Bekijk het origineel

DR. H.F. KOHLBRUGGE OP DE KANSEL VAN VIANEN, 150 JAAR GELEDEN (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DR. H.F. KOHLBRUGGE OP DE KANSEL VAN VIANEN, 150 JAAR GELEDEN (10)

9 minuten leestijd

De preek van Kohlbrugge in Vianen - zoals u weet: over de inhoud van Genesis 3 - gaat langzaam aan naar een einde toe. Veel is al gezegd. Er is gesproken over de diepe val van de mens, maar ook over Gods opzoekende liefde, over het heilig Evangelie, maar niet minder over Gods vaderlijke kastijding.

Toch resteren er nog twee punten. Twee heel belangrijke onderwerpen. De meest belangrijke zelfs. Kohlbrugge moet aan de hand van zijn tekst nog spreken over de weldaad van de rechtvaardigmaking en over de niet geringere weldaad van de heiligmaking. Datzelfde Genesis 3 geeft er volgens Kohlbrugge alle aanleiding toe om dat te doen.

beoefend geloof

De gastprediker uit het Duitse Elberfeld is toegekomen aan vers 20 van Genesis 3: “Voorts noemde Adam de naam van zijn vrouw Eva, omdat zij een moeder van alle levenden is.” Kohlbrugge hoort in deze woorden van Adam een uiting van het ware geloof. Wat de Heere zojuist tot Adam en zijn vrouw zei, is allesbehalve bemoedigend. Het baren van kinderen zal niet zonder smart gebeuren en alleen in het zweet des aanschijns zal er brood gegeten kunnen worden. En ook dit: “gij zijt stof en tot stof zult ge wederkeren...”

En wat is nu de reactie van Adam? “Zie”, zegt Kohlbrugge, “wat het Evangelie bij de verootmoedigde uitwerkt! Adam ziet over smart, moeizame arbeid, duizendvoudige ellende en dood heen. Alles wordt hem draaglijk door de hoop der opstanding in het beloofde Zaad.” Nee, Adam spreekt niet óver zijn geloof, maar hij spreekt uít het geloof, als hij zijn vrouw Manninne nu “Eva” noemt, “moeder van alle levenden”. Adam, hem wordt de dood aangezegd, maar hij belijdt nochtans het leven. Hij krijgt te horen dat er zorg, moeite en pijn zal zijn. Maar over dat alles heen gelooft hij in de God des levens. Dat kan niet anders dan het ware geloof zijn. Kohlbrugge: “hij zou zijn vrouw “de dood” genoemd hebben en niet “Eva”, als hij niet had geloofd! (...) Hij geeft haar door de Geest des geloofs een naam die zij nog niet droeg, een nieuwe naam.”

Adam belijdt op deze wijze zicht te hebben op “de Man, de Heere, de Enige, in wie het leven is, die komt zonder toedoen van een man en het leven geeft aan allen die het beërven zullen.” Het zal duidelijk zijn dat Adam hier volgens Kohlbrugge doelt op het beloofde Zaad, dat eens komen zou, de Heere Jezus Christus. “Buiten deze Enige was immers de manninne in gemeenschap met hem, de vader, van nu af aan een moeder van kinderen des doods...”

Adam, de eerste beoefenaar van het ware geloof. Het geloof dat het hebben moet van het nochtans. Het geloof dat tegen het zichtbare in zich verlaat op de onzichtbare God. Maar Hij is de Heere die spreekt. En aan Zijn Woord heeft het geloof genoeg. “Dat geloof wil de Heere, dat wij met een schreeuw des harten en met tranen, dat is in ware verbrijzeling, zeggen: Ik geloof, Heere!” (in een preek over Markus 9: 24). “Wat geloven wij dan? Dit: dat wij moeten geloven, dat het evenwel voor ons onmogelijk is te geloven, wijl wij op de dreigende golven zien. Op de golven die de wind uit de afgrond op ons doet aanrollen, opdat wij toch maar niet geloven. Voorts, wijl wij op de zonden zien, op onze schrikkelijke onreinigheid en onheiligheid, dus met één woord: wijl wij op het tegenstrijdige zien” (idem).

Ik citeer nog even verder uit die preek, omdat het zo aansluit bij wat Kohlbrugge in Vianen over dat geloof heeft gezegd: “Omdat wij echter niet kunnen geloven en de Heere desalniettemin het geloof wil, zo blijft ons niets anders over dan dat wij ondanks onze schrikkelijke nood en trots al het tegenstrijdige geloven zonder geloof, met andere woorden dat wij tot Hem komen zonder voeten, Hem aangrijpen zonder handen, en ons aan Hemovergeven zoals wij zijn, ons voor Hem veroordelen vanwege onze ongelovigheid, Hem bidden ons ongeloof ter hulp te willen komen, en zodoende het voor gewis en waarachtig houden, dat Hij wat kan en vermag, dewijl Hij de Heiland is van arme zondaren.”

ontvangen gerechtigheid

Terug naar de preek over Genesis 3. Daarin trekt Kohlbrugge nu de lijn verder vanuit het door Adam beoefende geloof. Want dat geloof van Adam ontvangt een zalige bate. “Wat baat het u dat gij dit alles gelooft?”, vraagt de catechismus van Heidelberg. “Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven”, luidt het bijbelse antwoord. Wel, dat was al bij Adam niet anders, vindt Kohlbrugge. “Aangezien nu Adam in God geloofde, zoals hij het in de naamgeving van Eva aan de dag legde, zo is dit hem, gelijk ook zijn vrouw, tot gerechtigheid gerekend.” Is het immers niet opmerkelijk dat direct na deze naamgeving-in-geloof vers 21 volgt: “En de Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen en toog ze hun aan.”

Luister naar het heerlijke Evangelie-getuigenis dat Kohlbrugge hierover in zijn preek vertolkt: “Wanneer een des doods en der verdoemenis schuldige, een radeloze en reddeloze, het Evangelie hoort, de blijde boodschap dat er genade is door voldoening en een te niet doen van hem die de oorzaak is van zijn dood, dan is alles wat hij hoort Christus. Dan hoort hij God op het hoogst verheerlijkt, maar zó wordt hij zelf ook op het diepst vernederd. Hij krijgt een welgevallen aan de kastijding, ziet over de dood heen, zoekt zijn leven buiten zichzelf, wordt enerzijds verlegen over zijn diepe ellende, juicht anderzijds in de zaligheid die hem wordt voorgehouden, en gelooft wat hij gehoord heeft, omdat hij niet anders kan noch wil. En op dit geloof wordt hem de gerechtigheid toegerekend, die geheel buiten de mens ligt, maar die hem geschonken wordt, als ware zij zijn eigen gerechtigheid.”

Wanneer een verloren mens (en dat waren Adam en zijn vrouw) zich door het geloof op Christus verlaat (en dat deden Adam en zijn vrouw), dan ontvangt hij Hem en tevens alles wat Hij heeft en geeft. Het geloof geeft deel aan de Zaligmaker en aan alles wat Hij heeft verworven: volkomen gerechtigheid en zaligheid, voor tijd en eeuwigheid. Terecht zegt Kohlbrugge dat dit geloof de Heere verheerlijkt en het eigen vlees vernedert. Maar wie zichzelf vernedert, wie leert afzien van eigen mogelijkheden op gerechtigheid, wie de zaligheid daarom zoekt buiten zichzelf, namelijk daar waar de Heere haar heeft geopenbaard, die zal naar Gods belofte verhoogd worden. Een wonder van genade! Een arme wordt met goederen vervuld. En wat voor goederen... De dode ontvangt het leven, de mens in duisternis het licht, de schuldige ontvangt vergeving en de aangevochtene vrede. De Heere schenkt het om Christus’ wil: rechtvaardigheid en heiligheid, zaligheid en alle goede dingen. Een mens zonder God ontvangt God Zelf, door Christus en met Hem alles wat tot zaligheid is.

We weten dat Kohlbrugge veel van Luther hield. Welnu, het is een woord van Luther: “Het is voor een mens onmogelijk een christen te zijn zonder Christus te bezitten. En als hij Christus bezit, bezit hij tegelijkertijd alles wat in Christus is. Het geloof verenigt de ziel met Christus als een echtgenoot met haar man. Alles wat Christus heeft, wordt ook het eigendom van de gelovige ziel. Alles wat de ziel heeft, wordt het eigendom van Christus.”

Adam en Eva - op de dag dat ze door de zonde van hun God en Heere zijn afgevallen, maar waarop ze tevens door het geloof de beloofde Christus in het geloof aangrijpen, ontvangen behoudenis. De Heere bekleedt hen met de vacht van dieren die Hij Zelf voor hen slacht. Ze zouden bezweken zijn, zegt Kohlbrugge in zijn preek, “als ze niet persoonlijk en voor zichzelf, en wel door de getrouwe Middelaar van het eeuwige genadeverbond, voor Gods rechterstoel bekleed waren met de vachten der lammeren, in wier slachting zij dat Lam als met de ogen zagen en als met handen tastten, dat geslacht is van de grondlegging der wereld.” De mens zelf kwam niet verder dan het maken van schorten van vijgenbladeren. Maar die houden het voor Gods heilig gericht niet. Er is een andere bedekking nodig om vrede bij God te hebben. Voor deze andere bedekking kan de mens niet zorgen. Maar nu doet de Heere het. De mens heeft er geen verstand van, hij heeft er ook de macht en wil niet toe, om in die behoefte effectief te voorzien. De Heere echter voorziet er in.

Kohlbrugge verwijst in dit verband naar woorden die de profeten ten tijde van de oude bedeling al gesproken hebben. God is het die de mens bekleedt. “Hier ligt de grond dat de gemeente te allen tijde gejuicht heeft en altijd juichen zal: Ik verheug mij in de Heere. Mijn ziel is vrolijk in mijn God. Want Hij heeft mij klederen des heils aangetrokken en met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij bekleed! Zo beschikt de Heere de treurende te Sion, dat hun gegeven worde sieraad voor as en schone klederen voor een bedroefde geest.” Met een verwijzing naar Zacharia 3: “Zo gebiedt Hij Zijn engelen wat Zijn Jozua’s betreft: Doet de onreine klederen van hem weg! Daarna zegt Hij tot hen: Zie, Ik heb uw zonde van u weggenomen en Ik heb u met feestklederen bekleed.”

Hoe kan dit alles toch? Kohlbrugge verwijst tenslotte naar Hem die naakt aan het kruis hing. Ontbloot van alles, in een ijskoude duisternis die drie uren aanhield. Over Zijn gewaad wierpen de mensen het lot. Zo heeft Hij de klederen des heils verworven. “Daar staan nu Adam en Eva in het hun om niet geschonken en hun aangetrokken bruiloftskleed.”

Maar de dag van de bruiloft is het nog niet. Ze moeten namelijk nog een les leren... Daarover tenslotte de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DR. H.F. KOHLBRUGGE OP DE KANSEL VAN VIANEN, 150 JAAR GELEDEN (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken