Bekijk het origineel

Ambtelijke praktijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ambtelijke praktijk

GEDENKEN WAARD!

8 minuten leestijd

2 Tim. 2:8

Lijden

Twee Timotheüs 2 vers 8 is een zeer bekende tekst. Hij wordt nogal eens behandeld na de paasdagen. En terecht. Maar deze tekst mag niet beperkt blijven tot die ene zondag. Al wijst hij op Pasen en spreekt hij rijk van Pasen. Hij is niet slechts gegeven als herden-kingstekst. We moeten niet vergeten wanneer hij geschreven is en met welk doel. De opstanding van de Heere Jezus was een aantal jaren geleden geschied. Paulus zelf heeft het niet meegemaakt. Maar hij weet welk een betekenis, welk een waarde, welk een rijkdom de opstanding van Jezus Christus voor hem is. Voor zijn persoonlijk en ambtelijk leven. Voor heel het werk in het Koninkrijk van de Heere in deze wereld. Te midden van alle druk. Tegenstand. Aanvechting. Eigen zelfkennis. Want het laatste gaat door, ook bij een dienstknecht. Er moet in het leven gestreden en geleden worden. Dit laatste is de christen, de geroepen dienaar niet vreemd. De opdracht die men heeft ontvangen om de genade in Christus dagelijks te beleven en te openbaren brengt mee het lijden om Christus’ wil. Dat nu is een gevolg van de vijandschap tegen Christus. Christus heeft gezegd: zij hebben Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen. Ze hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten. Er dient ook gedurig de strijd te zijn tegen eigen zonde en zwakheid. We mogen vandaag daar wel eens meer aan gaan denken en ons zelf erop bezinnen en ons leven toetsen aan de leer, de opdracht, de levensgezindheid en houding die Jezus Christus voorhoudt. Wordt het openbare spreken nog gehoord?

Opgewekt

Wanneer nu Paulus Timotheüs heeft voorgehouden, zelfs in sprekende beelden, dat er moet zijn de gehele inzet voor Christus en het niet vrezen voor lijden om Christus’ wil, dan wijst hij Timotheüs op een ontzaggelijke, rijke werkelijkheid. Jezus Christus is uit de doden opgewekt (vs. 8). Letterlijk staat er in vers 8 dat Jezus Christus de uit de doden Opgewekte is. De eigennamen van de Zoon van God worden door Paulus genoemd. Hij is de Zaligmaker, de Gezalfde Gods, de ware Messias. Hij is een historisch Persoon. Niet legendarisch, dus een persoon die alleen in het verleden leefde. Hij is een levende werkelijkheid. Hij is de Opgwekte. We moeten belijden dat hij opgestaan is en weten wat dat betekent. In het Woord en de Catechismus wordt daar rijk over gesproken. Jezus Christus is opgewekt. Dat houdt iets anders in dan opgestaan. Het opgewekt zijn spreekt ons van de daad van Zijn Vader. In de opwekking van Jezus Christus heeft de Vader het zegel gehecht aan de opstanding van Jezus Christus. Naar het Goddelijk recht moest Hij gekruisigd worden, sterven en begraven worden. Hij ging van het kruis naar het graf. Dat was eis. Naar datzelfde recht moest Hij opstaan. Kon Hij opstaan. Want Hij heeft voldaan aan het eisende recht des Heeren. Het welbehagen van de Vader in de Zoon wordt gezien op de opstandingsmorgen. Welk een prediking ligt daarin. Hebben we er een oog, een hart voor? Daar komt het op aan. Welk een nut de opwekking, de opstanding van Jezus Christus afwerpt kunnen we duidelijk lezen in zondag 17 van de Heid. Catechismus. Het gebeuren op de Paasmorgen is gedateerd. Het is geschied. De kracht ervan is niet vergaan. Dit nu bindt Paulus zijn vriend Timotheüs op het hart. Tegen het leven door, uit en met het evangelie Gods in Jezus Christus komt van binnen en van buiten veel op. Strijd, aanvechting, verzoeking blijven niet onbekend. Wat komt er tegen de ambtelijke dienst niet veel op. Ontzettend veel. Paulus weet het uit ondervinding. Maar hij kan ook spreken dat Jezus Christus de Getrouwe is. De Alfa en de Omega. Die Heere Die het begin en het einde is, uit het zaad van David (vs. 8).

Uit den zade Davids

Toen het ging over de reactie op de prediking van Jezus (Joh. 7) werd ondermeer opgemerkt: zegt de Schrift niet dat de Christus komen zal uit den zade Davids en van het vlek Bethlehem waar David was (Joh. 7:42). Nu wil Paulus door zijn aanwijzing niet slechts wijzen op de mensheid van Christus, hoe belangrijk dit ook is, maar op Zijn koningschap. Christus is het ware zaad van David en de Erfgenaam in geestelijke zin van de troon. We kunnen dit ook lezen in Lukas 1:32 en 33. Jezus Christus zit nu op Zijn troon in de hemel en vandaar uit regeert Hij. Bijzonder Zijn Kerk. Zijn dienst. Hij beheerst het dienstwerk. Vandaar de hartelijke opwekking tot steun, tot sterkte en toevoorzicht: houd in gedachtenis dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt (vs. 8).

Een blijvende zaak.

De aansporing van Paulus moet niet beperkt blijven tot een bepaalde tijd of situatie maar het is een levenszaak. Vandaar dat hij zegt: houdt in gedachtenis. Terecht staat inde kanttekening: dat is wees altijd gedachtig om dit artikel des geloofs dikwijls te overdenken en naarstiglijk in te scherpen zo tot troost van u en de gemeente als tot wederlegging der valse leraars die de opstanding loochenen. Paulus doelt dus op blijvend gedenken. De werkelijkheid van de opstanding en de vrucht daarvan. Als beeld kunnen we denken aan ouders die voortdurend denken aan het kind, dat in het ziekenhuis een operatie ondergaat. Ook al spreken ze over iets anders. Het kind is nooit uit de gedachten. Zo is het ook bij Paulus zelf. De opstanding van Christus werkt in zijn leven. Het is een stuk levenswerkeliikheid. Alles wil en kon hij gisteren ondergaan om Christus’ wil. Timotheüs, houd de opgestane Heere in het oog. Hij leeft en zal Zijn almacht tonen. Wat een hart onder de riem. Hebben wij het vandaag nodig? De Koning weet in welke tijd we leven. Hebben wij Zijn bemoediging nodig? Immers Hij zegt: vreest niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid (Jesaja 41:10).

Niet overtrokken

Aan zijn schrijven heeft Paulus toegevoegd: naar mijn evangelie. Wij moeten niet fronsen of een opmerking willen maken. Paulus kan en mag, ja moet zo schrijven. Voor ons is van belang en betekenis dat wat we lezen in Galaten 1 de verzen 11 en 12. Dit moet erbij betrokken worden. Ik maak u bekend broeders dat het Evangelie hetwelk van mij verkondigd is niet is naar de mens. Ik heb hetzelve niet van een mens ontvangen noch geleerd. Het is geen menselijk bedenksel. Het is ook niet door mij uitgedacht. Dan was hij nimmer apostel geworden van Jezus Christus en had hij totaal anders geschreven en gesproken. Het evangelie had hij niet verzonnen, maar hij had het gehoord, geleerd en verstaan. Geloofd en daarom beleden. Timotheüs was er getuige van. Het heils-feit had in zijn prediking een voorname plaats. Jezus Christus in de staat van Zijn vernedering en verhoging stond en staat centraal. Timotheüs heeft Paulus horen prediken, horen verkondigen. Het gepredikte woord heeft hij aanvaard. Het deed zijn kracht in zijn leven. Hij ging er door en uit leven. Het gehoorde kan Timotheüs tot vertroosting en bemoediging zijn. Welk een vaderlijke leermeester heeft Timotheüs. Hebben wij er ook één of in het verleden gehad? Wanneer het onderwijs geworteld is in het leven en het leeft dan komt er vandaag veel tegen op. Maar de werkelijkheid vergaat niet. Want het gehoorde, al is het jaren geleden, was naar en uit het Evangelie van Jezus Christus. Leven wij bij het geestelijk leven van het voorgeslacht? Heeft het waarde en betekenis voor ons? Wat wordt er vandaag van doorgegeven?

IN MEMORIAM PROF. G. WISSE

Maandag 19 nov. J.l. was het 50 jaar geleden dat prof. Wisse overleden is. Zijn leven is niet vruchteloos geweest. De Heere had deze dienaar met vele gaven begiftigd. Zijn plaats in onze kerken is van betekenis geworden. Predikanten zijn door hem gevormd. Zijn prediking en zijn pastorale brieven waren voor velen tot zegen. Zijn tijdredes hadden inhoud. Ze waren veelzeggend. Vandaar dat kerken gevuld werden. Een interkerkelijk gezelschap was aanwezig. Wisse heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de kanselboodschap. Een boodschap van de Generale Synode aan de kerken. Nu wel 54 jaar geleden maar nog van waarde voor het kerkelijk en persoonlijk leven. Zijn nagelaten geschriften zijn de moeite waard om gelezen te worden. Voor hoofd, hart en leven.

In Doorn ben ik bij hem geweest. Het contact is onvergetelijk. Bij pastoraal onderwijs gaf hij ook iets door van zijn eigen leven. Bijzonder is mij bijgebleven wat hij zei: M’n jongen. Ik zie op tegen de dood. Ik heb in mezelf geen enkele bestaansgrond voor God. De rechtvaardige. De Heilige. Blijft de Heere mij niet aanzien in de Borggerechtigheid van Christus, het is verloren. Christus alleen is mijn levens- en stervensgrond voor God. Zijn gebed was: o God, wees mij genadig in Christus! Onverwachts stierf hij. Hij heeft de dood niet gezien.

Door genade mag ook van prof. Wisse gelden: zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. Openb. 14:13,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Ambtelijke praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken