Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GELOVIG GEDENKEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

GELOVIG GEDENKEN

6 minuten leestijd

De noodzakelijke zelfbeproeving voor het Avondmaal leidt tot rijk, troostvol onderwijs. Wordt het door ons gelezen? Immers wat er staat is Bijbels en daarom behoort het tot het geestelijke leven. Wat we verder lezen in het formulier mag ons niet ontgaan. Naar het Woord van de Heere wordt gewezen op het doel van het Avondmaal. De Heere Christus, de Grote Insteller van het Avondmaal, zegt met nadruk: doet dat tot Mijn gedachtenis. In Lukas 22 vers 19 staat, dat de Heere Jezus deze woorden heeft uitgesproken bij het breken van het brood. Paulus deelt ons in 1 Korinthe 11 mee dat de Heere Jezus het bevel uitsprak na het breken van het brood en het uitreiken van de drinkbeker. Dit bevel blijft gelden tot op de dag dat de Heere wederkomt. Vandaar dat woord: totdat Hij komt. De kerk mag niet nalatig zijn. Op gezette tijden dient het Avondmaal gevierd te worden. Wie belijdt geestelijk leven te kennen behoort zeker aan de eis van de Heere te voldoen. De praktijk kan twee uitersten laten zien. Als een kenmerk van het geestelijk leven kan het automatisch aangaan of een enkele keer gezien worden. Hoe noodzakelijk is het dat een ambtsdrager, predikant of ouderling in de bearbeiding van de gemeente de schriftuurlijke lijn in het oog houdt met de gedachte aan het doel van het Avondmaal. In het formulier staat het : laat ons nu ook overdenken, waartoe ons de Heere Zijn Avondmaal heeft ingezet, namelijk dat wij zulks doen zouden tot Zijn gedachtenis. Op die gedachtenis heeft de Heere Zelf ook het accent gelegd. Wel moet onthouden worden dat er meer bedoeld en gevraagd wordt dan een verstandelijk denken aan wat de Heere Jezus heeft gedaan, namelijk geleden en gestorven. Op zich is dit zeker belangrijk. Het spreekt ons van de voldoening en verzoening. Maar er moet zijn de persoonlijke betrokkenheid. Zo alleen zal de prediking van het lijden en sterven en het Avondmaal dat daarop wijst, voor ons tot zegen zijn. Het hartelijk, gelovig gedenken aan de gang van Jezus in de staat van de vernedering, leidt tot versterking en bevestiging van het geloofsleven. In het formulier wordt daar ook op gewezen. We lezen immers: vertrouwen in onze harten. Er is zelfs bijgevoegd het woord ganselijk. Nu is dit woord niet geplaatst om de kleingelovigen af te schrikken. Dit zou in strijd zijn met wat eerder in het formulier is vastgelegd. Het is gesteld om te onderstrepen dat het kruisevangelie het fundament is waarop men zijn vertrouwen mag stellen. Dit fundament is het werk van Jezus. Zijn namen zijn daarvan het bewijs. Drie namen worden genoemd: Heere Jezus Christus. Dit is geschied omdat de Heilige Schrift spreekt van de betrokkenheid van de namen op de gehele staat van Jezus Christus. Zo dat we weten welk een rijkdom in die namen besloten ligt.

Het bezittelijk voornaamwoord ‘onze’, mag daarbij betrokken worden. Want het mijne is vrucht van het werk van God. Jesaja zegt: als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien en het welbehagen des Heeren zal door Zijn Hand gelukkiglijk voortgaan. Welk een getuigenis. Welk een heil. Wordt dit verstaan en gekend, Godverheerlijkend, hartelijk wordt het ’onze Heere Jezus’ beleden.

Geroemd wordt in het kunnen en willen des Heeren. Zijn namen worden ook gespeld Hij is de Heere, de Eigenaar en de Gebieder. Hij heeft eigendomsrechten over het leven. Zijn bloed is de koopprijs. Als Jezus maakt Hij eeuwig zalig. Hij brengt tot volle gemeenschap met de Heere. Welk een heil bevat Zijn naam Christus. Hij is gezalfd tot de hoogste Profeet en Leraar. Tot de enige Priester en tot eeuwige Koning. Wat gaat er leven bij het Avondmaal. En dat steeds weer en meer!

Dit alles heeft betrekking op wat er volgt. Naar de Schriften kan de Heere Jezus Christus de Beloofde der vaderen genoemd worden.

De Hebreeënschrijver zegt ons dat God voortijds en op velerlei wijze tot de vaderen door de profeten gesproken heeft. Welk een rijkdom van beloften liet de Heere, de eeuwen door horen. De eerste belofte, genaamd de moederbelofte is al zeer sprekend. Artikel 17 van de N.G.B. zegt ons daar zeer veel over. Wij geloven dat onze goede God door Zijn wonderlijke wijsheid en goedheid, ziende dat zich de mens alzo in de lichamelijke en geestelijke dood geworpen en zich geheel schuldig gemaakt had, Zichzelf gegeven heeft om hem te zoeken toen hij al bevende voor Hem vlood en heeft hem getroost belovende hem Zijn Zoon te geven, Die worden zou uit een vrouw om de kop van de slang te vermorzelen en hem gelukzalig te maken. Stil te staan bij dit artikel en het te herlezen is geen overbodige zaak. Wanneer ons hart erbij leeft, zal de inhoud van ’s Heeren belofte ons deel zijn. Het ‘Ik zal’, blijft gehandhaafd. Gods beloften worden heerlijk vervuld.

Jezus Christus is de Beloofde der vaderen, maar ook de Gezondene door de Vader. Belofte en zending zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

In de zending van de Zoon wordt gerealiseerd wat de Vader heeft gewild. Heel het werk van de verlossing is uitgedacht door de Vader en geschiedt naar Zijn wil. Gegraveerd staat de tekst: alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. De Zoon is Gods gave. Zijn geschenk. Niets verplichtte de Vader om te handelen. Alles ligt gegrond in Zijn welbehagen. Tot Gods kind wordt tijdens de Avondmaalsviering gezegd: en dat van Godswege, zo dikwijls als gij van dit brood zult eten en van de drinkbeker zult drinken, zult gij daardoor als door een gewisse gedachtenis en pand vermaand worden en verzekerd worden van deze Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u. Rijk als dit overkomt. Het verootmoedigt voor en verbindt aan de Heere. Het sterkt in het strijdperk van dit leven. Het geeft grote gedachten van de Heere. Er wordt gesproken van de liefde van de Vader, maar ook van de Zoon. Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen. Hij is de Gewillige. Nu weten we waarom en waartoe. En de spits: steeds handhaaft de Vader: ‘Ik zal’ en de Zoon: ‘Ik kom’. In beide liggen vast de verzoening en de verlossing. De hele zaligheid. En dit wordt verkondigd door het Woord, zichtbaar gezien en genoten aan het Avondmaal en het zal eenmaal bezongen worden in de hemel. Lof zij de Vader, lof zij de Zoon voor al dit heil!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

GELOVIG GEDENKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken