Bekijk het origineel

STUDIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

STUDIE

10 minuten leestijd

Nu de reeks over de leerdienst afgerond is, kom ik weer toe aan enkele onderwerpen van een wat andere aard. Ter afwisseling lijkt het me goed nu eens iets te zeggen over de studie van een predikant bij de voorbereiding van een dienst. De visitatie-vraag, die daarop betrekking heeft, luidt: “Studeert de predikant - mede met het oog op de prediking- ijverig? Komt hij voldoende aan studeren toe?”

Een heel belangrijke en interessante vraag. Ik wil me ervoor hoeden om dit artikel alleen te schrijven voor predikanten en kerkenraden.

Trouwens, ik heb tijdens mijn diensttijd vaak gemerkt, dat de gemeente heel belangstellend is naar de voorbereiding voor de preek. Hoe maakt de voorganger zijn preek? Daar is natuurlijk geen pasklaar recept voor te geven. Ik wil trachten, vanuit mijn eigen ervaring, enkele dingen daarover te zeggen.

Ik begin met het tweede deel van de vraag: Komt hij voldoende aan studeren toe? Gunt men de leraar de tijd om aan de preek te werken, of ziet men hem toch maar liever als herder? De herder, die gaat van deur tot deur, om dan tegen het naderen van de zondag te merken dat er preken gemaakt moeten worden. Stelt u de eis dat de dominee vaak moet langs komen, dan kan dat ten koste gaan van de preekvoorbereiding. Het is waar dat het pastoraat (het bezoekwerk) heel belangrijk is voor de preekstudie, want we moeten weten waar de noden van de gemeente liggen, maar u begrijpt ook, dat de studeerkamer van het grootste belang is. Men heeft wel gezegd: wie niet studeert, is niet bekeerd. We moeten met eerbied en diep respect omgaan met het Woord van God. We dienen het Woord zo goed mogelijk aan het woord te laten komen. Overvraag dus uw predikant niet zodat hij in tijdnood komt. Velen in de gemeenten hebben terecht al vaak opgemerkt, dat de ene voorganger meer herder in de gemeente en de andere meer leraar op de kansel is. Als beide facetten evenwichtig naast elkaar bestaan, komt alles het best tot zijn recht.

Denkt u dat studie, gedegen studie, belangrijk is? Zeg niet te snel ja. Een bestudeerde preek, die goed voorbereid is, kan lang niet altijd rekenen op de instemming van de hoorders. Dat heb ik voor mezelf vaak opgemerkt. Had je extra veel werk van een preek gemaakt, dan hoorde je daar de gemeente maar weinig over. Een bestudeerde preek vraagt van de gemeente enig niveau. Zeker, moeilijke zaken kunnen eenvoudig voorgesteld worden, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We zullen zeker als predikanten in de fout vervallen, dat we teveel kennis veronderstellen bij de gemeente. We moeten bedenken dat wij al dagenlang met de tekst rondlopen en de tekst met ons, terwijl de gemeente kersvers in de bank tegen de tekst aankijkt. Dat geldt nog temeer van kinderen en jonge mensen. In dit verband is het heel stimulerend voor de spreker op de kansel, als er mensen zijn die in de bank aantekeningen maken van de preek, om zodoende het verband en de samenhang duidelijker in beeld te krijgen.

Het kan echter ook zo zijn, dat de gemeente het bekende gedachtegoed wil horen, zij het dan met enige variatie, terwijl men niet mee op weg gaat om zich te verdiepen in de tekst. Terecht wordt er door velen op gewezen, dat een preek niet voorspelbaar mag zijn. Iedere tekst is anders. Een preek moet nieuw zijn. Oude en nieuwe dingen worden, als het goed is, naar voren gebracht. Ik wil zeker niet de hoorders in de kerk blameren, maar men zoekt wel te vaak toch naar het lichtverteerbare. We kunnen niet zoveel meer aan. Dat werkt oppervlakkigheid in de hand. Al heel snel wordt het niet meer begrepen. Het is voor een voorganger een weldaad, als hij (enkele) mensen in de kerk heeft die met onderscheidingsvermogen naar de preek kunnen luisteren. En watzei Paulus daar ook weer van? De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn, want ze zijn hem dwaasheid... (1 Kor.2:14). Daarmee wil ik me niet te makkelijk van de zaak afmaken. Ik ben wel bang dat heel wat geestelijke zaken voor natuurlijke dwaasheid gehouden worden, ook in de kerk.

Er is misschien wel iets te doen tegen preken die moeilijk overkomen naar u toe. Het kan heel veel verduidelijken, als u in de week na de zondag nog eens naar een opname van de dienst luistert. Herhaling is de moeder van de wetenschap. U zult bemerken dat u dan veel meer hoort. U zou er verder goed aan doen, uzelf naderhand nog eens in de tekst wat te verdiepen, door bijvoorbeeld de Kanttekeningen van de Statenbijbel erop na te zien. Denk mee en bid mee, natuurlijk ook al in de voorafgaande weekse dagen. U krijgt dan uiteindelijk de preek waar u om gebeden hebt, ook als deze u niet zou bevallen. Denk over die zin maar even goed na.

Ik wil in dit verband ook wijzen op allerlei goede mogelijkheden die de moderne techniek ons te bieden heeft op het terrein van de Bijbeluitleg. Geen moderne theologie, maar moderne techniek. Sommige gemeenteleden beschikken over de online Bible cd, waarop een schat van informatie te vinden is over de Bijbel en haar uitleg. Steeds meer hoorders leren omgaan met de computer; ook zelfs veel ouderen. Natuurlijk zullen ook de meeste predikanten ermee hebben leren omgaan. Zelf heb ik jarenlang allerlei digitale informatie links laten liggen, totdat ik me er toch eens wat meer in verdiepte. En dat niet zonder vrucht. Niet alleen zijn de grondtalen op de cd beschikbaar, u kunt ook een grootschalig aanbod van vertalingen vinden, zoals de King James en de Luthervertaling, naast allerlei moderne weergaven. Verder nemen de commentaren op de Bijbel een belangrijke plaats in en kunnen we zelfs een kleine bibliotheek aantreffen. Meestal gaat het dan om werken uit de Puriteinse traditie, zoals Spurgeon, Bunyan en noem maar op. Wie bekend is met Internet, weet dat bijna alle oude schrijvers en Puriteinen op Internet te vinden zijn.

Op deze manier komt de studie voor de preken binnen handbereik van predikanten, maar ook van de gemeenteleden. Eerstgenoemden doen er goed aan te bedenken dat gemeenteleden op die manier heel ver kunnen komen in het meedenken over een tekst. U schrikt toch niet als u af en toe eens merkt dat deze of gene in de gemeente ook de tekst bestudeerd heeft? Het kan gebeuren en het kan ook stimuleren.

Hoe gaan we nu met deze schat aan gegevens om? Elke predikant zal zijn eigen methodiek hebben ontwikkeld. Het vinden van de tekst gaat aan alles vooraf. Komt een tekst naar ons toe, dan kunnen we eerst persoonlijke inzichten en lijnen op papier zetten. Op die manier kunnen we er achter komen of we geestelijke lijnen opmerken in de tekst.

Daarna zal men kennis nemen van de exegetische werken, zodat we weten wat bekwame uitleggers van de tekst hebben gedacht. Maar die bekwame uitleggers liggen niet voor het oprapen. Toen ik pas begon, lagen alle mogelijke commentaren om m’n bureau heen, zodat ik van de bomen het bos niet meer zag. Feitelijk krijgen we van de meeste geen echte antwoorden op de vragen waar we dan mee zitten. Maar gelukkig als we mogen ervaren dat de Heere het Woord opent, ook door middel van anderen. We behoeven er verder ook weer niet teveel bij aan te slepen; dat werkt de verwarring alleen maar in de hand. Op de genoemde cd staan er heel veel, maar in ieder geval ook Dächsel, Matthew Henry, Matthew Poole en dan de Kanttekenaren. Dat zijn goede bekenden, zowel van de voorgangers alsook van veel gemeenteleden. De genoemde Poole is misschien niet bij de massa bekend. Zijn uitleg van de Bijbel is ook in boekvorm bekend; drie helaas wat te fijn beletterde delen bevatten zijn inzichten. Deze naam mogen we wel met ere noemen, leder, die zich bezig houdt met de uitleg van Gods Woord, weet dat er enerzijds veel “dorre” letterkundige uitleg bestaat met daarnaast veel stichtelijke lectuur. Poole geeft een duidelijke combinatie van beide aspecten. Er ligt aan zijn uitgaven een buitengewone schat van Bijbelkennis ten grondslag. Men kan zich verwonderen hoeveel deze theologen uit vroeger dagen wisten en hoezeer zij bekend waren met de kennis van de Heilige Schrift. Dat vindt u ook bij veel Hollandse oude schrijvers. Men zal zich daarbij klein en onbeduidend voelen. Naast deze bekendheid met talen en uitlegging, komen dan bij hem ook vooral de geestelijke, bevindelijke trekken naar voren. En dat maakt zijn gedachten bijzonder waardevol.

Juist deze geestelijke inzichten zijn van het allergrootste belang, ook voor onze tijd. In zijn werken klopt dus de polsslag van de Puriteinen.

Hoe dan verder? Ik ben nu wel op een teer punt aangekomen. De preek helemaal uitschrijven of niet? Tot voor kort was een goede preek een uitgeschreven preek. En dat is een goede gedachte. Maar we gaan ook steeds meer geluiden horen, die gaan pleiten voor een preek, die niet letterlijk van een uitgeschreven tekst wordt voorgedragen. Preken uit het hoofd. En dat lijkt me een héél goede ontwikkeling. Ik ga op de voordelen daarvan nu niet nader in. Het maken van de preek bestaat uit het vastleggen van de exegetische hoofdlijnen, al of niet letterlijk uitgeschreven. Dat hangt af van ieders persoonlijke mogelijkheden. Als al dit werk dan op donderdag gedaan is, heeft de voorganger nog tot zaterdag(avond) de tijd om te denken over de beste en uiteindelijke conceptie, waarbij dan sterk de vraag hem zal bezig houden hoe hij vanuit de vele gevonden inzichten een zo eenvoudig mogelijke schets kan maken.

In Canada heb ik hier en daar de gewoonte aangetroffen om een heel beknopte schets van de te houden preek voor de dienst beschikbaar te stellen voor de gemeente, zodat deze beter kunnen meedenken. De laatste jaren heb ik zelf dit in Damwoude gedaan en ik hoor nu dan af en toe de mensen zeggen dat het wel goed werkte. Misschien ter navolging.

Na al deze verrichte arbeid komt dan de kansel in zicht. Vaak tòch met het gevoel het niet te kunnen zoals het moet. Laat de gemeente maar bedenken hoe arm en behoeftig Gods dienaren zich kunnen gevoelen voordat zij de kansel opgaan. Wat is het dan een voorrecht als de Heere in de dienst overkomt, of als het Woord mag openvallen. Dan wordt het waar dat we op Gods inspraak wachten mogen. Die afhankelijkheid op de kansel doet omhoog zien. Het komt vaak voor dat de tekst zich op de kansel opent op een manier, die de urenlange sessie in de studeerkamer het niet kon geven. In dat geval is het ook weer waar dat de prediker erom bidt dat de Heere een wacht voor zijn lippen zet. Onze woorden moeten gewogen worden en moeten lijken op gouden appelen in zilveren schalen. En laat de preek dan maar onder de zegen des Heeren zo zijn, wat ik las als een uitdrukking van Bach over een orgel van Silbermann: “een zilveren toon en donderende bassen”. Dat moet dan een rechte prediking zijn. Geen mooie preek, zoals de mensen vaak zeggen. Maar een rechte verkondiging. En dan wacht alles op de zegen van de Heere. In die preek komt ook de studie tot de juiste hoogte. En feitelijk is dat niet maar gewoon studie, maar een zalving met de Heilige Geest, Die leidt in al de waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

STUDIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken