Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PAULUS EN TIMOTHEÜS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PAULUS EN TIMOTHEÜS

9 minuten leestijd

Geen andere leer, mijn zoon!

Welk een liefde kende de apostel Paulus tot de Koning der Kerk en Zijn lidmaten. Daar mogen we ons vandaag wel op bezinnen of die zelfde liefde en ijver er ook bij ons is. Wat kunnen we bezig zijn met onze stellingen, met onze gedachten, onze discussies en dat de zaak waarom het uiteindelijk gaat niet leeft.

Generaliseren is ongeoorloofd, maar er zijn publicaties of verslagen uit onze kringen waarop niet geattendeerd behoeft te worden om ze goed te lezen tot onderwijs. Bijzonder voor ambtsdragers is het geboden te denken, te spreken en te schrijven naar de Heilige Schrift. Paulus is daarvan een lichtend voorbeeld. Wat hij aangeeft in zijn brieven moeten we nagaan. Veel heeft hij Timotheüs voorgehouden. In 1 Tim. 1:3 lezen we: Gelijk ik u vermaand heb dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar Macedonië reisde, zo vermaan ik het u nog opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren. De stad Efeze en vanzelf de ontstane gemeente daar had een plaats in het hart van Paulus. Tweemaal heeft hij de stad bezocht. Handelingen 18 deelt ons mee, dat hij drie maanden in de synagoge gewerkt heeft. Handelingen 19 zegt ons dat hij twee jaar in een gehoorzaal van Tyrannus gearbeid heeft. Zeer waarschijnlijk is hij voor de derde keer in Efeze geweest. Hoe de verbintenis was met de gemeente, met ouderlingen weten we uit Handelingen 20. Ontroerend is de beschrijving van het afscheid. Zeer aangrijpend waren de woorden: dit weet ik dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen die de kudde niet sparen. Bij zijn heengaan heeft hij Timotheüs op het hart gebonden in Efeze te blijven. Paulus denkt aan de situatie van de gemeente. Verontrusting beheerst hem en daar is grond voor. Hij weet hoe sommigen te werk gaan. Wat ze de gemeente willen indragen. Noodzaak is dat Timotheüs aan het werk blijft. Hij moest op zijn post blijven en de gezonde leer brengen. Sommigen weken daarvan af. Het is van belang, dat we stil staan bij het woord ‘leer’ en de betekenis daarvan. Want er is steeds allerlei wind van leer. In de brief van Paulus aan Efeze wordt er met nadruk op gewezen. Onder het mom van vertrouwde klanken en termen werden dwalingen geïntroduceerd om de gemeente af te voeren van de goede koers van de leer van Christus. Door de eeuwen heen geldt het gezaghebbend woord van Jezus Christus tot Zijn discipelen: lerende en onderhoudende wat Ik u geboden heb. In dat spoor gingen de apostelen na de Pinksterdag. Vandaar dat we ook het woord ‘leer’ der apostelen tegenkomen. Volledig in overeenstemming met de wil van de Heere, gedocumenteerd in het Oude Testament. Het Schriftbewijs, als ook de vervulling daarvan kwam in de verkondiging naar voren. Naar de wil van de Heere, door de leiding van de Heilige Geest, werd de leer vastgelegd als heilswaarheid en zo kreeg ze een verplichtend karakter voor alle christenen. Men diende het te geloven, zich eraan te houden, het leven ernaar te leiden. Als Paulus het woord ‘leer’ gebruikt, dan horen we hem spreken van de gezonde leer. Daarmee bedoelt hij, dat de leer bepaald wordt door en gegrond is op het Evangelie. En dat Evangelie staat niet in tegenstelling tot de Wet, want daarin vindt de Wet haar vervulling. Het is een leer en Paulus zegt dat met nadruk, die gezond maakt. Daar hij dit zelf goed weet en ondervindt, komt hij tot Timotheüs met de opdracht zich daaraan te houden en zich er voor in te zetten zodat de dwaling geen verdere invloed zou krijgen in de gemeente en wat in strijd is met de gezonde leer geweerd zou worden. Het was Timotheüs bekend, dat sommigen een andere leer de gemeente wilden indragen. Zij gingen als onderwijzer te werk. Maar zegt Paulus, hun onderwijs is geen leren, want het wijkt af van het waarachtige evangelie. Tot de Galaten moest Paulus hetzelfde zeggen. Men bracht in de gemeente een ander evangelie. Het had de naam van evangelie, maar het had niets te maken met het evangelie des Heeren. Het was een evangelie uitgedacht door de mens. De verkondigers zijn dwaalgeesten. Zowel in Galaten als in Efeze. In Efeze had men het over fabels, of te wel mythen die in de Bijbel voorkomen. Nu weten we wat een mythe is: een ongegrond verhaal. Een ongefundeerde voorstelling. Wie nu een mythe leest, moet zich niet afvragen: wat is er gebeurd, maar: om welke waarheid, om welke idee gaat het. Nu was de wereld waarin Paulus het evangelie predikte vol mythen. Geslachtsregisters werden er ook bij betrokken. De wonderlijkste verhalen werden gehoord. Alles wat vernomen werd behoorde tot het evangelie Twistgesprekken, vragen, gingen leven in de gemeente. Is de leer van Paulus wel af? Scherp ging Paulus te werk. Niet voor zichzelf, maar voor het heilig evangelie. Was die scherpte er vandaag maar meer! Paulus wilde de mensen overtuigen dat men niet verder komt met allerlei ideeën, speculaties en diepzinnige religieuze gedachten. Alleen met de daad Gods in Christus. Wat Hij gedaan heeft in de geschiedenis. Het werk van de drie-enige God, Vader, Zoon en Heiige Geest, is het belangrijkste. Niets van wat gehoord wordt leidt tot geestelijk leven, tot geestelijke bloei. Paulus schrijft: het geloof heeft er niets aan. De liefde wordt afbreuk gedaan, 1 Tim. 1: 4 en 5. Het Paulinische woord, geschreven aan de Romeinen, geldt voor alle tijden: Laat ons najagen hetgeen tot de vrede en hetgeen tot de stichting onder elkander leidt, Rom. 14:19. Vandaag mag daar wel bijzonder aan gedacht worden, want er zijn wat geesten werkzaam. Op het kerkelijke erf is er heel wat gaande. We weten van de moderne hermeneutiek. Laten we de invloed daarvan niet onderschatten. Het werkt samen met de tijdgeest. In de handel leeft: vraag en aanbod. In de kerk dringt zich op de geest van aanpassing. Wat er leeft in het volksleven wordt gevraagd in de kerken. Men wil weten of het bijbels mogelijk is. Voor de aanhangers van de moderne hermeneutiek staat het vast dat het Woord tijdgebonden is en cultuurbepaald. Men geeft aan dat het mogelijk is een brug te slaan tussen de cultuur waarin de Bijbel ontstond en onze cultuur. Waren het in de dagen van Paulus joodse rabbijnen die werkten met mythen en geslachtsregisters, nu zijn het theologen, zelfs die zich gereformeerd noemen, om in woord en geschrift, theologisch en ethisch aan te geven hoe men geestelijk kan denken en kan leven naar de Schriften. Opererend vanuit de liefde kun je je gang gaan. Je kunt lijken op buitenkerkelijken, je bent aan hen gelijk, want je leeft uit het principe: God is liefde en zo is er ook liefde tot elkaar. Een aangepaste theologie met een aangepaste liefde. Laat u leiden door het onfeilbaar Woord des Heeren. Dan is het: zo zegt de Heere, geen leus, maar een levensdevies. Laten we steeds zoeken het gehele welzijn van onze jongeren. Wee onzer, wanneer we ze hebben mee laten zuigen met de geest van deze tijd. Die geest werkt levensgevaarlijk in de kerk. Men wordt er door misleid en op de levensgang rust de gunst van de Heere niet. De Heere zegt met nadruk: beproeft de geesten of zij uit God zijn en haat ook de rok die van het vlees besmet is. Niet wat de mens wil staat voorop, maar wat is de wil van de Heere. Het ‘zo zegt de Heere’ is niet tijdgebonden. Aanpassen is uitgesloten. De Heere weet van geen aanpassen. Wie echt Bijbels reformatorisch wenst te zijn en te leven, leeft bij de Schriften en vanzelf ook bij de woorden van Paulus. In de eerste brief aan Timotheüs hoofdstuk 1 heeft hij het over de gezonde leer. Een uitdrukking om over na te denken. Zij is heilzaam. Want de gezonde leer is de heilskracht, de levenskracht van het Evangelie. Het evangelie van de heerlijkheid van de volzalige God. Welk een inhoud heeft het evangelie, namelijk de heerlijkheid Gods. Al ’s Heeren deugden liggen erin besloten en geven een uitstraling. In Christus worden ze ten toon gespreid. Uit genade wordt het door de Heilige Geest in het hart gewerkt en komt men eenmaal tot de volle zaligheid van de God der zaligheid. Dit nu dient steeds in prediking en gesprek centraal te staan. Hartelijk, bewogen, dienen kerkelijken en onkerkelijken het te horen. Deze hoofdzaak mag niet aangepast noch verschoven worden. Al het werk, bijzonder van een predikant, dient te beantwoorden aan de gezonde leer en moet er aan getoetst kunnen worden. Met nadruk zegt Paulus: geen andere leer. Leer zoals die is. Zoals die gegeven is door de schenker Jezus Christus. In vers 11 zegt Paulus: en die gezonde leer is mij toebetrouwd. Calvijn schrijft: uitdrukkelijk voegt Paulus eraan toe dat het hem is toevertrouwd, opdat allen begrijpen, dat het evangelie Gods geen ander is, dan wat hij predikt en dat daarom alle fabels die hij tevoren heeft afgekeurd vreemd zijn zowel aan de wet als aan het evangelie Gods. Waarvan acte! Zijn er vandaag andere zaken aan de orde? Het getuigenis van het verleden moet staan in het heden. Het is eis van de Heere en de liefde wil in Gods kracht daaraan beantwoorden. Voor leven en sterven is maar één evangelie blijvend. Het geeft geen ruimte voor of aan de tijdgeest. Het oog dient steeds open te zijn voor de tegenstelling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PAULUS EN TIMOTHEÜS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken