Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

Liefdegeur

6 minuten leestijd

Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalste zeer kostelijke nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd en met haar haren Zijn voeten afgedroogd, en het huis werd vervuld van de reuk der zalf.

Maria, de zuster van Martha en Lazarus, behoorde ook bij de vrienden en metgezellen die bijeen gekomen waren in het huis van Simon de melaatse toen de Heere Jezus daar gekomen was. Zou dat gezelschap aangevoeld hebben dat de Heere voor de laatste maal lichamelijk bij hen tegenwoordig was? Het is te denken. Hij had herhaaldelijk gesproken over Zijn uitgang die Hij te Jeruzalem moest volbrengen Daaraan konden zij toch niet geheel en al voorbijgegaan zijn? Over dat samenzijn viel de schaduw van de dingen die komen zouden, de schaduw van het kruis. Onder de indruk daarvan en vooral ook door de aandrijving van de Heilige Geest werd Maria gedrongen om de Heere op een buitengewone wijze te eren.

Waarschijnlijk tegen het einde van de maaltijd nam zij een albasten fles met zeer kostbare nardus, een edel soort reukolie. Terwijl zij van achteren de Heere naderde stortte zij die reukolie uit over Zijn hoofd en besprengde er Zijn lichaam mee tot de voeten toe, zodat het huis vervuld werd van de reuk der zalf. Daarbij vernederde zij zich zo diep voor de Heere dat ze met haar haarlokken, het sieraad van de vrouw, Zijn voeten afdroogde.

Deze daad van Maria was een zeer welsprekend getuigenis hoezeer zij aan de Heere verbonden was. De Heere had haar getrokken uit de duisternis van onkunde aangaande God en goddelijke zaken. Hij had haar verstand verlicht en haar onderwezen als de hoogste Profeet en Leraar. Haar hart was door de Heere geopend en voor Hem geopend en daardoor was het voor haar het grootste geworden om aan Zijn voeten te zitten.

Daarmee had zij het beste deel uitgekozen dat blijvend was, onderwijs dat betekenis had voor heel haar leven. Meer nog, het zou van haar niet worden weggenomen omdat het betekenis had niet alleen voor de tijd maar ook voor de eeuwigheid. Dat profetische onderwijs bereikte een hoogtepunt bij de opwekking van Lazarus. Toen reeds had zij door dat onderwijs de heerlijkheid Gods in Hem geopenbaard mogen zien. En hoe groter de Heere voor haar waarneming werd, hoe geringer zij werd in eigen schatting, hoe groter ook voor haar besef het wonder werd, dat Hij haar had getrokken en onderwezen.

De vrucht van goddelijk onderwijs is altijd ootmoed. Voor dat alles wilde Maria Hem nu nederig eren met het beste wat zij geven kon. Zij verstond wat Psalm 45 van Hem zegt:

Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen, genade is uitgestort op Uw lippen. Daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid.

De betekenis van deze daad van Maria is geheel enig. Dat blijkt duidelijk uit wat de Heere Jezus daarover gezegd heeft: “Ze heeft dat gedaan tegen de dag Mijner begrafenis”. Vóór Hij de peilloze diepte van het lijden inging, vóór Hij voor de Zijnen Zijn ziel zou uitstorten in de dood werd Hij als overstort door de liefde van één van de gegevenen van de Vader, die Hij tot Zijn gemeenschap geroepen had.

Maar al was dit dan een bijzondere gebeurtenis, wij vinden hier toch een trek uit het leven van degenen die door de Heere werden onderwezen inzake de weg des heils. Hoewel dat in onze tijd helaas schaars geworden is, toch kennen zij hoogtepunten waarin de liefde die hen aan de Heere bindt hoog opvlamt.

Vooral als zij ziende op eigen onwaardigheid mogen inzien wat Hij voor hen gedaan heeft in de gangen van Zijn borgtochtelijk lijden. Dan wordt zo van harte onderschreven: “U, die gelooft is Hij dierbaar”. Dan verbleekt alles wat van deze aarde is voor de glans van de heerlijkheid en dienens-waardigheid des Heeren en wordt beleden:

“Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens u lust mij ook niets op de aarde.”

Ja, Zijn dienst is een zalige dienst, een liefdedienst die nog nooit iemand heeft verdroten. Kent u er iets van? Van huis uit niet. Dan verkiezen wij de dienst des Heeren niet. Dan zoeken wij het buiten Hem, maar wat is dat arm.

De Heere is echter machtig om ook uw hart te veranderen. Vraag toch of Hij Zijn Woord dat zo veelvuldig tot u komt voor u wil heiligen door de kracht van de Heilige Geest. Daardoor breekt Hij harde harten en neigt Hij ze tot de vrees van Zijn Naam.

Door de kracht van die genade maakt Hij zeer gewillig op de dag van Zijn heirkracht. Door de kracht van die genade overwonnen onderwerpt zulk een zich aan de Heere en wordt hij begerig naar onderwijs inzake de weg des behouds. Dat onderwijs kan alleen de Heere geven. Dat onderwijs raakt het hart. We lezen daarvan in Psalm 19:

“De getuigenis des Heeren is gewis, den slechte wijsheid gevende.

De bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart;

het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen.”

Wie zo door de Heere onderwezen wordt zoekt net als Maria een plaatsje aan Zijn voeten.

Zo leert de Heere hen betrachten waartoe Hij opwekt in Psalm 2: “Kust de Zoon.” Dat is niet alleen afzien van alles buiten Hem. Dat is niet alleen een hartelijke overgave aan Hem. Maar dat is ook Hem eerbiedig groot maken, waarbij dan zelf de laagste plaats gezocht wordt. Wanneer deze dingen u niet vreemd zijn, dan verstaat u toch iets van die hulde die Maria de Heere bracht. In dat ootmoedig eren heeft zij zaligheid genoten. Waar de Heere zo wordt groot gemaakt, daar krijgen degenen die dat beoefenen mogen de kostelijke vrucht ervan voor eigen leven. Leven zij die deze genade kennen daar altijd bij? Was het maar waar! Die liefde die de Heere eens in het hart gewerkt heeft vergaat wel nimmermeer, maar daarom kan die liefde wel ingezonken zijn. Wie, die God vrezen, weten daar niet van? Is u dat wel eens tot smart geworden? Is er een hunkering om, opnieuw door de liefde des Heeren overweldigd, die liefdegeur ook te verspreiden?

“Kom noordenwind en ontwaak gij zuidenwind en doorwaai mijn hof, opdat zijn specerijen uitvloeien.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken