Bekijk het origineel

WOORDEN VAN AGUR - 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

WOORDEN VAN AGUR - 7

9 minuten leestijd

Spr. 30:8,9

We hebben Agur horen bidden om bewaard te worden voor de zonde. Daarbij noemde hij met name ijdelheid en leugentaal. Nu horen we hem vragen om de vervulling van zijn aardse, stoffelijke noden. Ook voor die dingen is hij geheel afhankelijk van de Heere. En Agur weet, dat hij ook dit aan de Heere mag voorleggen. Hij weet ook, dat hij als mens, met een geschapen bestaan, niet leven kan zonder voedsel en nog veel meer dergelijke dingen. Heeft hij geen gelijk? Later zal de Heere Jezus in Zijn gebedsonderwijs Zijn discipelen ook om deze dingen leren bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood.

Brood dus; voedsel. Maar niet alleen brood. We mogen deze bede betrekken op alles wat we voor het leven hier op aarde nodig hebben; alle lichamelijke nooddruft, zoals we dat met onze Catechismus noemen.

Hoe bidt Agur hierom? Op een toch wel merkwaardige manier. Hij bidt eerst om bewaard te worden voor armoede. Daarna vraagt hij om ook om bewaard te worden voor rijkdom. Voor beide verzoeken gebruikt hij zijn argumenten. Twee maal vraagt hij dus: Geef me dit niet. Om dan tenslotte te vragen: Geef me wel mijn dagelijks brood; het brood mijns bescheiden deels.

Geen armoede

Tja, dat is duidelijk. Wie zou er arm willen zijn. Niemand natuurlijk. Arm zijn, echt arm zijn, is pijnlijk Niet genoeg te eten hebben; nooit eens iets kunnen kopen wat je zo graag zou willen hebben; altijd je hand moeten ophouden om van de goedgeefsheid van anderen te moeten leven - wie zou dat verkiezen? Zo’n leven is vreselijk. Het is één brok verdriet en zorg. En we kunnen alleen maar hopen dat God ons voor zoiets zal willen bewaren. Alstublieft geen armoede. Dat is zo pijnlijk!

Ja, inderdaad. Maar is dat pijnlijke, dat verdrietige, nu ook het argument dat Agur hanteert als hij de Heere vraagt om voor armoede bewaard te blijven? Nee, dat is het niet. Agur gebruikt een ander motief. Een motief waarin het hem niet gaat om zijn eigen pijn en moeite, maar om Gods pijn en moeite. Welk motief is dat dan?

Een vorige keer zagen we al dat Agur een stuk zelfkennis heeft gekregen. Hij heeft gezien welk soort hart hij heeft. Dat er in dat hart allerlei soort kwaad huist en dat wat er in huist ook zo maar naar buiten kan komen. Als Agur nu tot armoede vervalt en daardoor niet genoeg te eten heeft zijn vrouw en kinderen geen brood kan voorzetten, welk gevaar dreigt er dan? Wetend dat hij tot alle boosheid geneigd is, weet Agur ook, dat hij dan wel eens zou kunnen gaan stelen. En dat hij dan voor dat stelen ook nog wel een plausibele verklaring en verontschuldiging zou weten op te dissen.

Armoede doet pijn, ja! Maar armoede kan ook zo gemakkelijk een oorzaak van nieuwe zonden worden. En dat wil Agur niet. Hij wilde immers bij de zonde vandaan blijven? Bij elke zonde. Waarom? Omdat zonde God pijn doet. Hem onteert. Een blaam op Zijn Naam legt. Ga maar na.

Wat denkt u dat er gebeuren zal als de mensen er achter komen, dat Agur bij de bakker een brood heeft gestolen? Wat zeggen ze dan? Dekken ze die zonde toe omdat ze medelijden hebben met die arme Agur en zijn kinderen? Zien ze het door de vingers en knikken ze begrijpelijk? Of gaan er dan praatjes door het dorp? Zeggen de mensen dan: Heb je het gehoord? Kun je dat begrijpen? Die vrome Agur, die zo aan de dienst des Heeren vasthield en niet mee kon doen met de manier waarop wij leven. Ons leven noemt hij ijdel en geveinsd. Maar hoor nu eens wat hij gedaan heeft. Nu kon hij zelf niet op zijn God vertrouwen. Nu heeft hij zelf tegen Gods wet gezondigd.

En het resultaat? Als er zo over Agur wordt gesproken, wordt ten diepste Gods Naam gelasterd. Die Naam wordt er door aangetast en dat is dan allemaal de schuld van Agur. En nee, dat wil hij niet. Dat wil hij onder geen beding. Daarom Heere, ik ken mezelf. Ik weet waartoe ik kan komen. Bewaart U me daarom alstublieft voor armoede. Opdat ik er niet de oorzaak van zal zijn dat Uw Naam gelasterd wordt.

Dat is het argument dat Agur gebruikt. Toont dat niet dat hij een teer geweten heeft? En dat hem het leven met de Heere en de eer van zijn God hem meer waard zijn dan zijn eigen belangen? Om Gods wil bang zijn voor de zonde en bidden om voor het kwaad bewaard te mogen worden. Ja, Agur is inderdaad een geestelijk mens. Hem op deze weg navolgen zou ons niet misstaan.

Geen rijkdom

Agur heeft nog wat te vragen. Om geen rijkdom te ontvangen. Wel, eerlijk is eerlijk, dat gebed kunnen we wat minder vatten. Wie wil er nu niet rijk zijn? Alles kunnen kopen waar je zin in hebt - is dat niet prachtig? Nee, zo’n gebed verstaan we niet. Zeker niet in deze tijd van materiele welvaart, waarin het gouden kalf ook in vele huizen van de gereformeerde gezindte een grote plaats heeft ingenomen en van tijd tot tijd ook nog aangebeden wordt, zonder dat we dat openlijk zullen erkennen natuurlijk. Maar je moet er ons wagenpark maar eens op nakijken. En de dure stereo-torens en andere luxe artikelen. Pastorieën niet eens uitgezonderd

Toch zal er onder de lezers wel iemand zijn die zegt: Ik begrijp Agur wel. Rijke mensen hebben vaak ook heel wat kopzorgen. Hoe moet je je geld beleggen? Waarin moet je investeren? Het is ook niet niks om altijd maar weer de beursnoteringen in de gaten te houden. Daar gaat wat tijd in zitten. Daarom maar liever niet te veel rijkdom. Dan heb ik ook heel wat zorgen minder.

Alleen, dat is nu weer net niet het argument dat Agur gebruikt als hij bidt om bewaard te worden voor rijkdom. Weer gaat het hem niet om maar voor allerlei moeiten gespaard te worden. Nee, weer is het hem er om te doen niet tot zonde te komen. Vrees om te zondigen en God te onteren, dat doet hem dit vragen. Welke zonde is dat dan?

Deze, dat Agur door zijn rijkdom zou kunnen gaan denken dat hij zichzelf wel kan redden en God niet meer nodig heeft. Dat hij zijn afhankelijkheid verleert. Agur heeft een indruk gekregen van wat Paulus later zal zeggen, namelijk dat zij die rijk willen worden in verzoeking vallen en in een strik en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang. En daar komt een mens subiet terecht als hij zonder de Heere leeft.

We zien het allerwege. Bij het aanwassen van het vermogen zetten we er bijna vanzelf ons hart op. Natuurlijk, we kunnen daar nog wel godsdienstig bij zijn. We kunnen zelfs nog wel eens een forse gift aan de kerk geven ook en het kerkgebouw kan er dan zelfs ook nog door verfraaid worden. Alsof de Heere daarop wacht... Maar God is alleen nog op onze lippen. Niet in ons hart. En de ballast die we meesjouwen kon onze ziel ook nog wel eens heel diep neertrekken. Hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben....

Hebben we niet de neiging om rijke dwazen te worden. Wie is de Heere? zeggen we dan. Agur zag het al gebeuren. Hij wist immers iets af van de arglistigheid van zijn dodelijke hart.... Hij kon tot van alles komen. Maar dat wil hij niet. Voor geen prijs. Niet God op deze manier onteren, door het in de praktijk zonder Hem te doen. Een leven met de Heere is hem duizend keer meer waard dan alle schatten van deze wereld. Als hij dan rijk wil zijn, dan alleen maar rijk in God... En ook in dit opzicht zou het nabidden van Agurs gebed ons niet misstaan. Zien we de wijsheid ervan?

Dagelijks brood

Wat dan? Agur weet het wel. Hij vraagt: Voed mij met het brood mijns bescheiden deels. Hij is tevreden met zijn dagelijks brood. Met het brood, dat God hem van dag tot dag geeft. Het brood, dat hij dagelijks nodig heeft. Net zoals de Israelieten die elke dag weer een kruikje met manna moesten vullen. Maar waar ze wel elke dag genoeg aan hadden.

Geen voorraden. Geen overvloed. Maar elke dag uit Gods hand leven. Is dat niet het beste? Zo wordt beleefd, hoe goed God zorgt. Hoe getrouw Hij is.

Paulus wist het ook. In de gevangenis in Rome schrijft hij het aan de Filippenzen, dat hij geleerd heeft vergenoegd te zijn met hetgeen hij is. Of dat nu overvloed is of gebrek, in feite maakt het niet eens zoveel uit. Armoede, waarin God meekomt is zelfs nog veel meer waard dan rijkdom waarin God niet is. Als God er maar in en bij is. Als Paulus maar uit Gods hand mag leven. Als hij in zijn afhankelijkheid maar dicht bij zijn Heiland mag zijn. Dan vermag hij alle dingen. Door Christus namelijk, die hem kracht geeft.

Agur, wijze man, u hebt het nog niet zo verkeerd gezien. We moeten erkennen dat we wel de nodige moeite hebben om dit gebed met u mee te bidden. Maar we moeten u wel gelijk geven. Het probleem zit dus in ons. We kunnen zo moeilijk komen op het niveau waar u op staat. We zijn zo ongeestelijk. En we hebben gedurig weer bekerende genade nodig om waarlijk op onze plaats te zijn. Geve de Heere ons iets van die geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

WOORDEN VAN AGUR - 7

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken