Bekijk het origineel

VRAGENRUBRIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VRAGENRUBRIEK

5 minuten leestijd

Achan.

“Toen Achan, ondanks Gods verbod om van het verbannene te nemen, zich toch met het een en ander uit Je-richo verrijkte, moest hij vanwege de ban onder het volk sterven. Dat was de aangekondigde straf. Maar ook zijn kinderen werden gestenigd en verbrand. Is dat niet onrechtvaardig geweest?Wordt hiermede niet gezondigd tegen het gebod des Heeren uit Deut. 24:16? Daar staat immers dat de vaders niet gedood zullen worden om de kinderen en de kinderen niet vanwege hun vaders?”

Hartelijk dank voor deze vraag. Deze gedachten zullen wel bij meerderen leven. Hoe hierover te oordelen?

De vraag bepaalt ons bij een treurige geschiedenis. De Heere had uitdrukkelijk laten weten dat niemand zich iets van het verbannene mocht toe-eïgenen, en toch wordt deze zonde begaan. Is er eigenlijk wel een gebod, klein of groot, waartegen niet gezondigd wordt? leder mens is “van de buik af een overtreder”, zo zegt de Heere in Jesaja 48:8. Is dat niet vreselijk?

Erger is het evenwel dat wij, overtreders van nature, nog zo kunnen opkijken van straf. Zelfs als wij weten van aangekondigde sancties in geval van overtreden, kunnen we nog mopperen. Daarbij zijn we ook nog eens meesters in het vergoeilijken van onze daden. Achan heeft ook zoiets over zich! Hij zegt eigenlijk dat hij niet be grijpt waarom men zo’n drukte maakt over hetgeen hij weggenomen heeft. Ja, hij is fout geweest, maar zóveel heeft hij nu ook weer niet weggenomen!

Het belijden van schuld en het erkennen van Gods rechtvaardigheid zijn dan ook geen vrucht van eigen akker, maar werk van Gods Geest. Zie daarover ook nog een opmerking aan het eind van dit artikel, naar aanleiding van de vorige maal behandelde vraag.

Achan kwam niet tot een oprechte schuldbelijdenis. Evenmin distanci-eerde niemand van zijn gezin zich van zijn diefstal. Daarin handelden zij anders dan de kinderen van Korach, die dan ook gespaard werden toen God gericht kwam oefenen! Er kan daarom heel goed sprake geweest zijn van medeplichtigheid. Als vader immers midden in de nacht een gat gaat graven in de tent, kan dat moeilijk onopgemerkt blijven. En toen de nederlaag bij Ai en de 36 te betreuren doden het volk deed vragen naar het waarom, kwamen Achan en de zijnen nog niet voor de dag!

Hoe het ook zij, Gods straffen zijn altijd rechtvaardig. De straf van totale uitroeiing van Achans bezit, waaronder dus ook zijn kinderen, was bovendien duidelijk door de Heere tevoren aangekondigd! Vader Achan is bij zijn nachtelijke rooftocht dus niet bepaald vaderlijk bezig. Hij zet daarmee immers niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn nageslacht op het spel! Hoe nodig is het als vaders en moeders, ambtsdragers en leraren hun verantwoordelijkheid verstaan en zich realiseren dat door een onschriftuurlijk en zondig leven anderen eveneens een verkeerde weg kunnen gaan. Zo zal, bij het uitblijven van bekering althans, het bloed van die anderen van hun hand geeist worden.

Met de dood van Achans nageslacht verging bovendien Achans naam. Dat was een vreselijke en ook afschrikwekkende straf! Laten we bedenken dat de straf zo vreselijk was omdat de andere Israelieten zonder uitzondering dezelfde natuur en hetzelfde boze hart als Achan hadden. Ook wij mogen ons Achans dood wel aantrekken, want zoals Achan publiekelijk als de schuldige werd aangewezen, zo zal het op de oordeelsdag ook wezen, als we vreemdeling bleven van de weg van schuldbelijdenis en verzoening.

Maar de Heere was ook ten aanzien van Achan nog lankmoedig en geduldig. Maar Achan heeft de tijd die hij kreeg om gewillig voor de dag te komen en schuld te belijden, laten passeren. Bent u wel eens getroffen door Gods taai geduld? Wat is het toch nodig dat we dag van onze bezoeking mogen waarderen en de Heere om genade leerden smeken! Dan zullen we het wonder gaan verstaan dat God, eer Hij de zonde, mijn zonde, ongestraft liet blijven, die gestraft heeft aan Zijn lieve Zoon!

Toen ik voor mezelf deze zaken rond Achan eens overdacht, al weer enige tijd geleden, werd ik getroffen door de gedachte aan Hem Die waarlijk onschuldig was, de Heere Jezus, maar toch tot zonde werd gemaakt. Opdat er voor zondaren, die in geen enkel opzicht van Achan verschillen, een deur der hoop zou zijn. Van Hem zingt de Kerk dat God hun ongerechtigheden op Christus heeft doen aanlopen! Wij kunnen fronsen vanwege een vermeende onrechtvaardigheid bij God, terwijl de liefde van Christus, Die rechtvaardig voor onrechtvaardigen stierf, ons koud laat!

Ik hoop zo enige duidelijkheid te hebben gegeven over dit onderwerp. Aan het de vorige keer behandelde onderwerp, getiteld: een welgevallen aan straf, moest nog iets toegevoegd worden. Dit namelijk: de uitdrukking komt voor in Leviticus 26. Het duidt op een billijken van Gods welverdiende straffen. Zoals David zegt in Psalm 51: Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig! En Psalm 119 zingt: Het is goed voor mij verdrukt te zijn geweest!

Maar waar het in de beantwoording om ging was, dat de mens die hier iets van mag kennen, ook iets kent van een ootmoedig gebed om Gods genade! Het erkennen van Gods recht sluit dus een smeken om Gods genade niet uit, maar juist in.

Dit nog even ter verduidelijking.

Tenslotte: ik heb verschillende vragen op mijn bordje liggen, waarvoor hartelijk dank. Nieuwe vragen blijven desondanks hartelijk welkom!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VRAGENRUBRIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken