Bekijk het origineel

EEN HART ONDER DE RIEM

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN HART ONDER DE RIEM

5 minuten leestijd

2 Tim. 1:6

Een echte dienstknecht van de Heere weet zich tot het eind van zijn leven verbonden aan de dienst van de Heere alsook aan Zijn dienaren. Dit zien we duidelijk bij Paulus in de dodencel. We gaan na wat Paulus schreef aan Timotheüs. Voor Paulus’ aandacht kwam het werk van ‘s Heeren genade in het leven van de grootmoeder en moeder van Timotheüs. Paulus kon ook getuigen dat het oprechte geloof leefde en werkte in Timotheüs zelf. Dit deed Paulus niet om Timotheüs op een rustbank te plaatsen, zodat Timotheüs kon gaan leven met de gedachte: het zit bij mij wel goed, het komt in orde, ik ben gearriveerd. Dit is een gedachte die kan leven. Maar deze gedachte vindt geen grond in de Heilige Schrift. Een leven des Heeren blijft een werkzaam leven. Wanneer we de woorden van Paulus die hij aan Timotheüs schreef goed lezen, heeft de uitgesproken verzekering een reden en een doel Paulus weet dat de gemeenten leven buiten het paradijs. Veel komt er op hen af. Veel kan er in de gemeente komen en werken. Paulus kent ook Timotheüs. In zijn vorige brief aan Timotheüs heeft Paulus het gehad over de zwakheden van Timotheüs (5:23). Hij was lichamelijk niet zo sterk. Het kan voorkomen dat dit psychisch zijn weerslag kan hebben. Drempels of zelfs bergen verrijzen. Men kan soms niet meer verder. Dit nu dreigde ook voor Timotheüs. Paulus weet van zijn eigen ondervindingen. Daar komt nu nog bij, dat Timotheüs straks zijn geestelijke vader moet missen. Het heengaan van Paulus zal hem aangrijpen. Elk kontakt is dan voorgoed verbroken. We weten hoe de stemming van Elisa was na het heengaan van Elia. Ook is bekend zijn indringend verzoek aan de Heere. Tot versterking wijst Paulus op het gebeuren in het leven van Timotheüs. Hij spreekt van de geestelijke staat die Timotheüs mag kennen, maar ook van zijn roeping tot het ambt. Timotheüs had de gave van de Heilige Geest ontvangen. In zijn leven was de Heilige Geest gekomen met het doel om in de dienst van de Heere in de gemeent(n) werkzaam te zijn. Hij had de gave ontvangen om te preken, om leiding te geven, om te onderwijzen. De Heilige Geest zou hem steeds bekwamen tot alles waartoe Timotheüs geroepen werd. Nu wordt Timotheüs geroepen om de gaven van de Heere op te wekken, weer te doen opleven. Laat voor de aandacht komen en steeds leven wat de Heere geschonken heeft. De Heere Die geroepen heeft, blijft getrouw en wil in alle omstandigheden, die soms zeer moeilijk en hachelijk zijn, Zich niet onbetuigd laten. Hun geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hem wachten. Paulus voegt er aan toe: de gave heb je ontvangen door de oplegging mijner handen. Paulus had ook deelgenomen aan de oplegging der handen. Paulus herinnert Timotheüs aan de bevestiging in het ambt. Timotheüs is bevestigd geworden door de oplegging der handen. Wanneer nu een kandidaat in de theologie bevestigd wordt tot dienaar des Woords, vindt ook de handoplegging plaats. Een plechtig uur. De handoplegging geschiedt ook nu door ambtsdragers. Wanneer we aan Timotheüs denken en dat is ook nu van betekenis, komt naar voren dat Timotheüs door het opleggen van de handen de gave van de Heilige Geest had ontvangen. Zeker, de handoplegging werkt deze gave zelf niet. Het is symbool van het verlenen van de gaven door de Heere. Het wijst op ambtelijke gaven en bekwaamheden. Timotheüs kende reeds de werking van de Heilige Geest in zijn leven. In zijn woonplaats Lystre werd het waargenomen. Vandaar dat de broeders een goed getuigenis van Timotheüs konden geven (Hand. 16:2). Gods werk blijft in een gemeente, en zeker voor een kerkenraad, niet verborgen. Wat nu de genadekennis en de goddelijke roeping betreft zien we een verschuiving. Wil en kennis lijken genoeg te zijn. Het gebed om Gods knechten zij onder ons. Dominees zijn er genoeg. Prof. Van der Schuit heeft gezegd dat wij geen ANWB borden nodig hebben, maar gidsen, die de weg kennen. Arm is de dominee, die het zelf moet zien te klaren of uit conclusies leeft. Gods knechten richten het oog op Paulus en Timotheüs en vinden aansluiting bij hen. Zo ook als het gaat over de handoplegging. Het is de verzekering dat de Heere alle bekwaamheid zal geven om de dienst te kunnen vervullen. Timotheüs kon daar op zijn weg troost en sterkte uit putten. Wat kunnen die goddelijke roeping en verzekering een hart onder de riem zijn in tijden van zwakte, moedeloosheid, strijd en aanvechting, alsook wanneer eigen onbekwaamheid sterk leeft en de goddelijke eisen spreken. Paulus bemoedigt Timotheüs: denk aan het gebeuren des Heeren. De werking ervan gaat door. Voed steeds het oud vertrouwen. Zoek in ‘s Hoogsten lof uw lust. Elia ging weer verder na het gebeuren onder de jeneverboom op de berg Sinai. Zo gaan Gods knechten verder op de weg. Er wordt verstaan wat Paulus gezegd heeft tot de ouderlingen van Efeze in het afscheidsuur: Maar ik acht op geen ding noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, welken ik van de Heere Jezus ontvangen heb om te betuigen het Evangelie der genade Gods, Hand. 20:24. In dit verband heeft ds. W.F. Laman gezegd: wel onbekwaam, maar niet onbevoegd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

EEN HART ONDER DE RIEM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken