Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

TITUS-5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

TITUS-5

11 minuten leestijd

Tot nog toe hebben we Titus gezien als iemand die door de apostel Paulus werd ingeschakeld bij het uitvoeren van moeilijke opdrachten. Ondanks het krachtige werk van de Heilige Geest waardoor het getal van hen die leerden geloven in de Heere Jezus Christus tot zaligheid, zeer sterk vermenigvuldigde, werkten er ook andere krachten, tegengestelde krachten. Daardoor waren er in die eerste christelijke kerk ook de nodige moeilijkheden. Er waren moeilijke vraagstukken, die om oplossingen vroegen. Er waren ook verkeerde leringen, die mensen in verwarring brachten en om een weerwoord vroegen. Er waren ook conflicten in de meer persoonlijke sfeer, die beheerst moesten worden, wilden ze geen grote schade toebrengen aan het leven der christenen. Welnu, vooral bij dat laatste heeft Titus dienst gedaan, met name in Corinthe.

Hij had er eerst de nodige opleiding voor gehad in Jeruzalem, waar hij aanwezig was op het zogenoemde apostelconvent. Bovendien had Titus van de Heere kennelijk bepaalde gaven en kwaliteiten ontvangen waardoor hij een nuttige functie kon vervullen in het oplossen van conflicten. Dat alles dan natuurlijk onder de onmisbare zegen des Heeren, die de harten van de tegenover elkaar staande partijen naar elkaar neigde en voor ware bekering zorgde.

Maar dit is niet alles wat ons over Titus verteld wordt. Een ander terrein waarop hij door Paulus en via hem door de Heere is ingeschakeld is het terrein van wat we vandaag ‘gemeenteopbouw’ zouden noemen. Dat woord werd er in de tijd van Titus nog niet voor gebruikt, maar de zaak die ermee aangeduid wil zijn bestond toen uiteraard al wel. Het kon trouwens wel eens wezen dat er toen in allelei opzichten toch wat anders onder verstaan werd dan wat men er in sommige kringen vandaag allemaal onder rangschikt. Maar dat komen we dan wel op het spoor als we de gegevens van de Schrift ten aanzien van deze taak van Titus nader gaan onderzoeken.

Het Evangelie op Kreta

We moeten ons verplaatsen naar het eiland Kreta, gelegen ten zuiden van Griekenland in de Middellandse Zee. Wat de tijd betreft zijn we verschillende jaren na de gebeurtenissen in Corinthe waar Titus bij betrokken was. Paulus heeft drie jaar in Efeze gewerkt. In die tijd viel de missie van Titus naar Corinthe. Op dat verblijf in Efeze is Paulus’ eerste gevangenisperiode gevolgd. Hij zat toen gevangen, eerst in Caesarea en daarna, na een zeer enerverende zeereis, in Rome, in “zijn eigen gehuurde woning”.

Uit die periode zijn ons geen gegevens uit het leven van Titus bekend. Hoe het met hem in die tijd gegaan is, weten we dus niet. We komen hem pas weer tegen als Paulus na die eerste gevangenschap weer een vrij man is. Die bevrijding was voor Paulus niet helemaal onverwacht gekomen. Hij had er sterke hoop op gehad, dat hij nog eens vrij zou zijn om opnieuw de zaken van Gods Koninkrijk te dienen. In die geest had hij zich in zijn brief aan de Filippenzen uitgelaten (1:25-26). En ook in zijn brief aan Filemon heeft hij erop gezinspeeld. Toen heeft hij die bevrijding trouwens toegeschreven aan Gods verhoring van de gebeden van de gelovigen (vs. 22). Paulus kende de kracht van het gebed. Vandaar dat hij zo veelvuldig ook vraagt om het gebed van de gemeenten.

Welnu, die vrijlating is gekomen en Paulus is daarop onmiddellijk weer aan het werk gegaan. Er was nog zoveel te doen. Het Evangelie moest nog op zoveel plaatsen worden verkondigd. Er moesten nog zoveel zondaren tot bekering en geloof komen. Nee, Paulus heeft geen tijd verloren laten gaan.

Het zal in die tijd geweest zijn dat Paulus ook het eiland Kreta heeft bezocht. Hij was daar nog niet eerder geweest. Wel was hij er een keer dichtbij geweest. Dat was toen hij er langs voer op reis naar Rome. Maar nog nooit had hij er voet aan land gezet. En toch moesten ze ook daar Gods Woord horen. Dus is Paulus erheen gegaan. Samen met Titus. En samen zijn ze er toen getuigen van geweest, dat de Heere het gepredikte Woord wilde zegenen en dat Gods Geest harten opende, zodat mensen van de afgodendienst bekeerd werden om de levende God te dienen. Zo was er op Kreta het begin van kerk-planting. Er werden gemeenten gesticht.

Titus blijft achter op Kreta

Op zeker moment meent Paulus dat voor hem de tijd gekomen is om weer te vertrekken. Er staat nog meer op zijn programma. Hij wil nog naar Colosse, zoals hij aan Filemon heeft beloofd. En daarnaast wil hij nog andere zaken regelen. Maar hoe moet het dan verder met het nog maar amper begonnen werk op Kreta? Kan Paulusdaar nu al weg?

Paulus heeft er met Titus overleg over gevoerd. Hij heeft zijn metgezel gepolst wat hij er van dacht. En toen is het besluit gevallen, dat Titus er zou blijven. Paulus laat met een gerust hart aan deze mede-arbeider de verdere op- en uitbouw van het gemeentelijk leven op Kreta over. Ongetwijfeld heeft hij hem de nodige adviezen gegeven, maar daarna is hij toch vertrokken.

Zo is het gegaan: Paulus ging weg en Titus bleef. Niet - zoals wel eens beweerd is - als ‘de eerste bisschop van de kerk der Kretenzen’. Ook was het nooit Paulus’ bedoeling dat Titus daar permanent zou blijven. Titus’ opdracht was een tijdelijke. Later zou een ander zijn taak daar overnemen, hetzij Artemas, hetzij Tychicus, zoals blijkt uit Tit. 3:12.

Als Titus op Kreta achterblijft is dat met de bedoeling dat hij hetgeen daar nog ontbreekt terecht zal brengen, zoals Paulus het onder woorden brengt in zijn brief aan hem (1:5). De organisatie van het gemeente-leven is nog lang niet voltooid. Er moeten nog ambtsdragers worden aangesteld. Op het terrein van de zuiverheid van de leer en de weerlegging van de dwaalleer is er nog veel te doen. Ten aanzien van het christelijke leven dient er nog heel wat onderwijs te worden gegeven. En wat betreft de verschillende categorieën gemeenteleden en hun onderlinge verhouding zal er ook nog het een en ander te instrueren zijn. Kortom, Titus krijgt de opdracht om de gemeente op te bouwen.

Voordat Paulus vertrok heeft hij al de nodige adviezen gegeven. Maar dat acht hij niet voldoende. Vandaar dat hij per brief op verschillende dingen nog nader ingaat. Titus kan dan alles nog eens op zijn gemak lezen en herlezen. En op die manier kunnen ze op Kreta ook weten dat wat Titus gaat doen de volledige goedkeuring van Paulus heeft en dat het met diens gezag wordt gedaan.

Op deze manier krijgen we vanuit de bijbelse gegevens een beeld van wat we eigenlijk onder gemeente-op-bouw hebben te verstaan.

Daarvoor hoeven we dus niet in de leer te gaan in Willow Creek, bij Bill Hybels, zoals in onze tijd wel wordt gepropageerd. We hebben er in de eerste plaats ook geen speciale cursussen op dit terrein voor nodig. We kunnen heel eenvoudig het door de Heilige Geest geinspireerde document - de brief aan Titus - raadplegen. En samen met een paar andere bijbelse geschriften hebben we dan al heel wat feilloze aanwijzingen betreffende het reilen en zeilen van een goed ingerichte en bestuurde christelijke gemeente.

Godvruchtige ouderlingen

Uit de brief aan Titus laat zich dan allereerst afleiden, dat voor een goede opbouw van de gemeente het van uitnemend belang is dat er godvruchtige ouderlingen worden aangesteld. Daar schrijft Paulus over onmiddellijk na zijn inleidende zinnen. De selectie van goede ambtsdragers heeft trouwens altijd Paulus’ intense belangstelling gehad. Niet zodra was ergens een gemeente ontstaan of er werd door hem omgezien naar mensen die aan die gemeente leiding zouden kunnen geven. Lees hiervoor bijvoorbeeld Hand. 14:23.

Dat dit van groot belang is voor het welzijn van de gemeenten blijkt onder andere ook uit wat Paulus erover schrijft in 1 Tim. 3. Vandaar dat het in het geheel niet vreemd is als de apostel aan Titus laat weten dat dit een van zijn eerste taken zal moeten zijn.

Kennelijk was er van het selecteren van ouderlingen op Kreta nog niets gekomen toen Paulus er zelf nog was. Zoiets moet ook niet overhaast gebeuren. Maar het moet wel gedaan worden. En dat van stad tot stad. Van gemeente tot gemeente. Overal waar van gemeentevorming sprake is, moeten er mensen worden verkozen die leiding kunnen geven.

Het moet met zorg gebeuren. Tenslotte zullen die ouderlingen moeten fungeren als ‘huisverzorgers Gods’ (1:7). Dat wil eigenlijk zeggen dat ze ‘economen’ zijn, die het beheer hebben over het bezit van een Ander en die in dat beheer uiterst zorgvuldig te werk zullen moeten gaan. Het spreekt vanzelf, dat die mensen dan ook van deugdelijke kwaliteit dienen te zijn. Onberispelijk in hun levenswandel. Als er terecht bezwaren tegen hun levenswandel zouden kunnen worden ingebracht is daarmee hun woord tegelijkertijd krachteloos geworden. Dan zal de duivel niet nalaten hen in een kwaad daglicht te stellen en de zaak des Heeren zal er schade door leiden.

Van dat spiedende oog van de Boze zullen ze zich dan ook voortdurend bewust moeten zijn. Deze ouderlingen leven om zo te zeggen ‘in een glazen huis’. Met hun gezinnen. En daarom gelden er voor hun gezinnen ook bepaalde normen, zoals Paulus aangeeft. Ook het gedrag van hun kinderen komt daarbij ter sprake. Die kinderen moeten niet te beschuldigen zijn van overdadigheid of ongehoorzaamheid. In een andere brief schrijft Paulus dat de ouderlingen hun eigen huis wel moeten weten te regeren. Hoe zouden ze anders voor de gemeente Gods zorg kunnen dragen (1 Tim. 3:4,5)?

En wat die ouderlingen zelf betreft, Paulus zegt Titus dat hij moet omzien naar mannen die niet eigenzinnig zijn, niet snel toornig, niet met een hang naar sterke drank, geen verkwisters, geen vuil-gewinzoekers. Het zou best de moeite lonen op al deze aspecten de aandacht te vestigen, maar laten we in ieder geval de conclusie trekken dat wat voor Paulus’ tijd gold ook nu niets van zijn relevantie heeft verloren.

Er wordt wel eens geklaagd over gebrek aan goede ambtsdragers. Waar haal je ze vandaag vandaan? En als we ze niet vinden, die aan de bijbelse normen beantwoorden, plaatsen we de lat dan wat lager en nemen we dan met minder genoegen dan waarmee Titus genoegen mocht nemen? Is dat juist? Zijn onze ouderlingen (en ik neem er de diakenen en de predikanten maar meteen bij) mannen die hun eigen huis wel weten te regeren? Zijn ze niet te beschuldigen van overdaad? Van eigenzinnigheid? Hoe staat het met de hang naar de borrel? Op huisbezoeken wordt toch alstubleift geen borrel gedronken?

Kortom, zijn de ambtsdragers voorbeelden voor de kudde? Met woorden alleen zal het nooit gaan. Wordt onze leer bevestigd door ons leven? Paulus zij ons ten voorbeeld als hij zegt: Hierin oefen ik mijzelf om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de mensen (Hand. 24:16).

Goede, godvrezende ouderlingen, die in woord en wandel tot voorbeeld kunnen strekken en zo de gemeente echt kunnen voorgaan - die zijn allereerst nodig als het gaat om de vraag hoe een gemeente zal worden opgebouwd. Niet iedere Jan, Piet en Klaas, omdat ze nu eenmaal allemaal belijdende leden zijn en omdat de Heilige Geest immers aan allemaal gaven uitdeelt. Wordt met deze zaak niet vaak veel te lichtvaardig omgesprongen? Is het dan wonder dat er diverse gemeenten zijn die van het spoor afwijken, zowel wat betreft de leer als het christelijke leven? Wat moet je ook met onkundige ouderlingen, die de leer die naar de godzaligheid is, maar heel gebrekkig kennen en met de dingen die tot de vreze des Heeren behoren ook niet goed weg weten?

Bij de selectie van ouderlingen is er één aspect, dat bijzondere aandacht dient te krijgen. Dat is de zuiverheid van de leer. Op dat punt mag er geen enkele twijfel bestaan. De aan te wijzen ouderlingen dienen op dit punt de toets te kunnen doorstaan.

Bovendien zullen ze ook nog in staat moeten zijn anderen te onderwijzen en zo de zuivere leer door te geven. Deze gedachte brengt Paulus tot zijn tweede advies met betrekking tot het werk van Titus in de opbouw van de gemeenten op Kreta.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

TITUS-5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken