Bekijk het origineel

J.J. VAN DER SCHUIT 8

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

J.J. VAN DER SCHUIT 8

Verbondsbeleving

7 minuten leestijd

Wat prof. van der Schuit gezegd of gepubliceerd heeft over het verbond en de doop hebt u kunnen lezen. Zeker kan er meer van gezegd worden, maar ik heb de hoofdlijnen willen aangeven, die naar de overtuiging van van der Schuit te vinden zijn in de Schrift en belijdenis. Van der Schuit heeft ook gewezen op verschillende theologen en wel bijzonder op wat Calvijn heeft geleerd. Op zich niet onbelangrijk, echter voor ons is van belang te weten: dit zegt de Schrift, dat de Catechismus en dat lezen we in het doopsformulier. We zijn daaraan als kerken gebonden en door onze belijdenis hebben we daarmede onze instemming betuigd. Nu is er nog een zaak waaraan niet voorbij mag gegaan worden namelijk de verbondsbeleving of gezegd: het toeeigenende werk van de Heilige Geest. Dit werk is onmisbaar. Het behoort tot het essentieel deel van de leer der zaligheid. Het genadeverbond mag daarvan niet losgedacht worden. Prof. van der Schuit heeft eens gezegd: een beroep op het genadeverbond kan en mag er zijn, maar laten we niet vergeten dat het genadeverbond de weg naar de hemel niet gemakkelijk voorstelt, die weg naar de hemel sluit juist in, dat wij zullen weten wat het is: verloren in onszelf te zijn. Het genadeverbond sluit niet uit, maar sluit juist in om met droefheid te ervaren: ik lig midden in de dood en de God des verbonds kan en wil mij behouden door de genade Gods in Christus. Door het wonder van wedergeboorte. Gewerkt door de Heilige Geest. Daarom mag de Heere gebeden worden. Hij heeft daarvoor een pleitgrond gegeven in de doop. Maar nimmer mag daarbij vergeten worden: de wedergeboorte, want zonder die daad des Heeren zullen we het koninkrijk Gods niet ingaan. Van der Schuit zegt met nadruk wat aan het begin van het doopsformulier staat, vervaagt of verdwijnt niet, het blijft staan, want in de wedergeboorte ligt het begin van alle werkingen van de Heilige Geest. Vandaar dat de wedergeboorte onmisbaar is. Dat is volgens van der Schuit regenereren en niet repareren. Regenereren is gereformeerd. Repareren dat is Remonstrants. Regenereren is vernieuwd worden. Repareren is beter worden. De zondaar heeft niet nodig: verbetering, maar vernieuwing. Daardoor komt er geestelijk leven in ons. De Heilige Geest ontdekt ons ook aan onze verloren staat. Er gaat een vraag leven: hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God. hoe zal ik de weg naar de Heere weer vinden? Er ontstaat een zoekend verlangen naar de Heere en Zijn sterkte. In het Godsgemis is er een uitzien naar het Godsbezit. We vragen uit het diepst van een stukgebroken ziel. is er nog een middel, waardoor ik de welverdiende straf kan ontgaan en wederom tot genade komen? Dat is ook de orde van onze Catechismus die in zondag 5 het ontwaakte hart het woord geeft in het zoekend verlangen naar de Middelaar. De Middelaar van het genadeverbond. Hij is immers de Borg en Middelaar. Die Borg en Middelaar wordt aan het hart dat God zoekt, uit het Woord door de Heilige Geest ontdekt. Het hart vindt de weg naar boven, omdat het van boven wordt getrokken. Men gaat kennen wat Jezus zegt: niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Wie het kent, kent nog niet de Middelaarsgestalte, in de volle rijkdom van de Borg, Die onze zonde verzoent en onze schuld betaalt.

De noodzakelijkheid en de dierbaarheid van de Borg Jezus Christus gaat leven. Men krijgt persoonlijke werkzaamheden met de Borg, die zijn gerechtigheid voor Gods aangezicht wordt en Die in het heilig recht des Heeren altijd zegt Ik zal Borg voor hem of haar zijn. Men krijgt kennis aan eigengerechtigheid, waarmede en waardoor men niet voor het heilig aangezicht van de Heere kan bestaan, maar Gode zij dank ook kennis van de Borggerechtigheid van Jezus Christus de Heere. En daardoor gaat men leven voor de Heilige Heere. Rijk is het wanneer de Middelaarsgestalte ons als de verloren zoon de weg ontsluit om te zeggen: Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan en men zal zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U, maar rijker en groter is het als de Borg ons brengt aan de boezem van de Vader om de blijdschap van het kindschap te vieren. Dan wordt de heerlijkheid van de Borg ontdekt, die voor gebrokenen van hart een Heelmeester is. Het zonlicht begint door te breken, dat de bergen der verkiezing omkranst. Nu komt er praktisch plaats voor het verbond der verlossing om te roemen: eer iets van mij begon te leven, was ook dit in Gods boek geschreven, dat ik een van de ontelbare schare ben die voor Gods troon en van het Lam zal staan. Zo is het verbond der verlossing de grond van alle troost en blijdschap en verwondering in God Drieenig. Hier is de volzalige God Zelf de springbron van alle heilsbemoeienissen. Hier is geen plaats voor remonstrantisme en arminianisme. Hier is God het Al en de mens niemendal. Van der Schuit zou zeggen: gaat hier onze zielensnaar trillen? Of zoals hij wel eens zei: bij deze dingen leef ik en in hetzelve is het vermaak van mijn ziel. Wanneer dit bij ons niets doet, dan mogen we ons zelf wel eens onderzoeken, of we iets van het werk van de Heilige Geest kennen. Zeker ons denken en spreken kan enigszins anders zijn, maar zakelijk moet het hetzelfde zijn. Er is geen geestelijke beleving die tijdgebonden is. Wat de Heere voorheen leerde, laat Hij ook nu kennen. We mogen daar wel aan denken. Want wie verleden en heden met elkaar vergelijkt ziet een tegenstelling groeien of constateert al een tegenstelling. Wat we kunnen horen of lezen doet denken aan die werkelijkheid. Er wordt zo een streep gehaald door ons Christelijk Gereformeerd zijn, want terecht is gezegd: Christelijke gereformeerde prediking is preken naar de Schrift, belijdenis en bevindelijk. Prof. van der Schuit heeft in zijn dagen gezegd: wij zullen blijven toornen tegen een kernleer die wars is van alle waarachtig bevindelijk leven. In zijn rede, over het verbond der verlossing, uitgegeven in 1952 schrijft van der Schuit: juist in de Romeinenbrief wordt ons voorgehouden hoe een zondaar praktisch de dingen leert kennen. De brief aan de Romeinen zegt: verloren en toch verkoren. Maar let daarop: deze brief begint niet met de verkiezing, maar met de doodsstaat van de verloren zondaar. Aan Gods zijde is het : verkoren - verlorenen. Aan onze zijde is het verloren - verkorenen. Naar de zijde Gods is alles één. Naar de zijde van zulk een verloren verkoren zondaar wordt alles één. Daarom leren wij in de praktijk van de bevinding naar Christus vragen als Middelaar. In de Romeinenbrief tekent Paulus ons voor hoe het in ons leven gaat naar de bevindelijke historische analytische methode. Misschien is dit niet even helder of duidelijk voor elk gemeentelid. In de prediking die u hoort, moet het helder of duidelijk voor u worden en beleefd. We gaan dan in het Bijbelse spoor. In het spoor van het voorgeslacht. Zich één wetend met het voorgeslacht. We gaan dan ook de woorden spellen:

Christelijk Gereformeerd.
Schriftuurlijk. Bevindelijk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

J.J. VAN DER SCHUIT 8

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken