Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EVANGELISCHE PLICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EVANGELISCHE PLICHT

6 minuten leestijd

Titus 2:7–10

Een dominee is met de zondag niet klaar Alhoewel op die dag veel, zeer veel van hem gevraagd wordt. Geen opstel, hoe gevuld ook, voorlezen, maar het Woord des Heeren prediken. Uitleg en toepassing. Die toepassing behoort onderscheidenlijk te zijn. Door de weeks is er ook veel wat de aandacht vraagt en waarbij men betrokken is. De pastorale adviezen door Paulus gegeven, moeten bekend zijn en betracht worden. Tot eer van de Heere en tot zegen van oud en jong. Is aan oude mannen en vrouwen de norm van het christelijke leven voorgehouden, de jonge mannen worden niet buitensgesloten. Paulus schrijft: vermaan de jonge mannen insgelijks dat zij matig zijn (vs. 6). Hun leven moet onderscheiden zijn van het losbandige leven en uitgelaten leven wat in die tijd duidelijk werd gezien en gehoord. De tucht van Gods Woord moet heerschappij, moet zeggenschap hebben over heel hun leven. Zo’n leven is geen knellende zaak, maar is het staan in de vrijheid waarmede Christus vrijmaakt. Die vrijheid geeft wel een heilzame gebondenheid aan ’s Heeren wil. Zo is het ook vandaag. Vandaar dat het vers geen leus maar een werkelijkheid is: wat vree heeft elk die Uwe wet bemint. Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten. En het gevolg is: Ik Heer’ die al mijn blijdschap in U vind, hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten, ’k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind. Dat is de drang van het nieuwe leven. Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten (Psalm 119:83). De vermaning, de aansporing door Titus aan de jongeren is kort, maar dat heeft een bijzondere reden. Titus is zelf nog jong. Hij staat niet buiten zijn leeftijdgenoten. Hij behoort tot hen. Hij leeft en spreekt met hen. Gelijk Timotheüs een voorbeeld, een model behoorde te zijn, zo moest Titus’ leven ook zijn. Leer en leven behoren samen te gaan. Wat geleerd wordt, moet in het leven blijken. Vandaag kunnen we zeggen: wat op de kansel gezegd wordt, moet onder de kansel gezien worden. Beide moeten een eenheid vormen. Nu en in de toekomst moest Titus zichzelf betonen in alles een voorbeeld te zijn in goede werken (vs. 7). Paulus verbindt eraan: betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid en oprechtheid. Graag wil ik doorgeven wat Calvijn schrijft in zijn commentaar. De leer zal te weinig gezag hebben indien niet in het leven van de opziener als in een spiegel haar kracht en majesteit uitblinkt.

Voorbeeld in woord en daad

Paulus wil dus dat de leraar een voorbeeld is waaraan de leerlingen zich gelijkvormig maken. Dus weer het samengaan van leven en leer. Leer en leven. Het accent valt eerst op de leer. Dit komt omdat het vermaan allereerst komt tot ambtsdragers. Ze moeten weten wat de inhoud van de leer, van de prediking behoort te zijn. Maar de vorm is ook van betekenis. Vandaar het woord “deftigheid”. Daar een predikant dienaar is van het Goddelijke Woord, moet zijn eerbied voor het Woord steeds bemerkt worden. Aan jongeren op de catechisatie mag dit niet ontgaan. Hij is immers voorganger. De Bijbel is ook geen wetenschappelijk boek. De Bijbel is een Goddelijk boek en is zo van betekenis voor de wetenschap. Wie nu persoonlijk verstaat en kent wat de Heere in Zijn Woord heeft vastgelegd, zal spreken over Gods onfeilbaar Woord. Nooit mogen het Woord van de Heere en het eigen woord van de ambtsdrager met elkaar in tegenspraak zijn. Wanneer dit gebeurt, zegt Paulus, dan zullen de tegenstanders die met Argusogen kijken of verkeerd kritisch luisteren, stof hebben tot lasteren. De lasteraars worden beschaamd wanneer zij niets kunnen vinden om door te geven. Ze vallen uiteindelijk in hun eigen zwaard. Tot troost en sterkte mag gezongen worden: Een lasteraar, een leugenspreker, zal nooit op aard’ bevestigd zijn.

Leven in dienstverband

Op het eiland Kreta waren ook slaven. Verschillenden van hen waren lid van de christelijke gemeente. Paulus wijst op hun dienstverband. Hoe zij daarin moeten staan en leven. Dit dient Titus hun voor te houden. Dat wil niet zeggen dat meesters hun gang kunnen gaan, dat zij ten opzichte van hun slaven geen enkele plicht hebben of verplichting. Er waren wantoestanden. De ten hemelschreiende omstandigheden waaronder men moest leven waren werkelijkheid voor veel slaven. De levensstandaard was voor menigeen zeer laag. Door alles werd diefstal van geld en voedsel in de hand gewerkt. De meesters stonden daaraan medeschuldig. Slaven verdienden niets. Voor christenslaven waren er verleidelijke momenten. Nu mochten zij aan die schuldige daden niet meedoen. Plichtsgetrouwheid was de eis. Het was de eis van de Heere. Steeds moesten ze denken aan en leven bij de leer van God. De heilsleer die zij kenden en waarbij zij betrokken waren. En dat omdat God nu Zaligmaker was. Ze zijn het eigendom des Heeren. Betaald en verlost door het bloed van Christus. Ze zijn verheven tot de geestelijke adelstand. Vandaar dat adeldom verplicht. Maar er is meer. Hun Zaligmaker is ook hun Verzorger. Het is opvallend dat Paulus via Titus aan de slaven schrijft: onze Zaligmaker. We zijn één. We horen bij elkaar. We behoren tot hetzelfde huisgezin. Waarvan God de Heere Vader is. God de Zoon onze oudste Broeder en God de Heilige Geest onze Leraar en Vertrooster. De drie-enige God vergeet ons niet. Nu en in de toekomst. Nu zijn de verhoudingen vergeleken met de tijd van Paulus in verschillende opzichten veranderd. Maar er zijn en blijven dienstverbanden. Voor werkgevers en werknemers geldt het leven naar de wil van de Heere. Zijn wil te doen behoort een lust te zijn. Levend tot eer van de Heere en zo een levensuitstraling naar de naaste. Ambtsdragers behoren dit niet alleen voor te houden, maar moeten het zelf ook betrachten. Geen woorden alleen, ook daden. De ambtsdrager staat in dienst van de gemeente. Wie wil leven voor de gemeente wil haar dienen. Naar het Woord en met het Woord Het gaat immers om het Woord en de beleving van het Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

EVANGELISCHE PLICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken