Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAAR IS ONS KIND?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

WAAR IS ONS KIND?

10 minuten leestijd

Het ene boek is het andere niet. Het bespreken van het ene boek is ook dikwijls heel wat anders dan het bespreken van een ander boek. Hoe dat komt? Omdat daarbij altijd de aard en de bedoeling van dat boek betrokken moeten worden.

Ik besef het bovenstaande vooral nu ik het onlangs verschenen boek van ds. M.A. Kempeneers wil gaan bespreken. “Waar is ons kind?”, zo heet het. Het is een geschrift dat een handreiking wil zijn rond het overlijden van jonge kinderen. Het schrijven en spreken over het sterven van kleine kinderen is een tere zaak. Het gaat immers niet alleen over het hartverscheurende verdriet dat zo’n sterven met zich meebrengt. Maar hiermee is ook nog eens verbonden de vraag naar de eeuwige staat van het overleden kindje. En de (misschien wel vertwijfelde) vraag van de ouders hoe ze hierover zekerheid kunnen hebben.

Welnu, aan dat laatste is dit boek gewijd. De schrijver meent dat hij daarin op grond van de heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis een heldere weg kan wijzen. Dat probeert hij in deze pennenvrucht dan ook te doen. Maar, zo begrijpt u, dat vergt wel behoedzaamheid. Die behoedzaamheid kenmerkt dit boek. De Elburgse dominee trekt niet zomaar conclusies. Maar hij overweegt de gegevens uit de Bijbel serieus en zoekt dan voorzichtig een verantwoorde lijn te trekken.

Ook in de bespreking van dit boek wil ik dezelfde voorzichtigheid betrachten. Er zullen namelijk wel lezers van ons blad zijn die zelf hun kindje op jonge leeftijd hebben moeten verliezen. Dan liggen de dingen heel teer.

... Kunnen sterven

“Oude mensen moeten sterven. Jonge mensen kunnen sterven. Deze bekende uitdrukking geeft aan, dat we bij het woord ‘sterven’ veelal denken aan een gebeurtenis die plaatsvindt aan het einde van een lang leven en niet aan het begin. Dat maakt het sterven van een kind ook tot een eigensoortige en onvergelijkelijke ervaring. Het is een onvoorstelbaar groot verdriet voor ouders, een ervaring die in hun leven maar heel moeilijk plaats gegeven kan worden” [11].

Ds. Kempeneers en zijn vrouw zijn, wat we wel noemen, ervaringsdeskundigen. In 1993 moesten ze het meemaken dat hun 13-uren oude zoontje Marijn kwam te overlijden. Bij zijn geboorte wees niets erop dat hij maar een half etmaal leven zou. Maar een gevaarlijke bacterie deed in enkele uren haar dodelijke werk.

In het kader van zijn opleiding aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn enkele jaren later bestudeerde student Kempeneers dit thema. Hij probeerde het te doordenken vanuit een exegetische, confessionele en pastorale invalshoek. In zijn doctoraalscriptie die hij er daarna aan wijdde, verwerkte hij mede de ervaringen van anderen die met het overlijden van een jong kind te maken hadden gekregen. En nu verscheen onlangs dit boek. Het is een neerslag van zijn bevindingen, aangereikt vooral aan bedroefde ouders.

In dit boekje gaat de schrijver vooral in op de geestelijke vragen rond de eeuwige bestemming van de jonggestorven kinderen. Daar wijst de titel ook op: “Waar is ons kind?” Het verlies van je kleine kindje is op zichzelf beschouwd al verschrikkelijk. Wat een verdriet brengt het mee. Het is zo tegennatuurlijk volgens onze ervaring. Een bloem, in de knop gebroken. Veel kerkelijke ouders kampen daarnaast nog met de martelende onzekerheid over de plaats waar hun kind na het sterven gekomen is. Is het bij de Heere? Of is het daar niet? Het was een kindje van zondige ouders. Dientengevolge was het zelf ook zondig, hoe klein het ook was. Wat betekent dat voor zijn of haar zielenheil? Het is deze vraag die in dit boekje nadrukkelijke aandacht ontvangt. Ds. Kempeneers doet dat met een betrokken en tere toon. In het kiezen van zijn woorden komt hij, naar mijn indruk, dicht bij de verdrietige ouders.

Hoe probeert de schrijver antwoorden te vinden op de vraag van zijn titel? Belangrijk is dat hij allereerst de lijnen vanuit de Heilige Schrift trekt [h. 1], Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk te zijn, want een overvloed aan gegevens is er niet voorhanden. Toch is er volgens hem wel een eenduidige conclusie mogelijk op grond van de Schriftgegevens. Vervolgens luistert hij naar de belijdenis van de kerk, met name naar de Dordtse Leerregels [h. 2]. Ook deze belijdenis heeft niet anders willen doen dan te luisteren naar het Woord van de Heere Zelf. In het volgende hoofdstuk komen (zoals ze genoemd worden) de budvaders’ aan het woord, de pastorale schrijvers uit vroeger eeuwen [h. 3]. Ook velen van hen, bevindelijke predikers als ze waren, hebben zich over dit onderwerp uitgesproken. Onder hen zijn er die het verdriet van een jonggestorven kind hebben gekend.

Daarna gaat hij nader in op een overheersende gedachte die in dit verband leeft. Velen menen namelijk dat het behoud van een kind pas zeker is als een kind van God of een ambtsdrager daarin licht ontvangen heeft door middel van bijzondere beloften, een ‘waarheid’ rechtstreeks aan Hem of haar gegeven. Is dat de bijbelse weg? Hierover gaat hoofdstuk 4.

In de hoofdstukken 5 tot en met 8 komen enkele andere pastorale onderwerpen aan de orde: de voorbereiding van het kind op zijn aanstaande sterven, de wijze van de begrafenis en de verdere verwerking van het verdriet en de rouw. Het slothoofdstukje komt opnieuw op de centrale vraag terug: “Waar is ons kind?”

Uitgangspunten

De vraag is nu welke de lijn is die ds. Kempeneers in Schrift en belijdenis heeft ontdekt. Mogen de bedroefde ouders worden getroost en zo ja, hoe mag dat dan en op welke grond?

Het eerste wat gezegd moet worden is, dat de schrijver er niet omheen gaat dat ook onze jonge kinderen “kinderen des toorns” zijn die in Gods Rijk zomaar niet kunnen komen. Ze zijn onheiligen, geboren uit onheiligen. David beleed in Psalm 51 dat hij al vanaf de conceptie zondig was, nog voordat hij enige zonde daadwerkelijk had gedaan.

Een ander uitgangspunt van de schrijver is dat er geen mens, jong of oud, zalig wordt, of het is door de kruisverdienste van de Heere Christus. Alleen Zijn bloed reinigt van de aangeboren en de concrete zonden. Ook onze kleine kinderen worden slechts zalig door het heilswerk van de Middelaar van het verbond. Jammer dat dit fundamentele gegeven niet zo wordt uitgewerkt in dit boekje. Maar het behoort onmiskenbaar tot de grondregel van de schrijver.

Ten aanzien van de jonggestorvenen wijst, aldus ds. Kempeneers, de heilige Schrift deze lijn aan: “al zijn ze strafwaardig vanwege de erfzonde, het verbond mag voor de jonggestorven verbondskinderen als genoegzaam voor hun zaligheld geacht worden”[35]. Deze conclusie stemt overeen met wat zowel in de belijdenis van de kerk als door de meeste oude schrijvers verstaan is als wat de Heere ons dienaangaande heeft geopenbaard. Ik neem hier over de woorden uit de Contraremonstrantie, een geschrift uit het begin van de 17e eeuw (enigszins herschreven): “Voor Gods uitverkoren kinderen zijn te houden, niet alleen de volwassenen die in Christus geloven, maar ook de kinderen van het verbond, zolang zij in hun daden het tegendeel niet bewijzen. Daarom hebben gelovige ouders, wanneer hun kinderen in hun kindsheid komen te sterven, geen oorzaak om aan de zaligheid van hun kinderen te twijfelen” [43], In deze lijn hebben ook de vaderen van de Nationale Dordtse Synode zich uitgesproken. Zie hiervoor Dordtse Leerregels 1,17. Dit is de lijn die ook ds. Kempeneers in zijn boekje trekt.

Hij geeft hoog op van de vastheid van Gods verbond en van de welgemeendheid van Gods beloften. Daarbij bedoelt hij niet een of andere optimistische beschouwing te presenteren, als wel bijbelse troost te bieden in rouw en verdriet. De kinderen der gemeente delen in de beloften van vergeving en zaligheid die de Heere aan Zijn kerk toezegt, verzegeld in het sacrament van de Heilige Doop. Daarbij is het niet bepalend of het kindje zelf ook al daadwerkelijk gedoopt is. Ook niet of het al kenmerken van zijn of haar verkiezing tot de zaligheid heeft getoond. “De belofte alleen moet voor de godzalige ouders genoeg zijn om te geloven dat hun jonggestorven kinderen behouden zijn. Niet wat de mensen ervan zeggen. En ze hoeven het ook niet te zoeken in bijzondere tekenen. Maar de toezegging alleen. Gods genadeverbond alleen” [50], We behoeven niet uit te sluiten dat de Heilige Geest bijzondere beloften gebruiken kan. Maar de ‘gewone’ weg, de weg van het geloof in de beloften van Zijn Woord, is een vaster en troostrijker weg.

Pastoraal

Door heel het boekje heen is de voorzichtige en genuanceerde toon opvallend. Daar wil ik mijn waardering voor uitspreken. Zo snel komen in zaken rond verbond en belofte allerlei standpunten tegenover elkaar te staan. Dat laat de kerkgeschiedenis wel zien. Zo niet in deze publicatie. Het geheel ademt een pastorale inzet. Terecht wijst ds. Kempeneers erop dat ook de Dordtse vaderen niet per conclusie over de zaligheid van de kinderen spreken. Hun spreken is met name gericht op het bieden van bezinning en troost. Heel subtiel hebben de Dordtse vaderen aangevoeld (ds. Kempeneers wijst daarop) dat de zaligheid, ook van de kinderen, niet een zaak is van redeneren, maar van een waarachtig en levend geloof. “Het mag intussen duidelijk zijn, dat de vaderen zich niet uitspreken over het objectieve feit of alle verbondskinderen zalig zijn of niet, maar over het subjectieve gelóóf van de ouders. De vaderen wijzen in dit artikel op de noodzaak dat het voorwerpelijke Woord onderwerpelijk beleefd wordt” [49],

Ds. Kempeneers heeft over een gevoelig onderwerp geschreven. Ik meen dat de weg die hij wijst een goede, bijbelse weg is. Ze is geheel in de geest van de Dordtse vaderen. Nu wordt dat in een enkele recensie ook wel betwist. Onlangs nog in de Wachter Sions waar ds. F. Mallan het boekje bespreekt. Breed citeert hij een fragment uit de Acta van de Synode van Dordt dat het tegendeel lijkt te zeggen. Wat hij daarbij niet vermeldt is, dat dit slechts de mening op enig moment van de afgevaardigden uit de provincie Utrecht was [zie Acta, heruitgave 1987, pag. 654v.]. Dit als een uitspraak van de synode zelf te presenteren is niet fair. En dat temeer daar ook de broeders van Utrecht hebben ingestemd met de inhoud van hoofdstuk I, par. 17. Duidelijk is dat de synode als geheel geen jonggestorven verbondskinderen tot de verworpenen durfde rekenen.

Het doet evenmin recht aan de eerlijke bespreking in dit boekje om het af te doen als een blijk van de “gevaarlijke drieverbondenleer.” Wat ds. Mallan daarover schrijft in zijn blad is een karikatuur, zeker in het verband van dit geschrift van ds. Kempeneers.

Ik wens dit boekje in de handen van velen. Vooral van bedroefde ouders. Opdat ze zullen ervaren dat bij de Heere milde handen en vriendelijke ogen van eeuwigheid zijn. Tot slot een woord van een oude schrijver, de Schotse hoogleraar Thomas Halyburton. Na het sterven van een elf maanden oud dochtertje schrijft hij dat hij geen bijzondere belofte voor haar had. Maar, aldus Halyburton, “ik mocht zien op de omvangrijke belofte van het verbond, die er voor ons en onze kinderen is” [70],

N.a.v.: Waar is ons kind? Een pastoraal theologische verhandeling rond het overlijden van jonge kinderen. Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen. Paperback. ISBN 90-6140-9241. 137 pag. Prijs13,90.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

WAAR IS ONS KIND?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken