Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

Joos van Laren, De Liefde van God, 30 blz.,1,80. Dit is een kerstpreek van Joos van Laren over 1 Joh. 4:9. Voor een bespreking hiervan verwijs ik naar het artikel elders in deze aflevering van Bewaar het Pand dat gaat over Joos van Laren en deze preek. Dhr. C.A. Blok uit Boskoop heeft deze preek opnieuw uitgegeven. Van harte aanbevolen.

Ds. P. van Ruitenburg, Wie God is, paperback, 205 blz., 14,50, Uitgeverij Den Hertog, Houten, ISBN 978-90-331-2087-9.De auteur heeft dit boek geschreven tegen de achtergrond van het afnemend godsbesef. Vooral in de westerse wereld is dat een aangrijpende werkelijkheid. De auteur gaat Bijbelse kernwoorden na om te zien hoe God zich heeft geopenbaard. Ondermeer wordt nagegaan wat heilig, barmhartig en goedertieren is. Uiteraard komt ook de verbondsnaam HEERE aan de orde. De Heere laat in Zijn namen iets van Zichzelf zien. Het boek is geen kleine dogmatiek, maar reikt slechts enkele bouwstenen aan voor de dogmatiek. Het boekje is een bundel overdenkingen, geen systematisch opgebouwd boek. Toch zit er wel een bepaalde orde in de groepering van sommige overdenkingen. Mooie dingen schrijft de auteur over de onveranderlijkheid van God. Wij mensen zijn veranderlijk. Maar God is niet aan verandering onderhevig. God is onveranderlijk in Zijn wezen. Hij is er altijd geweest en is een onsterfelijk, onverderfelijk God, van eeuwigheid en tot eeuwigheid Dezelfde. Ook Gods eigenschappen zijn onveranderlijk. Zo veranderen Gods wijsheid, liefde en almacht niet. Hij wordt niet lankmoediger dan Hij was en is niet meer liefde dan vroeger. De Heere is immers volmaakt en kan onmogelijk beter of wijzer worden. Ook Gods wet verandert niet. Mensen zijn wel anders gaan denken over abortus, echtscheiding en ontrouw, maar Gods wet is nog hetzelfde. Gods besluiten veranderen niet. De Heere kan niet tot andere gedachten komen. Maar als de Heere onveranderlijk is, hoe zit het dan met het berouw van God? We lezen daarover op blz. 108 en 109 van het boekje: ‘Soms lijkt het alsof God van gedachten verandert. We lezen dat het God berouwde dat Hij de mens gemaakt had (Genesis 6:6, 7). In het boek Jona zien we dat God zag hoe de inwoners van Ninevé reageerden op de prediking van de profeet en dat het God berouwde om Ninevé te verwoesten (Jona 3:10). Zo zijn er nog een paar voorbeelden. Maar betekenen die verzen dat God niet voorzien had wat er zou gebeuren en dat hij van gedachten veranderde? Kwam de bekering van Ninevé voor God onverwacht? Nee, God had het allemaal voorzien en het lag vast. Maar het is waar dat het leek alsof God van gedachten veranderde. Het was ook Gods bedoeling het zo over te laten komen. Voor Ninevé kwam het onverwacht dat God berouw had over het kwaad. Niet voor God Zelf natuurlijk. God houdt Zich aan Zijn raadsplan. Het kan misschien wel eens lijken alsof God Zijn volk loslaat maar niets is minder waar. “Bij het lezen van deze woorden moest ik zelf denken aan het eenvoudige antwoord van Hellenbroek: “Dat berouw is in God maar een verandering in Zijn werk, niet in Zijn wil en wezen zelf.” God is ook een Verterend Vuur. Hierover lezen we dat wie met God te doen krijgt met vuur te doen krijgt. Zo werden Sodom en Gomorra met vuur verbrand. De Heere Jezus noemt de hel het onuitblusselijke vuur. Nadab en Abihu werden getroffen door vuur van de hemel omdat ze vreemd vuur offerden. Er zit ook een andere zijde aan de benaming Verterend Vuur. De Heere kan met Zijn vuur de vijanden van Zijn Kerk verteren. Ook valt te denken aan Geestesvuur. Dat vuur reinigt en brandt de zonde weg. Dat vuur geeft een nieuw hart. Christus is getroffen door het vuur van Gods toorn opdat Zijn Kerk voor dat vuur gespaard zou blijven. Een enkele slotopmerking: De paginering klopt vanaf blz. 65 niet, wat slordig overkomt. Alles begint een bladzijde verderop.

HONDERD JAAR GEREFORMEERDE GEMEENTEN 1907-2007

Honderd jaar

In 1907 gingen twee verschillende kerkverbanden samen. Vertegenwoordigers van de Kruisgemeenten en de Ledeboeriaanse gemeenten reikten elkaar de broederhand. Ze gingen samen onder de naam Gereformeerde Gemeenten. Ds. G.H. Kersten en ds. N.H. Beversluis zijn hierin van grote betekenis geweest. Niet alle Ledeboerianen gingen mee met de vereniging. Ds. M. Golverdingen beschrijft in zijn bijdrage “Bewaard en staande gehouden” de ontwikkeling van de Gereformeerde Gemeenten in het verleden. Hij stelt vragen bij de behandeling van de zaak van ds. R. Kok in 1950 en ook bij de zaak van dr. C. Steenblok in 1953. Eerlijk wordt gesteld dat er kerkrechterlijke fouten of onzorgvuldigheden zijn aan te wijzen. Maar het gaat ten diepste niet alleen om de procedures die gevolgd zijn, het gaat ook om de inhoud van de zaken. Zou het niet beter en wenselijk geweest zijn als daar ook nader op was ingegaan? Er leven vandaag aan de dag immers ook heel wat vragen aangaande de zaken die toen aan de orde waren.

Prediking

Met name ds. A. Moerkerken besteedt in zijn bijdrage “Bewaar het en bekeer u” veel aandacht aan de prediking. Het is goed dat dit in het herdenkingsboek aan de orde wordt gesteld. Ds. Moerkerken signaleert een verschuiving in de geloofsbeleving gedurende de laatste decennia. We geven een citaat: “Voorzichtig getypeerd zouden we dit andere geestelijke klimaat kunnen omschrijven als een duidelijk sterker accent op het geloof en minder nadruk op de noodzaak van de wedergeboorte. Meer aandacht is er voor de reactie die God van de mens vraagt op de prediking, minder aandacht voor het feit dat er een wonder van God in ons leven moet gebeuren. Meer vrees voor dode lijdelijkheid dan voor menselijk activisme. Meer verlangen om iets ‘naar buiten uit te stralen’ van het geloof dat men bezit of meent te bezitten, dan een behoefte om zich te toetsen aan de kenmerken van het nieuwe leven, zoals die door de Schrift worden genoemd. Men zal niet graag de term Veronderstelde wedergeboorte’ gebruiken vanwege de historisch besmette en Kuyperiaanse lading, maar men hanteert in de praktijk wel degelijk een verondersteld geloof. Men acht de gangbare prediking op verschillende punten het product van ‘gezelschapstheologie’, wat daaronder dan ook te verstaan is. Deze manier van geloofsbeleven, dit andere geestelijke klimaat uit zich op verschillende manieren: in meditaties in de kerkelijke pers, in publicaties binnen de eigen kring, in gesprekken tijdens het huisbezoek.”

Kritischer

Ds. J.J. van Eckeveld schrijft in zijn bijdrage “Hier klopt het hart van de kerk” ook over de prediking. Hij signaleert een tendens die niet alleen binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt aangetroffen, maar die we ook vinden binnen andere kerkverbanden. De kritiek op de prediking, op predikanten en ambtsdragers is toegenomen. Enerzijds wordt terecht gesteld dat er vragen gesteld mogen worden. De prediking dient immers getoetst te worden aan het Woord van God en aan het belijden van de Kerk. Predikers hebben zich af te vragen of in hun prediking wel werkelijk het Woord van God door klinkt. Niet elke vraag is direct vijandschap tegen de Waarheid. Ook kerkgangers dienen te bedenken dat zij de prediking niet hebben te toetsen aan eigen gevoelens en opvattingen, maar aan Gods Woord en het belijden der Kerk. We lezen op blz. 64: “Nu is er van nature niemand die zich laat gezeggen door het Woord Gods. Het maakt echter wel verschil uit hoe we onze plaats in de kerkbank innemen. Is er een luisterhouding of zetten we ons kritisch onder de prediking. Dat maakt nogal verschil uit. De geest van deze tijd werkt er aan mee dat mensen kritischer worden. In de begintijd van de Gereformeerde Gemeenten was er meer eerbied voor de ambten. De predikant was een door God geroepen dienstknecht. Er was achting omdat hij de woorden Gods tot de gemeente sprak. Gelukkig komt dat vandaag ook voor. Maar in onze tijd gaan we anders om met gezagsverhoudingen. Dat is in de samenleving zo, je merkt het op de scholen en het gaat ook de kerk niet voorbij. Daarom is het belangrijk dat ouders hun kinderen voorgaan in de bijbelse opdracht tot luisteren naar het Woord. Het valt te betreuren als de predikant minder wordt geacht vanwege het ambt dat hij bekleedt, maar dat hij alleen waardering krijgt als hij zichzelf waarmaakt. In onze postmoderne tijd is het gevaar niet denkbeeldig dat we ons laten leiden door ‘wat we er mee kunnen’ en ‘wat ons gevoel aangeeft’. De norm wordt dan dat ik het liefst naar die prediking luister, waar ik ‘een goed gevoel’ bij heb. Wat zijn we dan ver verwijderd van de bijbelse gedachte, dat God Zelf ons aanspreekt door de prediking, ongeacht de vraag hoe ons gevoel onder die prediking is of we de predikant al of niet sympathiek vinden. In de prediking en het pastoraat zal dan ook meer dan ooit gewezen moeten worden op het Goddelijk gezag van de prediking. Vermaning vanuit het Woord is nodig als blijkt dat de kritiek op de prediking het gevolg is van het moderne denken. Belangrijk is ook dat ambtsdragers in gesprek blijven met jongeren en ouderen in de gemeente. We leven nu eenmaal in een tijd van toenemende mondigheid. Het is raadzaam om naar elkaar te luisteren.”

Prof. G. Wisse

De onder ons bekende prof. G. Wisse wordt ook genoemd in het herdenkingsboek. Als het gaat over de Christusprediking wordt verwezen naar zijn boek “De ambtelijke bediening van den Christus in de gelovigen.” Later uitgegeven onder de titel: “De ambten van Christus.” Prof. Wisse heeft in dit boek doorgegeven dat in de prediking moet doorklinken hoe Christus ‘functioneert’ in de harten van Zijn kinderen. Daarin moet verkondigd worden wat Zijn profetische, priesterlijke en koninklijke bediening betekent in de harten van de Zijnen. Christus is naar Zijn drievoudig ambt werkzaam in de drie stukken ellende, verlossing en dankbaarheid. Ook de geloofsoefeningen komen hier aan de orde. Terecht wordt gesteld dat de prediking van de ‘functionering’ van de Christus in het hart van de Zijnen ten volle Christusprediking is en tegelijk een door en door bevindelijke zaak is. Het doet ons goed dat kennisneming van dit boek wordt aanbevolen aan alle predikanten van de Gereformeerde Gemeenten. Ook dient in de prediking het onderscheid door te klinken van hen die in Christus zijn en hen die nog buiten Christus zijn. Maar ook het onderscheid dat er is tussen Gods kinderen. Er is immers opwas in de genade. We lezen op blz. 74 “Niet al Gods kinderen zijn even ver geleid. Sommigen staan van verre, anderen zijn dichterbij gebracht. Sommigen zagen de mogelijkheid van zalig worden buiten zichzelf in het Evangelie, anderen kwamen tot de kennis van Christus, weer anderen mogen met Paulus zeggen: ‘Ik weet en ben verzekerd.’ In de prediking dient te worden benadrukt dat al Gods kinderen hierin overeenkomen, dat ze buiten Christus niet rusten kunnen en dat Hij hen boven alles dierbaar wordt ( 1 Petr. 2:7a).” Wie genoemde prediking een ‘christenprediking’ noemt of een voorwaardelijke prediking begrijpt ten diepste niet wat Christusprediking is. Om dit te onderstrepen wordt ook nog een citaat van Calvijn gegeven op blz. 74 uit een preek over Genesis 15:6 waar Calvijn met nadruk stelt dat de Heere ons Zijn Wet voorhoudt opdat ‘iedereen zijn ongelijk erkent met eigen instemming, en dat men zich geheel veroordeeld acht, en belijdt dat het vonnis dat Hij heeft uitgesproken rechtvaardig en billijk is. Ziedaar dan hoe de Wet ons doet inkomen in het onderzoek van geheel ons leven, dat wij anders niet hebben dan wanhoop in onszelf, en dat wij door dit middel opgewekt worden om onze Heere Jezus Christus te zoeken’ (Stemmen uit Geneve, deel I, Meeuwen 1967, blz. 35). Zo heeft Calvijn gepreekt om zondaren tot Christus te leiden. Niemand zal daarbij toch durven beweren dat Calvijn geen Christusprediker was.”

Lezenswaardig

We zouden nog veel meer uit dit boek naar voren kunnen brengen. Maar we moeten ons beperken. Ds. P. Mulder schrijft nog over het kerkverband, ds. W. Silfhout over het kerk - zijn in een geseculariseerde samenleving, ds. W. Ha- rinek over het zendingswerk en dhr. J.H. Mauritz en ds. W. Visscher schrijven een bijdrage onder de titel “De kerk waarin jij jong bent.” Het boek besluit met een preek over Habakuk 3:2 door ds. J.J. van Eckeveld gehouden in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente van Ridderkerk op 11 september 2007 ter herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Gemeenten die we met instemming hebben gelezen. In die preek klinkt geen zelfverheffing door, maar verootmoediging. Kortom, in dit mooi uitgevoerde boek met veel illustraties en een fleurige omslag valt veel te lezen waar ook wij onze winst mee kunnen doen.

N.a.v. Herdenk de trouw, honderd jaar Gereformeerde Gemeenten, 1907-2007, Redactie: J.H. Mauritz, S.D. Post, Ds. W. Visscher, gebonden, 797 blz.,29,50, Uitgave Den Hertog, Houten, ISBN 978- 90-331-2067-1.

Ds. J. van Amstel, Hoe word je christen?, gebonden, 71 blz.,8,90, Uitgave De Banier, Utrecht, ISBN 978-90-336-0729-5. Behartenswaardige dingen komen in dit boekje naar voren. De auteur schrijft niet alleen over het christen worden, wat een wonder van vrije genade is, maar ook over het christen zijn. Daar is strijd aan verbonden. Die strijd wordt getekend op blz., 55 De duivel heeft er een hels plezier in mensen, in het bijzonder Gods kinderen, aan te vallen, uit te schakelen en te vermoorden. Hij wordt daarom de mensenmoordenaar van den beginne genoemd. Soms gebruikt de duivel woorden uit de Bijbel om mensen te verleiden. Dit gebeurde ook bij de verzoeking van Jezus in de woestijn. Hij veschijnt graag als een engel van het licht en juist dan is hij heel erg gevaarlijk. Hij heeft eeuwenlange ervaring en kent alle tactieken om het christenen moeilijk te maken. Jezus onderkent zijn bedoelingen en heeft Zijn volgelingen daarom geleerd om dagelijks te bidden: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Een klein foutje troffen we aan op blz. 57. Alleen de drie vrienden van Daniël weigerden te buigen voor het gouden beeld, daar was Daniël niet bij. Op blz. 58 wordt geschreven over de zonde in Gods kinderen: De grootste vijand is echter niet buiten ons, maar zit in ons. Als je christen geworden bent, ben je wel een ander, een nieuw mens geworden. Maar daarmee is de zonde in je leven nog niet voorbij. Je kunt er juist behoorlijk last van hebben. Vandaar dat je in jezelf een geweldige tweestrijd ontdekt. Je wilt bepaalde dingen niet meer doen, omdat je er de Heere verdriet mee doet en ook jezelf van de vrede met God berooft. Toch is het kwaad er telkens weer. Paulus, die al jaar en dag christen is, klaagt hier ook over: Het goede dat ik wil, doe ik niet; het kwade dat ik niet wil, doe ik toch. Wat ben ik een ellendig mens. Net als Paulus heb je verdriet over de zonde, die nog in je woont. Je staat s morgens op met de beste bedoelingen, je bidt om in de wegen van God te gaan, om Hem te verheerlijken en goed te zijn voor je naaste. Nauwelijks ben je de deur uit of het is al weer mis. Je krijgt een hekel aan jezelf vanwege deze zondige geaardheid, waar je je leven lang mee te strijden hebt. Deze strijd is zwaar en moeilijker dan je denkt. Simson kon iedereen aan, maar zijn eigen verlangen kon hij niet beheersen. Een christen moet dan ook dagelijks zijn zonden voor God belijden.” Zo heeft de christen een geestelijke strijd te voeren, maar zal eenmaal meer dan overwinnaar zijn in Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken