Bekijk het origineel

Verontrustende ontwikkelingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verontrustende ontwikkelingen

15 minuten leestijd

In de achterliggende jaren zijn heel wat verontrustende ontwikkelingen gesignaleerd in ons blad “Bewaar het Pand.” De vinger moest gelegd worden bij onbijbelse zaken in de maatschappij. Ook binnen de kerken zijn er verontrustende ontwikkelingen. Dit gaat onze Christelijke Gereformeerde kerken niet voorbij. Moge ons blad ook in de toekomst een instrument zijn om verontrustende ontwikkelingen te signaleren en tegen te gaan. Bovenal stelle de Heere de uitgave van ons blad tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.

De hedendaagse maatschappij

In veertig jaar tijd is er heel veel veranderd in de maatschappij. Het maatschappelijk leven ziet er nu heel anders uit dan veertig jaar geleden. De ontwikkelingen zijn heel erg snel gegaan. In de zestiger jaren heeft een grote ontkerkelijking plaatsgevonden. Er waren tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw vier zuilen: een socialistische, een liberale, een katholieke en een protestantse zuil. Iedere zuil had een eigen krant en een eigen school. De verzuilde samenleving veranderde in een geseculariseerde samenleving. De welvaart is sterk toegenomen. De techniek is al verder ontwikkeld. Nederlanders kregen meer geld en meer vrije tijd tot hun beschikking. De kerk is al minder centraal komen te staan. De televisie heeft de opkomende wereldgelijkvormigheid sterk bevorderd. Staan we er wel bij stil dat slechts ongeveer een kwart van de Nederlandse jeugd wordt gedoopt? Slechts ongeveer 15% van de huwelijken wordt kerkelijk bevestigd. Ongeveer een kwart van de bevolking van Nederland heeft een Bijbel. Volgens een prognose van het Sociaal Planbureau zal in 2010 nog maar 33% van de bevolking tot een kerk gerekend willen worden, waarvan maar een beperkt deel regelmatig naar de kerk gaat. Onze samenleving is ook al meer een multiculturele samenleving geworden. Niet westerse migranten vormen ruim 10% van de bevolking. De islam is sterk in opkomst. Er is sprake van een nieuwe religie die fanatiek wordt uitgedragen in Nederland: het gelijksheidsbeginsel en een vrijwel onbegrensde vrijheid van leven en meningsuiting. Wie had in de jaren zestig kunnen denken dat de SGP als enige politieke partij geen subsidie meer zou krijgen? Hoelang zal de vrijheid van godsdienst nog gewaarborgd zijn? Hoelang mag het bijbelse geluid over seksualiteit nog in het openbaar verwoord worden? Er valt te denken aan de toenemende onverdraagzaamheid en het groeiende onbegrip ten aanzien van bijbelse standpunten en meningen. Dit blijkt uit de felle debatten die gevoerd zijn over smadelijke godslastering en de scheppingsleer.

Kerkverlating

Wie de gegevens uit de jaarboeken van onze kerken raadpleegt moet constateren dat er elk jaar weer mensen de kerk verlaten. Dat is een verontrustende ontwikkeling. We mogen ons niet geruststellen met de gedachte dat de grotere kerkverbanden grotere aantallen leden verliezen dan onze kerken. Het zou moeten aangrijpen dat elk jaar opnieuw een aantal leden onze kerken vaarwel zeggen. Ook in ‘onze’ gemeenten is sprake van kerkverlating. Dat dient pijn te doen in het hart. Hoe komt dit? Waar liggen de oorzaken? Meerdere factoren kunnen een rol spelen. Zou kerkverlating niet vaak zijn wortels hebben in een innerlijke afstand ten aanzien van het Woord Gods en de prediking en een toenemende onverschilligheid ten aanzien van de eeuwigheid en het ene nodige? Kerkgang is een goede, een Bijbelse gewoonte, maar als er meer niet is, als er alleen maar een gaan naar de kerk is vanuit een bepaalde traditie, dan kan ook hier een begin liggen van kerkverlating. Als kerkgang alleen verworteld ligt in de opvoeding, is dat een zeer wankele basis. Een luisteren naar de prediking alleen voor de vorm, zonder enige betrokkenheid, houdt in veel gevallen geen stand. Dan komt het vroeg of laat tot kerkverlating. Het is pijnlijk en verdrietig dat velen in de loop van de jaren de kerk de rug hebben toegekeerd. Heel veel Nederlanders gaan nooit meer naar de kerk. In een plaats als Almere gaat nog slechts3% van de bevolking geregeld op zondag naar de kerk. Wie nog naar de kerk gaat heeft geen reden zich te verheffen boven hen die niet meer naar de kerk gaan. Van nature is er geen plaats voor Gods Woord en de prediking van Gods Woord in de harten en levens van gevallen Adamskinderen. Hebben we dat geleerd? Hoeveel kerkgangers ook in ‘onze’ gemeenten wandelen nog op de brede weg? Hoevelen onder ons gaan uit sleur of alleen uit kracht van opvoeding naar de kerk? Het is een wonder van genade als de kerkgang u werkelijk lief is geworden, als de prediking u tot zegen is geworden. Mag u weten van ontdekkend, verootmoedigend, schuldigstellend, bemoedigend en vertroostend onderwijs uit het Woord van God en uit de prediking? Mag er iets zijn van het leven der dankbaarheid? Dan bent u een ware kerkganger. Wie iets of meer van de tere en kinderlijke vreze Gods mag weten kan de kerkgang niet missen. De Heere zal Zijn onderdanen vasthouden. Al wat in de poorten van de hel wordt uitgedacht zal niet verwerkelijkt worden. Want de HEERE is zo getrouw als sterk, Hij zal Zijn werk voor Zijn kerk voleinden. De kerkgang hier beneden is voor Gods volk een voorsmaak van de eeuwige zaligheid. De dag zal komen dat Gods kinderen eeuwig bij de Heere zullen zijn. Dan zullen zij eeuwig drinken uit de kelk des heils verworven door Christus, Die de lijdensbeker tot de laatste druppel toe geledigd heeft. Moge de Heere de kerkgang en de prediking van Zijn Woord ook in de toekomst tot rijke zegen stellen. Hij beware voor kerkverlating, Hij bekere van kerkverlating, Hij geve verwondering en vreugde in het opgaan onder de bediening van het Woord, Hij zegene de prediking onder jong en oud.

Vrouw en ambt

Over het kerkelijk leven in het algemeen en over het eigen kerkelijk leven in het bijzonder is heel wat neer te schrijven. We willen enkele dingen uit het eigen kerkelijk leven naar voren halen. Er is heel wat gedacht en geschreven over “vrouw en ambt.” Onze kerken komen in aanraking met kerken in binnen- en buitenland waar men vrouwelijke ambtsdragers kent. Het wordt in onze tijd al minder begrepen dat vrouwen de ambten in de kerk niet mogen bekleden. Ook in eigen kerken gingen stemmen op om één of meer ambten voor de vrouw open te stellen. Dat is een verontrustende zaak. Het was daarom nodig dat de kerken zich over deze zaak duidelijk zouden uitspreken. Dat is ook gebeurd. De Generale Synode heeft in 1998 uitgesproken dat het binnen het kader van de gereformeerde schriftbeschouwing en ambtsopvatting onmogelijk is om de ambten open te stellen voor zusters der gemeente. Aan deze uitspraak lagen veel zaken ten grondslag. De Generale Synode was van oordeel dat volgens de gereformeerde ambtsopvatting het ambt onder meer gekenmerkt wordt door het dragen van gezag. Ook was de Generale Synode van mening dat op grond van de gelijkwaardigheid van de ambten het niet mogelijk is het ene ambt wel en het andere niet open te stellen voor zusters der gemeente. De Generale Synode stelde ook dat de Schrift leert dat man en vrouw ieder een eigen plaats hebben ontvangen, die als een blijvende orde in schepping, verlossing en herschepping niet mag worden teniet gedaan, maar ten volle moet worden gehonoreerd. Onderschreven werd dat de Schrift blijvende normen, waarden en geboden kent, die binnen elke culturele context van kracht blijven en dat wat er over de plaats van de vrouw in de gemeente gezegd wordt tot deze categorie behoort en dat uit het geheel van het spreken van de Heilige Schrift geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat in de gemeente van Christus vrouwen geen ambtelijke positie kunnen bekleden.

Het is op zich een verblijdende zaak dat dwars tegen de tijdgeest en de emancipatiebeweging in er voluit wordt vastgehouden aan de opvatting dat volgens de Heilige Schrift mannen de officiële ambten bekleden. De vrouw heeft voor een groot deel een ereplaats en een zeer verantwoordelijke en veelomvattende taak als moeder in het gezin. Vrouwen die enige tijd over hebben naast hun gezinstaak of vrouwen die alleen staan mogen uiteraard allerlei zaken doen in de gemeente buiten het eigenlijke ambtelijke werk. Te denken valt aan het bezoeken van bejaarden, zieken, gehandicapten of alleenstaanden. Maar wie positie kiest voor de vrouw in het ambt gaat niet in het spoor van Gods Woord, van de Reformatie en van onze kerken.

Homoseksualiteit

Meerdere ethische zaken hebben in de achterliggende periode van 40 jaar de aandacht gevraagd in ons blad. Een onderwerp dat onze kerken ook heeft bezig gehouden in de achterliggende tijd is de visie op homoseksualiteit. Met name op de classis Zwolle is er heel wat over te doen geweest. In meerdere gemeenten komt men in aanraking met een levenspraktijk die niet strookt met de eisen van Gods Woord. Het is verontrustend dat er sommigen lijken te zijn die de zondige praktijk min of meer maatgevend laten zijn voor de ambtelijke bearbeiding. Het zou juist andersom moeten zijn: Gods Woord dient norm te zijn voor het seksuele leven en zondige praktijken dienen deze norm geen afbreuk te doen. Hier krijgen we te maken met een algemene tendens in onze maatschappij dat de praktijk de norm gaat bepalen en niet andersom. Gelukkig heeft de classis ondubbelzinnige taal gesproken in het besluit van 18 februari 2004. De classis Zwolle sprak uit dat de Heilige Schrift geen enkele ruimte laat voor de homoseksuele praxis, maar deze als zonde typeert; dat dit ook nu uitgangspunt en norm dient te zijn voor de Christelijke gemeente en voor het pastoraat in de gemeente; dat in de pastorale omgang met homofiele gemeenteleden de homoseksuele praxis als zonde aangewezen en benoemd dient te worden; dat homofiele gemeenteleden, die niet de weg van seksuele onthouding kiezen, niet ‘in volle rechten’ als lid van de gemeente aanvaard kunnen worden. Op verzoek van de kerk van Zwolle heeft een commissie van de classis een instructie voorbereid die met algemene stemmen werd aanvaard door de classis en is doorgezonden naar de Particuliere Synode van het Noorden opdat de Generale Synode van 2007 deze zaak verder kan behartigen. We hopen en vertrouwen dat een te benoemen studiecommissie rapport zal uitbrengen en voorstellen zal doen inzake homoseksualiteit die stroken met het Bijbelse uitgangspunt zoals dit altijd onder ons gegolden heeft. De classis Zwolle heeft ondermeer uitgesproken dat zo’n studiecommissie de kerken zal dienen met “een rapport waarin, uitgaande van hetgeen op dit punt binnen onze kerken als het schriftuurlijk standpunt heeft gegolden (zoals ondermeer blijkt uit de acta van de gs van 1986, artikel 125, de acta van de gs van 2001, artikel 135, het besluit van de classis Zwolle d.d. 18 februari 2004), en binnen het raam van de gereformeerde schriftbeschouwing, een schriftuurlijk gefundeerde visie wordt gegeven betreffende het onderwerp van homofilie en homoseksualiteit, teneinde de gs in de gelegenheid te stellen een uitspraak over dit onderwerp te doen ten dienste van onze kerken en de contacten met andere kerken.”

Echtbreuk

In de maatschappij komt het heel veel voor. Maar het gaat ook de kerken niet voorbij, ook de Christelijke Gereformeerde kerken niet, ook de gemeenten niet waar ons blad “Bewaar het Pand” veelvuldig wordt gelezen. Gods Woord is duidelijk: “Gij zult niet echtbreken.” Het huwelijk is een verbintenis voor het leven. Het zevende gebod is heilzaam en goed voor ouders en kinderen, leder jaar worden tienduizenden minderjarige kinderen slachtoffer van echtscheiding. In de loop van de jaren ondervinden honderdduizenden Nederlandse kinderen, ouders en grootouders de kwalijke gevolgen van echtscheiding. Er zijn wetenschappers die stellen dat een echtscheiding voor kinderen ingrijpender is dan het overlijden van een ouder. Wordt onder ons wel voldoende beseft wat het is als het ja-woord heeft geklonken in de kerk in een dienst ter bevestiging van het huwelijk? Dat jawoord heeft de kracht van een eed. Onder ede heeft de man beloofd zijn vrouw nimmermeer te verlaten en ook de vrouw heeft dit onder ede beloofd ten aanzien van haar man. Ook hier bedreigt ons een gevaar. Zo’n veertig jaar geleden was het een schande als er een echtscheiding plaatsvond. Nu kijkt men soms verwonderd als iemand zegt dat hij al 25 of 40 jaar getrouwd is met dezelfde vrouw. Het gevaar bedreigt ons dat we onze redeneringen gaan aanpassen aan een gegroeide praktijk. Ook onder ‘ons’ kan men het soms horen zeggen dat het zo toch geen leven meer was, dat het maar beter is dat men uit elkaar is gegaan, dat er anders nog ongelukken zouden plaatsgevonden hebben. Maar dan wordt vergeten dat Gods Woord richtsnoer dient te zijn onder alle omstandigheden. Ook als het eens moeilijk gaat in een huwelijk. Ook ten aanzien van huwelijk en echtscheiding mag het niet zo zijn dat de praktijk de theorie gaat bepalen.

Het gevaar bedreigt ons dat de praktijk bepalend wordt voor ons denken en spreken en niet Gods Woord. Vanwege het feit dat een huwelijk een verbintenis is voor het leven, dient gehandeld te worden naar het gebod: Gij zult niet echtbreken. Bij de Heere is kracht te vinden voor hen die hiermee worstelen, die met de gebrokenheid en zondigheid van het leven te maken krijgen, ook in het huwelijk. Er zij gebed te mogen leven, denken en spreken in overeenstemming met de onveranderlijke eis van Gods Woord: Gij zult niet echtbreken. Dat die heilzame en onveranderlijke eis in liefde en bewogenheid in onze kerken onderstreept mag worden en zegen mag afwerpen.

Prediking

Ook wat de prediking betreft is er reden tot verontrusting. We vrezen dat zaken die vroeger algemeen in de prediking naar voren kwamen in de loop der jaren al minder belicht zijn. Wat de prediking betreft is het noodzakelijk Gods Woord biddend te onderzoeken en zich te verdiepen in de ons nagelaten geschriften uit de tijd van de Reformatie en de Nadere Reformatie en in datgene wat binnen eigen kerken in het verleden is gepubliceerd aan preken en geschriften. Hierbij denken we ondermeer aan de geschriften van wijlen prof. C. Wisse. Hij schrijft in zijn enige jaren geleden opnieuw uitgegeven boekje “Uit de verbondsschat” behartenswaardige zaken aangaande de prediking. We lezen dan op de blz. 36 en 37: “Letten we er wel op. Nee, niet alleen dat wij niet mogen beginnen te prediken: God is Liefde, enzovoort; ook niet alleen, dat wij niet aan onze taak zijn toegekomen met voor te stellen dat er twee wegen zijn; ook niet, met een waarschuwing tevreden zijn, als: Gij, onbekeerden, gij gaat verloren, en gij, kind van God, wat zij ge toch bevoorrecht. Dit zijn allemaal wel goede en noodzakelijke dingen, maar, zonder meer, zou ook van deze wijze van doen kunnen gelden: uw werken zijn niet vol bevonden voor God. Nee, nog iets anders is onze taak, namelijk: om eer we Christus in al Zijn volle, heerlijke algenoegzaamheid uitbrengen, om eer we opwekken zelfs tot geloof en bekering, eerst de zelfs al bevende en schaamrode mens zijn eigenlijke verdorvenheid, die van binnen woont, dus de kwaal van zijn hart, zijn inwendige naaktheid, bekend te maken. Alsook hem het gans ongenoegzame, dwaze, ja, onheilige van zijn vijgenboombladeren aan te zeggen, en hem die in de Naam van de heilige God van de leden te rukken. Opdat wij eens gans naakte en in zichzelf buiten hoop gebrachte Adamskinderen, die niet meer wisten hoe zich te bedekken, voor God op de borst mochten zien slaan, en horen uitroepen: “‘k Bekend’, o Heer’ aan U oprecht mijn zonden.” Dan zal God een boodschap voor u hebben. Een kerstboodschap van de hemel.” Dit is heel iets anders dan Christus zonder wedergeboorte en bekering aan te bieden met het bevel Hem aan te nemen en in Hem te geloven.

De toekomst

Er zou nog veel te schrijven zijn over allerlei verontrustende ontwikkelingen. Hoeveel er ook aan de hand is buiten en binnen de kerken, het werk Gods gaat evenwel voort. Dat geeft hoop en verwachting. Gods onfeilbaar Woord dat zeer vast is zegt immers: “En het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.” Jesaja 53:10 (laatste gedeelte). De satan, de wereld en de zonde kunnen de volvoering van het welbehagen des HEEREN niet keren. De ten hemel gevaren Levensvorst bekeert zondaren en zondaressen door Woord en Geest naar het welbehagen Gods. Wie toegebracht is kan nooit meer verloren gaan. De hoogste Profeet onderwijst Zijn kerk. Als Hogepriester wijst Hij op het offer dat Hij Zelf heeft gebracht en het Bloed dat Hij heeft gestort. Als Hogepriester bidt Hij: “Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.” Christus verlangt meer naar Zijn kerk dan dat die Kerk naar Hem verlangt. Als Koning is Christus de Almachtige en de Alwetende. Als de Goede Herder beschermt en bewaart Hij Zijn kerk. De ontrouw van Zijn volgelingen doet Zijn trouw nooit te niet. Dat heeft Petrus wel bijzonder ervaren na zijn drievoudige verloochening. Niemand kan de volvoering van het welbehagen des HEEREN verhinderen. De Heere wederbaart, bekeert, schenkt het ware zaligmakende geloof, leidt en leert, beschermt en bewaart en neemt op Zijn tijd op in heerlijkheid. Ondanks vele verontrustende ontwikkelingen mag er hoop en verwachting zijn. Het werk Gods gaat door. Niemand kan het tegenhouden. Psalm 72 spreekt van de zon en de maan. De zon en de maan staan nog aan de hemel, dus de Heere gaat nog voort met het toebrengen van zondaren. Mag u, magjjj daar de vinger in het gebed wel eens bij leggen en smeken om waarachtige bekering van jong en oud? Het werk Gods gaat voort, ondanks alle tegenstand. Moge de uitgave van ons blad “Bewaar het Pand” en alles wat verder wordt gedaan een middel daartoe zijn. De Heere doe ons leven bij deze woorden: “En het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006

Bewaar het pand | 20 Pagina's

Verontrustende ontwikkelingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006

Bewaar het pand | 20 Pagina's

PDF Bekijken