Bekijk het origineel

Welk een heilszaak

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Welk een heilszaak

Titus 3: 4 en 5

6 minuten leestijd

In elke pastorale brief die Paulus geschreven heeft ligt onderwijs. Dat onderwijs mogen ambtsdragers niet voorbijzien of menen dat het alleen komt tot de gemeenteleden. Tot het onderwijs behoort wat Paulus in de brief aan Titus geschreven heeft. Het is vastgelegd voor de kerk van alle tijden.

In Titus 2 wijst Paulus op de natuurstaat van elk mens voor de Heere. Ontzettende werkelijkheden worden door hem beschreven. Door het gebruiken van de wijvorm wil Paulus bijzonder Titus ervan doordringen: zo waren ook wij. Vandaar dat het veelzijdige inhoudsvolle wonder van de Heere moet leiden tot het eren van de Heere en een wandel met en voor de Heere. Na de beschrijving van het droevig verleden vloeit uit zijn pen het woordje ‘maar’. Een woord van vier letters. Maar het geeft veel aan. Het wijst op veel. Na maar komt er veel.

Goedertierenheid en liefde
Maar wanneer de goedertierenheid van God onze Zaligmaker en Zijn liefde tot de mensen verschenen is (vs. 4). Twee woorden, goedertierenheid en liefde, worden aan God toegekend en wat Hij erdoor doet. Wanneer het gaat over liefde dan staat in de grondtekst het woord filantropie. Dit leidt ons tot de rijke gedachte van mensenliefde. De bewogenheid des Heeren over het heil van een ellendige. Beide genoemde woorden zijn van God schrijft Paulus. Vandaar dat we kunnen stellen: God is door God bewogen. Onbegrijpelijk. Onbeschrijfelijk. Maar het wordt gezien. De uitstraling ervan wordt ontdekt in het gebeuren te Bethlehem in de geboorte van Jezus Christus. Jezus Christus is vanaf het begin Gods goedertierenheid en liefde. Jezus Christus is één met Gods goedheid en liefde. Met menslievendheid. Hij is het in eigen persoon. In de donkere kerstnacht verdwijnt de macht der zonde en worden de stralen van Gods heilslicht gezien en komt de Zon der gerechtigheid tevoorschijn om al hoger en rijker te gaan schijnen. Het gebeuren Gods in Christus Jezus de Heere komt tot mensen zegt Paulus. Daarom kan en moet er aan mensen verkondigd worden dat er bij de Heere alles te vinden en te verkrijgen is wat nodig is om getroost te leven en zalig te sterven. Een leven van verzoening, van vergeving, wat blijkt in levensvernieuwing en bekering. Wat Paulus geschreven heeft moet doorgegeven worden. Want het denken en leven van vele Kretensers was gericht op de griekse oppergod Zeus. Hij werd gezien en erkend als de hemelgod. Hij werd zelfs gezien als de beschermer van stad en land. Maar hij is een verzinsel van mensen. God de Heere is door Zijn openbaring en spreken een God van nabij en niet van verre. Hij leidt tot de rijke zalige belijdenis: De goedertieren en liefdevolle God in Christus heeft ons zalig gemaakt, zegt Paulus.

Zalig gemaakt
Zalig gemaakt. Dat zegt wat. Dat houdt wat in. Laten we goed onthouden dat Paulus dit niet schrijft los van de werkelijkheid beschreven in vers 3. Paulus wil zeggen: we waren verloren, verloren door eigen schuld. Het rechtvaardig oordeel van God hadden we verdiend. God de Heere had ons naar recht kunnen verdoemen. De weerslag daarvan staat ook beschreven in onze Catechismus. Wie nu door de Geest des Heeren beheerst, geleerd en geleid wordt, verstaat wat Paulus heeft geschreven en wat vastgelegd is in ons leerboek. Men glijdt niet over de zondagen 2 tot en met 5 heen. Wie een spronggeloof heeft, zal verongelukken. Het komt voor dat men van zondag 1 zomaar ineens naar het stuk van de verlossing springt. Het geloof in eigen verlorenheid echter doet uitzien naar het zaligmakend werk van Jezus Christus. Het één leidt tot het andere. Gelijk een drenkeling in het water roept. Jezus Christus zegt ook met nadruk: die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Het is geen voorwaarde, maar in het leven heeft iedereen een helpende, verlossende, reddende, verzoenende Zaligmaker nodig. Wie die leer loslaat, verandert of verminkt, misleidt zichzelf voor de eeuwigheid. Maar de gewillige, alvermogende Zaligmaker mag aangeroepen worden. Hij maakt zalig. Hij brengt zelfs in de gemeenschap met de rechtvaardige heilige Heere. Die beleving leidt tot roem in de Heere.

Roem in de Heere
Niets is vrucht van ons, van ons doen. De Heere alleen de eer. Vandaar dat Paulus met nadruk schrijft en hij doet dat weer met insluiting van zichzelf: het zaligmakend werk is niet geschied door de rechtvaardige daden die wij gedaan hebben. Onze werken leiden nimmer tot de zaligheid maar zijn er vrucht van. Zeker zijn de rechtvaardige daden waardevol, maar ze zijn zonder heilswerking. Voor ons moet dit ook spreken. Het belijden: onderdiende zaligheid heb ik van mijn God genoten, ik roem in vrije gunst alleen, blijft gelden. Het is de roem van het nieuwe leven. De lust van dat leven. Zodat het middel tot de zaligheid ook wordt onderstreept. Paulus schrijft wat geschied is, gebeurd is, naar ’s Heeren barmhartigheid. Door het bad der wedergeboorte en de vernieuwing des Geestes (vs. 5). We kunnen stellen dat met het woord ‘bad’ de doop wordt bedoeld. In het oudkerkelijk spraakgebruik heeft het woord ook als aanduiding van de doop gefunctioneerd. Nu mag er geen conclusie worden getrokken dat de zaligmaking door de doop tot stand komt. Paulus wijst er op dat het alleen geschiedt door het heilswerk van Christus. In het evangelie is dit ook vastgelegd. We kunnen zeggen, denkend aan de doop, dat het heilsgebeuren in Christus Jezus als sacramentele werkelijkheid tot ons komt in de doop. De doop wordt zo ook nader gekarakteriseerd door de woorden ‘wedergeboorte en vernieuwing’. Door deze woorden wordt duidelijk aangewezen wat de Heere werkt. In zondag 27 van onze Catechismus wordt dit ook gedaan. Er wordt gewezen op het verband tussen het teken en de betekende zaak. Zoals water de onreinigheid van het lichaam afwast. Zo worden onze zonden afgewassen door het bloed en de Geest van Jezus Christus. Zo komt er een nieuw leven. Een nieuwe levensopenbaring. Wat plaatsvindt heeft verstrekkende gevolgen. Leven tot in eeuwigheid. De Heere dienen dag en nacht in Zijn tempel. Welk een waarde heeft de doop. Waar spreekt zij van, waar wijst zij op. Laat niemand volstaan met de uitdrukking op zich: geloven in de doop. Dat zal eenmaal verdwijnen. Maar de beleving waarvan de doop sacramenteel spreekt, dat leidt naar de volle beleving van wedergeboorte en vernieuwing des Geestes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Welk een heilszaak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken