Bekijk het origineel

Kerkelijk actueel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkelijk actueel

EVOLUTIE

12 minuten leestijd

Andries Knevel heeft van zich laten horen in zijn boek “Avonduren”. Hij sprak woorden van zelfreflectie over de door hem beleefde ontwikkeling in zijn leven; we kunnen spreken van een koerswijziging. Het had verder te maken met opmerkingen over de Christenunie. Hij constateert dat de CU zich in sterke mate aangepast heeft, nu de partij regeringsverantwoordelijkheid draagt (paradigmashift). Opvallende opmerking: de CU zou kunnen opgaan in of samenwerken met het CDA. Knevel zelf heeft geen bezwaar tegen die gang van zaken, maar hij vraagt de CU wel hierin eerlijk te zijn.

De stroom

Voor ons is op deze plaats de conclusie belangrijk dat zowel de CU alsook Knevel beide een ontwikkeling hebben meegemaakt. Deze ontwikkeling: de CU nadert tot het CDA, de EO tot de NCRV. Dat laatste zal niet te veel gezegd zijn. Zulke ontwikkelingen lopen op veel meer gebieden door onze maatschappij en door onze kerken. Men zou misschien kunnen stellen dat onze kerken door de loop der tijden zijn opgeschoven in de richting van de Hervormde Kerk, zoals deze tot voor kort bestond. Kerken van de scheiding soms beduidend veel verder afgedreven dan een deel van de vaderlandse kerk, waaruit zij uit onvrede over de verwereldlijkte koers destijds vertrokken zijn. Er zijn veel plaatsen waar de Geref. Bondsgemeente een meer Bijbelse prediking verwoordt dan de CGKofdeGKV.

In dit opzicht is het schokkend om bijvoorbeeld een kerkelijk jubileum mee te maken. Een gemeente die een honderdjarig jubileum beleeft, moet zich gaan verdiepen in de motieven van de stichters van destijds en zal vervolgens bemerken dat men van de motieven van het voorgeslacht ver verwijderd is. Ik hoorde van een niet CG gemeente, die een eeuw bestond. Hoe aandacht te geven aan de mannen van het eerste uur? Dat waren mensen die een zeer rechte en zuivere Bijbelse prediking voorstonden, die wisten van het bevindelijke leven tussen God en de zondaar. Hoe ging men dat onbekende van vroeger gedenken? De gemeente werd opgewekt zich allemaal te steken in de kledij van de vorige eeuw; de oude stijl kwam een ogenblik weerom. Ja, men schrok er zelfs niet voor terug een heel onderscheidenlijke en reformatorische preek te lezen van een dominee van een eeuw geleden. Bezinning op eigen veranderde koers ontbrak; zelfs de preek werd gezien als een stukje folklore. Men heeft ongetwijfeld gedacht dat men er nu gelukkig anders over dacht. Maar best eens aardig om zoiets mee te maken (....). Vroeger woonden de mensen in vaak bekrompen huizen, kleedde men zich omslachtig en pompeus, hield men er bekrompen opvattingen op na, en, welja, vatte men het Woord van God en allerlei geestelijke zaken veel te eng en benauwd op. Wij zijn heel andere mensen geworden. De Kronieken van Juda tonen ons verschillende koningen die goed begonnen zijn en daarvan uiteindelijk weinig van overhielden.

Panta rei, alles stroomt. Alles is in beweging, wij ook allen. En dat gaat geleidelijk. Neem de loop van een rivier als de Rijn. Het water stroomt vanuit Zwitserland naar onze lage landen. Het stroomt al maar. Het komt uiteindelijk terecht in een totaal veranderde omgeving, waar het heel anders is als in brongebied. Zo gaat het water. Maar hoe gaan de vissen? Het is voorstelbaar dat deze in een omgekeerde richting zwemmen, omdat de rivier onderweg vervuilt; de vis zwemt omhoog omdat de bronnen zuurstofrijk water bevatten. Maar niet alle vissen doen dat.

Vanuit menselijk oogpunt bezien kan ik me indenken dat Knevel deze weg opgegaan is. Hij is via zijn functie in aanraking gekomen met de brede lagen van onze maatschappij. Dat zal ook het geval zijn met andere leden van onze kerken, zoals ds. Van der Veer en Rou-voet. We hebben zelfs waardering voor hun inzet op de posten waar zij gesteld zijn. Maar ook zij ontwikkelden zich. En zij gingen op een gegeven moment over een grens, die anderen niet meemaken, zoals de Rijn een grens passeert, als zij stroomt vanuit Duitsland naar Nederland. Maar eerlijkheidshalve zijn wij allen ook in ontwikkeling. De CGK is in beweging, het RD is in beweging, het Reformatorisch onderwijs is in beweging... Wij hebben op allerlei andere terreinen ook een ontwikkeling meegemaakt, waarop we kritisch moeten toezien. En het water stroomt langzaam, je merkt het nauwelijks; je merkt het pas op een moment, waarop het allemaal al gebeurd is..... Panta (àlles) stroomt. Behalve sommige vissen, die in het oog van anderen wel erg eigenwijs zijn en die onderweg heel veel andere en grotere vissen tegenkomen, die in tegenovergestelde richting zwemmen. Zij kregen het in de benedenloop steeds meer benauwd. Daarom luidt een bekend woord: ecclesia reformata reformanda est. De kerk der Reformatie moet telkens weer gereformeerd worden. In het schoolplan van een Reformatorische school lees ik de opmerking over de achterban: “Er is weinig TV-bezit, maar de computerdichtheid is daarentegen groot”. Een zin met consequenties, die ook daar niet doorzien wordt. Ook u en ik doorzien dat niet. U kunt zelf nauwelijks beseffen welke consequenties wij dagelijks nemen. Ik zelf sta dus ook niet vanaf de oever naar de stroming te kijken, de stroming van anderen.....

De oprichters van de EO zoals ds.Glashouwer sr. en de zijnen hebben echter deze ontwikkeling nooit zo bedoeld. De motieven die leidden tot oprichting van het Refo-onderwijs kunnen verleden tijd zijn. Is het denkbaar dat het RD langzaam maar zeker opschuift naar een blad als Visie? Het zal bij hoog en laag ontkend worden, maar dat is geen garantie. Wij zwemmen allen. U en ik ook. Van Luther is opgemerkt dat hij zich tijdens zijn leven ook aan veranderende visies heeft gewaagd, bijvoorbeeld over de uitverkiezing. Men onderscheidt dan tussen de jonge en de latere Luther. Dat wordt dan weer ingewikkeld. De jongere en de oudere Knevel. En hier kunnen we allen onze eigen naam invullen. Oudere predikanten, bekend met veertig of vijftig jaar ontwikkeling, nemen in elke gemeente bijna waar dat alles stroomt. Ook in die gemeenten die zich verbonden weten met ons blad. Zij kunnen soms geducht last hebben van hun herinneringen, toen het in die gemeente nog zo heel anders was.

De vissen

Velen zullen opmerken dat het niet anders kán. De tijd gaat verder. We stromen mee..... Op theologisch terrein zijn er (geweest), die hebben gemeend dat ook God Zich aansluit bij de ontwikkelingen van de tijd. Het Pantheïsme als wijsgerige stroming stelt: God is het zijn der dingen zelf. Conclusie: tob niet over alle verandering; het moet zo gaan.

Maar zo denken niet alle vissen. De apostel Johannes ook niet: “Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Joh.4:1).

Het is niet moeilijk om zulke dringende waarschuwingen met vele andere plaatsen uit Gods Woord aan te vullen. Paulus: “Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van degene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren. Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt” Gal.1:6-8). Een ander evangelie, een ander Godsbeeld, een andere Jezus! Let op het woord van de Heere Jezus Zelf: “Want er zullen valse Christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen” (Mark.13:22).

C.S.L. Janse schrijft over dit onderwerp in de Saambinder: “Opvallend is wel dat thans in de brede Gereformeerde gezindte geluiden te horen zijn die doen denken aan de naoorlogse door-braakpleidooien. (....) Ook op dit punt moeten we constateren dat met een zekere tijdsvertraging gedachtegangen binnensluipen, die nog door een vorige generatie op principiële gronden zijn afgewezen”. Nog enkele zinnen; “Mensen zoeken het graag zelf uit en willen hun eigen keuzes maken. Juist buiten de traditionele kaders ziet men allerlei taken liggen”. Beseft men dat? “Dat zou toch moeten betekenen dat men niet zo makkelijk kan samenwerken met mensen die afwijzend staan ten opzichte van de Gereformeerde leer. Of is het zout al lang smakeloos geworden?” Het speelt ook binnen de Gereformeerde zuil dus. In hoeveel tijden en plaatsen en gemeenten is deze strijd tegen de tijdgeest niet al eeuwenlang gestreden, terwijl de slijtageslag gewoon doorging? Bedenk dan dat mensen als Calvijn en de Cock en Kuyper juist niet meegingen en een tegengestelde beweging hebben gemaakt. Weer het verhaal van die vissen. De overtuigingskracht van hen werd juist gestaald door de tegenstroom. Luther zei over de kern van de zaak: “Hier sta ik, ik kan niet anders” Ik merk om me heen best heel veel aardige en kerkelijke mensen, maar ik mis soms pijnlijk overtuigde karakters, die weten dat het niet anders kan. Onze tijd en onze gemeenten missen pijnlijk de geest van Paulus en Johannes. Tracht in uw leven met de hulp van de Geest des Heeren te zoeken naar een duidelijke overtuiging, want daaraan is de grootst mogelijke behoefte. Te veel mensen menen dat het ook wel anders kan.

Tenslotte iets over de eigenlijke oorzaak van alle verschuivingen: er was een stad waar het volgende gesprek plaats vond en een zekere Godsvreze o.m. opmerkte: “Het is waar, stad Mensziel was sterk en onder zekere voorwaarde, onneembaar, maar gij en de lieden dezer stad hebben haar verzwakt, en zij ligt nu open voor hare vijanden; ook is het nu geen tijd om te vleien of te zwijgen. Gij zijt het, mijnheer Vleselijke-gerustheid, die opzettelijk Mensziel beroofd hebt en hare heerlijkheid van haar hebt verdreven; gij hebt hare torens omver-geworpen; gij hebt hare poorten afgebroken; gij hebt hare sloten en grendels bedorven. En nu om mijzelven nader te verklaren: Van dien tijd af, dat gij, mijne heren van Mensziel en gij, mijnheer zo groot werden, van dien tijd af, is de Sterkte van Mensziel beledigd geworden, en nu is Hij opgestaan en weggegaan. Zo iemand de waarheid mijner woorden mocht in twijfel trekken, dan wil ik hem antwoorden door deze en dergelijke vragen: Waar is Vorst Immanuël? Wanneer heeft een man of vrouw Hem gezien? Wanneer hebt gij van Hem gehoord of enige van Zijne lekkernijen geproefd? Gij houdt nu feestmaal met dit diabolistische monster, maar hij is uw vorst niet. Ik zeg daarom, schoon de vijanden van buiten u niet tot hunnen prooi hadden kunnen maken, zo gij hadt acht gegeven, dat sedert gij tegen uwen Vorst gezondigd hebt, uwe vijanden daar binnen toch te sterk voor u zijn geweest. Toen zei mijnheer Vle-selijke-gerustheid. Foei, foei, mijnheer Godsvreze, foei; zult gij dan nooit uwe vreesachtigheid afwerpen? Zijt gij bang, dat gij van een mus zult schrikken. Wie heeft u kwaad gedaan? Zie toch, ik ben op uwe zijde, slechts zijt gij geneigd om te twijfelen en ik om te vertrouwen. Bovendien, is dan deze tijd zo slecht. Een feestmaal is aangericht om vrolijk te zijn, waarom toch breekt gij, tot uwe schande en onze hindernis, zo uit in zulk ene hartstochtelijke naargeestige taal, terwijl gij zoudt eten en drinken en vrolijk zijn?

Daarop zei heer Godsvreze weer: Ik mag wel treurig gestemd zijn, want lmmanuël is van Mensziel weggegaan. Ik zeg wederom, Hij is weggegaan, en gij, mijnheer, zijt de man, die Hem weggedreven hebt. Ja Hij is heengegaan, zonder dat Hij ook de edelen van Mensziel van zijn weggaan heeft gesproken, en zo dat geen teken is van Zijnen toorn dan ben ik niet bekend met de manieren der godzaligheid.

En nu, mijne heren en edelen-want mijne taal is nog tot u- uwe toenemende afwijking van Hem, zette Hem gaandeweg aan om van u te vertrekken, hetgeen Hij eerst deed voor enen tijd, of gij daardoor niet misschien gevoelig zoudt gemaakt worden, en de band zou worden vernieuwd, door uzelven te vernederen, maar toen Hij zag dat niemand opmerkte, noch deze vreselijke beginselen zijner wrake en zijns oordeels ter harte nam, ging Hij weg uit zijne plaats; en dit zag ik met mijn eigen ogen. Daarom is, nu gij zo roemt, uwe sterkte weg; gij zijt gelijk de man, die zijne lokken verloren heeft, welke te voren om zijne schouderen golfden. Gij moogt met dezen heer uws feestmaals u diets maken, en besluiten te doen als op andere tijden; maar daar gij zonder den Vorst niets doen kunt, en Hij van u weggegaan is, verander daarom uw feestmaal in zuchten en uwe vrolijkheid in geklag.

Toen de ondergeschikte Prediker, de oude heer Geweten genaamd, en die oud-Verslaggever van Mensziel was, ontstelde over hetgene gezegd werd, begon hij het aldus te ondersteunen.

Waarlijk, mijne broeders, zei hij, ik vrees dat mijnheer Godsvreze ons de waarheid zegt. Ik, wat mij aangaat, heb mijnen Vorst gedurende enen langen tijd niet gezien. Ik voor mij kan mij den dag niet herinneren. Ook kan ik mijnheer Godsvreze’s vragen niet beantwoorden. Ik vrees en ben bang, dat alles slecht met Mensziel staat.

Is dit gesprek niet bekend aan allen die de Heere vrezen? Ligt hier niet de breuk van al ons veranderen en aanpassen? Moet het niet in mijn hart zo klinken, en in het uwe en onze? Zou het zo erg zijn? Maar, zo vraag ik, als dit nu eens een weergave is van onze dagen? Dan is de zaak hoogst ernstig!

“De ware vreemdelingschap wordt alleen gevonden in de weg van de waarachtige bekering. Dat onze bede zou zijn: Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden” (C.S.L. Janse).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerkelijk actueel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken