Bekijk het origineel

ONDERWIJS NA HET AVONDMAAL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ONDERWIJS NA HET AVONDMAAL

5 minuten leestijd

Laten we aan het laatste gedeelte van ons formulier niet voorbijgaan. Want er ligt onderwijs in en dat is nuttig en nodig. Het is voluit naar de Schrift. Op geestelijke groei worden we gewezen. De Heere Jezus geeft het aan in Johannes 15 als Hij het heeft over de wijnstok en de ranken. En Petrus eindigt zijn pastorale brieven met de woorden: wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Vandaar dat wat wij nu gaan lezen door ons ter harte dient genomen te worden.

Het laatste gedeelte van ons formulier wordt wel de postcommunie genoemd. Ze bestaat uit twee gedeelten: de lofverheffing en de dankzegging. De aansporing daartoe begint met de aanspraak: “Geliefden in den Heere”. Wanneer nu deze aanspraak gehoord wordt, wordt daarin dan niet uitgesproken dat alle avondmaalgangers in Christus zijn ingeënt en het leven der genade kennen? Daar mogen we niet aan denken. Avondmaalgangers dienen erbij te leven of ook henzelf deze aanspraak geldt.. Want er zijn twee zaken als het gaat over het avondmaal: namelijk het teken en de betekende zaak.

In art. 35 van onze Ned. Geloofsbelijdenis staat: hoewel de sacramenten met de betekenende zaken samen gevoegd zijn, zo worden zij nochtans met deze zaak niet door allen ontvangen. De ongelovige ontvangt aan het avondmaal slechts het teken, gelijk hij bij het Woord alleen de klanken hoort en niet de zaak zelf, die er door aangeduid wordt. Om aan de beloften en weldaden van het Woord en sacrament deel te krijgen, is daarom een werking van de Heilige Geest in het hart nodig en het is juist die werking die buiten en in het avondmaal de gemeenschap met Christus tot stand brengt en in stand houdt. Wat na de aanspraak wordt gezegd, moet ook onze aandacht hebben. Met nadruk wordt beleden: dewijl de Heere nu aan Zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft. Welk een geloofstaal! Gaan de opstellers niet te ver? Zeker de Heere doet veel aan het avondmaal. Maar kan dit altijd, keer op keer na de bediening van het Heilig Avondmaal beaamd worden? En dan zo over te gaan tot de lofverheffing? De praktijk kan het zo heel anders laten zien. Die praktijk zien de opstellers niet voorbij. Kennis daarvan ontbreekt bij hen niet, want ze waren geen vreemdelingen van het genadeleven. En dat leven kent zijn ups en downs. Zijn vrede en zijn strijd. Maar ook is er, en laten we daar niet aan voorbij gaan: avondmaalskracht en avondmaalservaring. De eerste avondmaalskracht vindt door de Heilige Geest plaats. Dit is Zijn eerste daad en daarna volgt avondmaalservaring. Na het avondmaal kan die plaatsvinden. Wie alleen aan de tafel wacht op een onmiddellijke gevoelsmatige vorm van zegen zoals troost, vrede of een ervaring waardoor men weer gesterkt het leven in kan gaan, kan teleurgesteld worden. Waar men op hoopte bleef uit. De gevolgen hiervan kunnen niet uitblijven. Bestrijding en ingevingen door satan kunnen komen. Een vraagteken kan gezet worden achter het aangaan aan het avondmaal. Had ik wel mogen aangaan? Nu mag zeker gestaan worden naar avondmaalservaring, maar het is niet het belangrijkste. Laat er voor alles een staan zijn naar versterking van het geloof in wat de Heere doet. Met nadruk staat er in ons formulier dat de Heere de zielen gespijzigd heeft. Hieruit blijkt dat onze vaderen ervan overtuigd waren dat de Heere door de tekenen Zijn beloften verzegelt en waarmaakt. Laten we lezen wat Guido de Brés in zijn belijdenis heeft vastgelegd. In art 35 staat: nu zo is het zeker en ongetwijfeld, dat ons Jezus Christus Zijn sacramenten niet tevergeefs heeft bevolen. Zo werkt Hij dan in ons, al wat Hij door deze heilige tekenen ons voor ogen stelt, hoewel de wijze ons verstand te boven gaat en ons onbegrijpelijk is. Dus moeten we uitgaan van het gebeuren aan het avondmaal: de Heere heeft gespijzigd. Gelijk we na het eten aan de tafel elke keer de Heere dankzeggen voor hetgeen Hij gaf. Zo mag na het avondmaal de lofverheffing niet ontbreken. We worden tot de vertolking van die lofverheffing gewezen op twee Schriftplaatsen.

Daarmede worden we geroepen ’s Heeren Naam met dankzegging te prijzen. Opvallend is dat gebruik gemaakt wordt van de woorden van de Schrift. Hoe kan het ook anders. Wanneer de Heere Zijn Woord vervult, naar Zijn Woord vertroost en sterkt, wordt als vanzelf het Woord van de Schrift genomen om te vertolken wat de Heere waard is. Men wordt geleid naar de Schriften en men komt met de Schriften tot de Heere van de Schrift. Wie nu gelooft in ’’s Heeren doen aan het avondmaal, wekt mede disgenoten op om gezamenlijk de Heere te loven. En dat met het hart. De Heere is dat waard. Want Hij is goed. Die goedheid van de Heere wordt nog groter, wanneer we weten en kennen dat de Heere geeft te bidden en te danken. Zeggen we daar ‘‘amen’ op?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2004

Bewaar het pand | 16 Pagina's

ONDERWIJS NA HET AVONDMAAL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2004

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken