leest en daardoor de vrijmoedigheid mist om aan te gaan, of dat benadrukt wordt in de prediking of in het gesprek dat men verzekerd moet zijn van de vergeving der zonden om aan te kunnen gaan. Laat men overdenken, laat er gepredikt worden wat er staat. In zijn in 1743 verschenen catechismus gaat Justus Vermeer zeer duidelijk erop in hoe het gelezen en verstaan moet worden. In 1951 gaf prof. Wisse zijn exemplaar aan mij en zei: wat de ouderling Vermeer schrijft is leerzaam en waardevol. En dat is zo. Als het gaat over het tweede deel van de zelfbeproeving lezen we: Dit moeten wij goed verstaan. Gij leest niet in het formulier: of gij gewisselijk gelooft, dat al uw zonden vergeven zijn. Maar of gij de gewisse belofte van God gelooft. Het komt dus aan op het geloof in de gewise, zekere belofte van de Heere. Vermeer schrijft verder: Niemand kan deze gewisse belofte van God missen, of hij gaat verloren. Het komt dus aan op het geloof, waarmede de gewisse belofte van God, die zulke grote zaken inhoudt, wordt aangenomen. Dit nu kan geschieden met een sterk geloof, maar ook met een zwak geloof. Met veel verzekerdheid, maar ook met veel twijfelmoedigheid. Met een groot geloof, maar ook met een klein geloof. Het komt er maar op aan dat het met een waar geloof is, gewerkt door de Heilige Geest van Christus. Dus dat iemand met al zijn zonden zo ellendig als hij is, het niet kan stellen buiten Jezus Christus. Dat hij naar Hem uitgaat, zo goddeloos als hij is, ziende en betuigende dat hij zekerlijk zou moeten verloren gaan indien Jezus er niet was, dat hij zijn leven dus buiten zichzelf in Christus zoekt en deze noodzakelijkheid in Christus beslist ziet en dat Jezus zo tegen al zijn zonden aan zijn ziel dierbaar geworden is (1 Petrus 2:7) “U dan die gelooft is Hij dierbaar.” En wel als Priester als die geopende fontein (Zach. 13:1). Aan Zijn tafel wil de Heere allen ontmoeten die de Christus der Schriften omhelzen als het enige Voorwerp van hun geloof, maar ook zij die als de bloedvloeiende vrouw komen om de zoom van Zijn kleed aan te raken. Met de geloofsovertuiging, de geloofszekerheid: bij Hem is alle heil, bij Hem is genezing. Want Zijn naam is Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

GELOOFSLEVEN MET DE BELOFTE VAN DE HEERE-6

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken