Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

3 minuten leestijd

“Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen”

In 2 Korinthe 11 vermeldt de apostel Paulus het een en ander van zijn levenservaringen. Daar komen we van onder de indruk.

Hij spreekt van gevangenissen, stokslagen, doodsgevaar, steniging en schipbreuk. Die waren zijn deel in zijn leven. Hij zegt tenslotte: Ik sterf alle dagen. Paulus, hoe heb je dat alles kunnen verdragen? Dat zal ik u zeggen: omdat ik weet dat de laatste slag en de heerschappij en macht en kracht die nu tegen mij zijn, moeten straks voor Hem buigen, die nu is opgestaan. Ook de laatste, de grootste vijand wordt tenietgedaan, namelijk de dood. Ja ook de dood, die mij eerst nog zal overwinnen. Maar niet blijvend, want mijn Koning is voorgoed als Eersteling uit de doden opgestaan. Met Gods volk behoeven we geen medelijden te hebben. Het zijn kruisdragers. Maar straks kroondragers. Straks steken ze het hoofd omhoog en zullen de eerkroon dragen. Na het zure geeft Hij hen het zoet. Ze zijn temidden van alle verdrukkingen en bestrijdingen toch rijk in de Heere.

De erfenis ligt vast, want hun Koning is van Israels God gegeven. Ze krijgen te geloven dat Hij leeft.

Want ze geloven in de opstanding op de derde dag. En als Hij leeft dan zullen zij ook met Hem leven!

Wilt u niet met hen meereizen? Zie nu eens niet op hun verdrukkingen maar zie ook eens op de heerlijkheid die aan hen zal geopenbaard worden. Zie eens op die Levensvorst in wie al Gods kinderen vergeving van zonden hebben en recht op het eeuwige leven.

Paulus zegt: Ik lijd niet tevergeefs Ik strijd niet tevergeefs. Ik ben niet de ellendigste van alle mensen. Heb met mij toch geen medelijden. Want ik ben niet alleen in dit leven op Christus hopende. Wij hebben uitzicht gekregen op de erfenis aan de overkant van de grens van ons leven. Ik ga op tot Gods altaren. Tot God, mijn God, de Bron van vreugd. En straks zal de Eersteling uit de doden onze sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in ons woont. Dat is het kardinale punt: of de Geest Gods in ons woont. Die Geest die ons wederbaart. Die ontdekt aan de zonde, aan ons doods-bestaan van waaruit geen vrucht in eeuwigheid meer te verwachten is. Die de zonde doet haten en vlieden, die de droefheid naar God werkt, waaruit dan weer voortvloeit een onberouwelijke bekering tot zaligheid, want het geloof is door de liefde werkende.

Vraag dan naar de Heere en naar Zijn heil, dat voortvloeit uit Zijn opstanding. Gewen u aan de Heere en heb vrede. Houdt u dicht bij het Woord van God, want dat Woord is een kracht Gods tot zaligheid. Dat Woord bevat die Christus die dood geweest maar ook levend is geworden. Onderzoek dat Woord zolang totdat u Hemzelf daarin mag vinden en Hij tot u zal zeggen: Ik leef en gij zult leven. Dat is alle moeite rijk beloond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken