Bekijk het origineel

Waarom een blad?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waarom een blad?

12 minuten leestijd

Donderdag 14 april verscheen het eerste nummer van het blad ‘‘Bewaar het Pand.’ Nu ligt veertig jaar later een jubileumnummer op tafel. De vraag kan gesteld worden: was dit nodig? Het is te begrijpen dat van een kerkelijke gemeenschap na een bepaalde periode een gedenkboek verschijnt. Het is te vatten dat van een partij, die van betekenis is en invloed heeft, een boekwerk verschijnt. Maar nu van een blad een extra nummer. Is dat niet overdreven? Is het blad van zo’n importantie dat dit nodig is, dat er aandacht besteed wordt aan de 40 jaar, dat er bij stilgestaan wordt? Zo moet het niet gezien worden. Onderstreping van het blad heeft nimmer plaatsgevonden, althans het is niet gebeurd door scribenten. En daaraan dienen we te denken. Dat nu na 40 jaar een terugblik wordt gegeven is niet ongepast. Allereerst moet dank uitgesproken worden dat het blad deze mijlpaal mocht bereiken. Het lezersaantal is nog zodanig dat verschijnen mogelijk is. Dat is een verblijdende zaak die stof geeft tot dankbaarheid. Temeer omdat de redactie de uitgave van het blad wenselijk acht en dat naar verschillende kanten, wat ook in de artikelen wordt aangegeven. Wanneer het nu over de terugblik gaat, is het te begrijpen, dat stilgestaan wordt bij de beginperiode, bij het verschijnen van het blad in 1966. De uitgave heeft een voorgeschiedenis die betekenis heeft en meespreekt. Op die geschiedenis in te gaan is van belang, temeer omdat er verkeerde denkbeelden in omloop zijn en onder de lezers van het blad kunnen er zijn die niets van het ontstaan weten. Nu het gebeuren houdt verband met het groeiproces wat na 1953 heeft plaatsgevonden. 1953 was een belangrijk kerkelijk jaar. Op de synode van Apeldoorn werden drie nieuwe professoren benoemd en er verscheen een synodale brief bestemd voor de kerken. Dit waren twee besluiten van betekenis. Het laatste besluit heeft betrekking op dit artikel. Op de synodetafel lag een instructie van de P.S. van het Zuiden. Enkele alinea’s van de synodale acta volgen. In de instructie werd gewezen op het feit dat geconstateerd wordt een bedenkelijke afglijding van de oude lijn der Afscheiding. Die afglijding openbaart zich: A. in de prediking. In bedenkelijk geforceerde verbondsbeschouwing. B. In een al te formalistisch beklemtonen of uitgaan van het ideaal: belijdenis en avondmaalvieren. C. Een vragen naar nieuwe vormen. Herziening van liturgische geschriften en herziening van Psalmberijming (rhytmisch zingen) gebruiken van de Nieuwe Vertaling. De koers in het jeugdwerk. Men wees ook op verontrustende reacties van Verbonds-onderschatting en een negeren van de kerkelijke orde. Na deliberatie werd een commissie benoemd voor opstelling van een concept- getuigenis. In de zitting van de synode werd een concept-getuigenis voorgelezen door Prof. G. Wisse. Na enkele redactionele wijzigingen werd het concept unaniem aanvaard en de synode besloot het als brief te zenden aan al de kerken. Een aantal zinnen voor ons artikel van belang willen we doorgeven. De aanhef luidt: de Generale Synode diep onder de indruk van de ernst der huidige geestelijke situatie in onze kerken en verontrust over de hier en daar zich voordoende verschijnselen van inzinking en vervlakking en zelfs tegenstand somtijds ten opzichte van de praktijk der godzaligheid voelt zich geroepen tot de Kerken een getuigenis-woord in alle liefde en vermaan te doen uitgaan. Het is niet te ontkennen, dat met name de verbondsbeschouwing soms ontaardt tot een vervlakking in de beleving, alsof het voldoende ware dat we door geboorte onder de verbondsbedeling zijn opgenomen of dat we zonder innerlijk wederbarende werkingen des Heiligen Geestes de weldaden van het verbond ons zouden kunnen toeëigenen en deelachtig worden. Geloof en bekering zijn wel noodzakelijk in het licht van het verbond, maar altijd zo dat goed worde in het oog gehouden, dat ook die alle genadegift des verbonds zijn tevens dat krachtens dit verbond hoe ellendig wij ook in onszelf ons bevinden wij een recht hebben om te geloven. Om daarvan gebruik te mogen maken is het noodzakelijk dat we in de bevindelijke weg leren, dat we God kwijt zijn en van nature in een verbroken werkverbond liggen, dood door de zonden en de misdaden en we alleen door een oprecht geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig kunnen worden, daartoe dan ook dit verbond de volzalige weg ontsluit. Bij deze voorstelling van het verbond en zijn beleving zal dan ook de toegang tot het Heilig Avondmaal zowel beperkt als op goede gronden ontsloten worden. In al de ambtelijke arbeid dient men diep doordrongen te zijn van het tijdelijk als het eeuwig wel en wee, zowel der bekeerden als der onbekeerden, opdat toch vooral het onderscheidend, ontdekkend, onderwerpelijk en bevindelijk element in prediking, catechisatie, huisbezoek etc. krachtig aanwezig zij. Tevens dient niet minder de algenoegzame rijkdom en levensvervulling in Christus uitgestald te worden. De Generale Synode verzocht de kerken om dit getuigenis D.V. op 20 september van de kansel voor te lezen. Art. 130 van de acta vermeldt nog: algemeen wordt met dankbaarheid gewaagd van instemming en waardering. De brief ging daarna de kerken in. Er zijn reacties op gekomen, discussies volgden. Het is te begrijpen dat bijzonder in de P.S. van het Zuiden uitgezien werd naar bezinning, naar affiniteit. De tijd liet echter wat anders zien. Het ontstane proces nam niet af, maar ging toenemen. Besluiten van Synoden hebben daaraan meegewerkt. Het toestaan van de Nieuwe Vertaling in de kerken deed wat in de kerken en heeft geen toenadering tot elkaar bewerkt. Zo ook niet het besluit om evangelisatiesamenkomsten via de televisie uit te zenden. De tegenstemmers hadden naast hun motieven ook gewezen op de weg die nu geopend zou worden naar de toekomst. Het spreken toen blijkt nodig geweest te zijn, gelet op de situatie in het heden. Verruiming heeft geleid naar verschuiving. In de serie ‘Uit de Levensbron’ werd niet over de gehele linie de lijn van de synodale brief teruggevonden. In de prekenbundel werden niet meer gelijk voorheen accentsverschillen gezien, maar verschillen in benadering en beleving. Accentsverschillen zien we in de kerken na 1892, maar er is mee te leven. Maar na 1953 gingen verschillen in prediking komen. De visie op de gemeente ging anders worden. De staat in Adam ging minder spreken en werd overvleugeld door de Abrahams positie. Het geestelijke onderwijs, de beleving, dreigde vervlakt te worden. Deze ernstige zaken, denkend aan en uitgaand van de synodale brief van 1953 deed vragen oprijzen. Kerkenraadsleden en gemeenteleden spraken hun verontrusting uit en hadden hun gemeente niet over voor een afbuiging van 1892, een afbuiging van het oude christelijke gereformeerde beginsel. Op zich is dit niet onbijbels. Immers, wat wordt er door de profeet niet gezegd: vraagt naar de oude paden. De oude vertrouwde wegen hadden bewezen veilig en begaanbaar te zijn en tot het goede doel te leiden. Het zijn de wegen die de Heere gewezen heeft in Zijn wetten en in de prediking van de profeten. In het woord van de Heere worden we ook gewezen op de relatie tussen heden en het verleden, het voor- en nageslacht. Daar dient aan gedacht en bij geleefd te worden. Dit is eis van de Heere en zo heeft men houvast en zekerheid en een veilige toekomst. Hier hoort onherroepelijk bij het staan naar eenheid in geloofserkenning en geloofsbeleving. We zijn vandaag niet klaar met het uitspreken van: we aanvaarden Schrift en belijdenis. Is er ook een gemeenschappelijk staan naar beleving, dan blijkt daarvan de uitstraling in woord en daad. Een gemeenschappelijk staan daarnaar werd beoogd, zeker bij predikanten. Reacties waren niet zo verblijdend. De zaak waarom het ging, ging niet leven. Althans niet in het openbaar. Vandaar de teleurstelling dat de synodale brief niet het verwachte effect had. Niet werd geprevaleerd: het oude is alleen goed en daarmee af. Echter verandering of aanvulling mogen alleen komen wanneer de Schrift en zo het belijden van de kerk dit vereist en het de gehele kerk ten goede komt. Tijdens bespreking van de kerkelijke situatie, ook in eigen gemeente, kwamen predikanten en ambtsdragers tot de overtuiging: we moeten wat doen. Het kan niet bij woorden blijven. Na ampele bespreking werd gedacht aan de uitgave van een blad. Men wilde niet provocerend bezig zijn. Men wilde ook geen pad gaan leggen dat leidt tot kerkscheuring. Men had van kerkscheuring al zoveel gehoord en gezien. Maar om des gewetens wil kon men bepaalde ontwikkelingen in prediking, in liturgie en catecheses niet zomaar door laten gaan. Men moest erover gaan schrijven. En dat niet slechts anti. Op verantwoorde wijze wilde men bezig zijn. Vanuit een Schriftuurlijke, confessionele, bevindelijke overtuiging en gevoelen en zo leiding geven. Is men daarin steeds geslaagd? Die vraag kan gesteld worden, maar de drijfveer was er en uit liefde tot de kerken en de band aan het voorgeslacht. Vandaar dat predikanten die zich betrokken wisten bij het blad niet in een isolement zijn gaan leven. Wanneer zij verkozen werden voor een meerdere vergadering dan was er geen weigering. En aan alles wat aan de orde kwam nam men deel. Als ‘‘Bewaar het Pander’? Als christelijke gerefomeerde predikant. Zelf mag ik een van de weinigen zijn die weet van 1953 hebben en het kerkelijke leven daarna. Ook het komen en het verschijnen van het blad is mij niet onbekend. Het gaat mij niet om de naam, maar wel om wat in de naam aangegeven wordt. De naam van het blad werd ontleend aan de Heilige Schrift, 1 Tim. 6:20 en 2 Tim. 1:14. Timotheüs wordt door Paulus opgeroepen om het pand te bewaren. Met het pand wordt bedoeld het evangelie, het Woord van de Heere. Onlosmakelijk is daaraan verbonden wat in de kanttekening staat: de gezonde leer des geloofs. Bewaren is alle eeuwen door de roeping van de kerk en bijzonder van haar dienaren. Niets daarvan mag ingeruild worden of daarvan gewijzigd worden. De leer van Gods Woord en zo de geloofsleer dienen ongewijzigd te blijven. Hoe de tijden ook zijn en wat er op het kerkelijke erf ook gebeurt. Men dient met het Woord van de Heere om te gaan als een kostbare schat. Men moet haar willen bewaken en er door willen leven. Aan de titel van het blad werd bijgevoegd: uitgave tot bevordering van de handhaving der oude Gereformeerde beginselen. Het woord ‘‘oude’’ betekent niet ouderwets, want de zuivere leer is altijd nieuw. Het woord ‘oude’ doelt vooral op de betrouwbaarheid van de Gereformeerde beginselen. Die beginselen zijn gefundeerd in en komen op uit het Woord van de Heere. Dit laatste is van levensbelang. Onlosmakelijk zijn de drie formulieren van enigheid daarbij betrokken. Die lijn werd door de jaren heen getrokken door ons kerkelijk leven. Wilden scribenten van het nieuwe blad nu welverzekerd aan de slag gaan? Wilde men zich laten horen en zo zich profileren voor de oude waarheid? Zeker, karakters waren verschillend, uitdrukkingswijzen waren niet altijd gelijk, maar het doel werd voor ogen gehouden: bevordering van de handhaving van de gereformeerde beginselen. Nu wordt daarin niet uitgesproken of daardoor aangegeven dat dit onbrak in onze kerken, maar versterking en toename mogen niet ontbreken. De noodzaak van de inzet bleek niet tevergeefs te zijn, want hoe is het nu? Het is triest om te zeggen, we zijn verder weg dan in 1966. Zeker, niet één kerkverband kan op zichzelf wijzen. Er is overal wat te doen. Maar in de kerk waarin men opgevoed is, waarin de Heere Zich niet onbetuigd liet en laat, gaat hetgeen je ziet of hoort, zeer ter harte. Men moet het toch hebben van het Schriftuurlijk bevindelijk onderwijs en het leven daarvan. Zo is er ook de eenheid met het verleden. Ook de band aan de dienaren die onze kerk hebben gediend. Wanneer het nu gaat over de synodale brief is Prof. Wisse de ontwerper geweest. Wanneer het over hem gaat dan hoor je alleen of lees je alleen soms van zijn schaduwkanten. Waren die er niet? Zeker. Maar gelijk er al meer te melden valt van Jakob of David, zo kan dit ook gezegd worden van Wisse. De Heere stapt nooit over het onze, over ons zelf heen. We komen het in de Schrift tegen. We weten van de belijdenis van David: Alhoewel mijn huis alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, 2 Samuël 23:5a. Zijn belijdenis behoren we op ons in te laten werken. Tegenover mijn huis staat het eeuwig verbond. Wat ligt daarin opgesloten voor een nalatige. Wisse had ook nodig het verzoenende, bedekkende bloed van de Heere Jezus. Voor zijn plotselinge heengaan heeft hij mij het nog verzekerd. Die persoonlijke getuigenissen konden de eerste commissieleden ook geven. De redactiecommissie bestond toen uit de predikanten G. Blom, R. Kok. H. van Leeuwen, C. Smits en D. Slagboom en de ouderlingen J. van Heteren, Joh. v.d Lee en B. v.d. Wal. In nov. 66 werd van der Wal vervangen door ds. M. Baan. In 1969 werden tot de redactie toegevoegd de predikanten H.C. van der Ent en M.C. Tanis. Van de overledenen kan en mag gezegd worden: Gedenkt uwe voorgangeren die u het Woord Gods gesproken hebben en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling, Hebr. 13:7. Matthew Henry, ook een gekende des Heeren, schrijft in zijn verklaring: Gedenkt hun: hun prediking, hun gebed, hun bijzondere raad, hun voorbeeld. Volgt hun geloof na, wees standvastig in het belijden, dat zij u gepredikt hebben en tracht de genade des geloofs te verkrijgen, waarin zij leefden en stierven. Aanschouwende de uitkomst hunner wandeling. Hoe spoedig, hoe vertroostend, hoe gelukkig zij hun loop voleindigden. Deze plicht om hetzelfde ware geloof na te volgen waarin zij onderwezen waren, wordt door de apostel in den brede toegelicht en ernstig aangedrongen. Waarvan acte door ons!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006

Bewaar het pand | 20 Pagina's

Waarom een blad?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006

Bewaar het pand | 20 Pagina's

PDF Bekijken