Bekijk het origineel

Woorden van Agur - 8

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Woorden van Agur - 8

10 minuten leestijd

Het negende gebod: Spr. 30:10

Soms staan er tussen de woorden van Agur korte spreuken die ons wel eens een beetje de indruk geven dat ze maar wat losse opmerkingen zijn. Even noemt Agur een bepaalde zaak, maar verder gaat hij er dan ook weer niet op in. Soms krijgen we zelfs wel eens de indruk dat zo’n opmerking wat verdwaald lijkt te zijn. Niettemin, al de Schrift is van God ingegeven. Ook die ‘losse opmerkingen’ van Agur. Ze staan er omdat de Heilige Geest gewild heeft dat ze er zouden staan. En we doen er wel aan ook op die woorden aandachtig te letten.

Dat is ook het geval met de woorden uit vers 10. Daar vinden we een opmerking die te maken heeft met het negende gebod, dat God in Zijn heilige wet gegeven heeft. Het gebod dat luidt: Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. Agur past dit gebod toe op een speciale situatie, namelijk die van het beschuldigingen inbrengen tegen een knecht bij zijn meester.

Slaaf en heer

Was dit iets wat in Agurs tijd misschien vaak gebeurde? Een soort volkskwaad, waar niemand eigenlijk meer vreemd van opkeek? Wilde Agur dit kwaad met dit woord aan de kaak stellen en de mensen laten weten dat ook dit een zonde is, ook al tilt men aan het gewicht van deze zonde niet erg zwaar?

In onze vertaling lezen we van achterklap. Dat is achter iemands rug om - dus stiekem - kwaad van hem spreken en hem van allerlei dingen beschuldigen. Het woord dat in het hebreeuws gebruikt houdt evenwel nog niet in dat de beschuldigingen stiekem gedaan worden. Het kan ook gaan om openlijke beschuldigingen. Maar dan wel valse beschuldigingen. Het gaat dus om kwaad spreken over een knecht tegenover zijn heer, zodat die knecht opzettelijk in een kwaad daglicht geplaatst wordt, waardoor zijn positie op een geweldige manier wordt ondergraven. Gemene dingen worden tegenover die knecht uitgehaald en hij kan zich er niet eens tegen verweren.

Als we dan ook nog bedenken dat die knecht wel eens een slaaf kon zijn dan wordt een en ander nog schrijnender. Wat was de rechtspositie van zo’n slaaf? Wat kon hij in zijn afhankelijke en zwakke positie beginnen tegen dergelijke valse beschuldigingen? Hij zou altijd aan het kortste eind trekken. En zo’n slaaf had het toch al in allerlei opzichten moeilijk. Rechten bezat hij niet. Elke ongehoorzaamheid werd in de regel streng gestraft. Komt daar dan nog eens zo’n valse beschuldging bij dan is zijn lot helemaal ondragelijk.

Denk eens aan Jozef. Hij was ook zo’n slaaf. Zeker, hij had het niet slecht in het huis van Potifar. Die had alle vertrouwen in hem. Maar zelfs een vertrouwde slaaf als Jozef had geen enkel verweer tegen de valse beschuldigingen die de vrouw van Potifar op een gegeven moment tegen hem inbracht. Hoe kon hij zich verdedigen en zijn onschuld bewijzen? Zijn positie als slaaf bracht eenvoudig mee, dat zijn woord lang niet zo zwaar woog als dat van de vrouw van zijn meester. Hij had geen schijn van kans. En zonder pardon komt hij in de gevangenis terecht, al zijn trouwe dienst aan Potifar ten spijt. Wat moet Jozef hieronder geleden hebben.

Gaat als zoiets gebeurt iemands bloed niet koken? Of, een andere reactie, raakt een mens op deze manier niet helemaal depressief? Onschuldig zo’n lot te moeten ondergaan zonder dat je er iets aan zou kunnen veranderen. ..

Doe daar niet aan mee, waarschuwt Agur. Zo handelt een mens immers niet met een medemens. Dat doen mensen elkaar toch niet aan! Dat strijdt tegen elke vorm van menselijkheid. Ja, inderdaad. Maar niet alleen strijdt dit tegen de menselijkheid. Agur heeft een ander aspect gezien. Het aspect namelijk dat God dit kwaad ook in Zijn heilige wet heeft gesignaleerd en er tegen heeft gewaarschuwd. Het gaat in zo’n geval niet alleen maar om wat de ene mens de andere mens aandoet, maar het grijpt veel dieper. Het heeft ook te maken met God.

God tot Getuige roepen

Want stel nu eens dat die slaaf in zijn moedeloosheid en misschien wel radeloosheid zijn toevlucht neemt tot het enige wat hem nog overblijft. Dit namelijk dat hij God tot getuige roept en een vloek van de Heere afroept over het hoofd van de beschuldiger. Ja, stel nu eens dat dit gebeurt - wat dan? Die mogelijkheid had de Heere in Zijn wetgeving namelijk open gelaten. Als er dan op aarde geen mogelijkheid meer open bleef om recht te zoeken dan was nog altijd een beroep op God mogelijk. Vergelijk wat we lezen in Deut. 15:9 bijvoorbeeld.

En wat dan? Als zo’n slaaf zijn zaak in Gods hand geeft en tot de Heere om recht roept en daarbij ook nog aan de Heere vraagt de schuldige zondaar aan te wijzen; als hij over die valse beschuldiger de vloek des Heeren afroept... wat dan? Zoiets werd inderdaad wel gedaan. David doet dit tegenover Saul als hij rekening houdt met de mogeljkheid dat het mensen zijn die Saul tegen David ophitsen om hem naar het leven te staan. Laten die mensen door de vloek des Heeren getroffen worden, zegt hij (1 Sam. 26:19).

Heeft dat dan zin? Wat betekent nu zo’n vloek? Luistert God daarnaar? In Spr. 26: 2 lezen we dat een vloek zonder oorzaak gesproken, geen effekt heeft. Die zal niet komen. Maar een vloek, die wel oorzaak heeft? Komt die ook niet? Blijft die ook zonder uitwerking? Of hoort de Heere daar wel naar? Als de belasterde en op grond van de belastering gestrafte slaaf tot God roept en Hem vraagt recht te doen, hoort God dan ook niet?

Israel leefde met de overtuiging dat zo’n vloek wel zou komen. De dag zou komen dat de overtreder werkelijk schuldig bevonden zou worden. Gods wraak zou hem een keer treffen. De Bijbel geeft hier ook voorbeelden van.

De vloek van Jotham, uitgesproken over Abimelech en de burgers van Sichem is gekomen: Richt. 9:56,57. De vloek uitgesproken door Elisa over de spottende teenagers in Bethel is gekomen: 2 Kon. 2:24. De vloek, uitgesproken door Jozua over de man die Jericho tegen het bevel van de Heere in zou herbouwen, is gekomen: 1 Kon. 16:34. God is geen ledig aanschouwer van het onrecht dat hier op aarde gebeurt.

God hoort het geroep

Integendeel, Hij hoort het geroep van hen die onrechtvaardig behandeld worden. Wat lezen we in Ps. 72:12? Want Hij zal de nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders de ellendige en die geen helper heeft. Dat wil niet zeggen dat alles terstond recht gezet wordt en dat alle onrecht gewroken wordt. De praktijk van het leven laat zien dat dit niet zo is. Maar als we dan meemaken, dat de dingen niet terstond recht gezet worden, maar dat veel onrecht ongewroken lijkt te blijven, dan moeten we niet de fout maken door te denken dat het nooit in orde zal komen en dat het geroep van Gods ellen-digen nooit gehoord zal worden. Hier op aarde lijkt er veel onvereffend te blijven. Maar er komt een dag dat de boeken geopend worden. En op die dag worden de dingen allemaal recht gezet. Dan wordt alle onrecht gewroken. Dan komt alles op z’n plaats te staan. Dan zal blijken voor vriend en vijand dat onder het bewind van de Heere geen onrecht zal blijven bestaan. De Rechter der ganse aarde doet Zelf geen onrecht en Hij tolereert ook geen onrecht. Ook niet het onrecht waar Agur hier voor waarschuwt.

Ernst van de zonde

Wat zien we hier dus? Dat de zonden tegen het negende gebod van Gods wet door de Heere worden gesignaleerd en vergolden. We staan daar in de regel niet zo vaak bij stil. Zonden tegen dit gebod nemen we in de regel niet al te zwaar. We hebben zo onze eigen taxaties gemaakt. Zonde tegen het ene gebod weegt zwaarder dan zonde tegen een ander gebod. Zonden tegen het negende gebod zien wij in ieder geval al heel snel door de vingers.

Vinden we het eigenlijk wel zonde? Als we er op letten hoe vaak en hoe gemakkelijk we wel valse getuigenissen geven en iemands woorden verdraaien en achter iemands rug achterklappen en dergelijke, dan zouden we denken dat we hier te doen hebben met dingen waar God ook de ogen bij dicht doet.

Maar God sluit Zijn ogen niet. Zonden tegen dit gebod wegen Hem net zo goed zwaar als zonden tegen het derde of het zevende gebod. En als vandaag eens iemand, die vals beschuldigd wordt en tengevolge daarvan in een kwade reuk is komen te staan en mogelijk ook wel door medemensen gemeden wordt tot God roept om recht? En als God zulk geroep dan eens hoort? Waar moeten wij dan blijven? Trouwens, brengt elke overtreding van de wet - van welk gebod dan ook - ons niet onder de vloek? Vervloekt is immers een ieder die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen? (Gal. 3:13).

Waarschuwt ook het Nieuwe Testament niet tegen kwaad spreken van elkaar? Tit. 3:2; Jac. 4:11. Ja maar als de beschuldiging gegrond is, dan mag het toch wel gezegd worden? Wat zei Jezus tegen de Joden die de vrouw bij Hem brachten die tijdens het plegen van overspel betrapt was en die zij door Jezus wilden laten veroordelen? Hij zei: Wie van u zonder zonde is, die werpe de eerste steen... Zonder zonde. Als je dat bent mag je met stenen werpen. Anders niet.

Doen we het toch dan moeten we verantwoording afleggen en zullen we schuldig bevonden worden. Schuldig aan Gods wet. Dat wil dan ook zeggen dat de vloek komt. Trouwens, niet alleen over degenen die de wet hebben overtreden, maar ook over degenen die de Heere Jezus niet hebben liefgehad (1 Kor. 16:22).

Onder die vloek liggen we van nature eigenlijk al. Kunnen we er nog van verlost worden? Ja, maar alleen door Hem die nooit iemand benadeeld heeft; die nooit iemand vals beschuldigd heeft; die nooit in liefdeloosheid een mens heeft gekwetst. Hij in Wiens mond nooit bedrog geweest is, de Heere Jezus Christus, is de Enige die verlost van de vloek der wet. En zijn we door het geloof aan Hem verbonden en in Hem ingeplant, dan zal er geen vervloeking meer tegen ons zijn. Dan alleen. Met andere woorden, ook het woord van Agur dat we dit keer overdachten en het gebod uit Gods wet waar hij in dit woord aan herinnert zullen ons moeten uitdrijven tot deze enige en volkomen Zaligmaker om door Hem verlost te worden. Ook om in Zijn bloed vergeving van zonden te vinden, ook van de zonden tegen het negende gebod. En ook nog om door Zijn Geest vernieuwd te worden opdat we ook naar het negende gebod leren wandelen in nieuwheid des levens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Woorden van Agur - 8

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken