Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DIAKEN- ZIJN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DIAKEN- ZIJN

7 minuten leestijd

Vereisten en zegen.

Diaken- zijn is geen bijbaantje in het kerkelijk leven. Men staat in het ambt. Een diaken is iemand die dient. Hij is een dienaar. Deze naam is treffend. Hij is voluit bijbels. Hij wordt in het Nieuwe Testament veel gebruikt. Christus noemt Zichzelf diaken. We kunnen het lezen in Lukas 22:27. Paulus geeft door dat de Heere hem in de diakonia, in het diakenambt gesteld heeft. (1 Tim. 1:12.) We weten uit Handelingen 6 van mannen die gekozen werden om het diakenambt te bekleden. Denk o.a. aan Stefanus. Opvallend is dat de diakenen in nauwe samenwerking met de opzieners aan de gemeente leidding gaven. Vandaar dat het naar het Woord van de Heere is dat nu de diakenen met de predikant en de ouderlingen de kerkenraad vormen. Zeker, de ambten in de kerk zijn onderscheiden. Een ieder heeft zijn eigen taak, maar gezamenlijk leidt men de gemeente. Gelijk nu de opzieners, de predikant en de ouderlingen aan bepaalde eisen moeten voldoen, zo staat er ook voor de diaken het één en ander beschreven. In de verzen 8-12 van hoofdstuk 3 gaat Paulus daarop in. De diakenen moeten eerbaar zijn. Dat betekent dat hun levensopenbaring geen aanstoot mag geven, ze moeten respect afdwingen. De vreze des Heeren moet ook in hun leven de toon aangeven. Ze mogen ook niet tweetongig zijn. Ze behoren niet met twee tongen te spreken. Ze mogen niet bij de één zus en bij de ander zo spreken. Het naar iemands mond spreken moet door hen gemeden worden. Ze moeten een vijand zijn van vriendjespolitiek. Ze moeten staan voor wat ze zeggen. Men moet op hen aan kunnen. Men moet hen kunnen vertrouwen. Ze mogen ook niet verslaafd zijn aan wijn en sterke drank. Deze opmerking kunnen we begrijpen, als we denken aan het feit, dat de diakenen destijds zorgden voor de gemeenschappelijke maaltijden van de gemeente, de liefdesmaaltijden. Bij die maaltijden werd wijn geschonken. Natuurlijk met mate. Echter ontaarding kwam voor. Denk aan de gemeente van Korinthe. Daar was dronkenschap. De vermaning door Paulus heeft dus grond. Men ging te ver. De Naam van de Heere werd er door gelasterd. Alles gebruiken met mate is goddelijke eis. Ook vandaag! Verder mag een diaken geen vuil gewinzoeker zijn. Dit geldt ook voor de opzieners. Daarin wordt gezien dat dit een zonde is die veel kan voorkomen. Nimmer mag eigenbelang gezocht worden. Betrouwbaar en barmhartig zijn is eis. Steeds handelen naar eer en geweten. De houding en de handelingen van de barmhartige Samaritaan geven een levensvoorbeeld. En niet te vergeten, wat de Heere Christus sprak en in praktijk bracht. Het “doet gij ook alzo” klonk verschillende malen. Bakens in zee zijn er! We weten van Judas, een discipel van de Heere Jezus. Hij beheerde het geld, maar was een dief. De geschiedenis van Ananias en Saffira is bekend. In Handelingen 8 gaat het over de zonde van simonie. Geld kan een verleidende macht zijn. Wat de plaats in het gezin betreft, die moet zijn gelijk aan die van de opziener. De predikant, de ouderling en de diaken moeten één lijn trekken in het leiding geven thuis en in de gemeente. Aan de verschillende vereisten wordt verbonden: houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten, 1 Tim. 3:9. De kanttekening geeft de volgende verklaring: ‘de verborgenheid des geloofs is de leer of de belijdenis van de leer van het evangelie die doorgaans een verborgenheid wordt genoemd omdat dezelve de mens niet uit de natuur maar door Gods openbaring is bekend gemaakt.’ Deze zaak moet bewaard worden in een rein geweten. Er moet voluit naar de Heilige Schrift gehandeld worden. Dat betekent dat de diakenen niet slechts zakelijk hun werk moeten doen, maar ze moeten tot de gemeenteleden ook komen, zoals in het formulier staat, met troostelijke redenen, met woorden uit de Schrift. Wanneer we alles overzien wat de apostel schrijft en dat naar de wil van de Heere, dan moeten we over het ambt van diaken niet gering denken. Hij staat in de dienst van de Heere. Het geloof, het geloofsleven, moet voor hem spreken en hij mag ook naar zijn ambt daarover spreken in de gemeente en bidden. Soms kan hij in bepaalde situaties waarmee hij geconfronteerd wordt, nog sterker onderwijzend, sterkend spreken dan een predikant. Voor een diaken is Stefanus een levensvoorbeeld. De persoon van Stefanus dient voor Gods aangezicht te brengen met het gebed: Heere, laat uw Geest in mij werken, gelijk dat geschiedde bij Stefanus. De apostel wijst er verder op dat een kerkenraad niet zo maar in eens mag komen tot kandidering van een persoon. We denken aan onze kerkelijke procedure. Beproeving is noodzakelijk, men dient aan criteria te voldoen. Het betekent niet een poosje op proef ambtsdrager zijn, maar wel dat men de toets van de gemeente kan doorstaan. Men moet het vertrouwen hebben van de gemeente. Dit geldt ook voor de diakenen. Zo alleen kan men op waardige wijze de gemeente dienen. De vrouw van de diaken moet ook aan bepaalde eisen voldoen. We zien zo dat de ambtsdrager staat in de heilige dienst van de Heere. In onze verzakelijkte tijd mogen we daar wel meer bij leven. Elke ambtsdrager op zijn plaats. Na vele vereisten laat de apostel een treffend slot horen. Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelf een goede opgang en veel vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus, vers 13. Wie op de juiste wijze in de gemeente dient, krijgt een goede plaats in de gemeente. Er groeit waardering. Met achting wordt er over de diaken gesproken. Zijn woorden, zijn bidden, zijn houding verdwijnen niet, maar zullen veel doen. De diaken ontvangt ook vrijmoedigheid in het spreken over de Heere. Hij krijgt kracht en wijsheid in alle levensomstandigheden. Wat kan een diaken veel betekenen voor gemeenteleden. De Heere wil hen gebruiken. Het komt voor dat diakenen die bij het Woord van de Heere leven verkozen worden tot het ambt van ouderling. Dit is geen trap hoger maar een eer van de Heere. Wat is de Heere goedertieren. Wat wil Hij zijn voor en in de gemeente. Zijn er ambtsdragers in de gemeente bij wie bemerkt wordt ‘een goede opgang en veel vrijmoedigheid in het geloof’, houdt hen in waarde en bidt om de zegen van de Heere door hun arbeid. Willen we als ambtsdrager voldoen aan de gestelde eisen? De Heere is het waard! Een hoogst verantwoordelijk ambt wordt gekend, maar ook een rijk ambt. Het is van de Heere. Wanneer leeft: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten, dan is zeker het gebed aanwezig: Heere, leer mij steeds dienen. Laat mij steeds dienen. Laat heel mijn leven staan in het teken van dienen. Dan staat het geestelijke in alles voorop. Dan weet en bemerkt de gemeente dat er ambtsdragers zijn. Gegeven door de Heere, bestemd voor de gemeente. Dan is er geen tegenstelling tussen ambtsdragers van nu en voorheen. Geen verschil in leven en werk. Bezinning hierop is vandaag zeker nodig. Bijzonder bij de ambtsdragers.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DIAKEN- ZIJN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken