Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ALPHEN AAN DEN RIJN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ALPHEN AAN DEN RIJN

8 minuten leestijd

Woensdag 3 maart 2004 was een dag van vreugde voor de gemeente van Alphen aan den Rijn. Aan een overigens niet al te lange vakante periode kwam een einde door de overkomst van ds. G. Bouw, die de herdersstaf in Doornspijk moest neerleggen om die in Alphen weer op te nemen. De Koning der Kerk had hem duidelijk de weg gewezen en zijn hart ook overgebogen om die aangewezen weg te gaan. Het is een vreugde voor een dienaar als de Heere hem duidelijk de weg wijst. Dat moet de achtergebleven gemeente troosten en de nieuwe gemeente verwonderen. En moge het ook maar verwachting van Boven scheppen. Als ons gebed mag zijn dat de komst van een dominee tot ons persoonlijk heil mocht wezen, zal de Heere dat gebed niet versmaden.

Het stemde velen ook tot ootmoedige dankbaarheid dat er met de komst van een nieuwe herder en leraar een niet gemakkelijke periode mocht worden afgesloten, al laten de nare gebeurtenissen in het verleden hun sporen nog na. De Heere mocht Zich in Zijn gunst over onze gemeente in Alphen ontfermen. Wij zien om ons heen gemeenten kapot gaan, conflicten oplopen en de verwarring toenemen. Wat is het dan een groot voorrecht te noemen als we nog in betrekkelijke rust en vrede ons ambtelijk werk in de gemeente mogen voortzetten.

Velen maakten van de gelegenheid gebruik om de dag mee te maken. In het rijk der natuur zorgde de Heere voor een rustige, zonnige, milde dag, en binnen werd het ook goed. We hebben die ontmoetingsdagen in ons verscheurde kerkelijke leven zo nodig. De verdeeldheid doet onze behoefte aan eensgezindheid en saamhorigheid zo toenemen.

Om 3 uur beklom de consulent van de gemeente, ds. K. Hoefnagel, de kansel en mochten we met velen het ‘Ik ben verblijd’ uit Psalm 122 aanheffen. Ook voor de consulent was het een blijde dag, een dag waarop nog wel de pijn werd gevoeld vanwege het verleden, maar ook de zegen Gods in het heden.

De tekst voor de prediking was genomen uit Jesaja 52, zowel in de middag- als in de avonddienst. De bevestiger sprak over vers 7: ‘Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen; desgenen die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen die tot Sion zegt: Uw God is Koning”. Het thema luidde: ‘De boodschapper begroet’, 1. als prediker van het evangelie en 2. als de door God gezondene. Er is droefheid vanwege de ballingschap en haar oorzaak, die in de zonde gelegen is. Jesaja mag aan de treurenden Sions de boodschap van het ‘troost, troost Mijn volk’ brengen. Heerlijk is het voor een dienaar een behoeftig volk te mogen ontmoeten. Wat kan hij aan een rechthebbend, farizeistisch volk kwijt? Die hebben de zakken reeds vol. Maar in het nederig gemoed wil Zijn Geest wonen. Hoe nodig is het dat de prediker het heil in Christus zo voorstelt, dat zondaren hun ongeluk en ellende gaan inzien. Een Christus-prediking is noodzakelijk, maar de Christus moet gepredikt worden in de context van het ganse Woord van God, dat is Zijn gewaad.

Hoe gelukkig mag Gods knecht zich weten als hij zien mag dat het Woord door de kracht des Heiligen Geestes ontdekt en verwondt en de vraag naar een weg ter ontkoming in het hart geboren mag worden. Heerlijke taak heeft hij om een rijke Christus te prediken. Door die prediking werkt de Heere het zaligmakend geloof in het hart. Men leert de toevlucht nemen tot het gepredikte heil. Christus Zelf openbaart Zich door Woord en Geest aan het verslagen zondaarshart. Wat een wonder. Die zondaar gaat immers inzien, en meer en meer verstaan dat hij des doods schuldig is? Maar nu komt Gods Woord met een vredeboodschap. Het geheim ligt in het offer van Christus. Hij werd door God tot zonde gemaakt, opdat zij zouden worden rechtvaardigheid Gocfs’”fa Hem, 2 Kor. 5:21.

In de Christus, de Gezondene, moeten wij de Zender, God Zelf zien. In de dienaar van Christus eveneens. Een onnoemelijk voorrecht dat het God Zelf is Die komt, en dat Hij zó komt! Ook een zeer grote verantwoordelijkheid. Wee de mens die op zulk een grote zaligheid geen acht slaat.

Na de bediening van Gods Woord werd het bevestigingsformulier gelezen. Het is goed voortdurend van de inhoud kennis te nemen. Goed voor het volk en goed voor de dienaren. Op de gestelde vragen mocht ds. Bouw, met zijn oog op Gods trouw gevestigd, het ‘Ja ik, van ganser harte’ uitspreken. God Die Zijn knechten roept, is getrouw en zal hen nooit beschamen. Hoezeer zij het ook voor eigen waarneming verzondigen.

We mochten ds. Bouw nog toespreken en Hem de onmisbare zegen des Heeren toewensen. De Alphense predikant hoopt dit jaar Deo Volente zijn 40-jarig ambtsjubileum te vieren. Hij is nog niet uitgepreekt! Hoe kan het ook anders. Ook dachten we aan zijn echtgenote en wensten we haar toe dat zij niet alleen haar man, maar bovenal de Heere zou mogen volgen in alle wegen die Hij ons wijst. De gemeente en vele genodigden zongen ds. Bouw hartelijk Psalm 119: 9 toe: ‘Doe bij Uw knecht weldadigheid, o HEERE’.

Het kostersechtpaar v.d. Leede en hun helpers hadden het druk. De gasten kregen een hartelijke ontvangst. In Alphen hebben we een mooi en ruim kerkgebouw met grote zalen. In één van die zalen stond vooreen 120-tal personen de tafel gedekt. Alles was keurig verzorgd Ds. Capellen opende de maaltijd en ds. van Heteren sloot de maaltijd af met het lezen van Psalm 72 en dankgebed. We zongen samen Psalm 42:1,3 en 5 en het was echt goed en aangenaam. Het kon ook niet anders, want de Heere was ook genood.

’s Avonds was de kerk nog voller. Om half 8 leidde de dienstdoende ouderling C.J. v.d. Lee ds. Bouw naar de kansel en werd ons de verzen 1 en 5 van Psalm 84 op de lippen gelegd. ‘Eén dag is in Uw huis mij meer, dan duizend waar ik U ontbeer’.

Ds. Bouw sprak in de avonddienst over Jesaja 52: 6: “Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, hier ben Ik”. Wat is nu bijzonder, ook aan deze dag, zo begon de prediker. Is het niet dit, dat Hijzelf tot ons komt? Hij is het Die spreekt: Zie, hier ben Ik. Dat kan de prediker ook zeggen. Maar zien we daarachter en daarin het bijzondere, namelijk dat de Heere Zelf komt! ‘De HEERE komt’, zo hield hij een grote schare voor, 1. Wanneer?, 2. Waartoe?, 3. Waarom? Wanneer Hij komt? In de ellendige situatie van de ballingschap, in de ellendige situatie van de geestelijke ballingschap, in het aangename jaar des Heeren. Hij kwam in Christus tot een verloren wereld. Hij komt door Woord en Geest, in de prediking, door middel van Zijn dienaren, heden. Ook in Alphen. En waartoe komt Hij? Is het niet opdat zondaren Hem leren kennen? Daarin ligt het eeuwige leven, dat zij door die genadige Zelfopenbaring Hem leren kennen en Zijn Zoon, de Zaligmaker, Die Hij gezonden heeft! De zaligheid ligt in het kennen van, de omgang met de Heere. De Naam des Heeren spreekt van heil en vrede en genade. Buiten die zaligmakende kennis is er geen leven. Vreselijk is het als we er vreemdeling van zijn. Het zal ons eeuwig berouwen als we aan de kennis van die Naam achteloos voorbijgaan. Nog is ‘t het heden der genade, de dag der zaligheid! Zie!, zo roept de Heere uit. Ga er niet aan voorbij! Waarom laat de Heere Zich kennen? Opdat die heerlijke Naam alle eer zou ontvangen, hier in beginsel en straks volkomen en volmaakt. Opdat Zijn volk eeuwig in de Drie-enige God zou eindigen: Mijn God U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan!

Stil werd de boodschap van vrije genade beluisterd. De Heere stelle onze medeambtsbroeder tot rijke zegen in Alphen. Die wens werd ook uitgesproken door ds. G.J. Capellen van Scheveningen, die ds. Bouw een hartelijk welkom in de classis toeriep. De classis is hem niet onbekend, heeft hij niet 20 jaar in Scheveningen gestaan? Geen wonder dat ook uit Scheveningen velen deze dag naar Alphen waren gereisd. Namens kerkenraad en gemeente voerde ouderling A.D. Aarnoudse het woord. Zijn toespraak getuigde van blijdschap en verwondering en zo vertolkte hij wat in vele harten leefde. Op de hem eigen, hartelijke wijze, sloot ds. Bouw met een enkel dankwoord af. De slotzang rees uit veler harten: Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen! Velen maakten na afloop van de gelegenheid gebruik om ds. en mevr. Bouw de hand te schudden. We gingen laat naar bed die dag, het hart geroerd vanwege Gods onbezweken trouw.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

Bewaar het pand | 12 Pagina's

ALPHEN AAN DEN RIJN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken