Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkelijk actueel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkelijk actueel

10 minuten leestijd

Nu allerlei onderwerpen vanuit de kerkvisitatie aan de orde zijn gekomen, breekt de tijd aan voor andere onderwerpen. De redactie bedeelde me de taak toe om acutele gebeurtenissen uit het maatschappelijke en kerkelijke leven onder uw aandacht te brengen. Tevens is er dan plaats voor bespreking van artikelen uit andere bladen, die voor onze lezers van belang zijn. Ik kijk met u naar recente ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Gemeenten.

Rechtherstel

Ds. M. Golverdingen gaf onlangs te kennen dat naar zijn mening de procedure’s die geleid hebben tot de schorsing en afzetting van ds. R. Kok en dr. C. Steenblok de toetsing aan het kerkrecht niet kunnen doorstaan. Hij spreekt hierbij over de formele gronden die tot genoemde besluitvorming geleid hebben. De inhoudelijke argumenten die deze zaken bepaald hebben, laat hij buiten beschouwing. De inhoudelijke kant van de zaak kwam in het verleden aan de orde in de moedige publicatie van ds. C. Harinck (De prediking van het evangelie, 2002).

We kennen ds. Golverdingen als een eerlijk en integer scribent, zelfs ook als het gaat om zaken, die in de Gereformeerde Gemeenten gevoelig liggen.

Wat is de waarde van deze erkenning en wat kan er eventueel als vervolg hierop worden verwacht?

De vorm

Wat ds. Golverdingen aan de orde stelt, is feitelijk een algemeen voorkomend verschijnsel. Achteraf blijken allerlei kerkelijke handelingen vaak verricht te zijn zonder het noodzakelijke fiat van de kerkorde. Roomse theologen hebben in het verleden meer dan eens opgemerkt, dat de loop der gebeurtenissen rond de Reformatie eigenlijk niet gegaan is zoals het behoorde. Tal van tuchtprocedure’s, die later aan een nauwkeurig onderzoek werden onderworpen, leden aan hetzelfde manco. Men zou zich kunnen afvragen of het kerkrecht transparant en helder genoeg is voor een juiste hantering ervan. Niettemin zijn de gevolgen van de reeds genoemde kerkelijke handelingen desastreus en zeer betreurenswaardig geweest. Het is te begrijpen dat ds. Mallan zijn waardering uitsprak naar aanleiding van deze erkenning van schuld. Als ik het goed heb, heeft ds. Kok met intens verlangen uitgezien naar een of andere vorm van erkenning van kerkelijke schuld van de kant van de Gereformeerde Gemeenten. Diverse predikanten hebben in het verleden wel kenbaar gemaakt dat de gang van zaken rond zijn vertrek uit de GG niet vlekkeloos verlopen is. Zij gaven aan achteraf de zaak te betreuren. Tot een officiële kerkelijke erkenning is het nooit gekomen.

Nu dus wel?

Ik acht het zeker niet zonder betekenis dat nu in 2007 is toegegeven dat er ernstige fouten gemaakt zijn. Het zou zeker te waarderen zijn, als het kerkverband deze erkenning zou willen overnemen. Ja, er zou werkelijk nog heel veel meer gedaan kunnen worden, als de consequenties van deze erkenning zouden worden getrokken. Dat geldt dan ook weer niet alleen van déze zaak, het geldt voor alle fouten die gemaakt zijn, waar dan ook.

Als een zaak op enige kerkelijke vergadering niet kerkrechterlijk door de goede deur binnenkomt, gaat de zaak terug naar de indiener. Helaas kan dat nu in de zaken rond de beide predikanten niet meer plaats vinden. Zij leven beide niet meer. Postuum kunnen wel allerlei rimpels gladgestreken worden. In bescheidenheid stel ik de vraag, of het niet goed zou zijn als de GG, na deze erkenning van vormfouten, ook op de inhoudelijke zaken zouden terugkomen. Vorm en wezen zijn toch niet te scheiden. De zaken zijn belangrijk genoeg. Immers, nog steeds worden de gemeenten verontrust door allerlei gevoelens van ongenoegen rond de leeruitspraken van 1931 en de functionering hiervan in de prediking. Over en weer worden dan wel allerlei stellingen geponeerd, maar tot een eenduidige visie lijkt het niet te kunnen komen. Als we verder bedenken dat er ook actuele tuchtzaken lopen tegen hen die onvrede gevoelen met de praktijk binnen de GG, dan is de urgentie hiervan nog sterker. Zullen de tegenstellingen niet nog meer schade toebrengen aan het kerkverband?

Wat te zeggen over de lijvige en waardige studie van K. van der Zwaag (Afwachten of verwachten?). Legendevorming kan zelfs gaan optreden; als het gesprek een debat wordt, worden er opmerkingen gemaakt, die hun waardigheid verliezen. Het is te betreuren dat er dan soms op bepaalde personen wordt gespeeld.

de inhoud

Ik wil voor de welwillende lezer trachten enig inzicht te geven in de onderhavige materie. Ds. Kok heeft zijn gehele persoon ingezet voor de prediking van het aanbod van genade. De beloften van het evangelie komen tot alle mensen. Gaat men verloren, dan gaat men om eigen schuld verloren. Er is voor iedere zondaar een mogelijkheid van zalig worden. “Wij hebben het voor waarachtig te houden dat de beloften van het evangelie, elk lid der gemeente, levend op de erve des verbonds, geschonken zijn” (Dierbare beloften, blz. 38). In sterke mate beklemtoonde hij de verantwoordelijkheid van de mens. Ds. Harinck wijst erop, dat de beloften van het evangelie niet dezelfde zijn als de beloften van het genadeverbond, een onderscheid dat wij moeilijk zullen kunnen meemaken. Of bedoelt hij het onderscheid tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften? Zou ds. Kok niet geleerd hebben dat de doop de beloften van het genadeverbond betekent en verzegelt? In ieder geval heeft hij het genadeverbond niet gesteld onder de beheersing van de uitverkiezing.

Dr. Steenblok nam een tegenovergesteld standpunt in. Hij stelde dat er geen algemeen aanbod van genade is voor alle mensen en tevens ook dat er geen mogelijkheid is van zalig worden voor allen. Aan natuurlijke hoorders kan alleen de wet gepredikt worden. De zaligheid kan wel worden voorgesteld, maar zeker niet worden aangeboden. Er zouden meer citaten te geven zijn.

Het zijn geen onbelangrijke zaken, die hier aan de orde komen. Wie de soms bijna spitsvondige onderscheidingen in dit kerkelijk conflict volgt, kan alleen maar dankbaar zijn dat binnen onze kerken geen verschil van mening bestaat over het aanbod van genade, al erkennen we tegelijk dat er in onze kerken weer velen aan de andere kant uit de boot vallen. Ik schrijf dus ook zeker niet vanaf de kant over deze zaken. We kunnen gerust stellen en erkennen dat we allen het juiste zicht op deze zaken vaak missen.

Het is een open deur om te zeggen dat wij met elkaar ons nauw verbonden voelen met de GG en hun gang door de tijd. Gaat het deze kerken goed, dan is dat belangrijk voor heel de kerk des Heeren. Hopelijk kunnen we ooit zelfs de handen ineen slaan.

overwegingen

We hopen dat de GG in de toekomst ontkomen mogen aan de gesignaleerde tweeslachtigheid, die heel veel uitspraken en uitingen kenmerkt.

Ik wil nu met u de zaken enigermate afronding en nog enkele opmerkingen maken over dit onderwerp.

Er is in de historie veel strijd geweest over verbond en verkiezing. Er is veel geschreven over de zaak van twee of drie verbonden. Onze kerken staan in dit opzicht binnen de GG onder een zekere verdenking. Het is gelukkig zo, dat men, staande op het standpunt van de twee verbonden, zoals de GG, toch een ruime belofteprediking kan brengen. IK denk dat velen binnen de GG ook wel weten dat we “ondanks” de drie verbonden het gevaar van Arminianisme kunnen vermijden. Deze verschillen inzake de verbondsopvatting mogen we niet uitvergroten. Het zal ons, vooral de oudere generatie, bekend zijn, dat er weinig meer gesproken wordt over de drieverbondenleer. Opmerkelijk! Dat betekent geen principiële koerswijziging, maar wel een minder strijdlustige houding op dit gebied.

Wat voor u en mij doorgaans gelukkig vaststaat is, dat we ervan overtuigd zijn dat het genadeverbond een zelfstandige plaats inneemt naast de verkiezing. De prediking mag niet onder de beheersing staan van de uitverkiezing. Ook het genadeverbond niet. Maar dat betekent niet dat de verkiezing in de prediking niet een duidelijke plaats in moet nemen. En we moeten er ons ook tegen verzetten als er binnen onze kerken een verbonds-automatisme optreedt. Dan heeft men genoeg aan verbond en belofte en dan fungeert het verbond als een handvat voor zelfbediening. Zo moeten we op twee fronten de zaken zuiver trachten te stellen. We geloven dat de beloften vragen om de toepassing door de Heilige Geest. Dat zijn woorden die we ook bij ds. Kok vinden. Zonder die toepassing van boven zullen bondelingen eeuwig omkomen. Wel tot de hemel verhoogd, maar tot de hel neergestoten. Of men nu uitgaat van twee of drie verbonden, of men het nu spreekt van wezen of bediening, de zondaar moet wederom geboren worden. De leeruitspraken van 1931 (GG) spreken zelf ook van het verbond der verlossing en het genadeverbond, zie lid 1. Alleen spreekt men uit dat deze beide één zijn. Ten diepste blijkt hier wel uit, dat ook de GG onderscheiden tussen de beide verbonden. We weten dus beide waarover we het hebben. Verder onderscheidt men ook daar tussen wezen en bediening van het verbond: het wezen geldt alleen de uitverkorenen, de bediening omvat alle bondelingen. Hoort deze bediening bij het verbond, of hangt het er maar wat bij?

Het is voor ons echter wel een vreemde gedachte, dat een bondeling feitelijk eerst moet weten dat hij uitverkoren is en dat daarna de betekenis van de ver-bondsbeloften pas aan de orde komt. Men zal dat misschien tegenspreken, maar ten diepste moet de ware en echte bondeling toch enige tekenen in zich opmerken aangaande zijn verkiezing. Dat gevaar treedt op binnen de GG. Die tekenen kunnen bestaan in hartelijk berouw, of in bepaalde kenmerken, maar de verkiezing gaat dan toch voor het verbond uit. Dat is aan Gods kant stellig waar, maar in de prediking kan dat zo niet toegaan. Dat lijkt ons niet bevorderlijk voor het aanbod van genade. Het strijdt ook met zoveel betuigingen van de Heere, die erop neerkomen dat Hij geen lust heeft in onze dood. Alleen zo kan de Bijbelse strekking duidelijk worden van het feit, dat een mens niet gewild heeft dat Christus koning over hem zou zijn.

We mogen hopen en bidden dat er binnen de CGK alsook binnen de GG plaats, meer plaats mag komen voor de beleving van het verbond. Maar de beleving heeft wel nodig de onwrikbre vastigheden die de Heere in Zijn Woord heeft geopenbaard. En hoe de Heere Zijn welbehagen uitvoert, kunnen wij niet doorgronden. Calvijn gebruikte het beeld van het zeilschip. Geen wind, geen vaart. Zeilen zonder wind brengen geen baat. Maar het is ook ondenkbaar dat de matrozen de zeilen gereefd houden als de wind er is.

Trachten wij allen toch door genade roeping en verkiezing vast te maken. Petrus noemt niet voor niets deze volgorde. Maar dan ook, naast de roeping, de verkiezing. Dat lijkt in onze tijd een vreemde zaak. Maar de Heere kan het werken, komend vanuit de welmenende roeping naar de kennis van de verkiezing. Dan zingt de kerk Gij toch, Gij zijt hen roem, de kracht van hunne kracht.

Laten de GG niet alleen over de vorm spreken, maar, en dat zal men zeker begeren te doen, ook over het wezen. In het wezen ligt het werk Gods. De Heilige Geest zal in alle waarheid leiden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerkelijk actueel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken