Bekijk het origineel

DE VERZEGELING MET DE HEILIGE GEEST (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE VERZEGELING MET DE HEILIGE GEEST (4)

8 minuten leestijd

De vorige keer luisterden we naar twee dienaren van het Woord uit de vorige eeuw in hun predikingoverditthema: de Londense dr. D M. Lloyd Jones [✝ 1981] en de prediker uit Baarn ds. I. Kievit [✝ 1954]. De overeenkomst in hun benadering is dat ze allebei spreken over een nadere weldaad, een bijzonder genadebewijs van de Heere aan (nee, niet aan alle maar aan een deel van) de Zijnen. De bewuste inwoning van de Heilige Geest zien zij als iets extra’s. Niet behorende tot het wezen maar eerder tot het welwezen van het geloof. De Heilige Geest als de Geest van de Vader en van de Zoon deelt Zich op een krachtige en onmiskenbare wijze mee aan de ziel van de door God gekende. Al eerder was er de kennis van de heilige God in Zijn eisend recht en in Zijn strenge rechtsgeding. Maar ook was er de openbaring van de Zaligmaker Christus in Wiens Naam er zaligheid en vergeving der zonden is. Maar nu wordt het Pinksteren in de ziel. Namelijk als de Heilige Geest komt als de Trooster, als Degene die de weldaden van Gods genade verzegelt aan de ziel. De Geest van de verzegeling stort de liefde van God uit in het hart, Hij brengt tot de hartelijke geloofserkenning en Hij verlevendigt de hoop op de erfenis die wacht.

Baarnse pinksterpreek

Met name de wijze waarop de hervormde ds. I. Kievit hiervan getuigenis geeft in zijn preek uit 1928 is indrukwekkend. Uit alles blijkt dat hij zelf geen vreemde was van de rijke bediening van Gods Geest. Ik wijs nog op enkele aspecten die hij in dit verband noemt.

Allereerst wijst hij erop dat het werk van de Heilige Geest niet los gezien moet worden van de kennis van de Heere Jezus Christus. We moeten onderscheiden in het fundament en al het andere dat de Heere geeft. “Ge moet echter niet menen dat mijn vaste hope steunt op het zegel des Geestes, neen, maar op het bloed van de Zoon. De Geest neemt nooit de plaats in van de Zoon, maar stelt ons vast in de Middelaar. Verzegeld in Christus! In welke gij ook zijt verzegeld, nadat gij geloofd hebt. Zo is dan de verzegeling geen verdringing van Christus.” Het is juist een des te vaster maken van het kind van God aan Hem!

Een belangrijk punt is dat de Heilige Geest in dit verband genoemd wordt het onderpand van de erfenis die wacht. De Heilige Geest is de goddelijke garantie van de erfenis die is toegezegd. Een waarborg uit de hemel! Zo waar als de Heere leeft, zo waar zal de erfenis van Gods beminden hun niet ontgaan! Ds. I. Kievit verwijst naar een veelzeggende uitspraak: “Zou God Zijn Woord verbreken, dan zou God geen God meer heten. Een oude christin sprak op haar sterfbed, toen haar werd gevraagd of ze nog niet zou kunnen omkomen, dit juiste woord: dan zou God meer verliezen dan ik. Want ik zou mijn ziel kwijt zijn, maar God Zijn eer.”

De Heilige Geest Zelf is het onderpand. We mogen ook zeggen: het vooruitgeschoven deel, een aanvankelijk bezit. En daarmee de garantie dat de rest ook daadwerkelijk komen zal. De Heilige Geest geeft Gods kinderen de geloofsvrijmoedigheid dat ze zullen ingaan in het hemels Koninkrijk, nu nog door het geloof en in hope, maar weldra in aanschouwen. “Zie”, aldus ds. Kievit in zijn pinksterpreek, “dat is het gebracht worden in het wijnhuis. Het ingaan in de binnenkamers van de Koning. Die God is onze zaligheid. Dan verheugen we ons de ganse dag in Zijn Naam en worden door Zijn gerechtigheid verhoogd. Dat zijn onze Pisga’s, waar niet alleen een blik wordt geworpen in het beloofde land, maar ook de vijgen en granaatappelen en de druif van Eskol wordt geproefd. Bedauwd door een liefelijke Geestesdauw, in de schemering van de eeuwige dag, beluisteren wij het ruisen van de eeuwige vrede, die hart en zinnen bewaart in Christus Jezus.”

Tot slot wijst deze prediker erop dat het ontvangen van deze weldaad een heilige plicht meebrengt. “Och, of nu al wat in mij is, Hem prees. Mocht er zijn een tedere wandel voor Zijn aangezicht, volk des Heeren, geroepen uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht om te verkondigen Zijn deugden. Mogen alle godzalige tongen vaardig zijn, om Zijn lof te vertellen en hun oren open om Zijn lof gaarne te horen!”

enkele vragen

Tot zover iets uit deze bijzondere preek van de 40-jarige ds. Kievit van Baarn Ik gebruikte eerder de typering ‘indrukwekkend’. Ja, want op bijzondere wijze komt de krachtige en overstelpende werking van Gods Geest er in tot uitdrukking. De Geest die de Vader en de Zoon verheerlijkt. En die de erfgenamen voortstuwt in de hoop op het pand dat in de hemelen voor hen bewaard wordt. De Heilige Geest is in deze preek de Geest die de eeuwigheid brengt in de tijd, die een stukje hemel op aarde geeft, namelijk in de harten van Gods kinderen. De deugden van de drie-enige God worden in deze kennis hogelijk verheerlijkt.

Ondertussen maakt ds. Kievit in zijn benadering wel enkele theologische keuzen. Onder meer deze dat de bewuste inwoning van de Heilige Geest een extraordinaire genadeweldaad is. De verzegeling met de Heilige Geest is volgens hem te zien als iets extra’s. Let wel: een voorrecht dat niet aan elk kind van God in die mate wordt geschonken.

Hier zouden wel enkele vragen gesteld kunnen worden. Is het vol te houden in het licht van de gehele heilige Schrift om te onderscheiden tussen verzegelde en onverzegelde kinderen des Heeren? Wordt een dergelijke onderscheiding gesteund door het gehele spreken van Gods openbaring? Wat zijn de consequenties er eigenlijk van?

Verder: hoe is eigenlijk de verhouding tussen de verzegeling met de Heilige Geest enerzijds en het geloof anderzijds? De apostel Paulus legt dat verband immers met zoveel woorden.

De Statenvertaling spreekt in Efeze 1: 14 nadrukkelijk over “nadat gij geloofd hebt...” Maar kan het wel staande gehouden worden om dat woordje ‘nadat’ zo veel accent te geven. Is de tijdsvolgorde ook wel zo bedoeld in de Griekse grondtekst? De kanttekeningen lijken die orde immers wel iets te nuanceren: “Of: als gij geloofd hebt. Want deze verzegeling des Geestes geschiedt door het geloof en op het geloof.” Nog een vraag: wat is de functie van Gods beloften in dezen? Noemt Paulus in zijn brief aan de gemeente van Efeze de Heilige Geest niet: ‘de Heilige Geest der belofte’?! Is het dan wel terecht dat ds. Kievit met nadruk stelt dat deze verzegeling niet is een bevestiging der beloften Gods in het Woord geopenbaard? Wordt hier niet een scheiding aangebracht die niet gemaakt mag worden?

Trouwens: hoe werd eigenlijk door de predikers van de Nadere Reformatie over dit onderwerp gepreekt en geschreven? Komen we bij hen dezelfde accenten tegen? En heeft de reformator Calvijn, die machtige Schriftuitlegger, ons in dezen nog iets te zeggen? Heeft ook iemand als John Owen (wel genoemd de puriteinse Calvijn) niet veel over het werk en de betekenis van de Heilige Geest geschreven? Hoe waren zijn gedachten in dezen?

Hoe het ook zij, we zijn met dit thema nog niet klaar. Ik zou de volgende keer met u eerst eens even een rondblik bij de mannen van de Nadere Reformatie willen maken. En daarna Calvijn bevragen. Overigens niet anders dan met de intentie om het spoor van de heilige Schrift in dezen te gaan. Alleen Gods eigen Woord immers schenkt ons de ware wijsheid.

Laat overigens wel helder zijn: veel respect heb ik voor de geestelijke kennis die en het geheiligde inzicht dat ds. I. Kievit heeft ontvangen in de wegen die de Heilige Geest gaat. We mogen wel jaloers zijn op de innigheid en betrokkenheid waarmee hij de geestelijke gangen van Gods volk beschrijft. Wat in 1928 gold, geldt bijna tachtig jaar later niet minder.

Ik besluit met een gedeelte uit de preek waaruit ik al overvloedig citeerde. Het spreekt voor zichzelf. “Mijn hoorders, bedrieg u niet voor de eeuwigheid. Onkunde, Gezeggelijk, Praatziek en Bijloper (figuren uit Bunyans Christenreis, JMJ K) zullen niet ingaan door de poorten van de stad. Er kan geen “mijn” zijn zonder verlies van het “ik”. Zeker, we weten wel dat menigeen houdt van een ruim Evangelie, maar verwerpt de doorgang door de engte. Zij bedriegen zich dan voor eigen rekening. Maar, zijt gij wellicht gebogen en verslagen onder de last uwer zonde, weet dan dat gij niet behoeft om te komen om enig gebrek in het Lam. De rivier Gods is vol water. Uw schuld is kleiner dan de kracht van het offer. Werd die last u eens waarlijk te zwaar. Weer een ander zoekt te leven bij de kenmerken der genade en komt nimmer tot vastheid van staat, omdat die vastheid alleen ligt in Ghristus. Nodig hebt gij uit uzelf in een ander over te gaan. Een derde kent een komende en gaande Jezus, maar geen verzoend God. De Geest des Heeren brenge u af van al uw gestalten om de rust te leren kennen in Ghristus. Wij die geloofd hebben, gaan in in de rust”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DE VERZEGELING MET DE HEILIGE GEEST (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken