Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

6 minuten leestijd

En deden Hem een purperen mantel aan, en een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten Hem die op.”

Onze tekst verplaatst ons in gedachten naar het rechthuis van Pontius Pilatus. Daar staat de lijdende Borg voor Zijn aardse rechter als een spot en smaad van mensen. Maar wie is Hij dan toch? Wat heeft Hij dan toch misdreven, dat jong en oud, rijk en arm Hem zo beschimpen en bespotten. Wel, Hij is Dezelfde Die het land doorging, goeddoende en zegenende.

Die hongerigen spijsde; Die blinden het gezicht gaf; Die doven het gehoor, ja zelfs doden het leven wedergaf; Die aan armen het Evangelie verkondigde. Het is Israëls Weldoener! Het is de Heere Jezus Christus!

Zijn eigen volk heeft Hem nu voor de rechter gesleept en ze rusten niet, voordat ze uit diens mond het doodvonnis over Hem hebben horen spreken. Goed geteld spreekt Pilatus het vijfmaal uit: ik vind geen schuld in deze Mens. Welnu, dan mag men toch niet anders verwachten, dan dat hij Jezus zal vrijspreken en vrijlaten. Maar toch gebeurt dat niet. Christus moet sterven, men zoekt Zijn dood, geen onschuld kan Hem baten.

Eerst moet Hij nog gegeseld worden. Dat hoort bij de kruisstraf. De geseling werd publiekelijk voltrokken. Wat een lijden moet Christus daarin doorstaan. Maar daarna werd de kruiseling overgeleverd aan de luimen en de willekeur van de bende.

Nu Hij veroordeeld is, geniet Hij geen enkele bescherming meer. Hij is vogelvrij verklaard en de soldaten kunnen met Hem doen, wat zij willen. Er wordt een spel met Jezus gespeeld. Een echt soldatenspel wordt met Hem gespeeld. Ze hebben gehoord, dat Hij koning wilde zijn, koning der Joden. Dat hebben ze telkens weer opgevangen uit de behandeling van Zijn zaak. Deze Man een koning? Wacht, zij zullen Hem koning maken. De bende valt op Hem aan. Ruwe handen rukken Hem de kleren van het lijf. In al Zijn naakte schande komt Jezus openbaar. Over Zijn rug lopen de rauwe striemen van de geseling. Ziet u Hem daar staan in deerniswekkende omstandigheden? Wie er goed naar kijkt, ontdekt zijn eigen beeld. Hij draagt onze naaktheid. Hij is overladen met onze schande.

Ze hebben een purperen mantel laten aanrukken. Het was een rode mantel, waarschijnlijk van één van de gerechtsdienaars en deze hebben ze de Heere Jezus om de schouders geworpen. Een purperen mantel. U moet zich daar niet teveel van voorstellen Het was maar een aftandse soldatenjas. Het purperrood moet de herinnering oproepen aan het purper van een koningsmantel. Deze mantel is bedoeld als spot Ha…! Daar heb je nu Zijn Koninklijke hoogheid. Een uitgedoste Koning! Zie Hem daar staan. Is dat, is dat mijn Koning? Dat aller vaad’ren wens? Is dat, is dat Zijn kroning? Zie, zie aanschouw de mens!

Het spel gaat door. “En een kroon van doornen gevlochten hebbende zetten die Hem op”. Snelle handen graaien vlug een paar doorntakken bij elkaar. Ze groeien immers overal volop.

De taaie takken buigen zij voorzichtig — om zichzelf niet te bezeren — tot een kroon. Ze drukken die op Zijn hoofd In Zijn handen drukken zij een riet. Straks wordt Hij met Zijn eigen stok geslagen. Bovenop Zijn hoofd liefst. Dan dringen de scherpe punten goed in Zijn hoofd Dat riet moet Zijn scepter uitbeelden.

Wat moet dat niet voor de Heere Jezus geweest zijn? Door wat een ontzettend diepe smaad moet Christus bij dit alles getroffen zijn. Hij de Zoon van de levende God. Welk een smaad, dat men Hem, Die Zich met het licht bedekt en Die met goddelijke majesteit en heerlijkheid bekleed was, een versleten purperen mantel over dat met vele wonden bedekte lichaam durft te werpen. Wat een smaad, dat men Hem, Die met de hoogste eer bekroond was en voor Wie zelfs de sierlijkste kroon nog niet sierlijk genoeg zou zijn geweest, een doornenkroon op het hoofd durfde drukken.

Als we de Heere Jezus zien staan in het rechthuis van Pontius Pilatus, uitgedost als een spotkoning, dan herkennen we in Hem ons eigen beeld. Wat is er van ons koningschap terecht gekomen? Wel, dat kunnen we zien in Christus te midden van de honende bende. Ons wordt een spiegel voorgehouden, waarin we onszelf kunnen ontdekken. Die spotkoning in het rechthuis van Pilatus is de gevallen, die onttroonde koning van het paradijs. In de lijdende Christus, Ddie daar staat als de tweede Adam, kunnen we zien de schande, waarin onze heerlijkheid veranderd is. Zo, zoals we hier zien, is ons koningschap door de zonde geworden.

Wat een rijke vruchten verwierf de dierbare Borg door de bespotting van Zijn koningschap Nee, nu is Christus geen spotkoning meer zoals Hij daar eenmaal stond te midden van die ruwe, goddeloze soldatenbende. Vanuit het dieptepunt van Zijn vernedering heeft God Zelf, toen Zijn Zoon al Zijn lijden volbracht had, Hem onuitsprekelijk verhoogd,en Hem een naam gegeven boven alle naam. Te midden van Zijn heilige engelen is de spotkoning van toen, nu een verheerlijkte Koning aan de rechterhand van Zijn Vader. In plaats van het spotkleed is Hij nu omhuld met het sierlijke statiekleed van reinheid en majesteit. De doornenkroon is nu verwisseld voor de kroon van enkel eer en heerlijkheid. De rietstaf is nu vervangen door de scepter van Zijn koninklijke almacht en glorie. In plaats van de spotgroet: “Wees gegroet, Koning der Joden”, klinkt nu het Koningslied: “Zo moet de Koning eeuwig leven”. In plaats van het bespuwde aangezicht, blinkt nu Zijn gelaat boven de glans der zon. Ja, wat een onuitsprekelijke heerlijke Koning is Hij nu geworden.

Zie hier de Borg voor zondaren. Hij droeg het kleed der verachting, opdat Hij Zijn bruidskerk zou bekleden met de klederen des heils. Omdat Hij Zich liet kleden met het kleed der vernedering, is er voor hen de mantel der gerechtigheid.

Omdat Hij in het smaadkleed voor hen werd uitgeleid, mogen zij straks in eeuwige statieklederen worden binnengeleid. Voor hen droeg Hij de doornenkroon, opdat van hen zou gelden: wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’eerkroon dragen, door U, door U alleen om ’t eeuwige welbehagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken