Bekijk het origineel

VRAGENRUBRIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VRAGENRUBRIEK

7 minuten leestijd

Twee onderwerpen.

De vraagstelster van de vorige keer heeft nog twee vragen. We zullen proberen ze allebei nu te behandelen. De eerste vraag luidt als volgt: “In Genesis 48:22 staat dat Jakob het stuk land dat hij zijn zoon Jozef toewijst, met zwaard en boog verkregen heeft. Maar bij Jozefs begrafenis, vele jaren later, wordt vermeld dat Jakob dit stuk land voor 100 stukken geld had gekocht! Zie Jozua 24:32. Hoe zit dat?”

Inderdaad vraagt dit om verduidelijking. Heeft Jakob het stuk land nu veroverd of gekocht?

We gaan uit van Genesis 33:18-22. Jakob is na lange tijd weer teruggekeerd in het land van zijn vader Abraham en Izak. Hij vestigt zich bij de stad Sichem, waar even later zulke verschrikkelijke dingen zullen gebeuren. Jakob koopt dan een stuk land van de zonen van Hemor, waarop hij zijn tent kan spannen, en betaalt daarvoor 100 geldstukken. Ook Abraham had eens een stuk land gekocht voor veel geld: een begraafplaats.

Door de koop was dit stuk land nu Ja-kobs wettig eigendom geworden. Op dit stuk grond van het beloofde land is later Jozef begraven. Het landgoed was immers door vader Jakob op diens sterfbed aan Jozef toegezegd.

Als Jakob dat doet vermeldt hij dat het bewuste stuk land met geweld veroverd is op de Amorieten. Daaruit kunnen we opmaken dat de Amorie-ten zich Jakobs bezit hadden toegeëigend. Jakob en zijn zonen zagen zich toen genoodzaakt hun land te heroveren. Dat dit met geweld gepaard is gegaan, horen we nu uit Jakobs eigen mond op zijn sterfbed.

In dit kleine stukje geschiedenis zien we dat er altijd al strijd is gevoerd om het beloofde land. Zelfs het kleine landgoed bij Sichem werd Jakob niet gegund. Maar op zijn sterfbed mag Jakob zich in het geloof aan Gods belofte overgeven en vertrouwen dat niet alleen dat kleine stukje, maar het gehele land bewoond zou worden door zijn kinderen. In datzelfde geloof in Gods toezegging is later ook Jozef gestorven. En uit Jozua 24 weten we dat de Heere Zijn beloften rijkelijk heeft vervuld. Zo maken de ongelovigen, de brutalen, aanspraak, niet op de halve wereld, maar op de hele.

Maar eenmaal zullen de zachtmoe-digen het aardrijk beërven, zie Psalm 37:29. Niet door middel van goud of zilver, maar uit genade, om Christus’ wille!

Dan de volgende vraag. “In Israel moest de eerstgeboren zoon gelost worden Hij opende de baarmoeder. Als het eerste kind een meisje is, dan opent zij toch de baarmoeder? Wat moet er dan gebeuren als het tweede kind een zoon is. Moet die, ondanks het feit dat de baarmoeder reeds geopend is, dan toch nog gelost worden, omdat het een jongen is? Of was er in een dergelijk geval een vrijstelling? Hij was immers niet de eerstgeborene!” Om de zaak van de lossing van de eerstgeborenen te begrijpen, moeten we terug naar de nacht van de uittocht uit Egypteland. Het was een vreselijke nacht! De verderfengel zou door zowel Egypte als Gosen gaan en alle eerstgeborenen doden. Op Gods aanwijzen zal er voor de Israelieten ontkoming zijn achter het bloed. God maakte onderscheid waar het van nature niet was. De weg der ontkoming werd niet aan de Egyp-tenaren bekend gemaakt, en wel aan het volk Israel. Het mag ook ons wel een wonder worden en blijven dat de Heere tot ons het evangelie van vrije genade zendt, terwijl velen op aarde van geen weg der verlossing weten! Maar dat even terzijde.

Bij deze vreselijke straf moeten we denken aan de dood van alle mannelijke eerstgeborenen. Dat geeft de hebreeuwse grondtekst aan.

Na deze gebeurtenis zegt de Heere in Exodus 13:2 dat alle eerstgeborenen onder Zijn volk Israel (van het mannelijk geslacht) Zijn eigendom zijn en daarom voor Hem en Zijn dienst afgezonderd moesten worden. Vanaf toen moesten alle eerstgeborenen bestemd worden voor de dienst in Gods heiligdom. Later werden de Levieten in hun plaats gesteld. De vader kon zijn zoon lossen door middel van een bepaald geldbedrag. Hij hoefde dan niet te dienen in het heiligdom, maar er moest wel voor betaald worden.

De lossing voor 5 sikkels voor de eerstgeboren zoon was eigenlijk een herinnering aan het feit dat zij de Heere toebehoorden! Met die 5 sikkels maakte men zich van die verplichting niet af! Het hart moest de Heere toegewijd zijn, al de dagen van hun leven, al was men van de dienst in Gods heiligdom vrijgesteld.

Had nu de vader zijn plicht verwaarloosd, dan was de zoon op latere leeftijd verplicht zelf voor de lossing zorg te dragen.

Het ging zo toe: Na een aanvangsce-remonie bracht de vader zijn zoon en het geldbedrag tot de priester. De vader gaf daarbij zijn zoon aan de priester en sprak: Mijn vrouw heeft mij dit mannelijk kind, dat haar eerstgeborene is, ter wereld gebracht. Daarop sprak dan de priester: Wat wenst gij liever te behouden: deze uw eerstgeboren zoon of de 5 sikkels die gij voor zijn lossing verschuldigd zijt? Dan nam de vader het geld in zijn hand en gaf het de priester, met de woorden: Liever wil ik mijn eerstgeboren zoon behouden; ziehier 5 sikkels voor zijn lossing.

Het ging bij de lossing dus niet om de eerstgeborene, maar om de eerstgeboren zoon! Dat vinden we in hetzelfde Exodus 13. Zie de verzen 12 en 15. Alle mannetjes van het vee moesten geofferd worden; “doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik”.

Het ging slechts om zonen, omdat alleen de mannen konden dienen in het heiligdom. Het was toen al zo, het is nu nog zo. Daarmee is niet gezegd dat de vrouw minderwaardig was. Die had slechts een andere taak. Bovendien werd zij vertegenwoordigd door de man. Slechts de man werd besneden, maar ook de vrouw behoorde tot het verbond.

Als je dus eerst dochters kreeg en daarna een zoon, dan moest hij gelost worden, omdat hij de eerstgeboren zoon was. De baarmoeder was inderdaad reeds geopend door zijn zusters die eerst geboren waren, maar nu had de baarmoeder een zoon gebaard!

Een andere vraag is, tenslotte, wie de eerstgeborene was van de man met twee of meer vrouwen. Jakobs eerstgeboren zoon was Ruben, de zoon van Lea. Maar ook zijn andere vrouw, Rachel, had een eerstgeboren zoon, Jozef! Als het nu om de lossing gaat, moeten we aannemen dat in een dergelijk geval alleen Ruben gelost moest worden. Jakob had 12 zonen en een dochter bij verschillende vrouwen, maar hij noemt Ruben zijn eerstgeborene, Genesis 49:3. Blijkbaar werd van de vader uitgegaan en niet van de moeder, al konden in Jakobs geval 4 vrouwen spreken van een eerstgeborene! In dit verband moeten we ook denken aan Deut. 21: 15 ev. Daar gaat het om een man die twee vrouwen heeft. Een van wie hij echt houdt en een vrouw van wie hij niet houdt. Stel nu dat de vrouw van wie hij niet houdt (onvoorstelbaar eigenlijk) het eerst een zoon baart, en daarna de vrouw van wie hij wel houdt, dan mag hij de zoon van zijn geliefde vrouw niet voortrekken boven de zoon van die andere vrouw. Dat laat ook zien dat je bij de vaststelling van de vraag wie nu de eerstgeborene is, en dus in aanmerking komt voor het eerstgeboorterecht, uit moet gaan van de vader. Dat was het dan weer voor deze keer. Ik hoop dat de antwoorden op de gestelde vragen naar tevredenheid zijn. Graaf maar dieper, mensenkind, in het Woord des Heeren, en gij zult meer schatten vinden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VRAGENRUBRIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken