Bekijk het origineel

VRAGENRUBRIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VRAGENRUBRIEK

7 minuten leestijd

De Geest getuigt (2)

We gaan verder met de beantwoording van de vraag over het werk van de Heilige Geest, zoals ons dat beschreven wordt in Romeinen 8:16. Daar lezen we: “Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn”.

De vorige keer hebben we gezien dat we moeten onderscheiden tussen het overtuigend werk van Gods Geest en het getuigend aspect van Zijn wonderwerk. Ook moet het voor ons vast staan dat we het zowel bij het overtuigend als het getuigend werk hebben over het waar, zaligmakend werk in een zondaarshart. We weten uit Gods Woord dat mensen als de Farao van Egypte, koning Saul en Judas de verrader, ook weet hadden van hun zonden. Maar het was slechts de stem van het geweten. Bovendien erkenden ze in het openbaar aan hun medemensen hun verkeerdheid, zoals iemand aan een ander excuses aanbiedt voor iets. Waar de Heilige Geest werkt komt er een verslagenheid in het hart, gewerkt door het Woord! Denk aan de Pinksterdag. De Heilige Geest bedient Zich van het Woord. Daarbij is die verslagenheid niet van voorbijgaande aard, maar het is een verslagenheid van het hart. Daarvan zegt David in Psalm 51:

Gods offers zijn een gans verbroken geest,
Door schuldbesef getroffen en verslagen.
Dit offer kan Gods heilig oog behagen.
Met andere woorden: er komt een besef in ons hart dat we tegen God gezondigd hebben!
’k Heb tegen U, ja U alleen misdreven,
Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad.

Deze zaken moeten wij goed zien liggen. Tegenwoordig hoort men vaak dat een ieder zo zijn eigen ‘geloofsbeleving’ heeft. We moeten elkaar in onze geloofsbeleving vrijlaten, zo zei een ambtsdrager eens tegen me. De één ziet het meer zus en een ander meer zo, maar we hebben toch allemaal dezelfde Vader, zo vervolgde hij.

Ja ja! En dat zijn dan ambtsdragers binnen onze eigen kerken! Hier blijkt een geestelijke onkunde die zielsmisleidend is en waardoor men ook anderen nog eens bedriegt. Want hoe kan men geloven een kind van God te zijn, dus te delen in het getuigend werk van Gods Geest, en vreemd zijn aan het overtuigend werk van de Heilige Geest? Dat is onmogelijk.

We moeten de zaken niet omkeren, alsof ik eerst leer geloven een kind van God te zijn en daarna mijn zonde en tekorten ga zien. Het wordt ook wel zo gesteld: eerst moet je naar de Heere Jezus toe en Die laat je je zonden zien!

Nu is het inderdaad waar dat het Christus is, Die als de hoogste Profeet mij onderwijst in mijn bestaan voor God. Maar Hij doet dit door middel van Woord en Geest. En in dat overtuigend werk is de Heere Jezus Christus mij als persoonlijke Borg en Middelaar nog vreemd. Dan zie ik nog geen waardij in Hem. Dan zie ik slechts eigen onwaardigheid en verlorenheid.

Wel is het waar dat in dit werk trap en mate is. Ook wordt de één in het begin van het geestelijk leven dieper in zijn bestaan voor God ingeleid dan de ander. Van al die zaken geldt ook nog eens: wat de één van voren leert, leert de ander van achter.

Maar hoe waar dit alles ook is, het is absoluut niet zo dat ik eerst ga geloven dat ik een kind van God ben, en later mezelf leer kennen. Dit kan niet omgedraaid worden. De Heere opent mij mijn oog voorde werkelijkheid waarin ik gevallen ben. Ik ga zien dat ik een verloren Adamskind ben. Dat ga ik zien met door Gods Geest geopende ogen. Het zien van mijn verloren staat voor God is dus een wezenlijk onderdeel van het waar zaligmakend werk van God in mijn hart.

Toen de Heere Jezus Zich aan de Samaritaanse vrouw openbaarde, begon Hij toen met te zeggen: Ik ben de Christus? Nee! Wel zei Hij tot die vrouw: als u eens wist Wie Ik was! Maar ze wist het niet. Het enige wat ze van Hem wist was dat Hij een Jood was: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt...

Christus heeft de weg gebaand naar die heerlijke Zelfopenbaring. En hoe deed Hij dat? Deed Hij dat niet door haar op haar schuldige leven te wijzen? Schuld moet schuld worden, dan zal de Zaligmaker de Zaligmaker worden!

In het overtuigend werk van de Heilige Geest maakt Hij Zelf plaats voor het getuigend aspect van Zijn werk. Maar, en ik stel er prijs op ook dat met de allergrootste nadruk te zeggen: ook dat is een doorgaand werk! Het is niet zo dat het overtuigend werk van de Geest op een gegeven moment stopt en plaats maakt voor het getuigend werk. Het is zelfs zo dat Zijn getuigend werk altijd geschiedt in de weg van Zijn overtuigend werk, dus ook bij de voortgang van het geestelijk leven. Als je dus mensen tegenkomt die de beleving van hun zondeschuld ver achter zich hebben liggen, en die nu dan staan in de blijheid en zekerheid van het geloof, hoef je daar niet van in de war en onder de indruk te raken. Neem de apostel Paulus nu zelf! Hij die op goede gronden kon getuigen: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus (Rom.5:1), hoor je ook klagen: Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet (Rom. 7:18).

Nu zegt de apostel in Romeinen 8 dus: Die Geest, namelijk de Geest der aanneming tot kinderen, Die getuigt met onze geest. De Heilige Geest werkt alles. Hij schenkt in de wedergeboorte het nieuwe leven. Hij onderhoudt dat nieuwe leven. Hij doet dat nieuwe leven groeien. Al deze zaken door middel van het Woord van God. Dus door Woord en Geest ontvang ik het nieuwe leven uit God. Door Woord en Geest wordt dat leven onderhouden door God en door Woord en Geest wordt het nieuwe leven nu ook een leven tot God.

Wat doet de Heilige Geest dus? We kunnen het ook zo zeggen: Hij zorgt voor de toepassing van het Woord. Hij maakt het Woord levend en krachtig in mij. Het Woord laat mij mijn schuld zien. Door het wonderwerk van de Geest leer ik dat Woord toe-eigenen. Dan gaat het niet langer in Gods Woord over de mens die van God afviel, maar dan gaat het over mij, die van God af ben gevallen. Dan gaat het niet langer over de schuld van een mens, maar dan gaat het over mijn schuld!

Door de Heilige Geest leer ik dus mijnen. Dé schuld wordt mijn schuld, dé val wordt mijn val.

En in die weg wordt de Heere: mijn Heere en mijn God. En leer ik ook de Vadernaam gebruiken. Dat ligt echter heel teer. Wie het vatten kan, vatte het, maar juist een kind van God kent de schroom tot het gebruik van die heerlijke Naam. Dat heeft met de beleving van het kindschap en het zicht op Christus te maken.

Daarover echter D.V. een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VRAGENRUBRIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken