Bekijk het origineel

DROEFHEID EN BLIJDSCHAP (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DROEFHEID EN BLIJDSCHAP (2)

6 minuten leestijd

Tim. 1:16-18

Gods kinderen behoren niet meer tot de wereld, maar zijn wel in de wereld. Het eerste is ontzaggelijk rijk. Maar het tweede moet niet onderschat worden. Want het woord wereld houdt niet staande voor de kerkdeur, maar is ook achter de kerkdeur. Welk een werkelijkheid schrijft Paulus in zijn brief aan Timotheüs.

Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn zich van mij afgewend hebben (2 Tim. 1;15). In nood, in moeilijke, verdrietige levensomstandigheden, kan men smartelijke ervaringen opdoen. In Azië had Paulus met hart en ziel gewerkt. Zich volledig gegeven tot geestelijk en tijdelijk welzijn. Nu moet onder Azië niet geheel Azië verstaan worden, maar de Romeinse provincie Klein- Azië. Daarvan was Efeze de hoofdstad. De plaats waar Timotheüs woonde en werkte. Zeer intensief had Paulus ook in die plaats gewerkt. De Heere had zegen gegeven. Wat er nu gebeurd is, heeft Paulus diep getroffen. Waar hij Timotheüs op wijst is nog al wat. Nu geeft Paulus aan Timotheüs niet iets nieuws door. Het is hem bekend. Vandaar zijn opmerking: Gij weet er van wat gebeurd is. In Azië hebben allen zich van Paulus afgewend. Van hen noemt Paulus twee personen: Fygellus en Hermogenes. Van beiden is verder niets bekend. Zij zullen onder de christenen een voorname positie ingenomen hebben. Vandaar dat Paulus hun naam noemt. Waarom zij bijzonder Paulus in de steek hebben gelaten, kunnen we niet met zekerheid zeggen. Er zijn verklaarders die zeggen dat Paulus tevergeefs op hen een beroep heeft gedaan. Paulus moet gevraagd hebben om hun bijstand in de rechtszaak en om ten gunste van hem te getuigen. Zij durfden het niet aan. Ze waren bang voor hun eigen veiligheid. Ze konden ook als staatsgevaarlijk gezien worden. Calvijn is de gedachte toegedaan, teneinde eigen figuur te redden in hun afkeer van Paulus en hun geweten gerust te stellen, werden er lasterpraatjes van Paulus verteld. In zijn commentaar schrijft Calvijn: het is gebruikelijk voor overlopers en deserteurs van de christelijke krijgsdienst om hun eigen schandelijk gedrag te verontschuldigen alle mogelijk beschuldigingen die zij maar kunnen verzinnen tegen de trouwe en beproefde dienaren van het Evangelie te laten horen. Zo Fygellus en Hermogenes omdat zij wisten dat hun eigen lafhartigheid terecht berucht kon zijn bij de gelovigen en zelfs wegens schandelijke trouweloosheid veroordeeld zouden worden niet geaarzeld hebben Paulus te beschuldigen met valse geruchten en schaamteloze wijze zijn onschuld te kwetsen. Paulus noemt hun namen. Om geloof aan hun leugens te ontzeggen drukt Paulus hun het brandmerk op dat zij verdienen. Calvijn zelf was ook geen vreemdeling van laster. Vandaar zijn sterke opmerking. Hoe we nu het zich afwenden, het zich afkeren moeten zien. Het ging niet langs Paulus heen. Maar de grote teleurstelling heeft Paulus niet ontmoedigd. Hij weet en ondervindt: de Heere beschaamt niet. Hij maakt waar: Ik ben met u! Dit blijkt ook in wat Paulus verder vermeldt. Wat er gebeurd is in de gemeente, overtreft wat Aziaten nalieten. De nalatigheid deed pijn. Maar wat volgde gaf vreugde. Zo handelt de Heere. Hij is al treft u ‘t felst verdriet uw Wachter Die uw voet voor wankelen behoedt. Hij geeft vreugdeolie voor treurigheid. U moet met mij lezen wat Paulus schrijft aan Timotheüs ( 2 Tim. 1:16-18). Waar Paulus naar uitzag gebeurde niet. Wat hij niet verwachtte vond plaats.

Hij kreeg bezoek van Onesiforus. Paulus wist zich aan hem verbonden. Te Efeze had Paulus hem leren kennen. De genade van de Heere ging ook in Onesiforus wonen en werken. Hartelijk wist hij zich aan de dienaar van Christus verbonden. Toen Onesiforus hoorde van Paulus’ gevangenschap te Rome, heeft hij de lange reis naar Rome ondernomen. Er was moed voor nodig om Paulus op te zoeken. Het zou gevolgen kunnen hebben. Maar hij bleef getrouw aan het evangelie van Jezus Christus. Hij kwam in Paulus’ cel en dat niet één keer, maar verschillende malen. Hij was een barmhartige Samaritaan. Hij liet iets zien van zijn Meester Jezus Christus. Welk een ontmoeting zal het geweest zijn. Welk een blijdschap in de Heere, want Hij was de Bestuurder van alles. Het was voor Paulus een verkwikking. En dat verschillende keren. Het woord wat Paulus gebruikt, namelijk verkwikken, mogen we niet voorbij zien. De betekenis van het griekse werkwoord is afkoelen. Gedacht moet worden aan een hete zomerse dag en daarna de avondkoelte. Wat dat betekent, wat dat doet, kunnen we af en toe weten in een zomerse periode. We zingen ook: steekt hen de hete middagzon in het moerbeidal, Gij zijt hun bron en stort op hen een milde regen. Een regen die hen overdekt en hun tot zegen strekt, Psalm 84:3. De aanwezigheid van Onesiforus, zijn houding, zijn luisteren, zijn spreken betekenden veel voor Paulus. Dat wil de Heere vandaag ook geven. Als de pastorale bezoeken levende bezoeken zijn. Als ze wat na mogen laten. Is er gebed voor? Onesiforus was niet vreesachtig. Hij had geen vragen omtrent het verblijf van Paulus in de gevangenis. Hij bleef Paulus trouw al lieten velen het in Azië afweten. Dit spreekt van echte verbondenheid. Het kan vandaag weleens overdacht worden, want de hartelijke meelevendheid staat niet zo hoog in het kerkelijke vaandel. Het kan zo bij het belijden van de zondag blijven: ik geloof de gemeenschap der heiligen. Zou die nalatigheid of het zich schamen voor geen schadelijke invloed hebben in het geestelijke leven? Onesiforus was voor Timotheüs niet onbekend. De vrienden van Paulus waren ook zijn vrienden. Een zuiver kenmerk van geestelijk leven. Wie uit de Heere geboren is heeft de broeders lief. Timotheüs wist van de dienende liefde van Onesiforus. Als Paulus nu alles overdenkt wat hij van Onesiforus mag ondervinden en wedervergelding van zijn kant onmogelijk is, bidt hij tot de milde Gever, namelijk de Heere, hij smeekt om de barmhartigheid van de Heere voor heel het gezin. Ze hebben allen die rijke genade van de Heere nodig. Met nadruk wordt eraan toegevoegd: in die dag. Dat is op de grote dag van Jezus Christus. Calvijn eindigt dit hoofdstuk met deze treffende woorden: God beloont onze verdiensten niet naar waardigheid, maar dat dit de beste en voortreffelijke beloning is die Hij ons vergeldt wanneer Hij ons vergeeft en Zich niet zozeer toont een gestreng Rechter, maar als een toegevend en genadig Vader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DROEFHEID EN BLIJDSCHAP (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken