Bekijk het origineel

HET ZESDE GEBOD (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HET ZESDE GEBOD (1)

8 minuten leestijd

Naar aanleiding van het verschijnen van het boek van ds. R. van Kooten, Ons leven is van God, is het mijn voornemen enkele artikelen over het zesde gebod te schrijven. Het boek is verschenen in de serie ‘Hoe lief heb ik Uw wet’, het boek telt 367 blz., kost € 20,90 en verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten.

Veel zaken worden in dit boek aan de ordegesteld zoals: doodstraf, oorlog, abortus, euthanasie, orgaantransplantatie en zelfmoord. We leven in tijden dat het respect voor het leven en het respect voor de Schepper van het leven al meer onder druk komt te staan.

Het wonder van het leven

Na een inleidend woord en een weergave van zondag 40 met de bijbehorende verwijsteksten gaat de auteur schrijven over de eerbied voor de God van het leven. Het gaat in het zesde gebod niet om de dood maar om de eerbiediging van het door God geschapen leven. Het leven is niet spontaan ontstaan, het is schepping, gave van God. God gaf de mens het leven opdat hij God zou loven. Een mens heeft alles voor zijn leven over. Ook een niet- christen kan het leven als iets zeer bijzonders ervaren. Maar alleen vanuit Gods Woord kan op de juiste wijze over het leven gedacht worden. God schiep de mens op de zesde dag naar Zijn beeld en schonk hem het leven door de levensadem in zijn neus te blazen. Alleen God heeft het leven in Zichzelf. De mens is naar Gods beeld geschapen. De schepping naar Gods beeld betekent dat de mens begiftigd is met bijzondere gaven. De mens mag de naar Gods beeld geschapen mens niet doden. De Heere zegt tegen Noach dat een mens die het bloed van een ander mens vergiet zelf gedood moet worden omdat de Heere de mens naar Zijn beeld gemaakt heeft. De mens mag de naar Gods beeld geschapen mens niet vervloeken (Jakobus 3:9) en zeker niet aan zijn leven komen. De Heere geeft en neemt het leven.

De kern van het zesde gebod is dat het leven van God is. We zijn niet klaar met het zesde gebod als we nooit een moord gepleegd hebben. In het leven gaat het om het liefhebben en dienen van de Heere. De Heere liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. De schepping van de mens is een groot wonder. Calvijn stelde terecht dat ieder mens in zichzelf ontelbare wonderen kan vinden, leder biologieboek over de mens getuigt daarvan.

De schepping als leerhuis en als leefhuis

Zo luidt de titel van het derde hoofdstuk uit het boek van ds. Van Kooten. We mogen met het leven op aarde niet doen wat we willen. De mens is verantwoordelijk voor de andere levensvormen op aarde. Aan de mens is heerschappij verleend over het leven buiten hem. De schepping dient beheerd te worden in de naam van God en op de wijze van God. Er valt veel te leren in de schepping. De Heere zorgt voor de dieren: Hij geeft aan het vee zijn voedsel en aan de jonge raven als zij roepen. De Heere zorgt voor de vogels en voedt hen. Er valt geen musje van het dak buiten Zijn wil. Op blz. 25 vinden we de volgende woorden: “De schepping is Gods eigen tuin die Hij Zelf onderhoudt.” Gods zorg voor de schepping getuigt van Zijn wijsheid en goedheid. Gods zorg voor kwetsbare jonge raven is een bemoediging voor hen die als machtelozen nederig naar Hem vragen. De hemel die niet wijkt uit zijn stand is een teken van Gods onwankelbare trouw jegens Zijn volk. Dit bijbelse denken bewaart voor aanbidding en vergoddelijking van de natuur. De schepping is naast leerhuis ook leefhuis voor de mens. Verwonderd mag de mens wandelen in Gods schepping. De mens heeft de schepping te bebouwen of te bewerken en te bewaren. De Bijbel spreekt duidelijk over deze zaken. De schepping is door de zondeval in barensnood gekomen en ziet uit naar de dag van de verlossing. Alle creatuur zal eenmaal delen in de vrijheid van de kinderen van God (Rom. 8:21). De milieuproblematiek dient ons ter harte te gaan. Het is geen goede zaak als niet- kerkelijke bewegingen ten deze het voortouw nemen. Want Gods Woord spreekt duidelijke taal.

Rentmeesterschap of wanbeheer

De mens mag gebruik maken van de schepping. De Heere heeft immers toestemming gegeven te eten van de gewassen van het veld en van de vruchten van de bomen (Genesis 1:29). Later heeft de Heere tot Noach gezegd dat al wat zich roert de mens tot spijze mag zijn (Genesis 9:3). Het vlees van dieren mag gegeten worden. Maar de mens dient te beseffen dat planten en dieren er allereerst zijn tot eer van God. Zij zijn en blijven behoren tot Gods schepping. De Heere is de absolute Eigenaar van alles. We dienen te bedenken dat ook het dier een gevoelsleven heeft. Gods Woord zegt dat de rechtvaardige het leven van zijn beesten kent (Spreuken 12:10). Bij het sparen van Ninevé lette de Heere op het vele vee. De auteur gaat in op de mond- en klauwzeerepidemie in 2001. Hij keurt af dat er louter vanwege economische belangen een zeer drastisch beleid werd gevoerd. In een straal van enkele kilometers werden alle dieren ‘geruimd’ indien deze ziekte was vastgesteld op een bedrijf. Ook al waren die dieren kerngezond, zij moesten gedood worden. Dit was economisch beter en voordeliger dan ze in te laten enten. We lezen dan op blz. 31 “Pijnlijk werd duidelijk dat het leven voor de moderne mens een ding geworden is. Het werd bij de dieren duidelijk, maar het is bij de mens niet anders. In abortusklinieken worden ongeboren kinderen verwijderd alsof het slechts zou gaan om een slijmprop met wat verharde delen er in. In dezelfde tijd van de MKZ-crisis werd in de Eerste Kamer van de Nederlandse volksvertegenwoordiging het debat gehouden over de nieuwe euthanasiewetgeving. Voor de moderne mens is het leven niet meer van God. De waarde van het leven, ook van het menselijk leven!, wordt meer en meer bepaald door het economische nut en door economische belangen. Het leven is een ding geworden.” Ook bij genetische manipulatie van allerlei gewassen spelen economische belangen een zeergrote rol.

De Heere gaf aan Adam wijsheid en inzicht om de dieren de juiste namen te geven. De mens heeft de dieren te kennen naar hun aard en ook dienovereenkomstig te behandelen. Koeien zijn graseters. Het voeren van gemalen beenderenmeel en vleesresten heeft de BSE-ziekte veroorzaakt. Door deze ziekte vallen er gaten in de hersenen. Op deze wijze zijn zelfs mensen aangetast door deze ziekte. Dieren zijn geen producerende machines. De auteur waarschuwt tegen het toedienen van geslachtshormonen aan stierkalfjes, waardoor deze uiers krijgen. Ook het klonen van embryo’s, genetische manipulatie, selectie van geslacht en kunstmatige inseminatie worden ter sprake gebracht. De auteur spreekt van een vertech niseerde voortplanting. Hij vraagt zich af: mag het dier nog dier zijn? Het klonen is niet zonder gevaar. Wat zullen de gevolgen zijn op de lange duur voor dier en mens? De mens kan niet straffeloos voor eigen genot en winst het wezen en de aard van de dieren miskennen. Wel mogen de dieren de mens dienen bij allerlei onderzoek tot heil van de mensheid. Maar hierbij mag het dier niet meer lijden dan nodig is. Smijtegelt waarschuwt dat het doden van dieren ‘niet overdadig moet geschieden, met geen wreedheid of dartelheid en ook niet met grootsheid.’ Ook hanen- en hondengevechten keurt hij af. Voor huisdieren dient goed gezorgd te worden. We lezen op blz. 33 “Het heerschappij voeren over de dieren houdt ook in dat wij zorg dragen voor het voortbestaan ervan. Het houden van vee en het jagen van wild om ook het natuurlijk evenwicht te helpen is wezenlijk iets anders dan het stropen en uitmoorden van allerlei diersoorten vanwege bepaalde luxewensen van de mens.”

Wat de schepping betreft heeft de mens zwaar gezondigd. Hoeveel bos is al niet verloren gegaan en wat zullen de gevolgen op den duur hiervan zijn? Is de mens onschuldig aan de verandering van het klimaat? Hoe staat het met het beheer van de zee? Er is veel afval op de zeebodem terechtgekomen waarvan we najaren nog de bittere gevolgen zullen ondervinden. In de landbouw wordt een hoeveelheid aan bestrijdingsmiddelen gebruikt die de grond vergiftigt. In het algemeen gesproken kunnen we stellen dat de mens te weinig oog heeft gehad voor het milieu in de achterliggende jaren. Er lijkt een kentering te komen. De vervuiler moet betalen. De aarde dient beheerd te worden. De mens is rentmeester over de schepping. De schepping dient niet uitgeput te worden, maar beheerd te worden. De Heere zal zorgen voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De mens kan geen ontwikkeling in gang zetten tot het verwezenlijken van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zoals door moderne theologen wel gesteld wordt. Maar zolang de mens op aarde is heeft hij wel te zorgen voor de schepping. We lezen op blz. 35 “Het gaat bij de ware christen bij de zorg voor het milieu in diepste wezen om eerbied voor Gods scheppen, voor Gods werk, voor God Zelf.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

HET ZESDE GEBOD (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken