Bekijk het origineel

Kerk als restaurant?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk als restaurant?

8 minuten leestijd

Onlangs was er een bijeenkomst van gemeentestichters in Amersfoort, waarin opmerkelijke woorden werden gesproken. Omdat ons blad redelijk veel aandacht heeft besteed aan het verschijnsel van kerkplanters en ook omdat het verschijnsel zich binnen onze kerken in sterke mate voordoet, hebben we ook nu met belangstelling kennis genomen van de huidige stand van zaken. Welke ervaring hebben gemeentestichters opgedaan in de voorbijgegane jaren?

Naar mijn indruk werd de bijeenkomst overschaduwd door een zeker gevoel van desillusie. Meermalen heeft een enthousiast begonnen project niet geleid tot het beoogde doel. Er moesten na verloop van tijd soms weer deuren gesloten worden. Men heeft in Amsterdam geprobeerd om bijvoorbeeld de hoger opgeleiden te bereiken, maar dat doel is niet bereikt. Verder ziet de moderne mens de kerk als een restaurant, waar je even wat wilt gebruiken, maar waar je net zo makkelijk weer vandaan loopt. Dat is trouwens niet alleen in Amsterdam zo. Men heeft zich laten inspireren door voorbeelden van gemeentestichters in Amerika, zoals Tim Keller. Wat daar gebeurt, lijkt voor ons land een onbruikbaar model. De conclusie, er werd zelfs gesproken van troost, is dat we fouten mogen maken. Als iets zo goed werkt, is dat juist niet zo’n goed teken. We moeten willen leren van onze zwakheden. Een terechte stelling. Het incasseren van tegenslagen is belangrijk om te kunnen groeien. “Jezus gaf Zijn discipelen de ruimte om fouten te maken. Hij had hen kunnen waarschuwen, maar deed het niet. Een fout is pas een fout als je er niets van leert.” Ik heb meermalen, naast een kritische opstelling, waardering uitgesproken voor de moed die mensen tonen als ze in een grote stad een gemeente willen “planten”. Er spreekt medegevoel uit met de mens in nood, de mens zonder God. De kerk heeft, ik zeg het met nadruk, absoluut de roeping om de wereld bekend te maken met het Evangelie. Maar daarnaast leefden er bezwaren, die ik nu niet wil herhalen. Br. Den Butter heeft er meerdere artikelen aan gewijd.

De balans
Ik wil wel de hierboven vermelde conclusies en gedachten nader met u bezien. Maakt men er zich nu niet te makkelijk van af door de teleurstellende gang van zaken als verschoonbare fouten te accepteren? Er werd opgemerkt dat Jezus niet heeft gewaarschuwd voor fouten die gemaakt kunnen worden. Hij gaf zelfs de ruimte om fouten te maken. Waar staat dit? De Heere heeft Zijn discipelen vele malen ernstig gewaarschuwd. Denk aan Petrus, aan Judas, aan de elven. Ze zouden aan Hem geërgerd worden. Hij vermaande hen vanwege kleingeloof. Hij kwam met een prediking tot de Joden, die in onze tijd nauwelijks navolging vindt. Wat is trouwens het verschil tussen een fout en een zonde? Petrus werd zelfs een satan genoemd. Er worden in de kerk door ons fouten gemaakt. Dus ook door ons. Vele daarvan zijn ook zonden. Dan kunnen we niet meer stellen dat we die fouten wel maken kunnen. Zonde is zonde en we zwemmen wel erg aan de oppervlakte als we het dan nog alleen maar hebben over fouten. We moeten daarbij beseffen dat we het hebben over het brandende braambos, over de kerk die heilig is. In Amerika treffen we de zogenaamde megakerken aan. Dat kan in Nederland niet. Maar, zo wordt gesteld, getallen zeggen niet alles. Dat kan waar zijn. Een Gideonsbende van 300 mensen betekent meer dan tienduizenden. Maar dan moet het wel een Gideonsbende zijn en als dat zo is, worden er wel overwinningen behaald. In het boek Handelingen, bij uitstek een boek over gemeentestichting, worden na Pinksteren nogal eens getallen genoemd. Het resultaat van Paulus’ optreden werd niet zelden weergegeven in aantallen. Soms, zoals op de Areopagus, slechts enkelen; het gevolg was dat Paulus daar weggegaan is!! Ik moet denken aan een zondag die ik eens beleefde in een grote stadsgemeente. Een mooie, grote kerk met in de morgendienst een honderd kerkgangers. Ik herinnerde me de tijd toen de kerk vol zat met bijna duizend mensen. Iemand zei me toen dat de mensen destijds uit gewoonte kwamen; nu komen we uit behoefte. In de middagdienst was die behoefte beduidend minder, toen er de helft was van de morgendienst. Toch voelde ik ook sympathie voor die kleine groep mensen, die door de straten van de grote stad in de vroege morgen ter kerke gingen, als enkelingen. Maar het is niet juist nu te zeggen dat die kleine groep sterker gemotiveerd was dan vroeger. De kleine aantallen in onze dagen kunnen ook de laatste tekenen van de verdwijnende kerk zijn.

De les
Mij houdt nu de vraag bezig wat men werkelijk leert uit deze teleurstellende ervaring. Misschien moet het roer helemaal om! Begin weer bij de eigen, kerkelijke gemeente. Zoek binnen de kerkmuren een geestelijke opwekking. Bidt en smeek er de Heere om. Dat moeten wij allen doen. Als een gemeente tot een levende cel mag worden door de bediening van de Heilige Geest, dan zullen die leden op hun beurt wervend in de wereld staan. Dan worden er, vanuit de bestaande gemeente, veel meer mensen bereikt dan nu. Als die gemeente er nog is. Er zijn soms gemeenten tot niet geworden vanuit een buitensporige aandacht voor de buitenwereld. Een alternatieve groeigemeente kan de bestaande kerk van binnenuit leegzuigen. Als dan die kerk- in- wording ook mislukt, is er geen sprake van kerkgroei maar van kerkafbraak. En daar ben ik eigenlijk bang voor. Kerkplanters lopen het gevaar erg veel werk te maken van beweeglijke woorden van menselijke wijsheid, zoals Paulus dit noemt. Dan spelen we in op de markt en we spreken in de kerk dan zelfs over marktwerking. Dan verlagen we niet alleen de drempels, maar we breken ook de muren weg. Als ik het verslag van de gehouden conferentie lees, komt het op mij over als een minder geslaagd experiment. Met het Evangelie mogen we echter niet experimenteren. Zeker niet als er duidelijke Bijbelse voorschriften zijn, die de goede weg wijzen. Wij moeten allen terug naar de dwaasheid der prediking, naar de kern die ligt in Jezus Christus en Dien gekruisigd. Dat geldt ons allen. Daar alleen moeten we het van verwachten. De werkelijke vraag is dan ook: Hebben we de prediking van geloof en bekering gebracht? We mogen als voorgangers geen “obers” zijn in het zoëven genoemde kerkrestaurant, die koning klant bedienen op hun wenken.. Ik vind dit een typering waar kerkplanters en gewone gemeenten ernstig over moeten nadenken. Ook onder ons komt die gedachte heel duidelijk naar voren, dat de kerk een restaurant is; men komt er enig voedsel zoeken, uitgezocht uit de rijk gevarieerde menukaart. Na afloop mankeerde er misschien van alles aan en men ging weer over tot de orde van de dag. Alleen wordt er in een restaurant wel gegeten! Dat zal dan toch ook weer tot gevolg hebben dat de mensen terugkomen. Ook in de traditionele gemeente, met een gewone drempel, is steeds weer bezinning nodig. Hiermee zeg ik dus ook dat de bestaande kerkelijke gemeente op zich niet het een en het al is. Het gaat me niet om de kerk op zich. De balans van een gewone gemeente, ook waar alles nog gewoon gaat zoals het steeds gegaan is, is evenzeer teleurstellend. Daar moeten ook conclusies getrokken worden die tot nadenken stemmen. Dat wel.
Maar we zijn met elkaar dankbaar dat die gemeenten er nog zijn. Helaas heeft kerkplanting soms ook als kwalijk neveneffect opgeleverd dat de gewone gemeente maar beter zou kunnen opgaan in de andere gemeente van de toekomst.

Wat zou het een wonder zijn, als de kerk van nu lijkt op de gemeente van Filadelfia. Deze gemeente had enkele kenmerken: de gemeente had kleine kracht, dat is dus de kracht van een mosterdzaadje, onooglijk klein maar met grote kiemkracht. Verder had de Heere juist deze gemeente een geopende deur gegeven. U moet in dat verband ook opmerken dat de Heere Zich aandiende aan deze gemeente met de woorden: “Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel Davids heeft; Die opent en niemand sluit, Die sluit en niemand opent”(Opb.3:7). Christus is nog Degene en Hij is het alleen Die in Nederland sluit en opent. Wat maakt ons dat afhankelijk. Dan is het geen maakbaar werk, maar een machtsdaad van de verhoogde Christus, als er kerken gesloten en opengedaan worden. Dat roept dan in beide gevallen op tot diepgaande geestelijke bezinning en bekering. Hij gaf die geopende deur. Niemand kon die sluiten. Van deze gemeente kon Hij ook getuigen dat ze Zijn Woord bewaard had. Een bloeiende gemeente bewaart het Woord. Dat is de beslissende factor. Ook al is dat zo, toch vermaant de Heere nog eens extra: “Houd wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme”. Dan komt door die geopende deur niet de wereld de kerk binnen, maar dan stroomt uit de kerk het levende water naar de wereld. Dat kan ook nu nog, als we gehoorzaam luisteren naar Hem Die de sleutel heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerk als restaurant?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken