Bekijk het origineel

VERSLAG AFSCHEIDSDIENST DS. P. ROOS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VERSLAG AFSCHEIDSDIENST DS. P. ROOS

8 minuten leestijd

Op nieuwjaarsdag nam ds. P. Roos afscheid van de gemeente Dam-woude. Bijna elf jaar heeft hij de gemeente mogen dienen. Het afscheid vond plaats in een gewone kerkdienst op de gebruikelijke aanvangstijd; daardoor werd de aandacht voor deze dienst vooral gericht op de eigen gemeente en minder op allerlei kerkelijke afgevaardigden.

Tekst voor de prediking was 2 Timotheus 4:17: “Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij tenvolle zou verzekerd zijn van de prediking en alle heidenen dezelve zouden horen; en ik ben uit de muil des leeuws verlost”. Thema: Paulus roemt de hulp des Heeren in zijn bediening; er is sprake van

1. Zijn bijstand,

2. Zijn bekrachtigingen

3. Zijn verlossing.

Maar de Heere heeft mij bijgestaan. Het eerste woord “maar” geeft een tegenstelling aan met het voorafgaande. Daarin verklaart Paulus dat niemand hem heeft bijgestaan in zijn eerste verantwoording. Hiermee doelt hij op zijn dagvaarding door de keizer (Nero). Het gehele teksthoofdstuk ademt de sfeer van een zekere eenzaamheid. Zij hebben mij àllen verlaten. Dat is niet absoluut op te vatten. Er zijn zeker nog wel enkele mensen in zijn buurt, maar deze ontbraken tijdens die verantwoording voor de keizer.

Over deze mensen spreekt de apostel heel persoonlijk. Het is treffend dat ook nu nog Gods dienaren soms dezelfde goede en ook minder goede ervaringen hebben als Paulus destijds. In vers 9 spreekt hij tot Timotheus zelf. Hij hoopt dat deze spoedig tot hem zal komen. Hier vinden we iets van de gemeenschap der heiligen. De “grote” apostel Paulus is verlangend naar de vreesachtige Timotheus. Sterke banden bonden hem aan deze broeder. Een prachtig voorbeeld dat er veel onderscheid bestaat tussen Gods kinderen. Klein of groot, zij hebben elkaar hartelijk lief. Deze banden werden ook in het dienstwerk gevoeld met veel broeders, alus ds. Roos.

Dan is daar Demas, die de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Onze generatie predikanten heeft moeten aanzien dat velen, als Demas, de kerk hebben verlaten. We beleven de dagen van kerkverlating. Hoevelen leven nu in de wereld, die ooit tot de kerk behoorden. Voeg hierbij degenen die zich voegden bij een verwereldlijkte kerk. Zonder in ieder die vertrekt een Demas te willen zien, is het wel verdrietig dat zovelen in Nederland en onder ons de kerk hebben verlaten. We bleken niet bij machte hen werkelijk aan te spreken.

Anderen, zo meldt de apostel, vertrokken voor ambtelijke dienst naar elders (Krescens en Titus). Lukas was bij Paulus en hij heeft ongetwijfeld veel steun van hem ontvangen. Dan noemt hij Markus, die hem zeer nut tot de dienst is. We weten dat Paulus niet geheel gerust was over deze Markus in vroeger dagen. Er ontstond zelfs twist over hem. Nu blijkt deze Markus zeer nuttig. Dat is een meevaller. Ook dat heeft de predikant veel mogen zien. Mensen, die door de tijd heen steeds dichterbij kwamen en die betrouwbaar bleken door Gods genade. Dat geeft sterke banden.

Dan noemt hij nog Alexander de kopersmid, die hem veel kwaads heeft betoond. In sterke woorden waarschuwt Paulus Timotheus voor hem. Treffend dat er ook mensen zijn, die bewust hebben tegengestaan; Paulus spreekt hier niet onduidelijk over. Er zijn inderdaad mensen die hij bewust ontmaskert als vijanden van het kruis. Wij mogen deze dingen niet te snel nazeggen; alles is de Heere alleen bekend. Maar Alexander bestaat ook nu nog.

Tekenend voor Paulus in zijn omstandigheden is de vraag om zijn reismantel. Zulke alledaagse zaken noemt hij ook. Een emeritus zal ook een reiskleed nodig hebben, voor de eeuwigheid allereerst, maar ook voor dit leven. Wat hebben we echter daarin veel voor op Paulus. De boeken, inzonderheid de perkamenten heeft Paulus nu nóg nodig. Dus: we blijven werken en studeren!

Tegenover al deze menselijke lijnen staat het woord: Maar de Heere heeft mij bijgestaan. Dat is een rijk getuigenis. Hoe het ook gaat met mensen, hoe mensen tegen- of meevallen, de Heere gaf bijstand. Hij heeft, zo kunnen we ook lezen, erbij gestaan. Dat wordt voelbaar ervaren op de kansel.

De Heere heet ook bekrachtigd.

Dat geeft enerzijds de grote zwakheid van de apostel aan. Ds. Roos erkent zijn grote zwakheden in de bediening.

Hoeveel is nagelaten en hoeveel werd niet zoals vereist werd, verricht. Hij memoreert het woord van Johannes: “Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam”. Veel meer dan wij konden zeggen! Maar de Heere heeft bekrachtigd. Dat is merkbaar ervaren. Het is de betoning van Geest en kracht, die de prediking mocht kenmerkten, als de Heere het gaf. Aarden vaten wil de Heere gebruiken. Het doel hiervan is dat de prediking tot ieders overtuiging mocht dienen. Onder de prediking (kèrugma) verstaan we het werk van een heraut. Hij spreekt met gezag namens zijn Zender. Het is de prediking van de gekruisigde Christus, van Zijn heerlijke Middelaarsbediening en van Zijn Goddelijke grootheid. Christus voor te stellen in Zijn vernedering en verhoging, in Zijn noodzakelijkheid, dierbaarheid en gepastheid. Wie is daartoe bekwaam? De bruidskerk leiden naar de Bruidegom en verblijd zijn als we de stem van de Bruidegom (!) horen. Deze boodschap strekke tot zekerheid voor velen. Hier valt de persoon van de prediker weg tegen de prediking. Dat moeten ook wij eikens weer opnieuw leren, dat wij niet belangrijk zijn. Alleen de drieënige God staat centraal. Dat moet ook de gemeente steeds weer opnieuw leren; het gaat niet om mensen, maar om Hèm. Er staat wel dat men door Paulus tenvolle verzekerd zou mogen zijn van de prediking. Hij is erbij betrokken, maar juist als afleider van zichzelf. Daarin hebben we elkaar niet mee. Christus zorgt Zelf voor Zijn eigen eer. Deze prediking lijkt een dwaasheid. Maar deze rijkmakende inhoud mag de prediker steeds weer opnieuw doorgeven, tot grote vreugde voor het eigen hart. Paulus heeft hier het oog op “men”. Dat is heel onbepaald. Daar kan uw naam ingevuld worden, zo hoop ik, aldus de predikant. Daartoe heeft de Heere Jezus Zelf hem bijgestaan. Wat heeft deze enige Naam velen, maar ook de predikant zelf, veel vreugde gegeven. Bent u aangaande Hem ook verzekerd geworden? Hier kan geen vraagteken overeind blijven. Het gaat om uw persoonlijke verzekering van Uw heil in Christus. Onzekerheid is een groot gevaar voor de eeuwigheid. Roeping en verkiezing moeten we door genade, vastmaken, zo maant het Woord. Zo is de prediking tegelijk ernstig en ook sterkend.

Tenslotte getuigt de apostel dat hij verlost is uit de muil van de leeuw. Dat gold voor Paulus letterlijk. Hij was tot nu toe aan de klauwen èn de muil van Nero ontkomen. Maar in dieper verstaan denk ik hier aan de duivel, die rondgaat in de kerk en in de wereld. Hij is de briesende leeuw, die zoekt te verslinden. Dat maakt de kerk, waar de duivel ook getrouw aanwezig is, tot een gevaarlijke plaats. Juist de voorgangers staan bloot aan zijn wrede taktieken. Hij richt zijn pijlen juist ook op hen, de preekstoel ligt onder vuur, het vuur van de hel. Wat kan er niet met Gods knechten gebeuren. Hoe verootmoedigend moet erkend worden dat de Heere voor veel heeft willen bewaren. De duivel kan heel dichtbij zijn. Paulus spreekt niet alleen over de leeuw, maar over de muil van de leeuw. De klappende kaken kunnen dichtbij zijn. Dat is ook ondervonden, maar de Heere heeft uit zijn muil verlost. Hoe almachtig blijkt dan de hulp des Heeren te zijn, en hoe betrouwbaar.

Zo zien we dat de prediking zich bevindt in het krachtenveld van hemel en hel, van Christus en tegeijk ook van de duivel. Daartussenin staat de nietige en zwakke mens. Daar zit de gemeente, veelal zich te weinig bewust van de ernst der dingen. Dan kunnen we niet rustig in de bank zitten en toekijken hoe alles gaat, maar dat gaat het om leven of dood, om hemel en hel.

We mogen eindigen met de volgende woorden van vers 18: “en de Heere zal mij verlossen van alle boos werk en bewaren tot Zijn hemels koninkrijk; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid, Amen”.

Na de dienst werd een brief van de consulent, ds. De Haan, voorgelezen en sprak br. Lodewijk hartelijke woorden tot de scheidende predikant, die evenwel bij de gemeente blijft behoren. Br. Lodewijk gewaagde terecht van verbondenheid en eenheid.

De toespraken werden beantwoord. Aan de classis werd gevraagd: was ik, met mijn gemeente nu een witte raaf of het zwarte schaap?

We zongen tenslotte Psalm 106:26: Geloofd zij Isrels grote God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VERSLAG AFSCHEIDSDIENST DS. P. ROOS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken