Bekijk het origineel

Opdat zij allen één zijn (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Opdat zij allen één zijn (2)

5 minuten leestijd

De woorden van de Heere Jezus, uitgesproken in het zogenaamde hogepriesterlijk gebed: “Opdat zij allen één zijn”, vormen de aanleiding tot een vraag, of het wel terecht is om deze woorden te gebruiken als een grond om eenheid te zoeken met andere kerken, zoals onze eigen kerken dat doen met bijvoorbeeld de Vrijgemaakten. Ook Deputaten voor de Eenheid van de Gereformeerde belijders in Nederland verwezen in hun brief van maart j.l. naar deze woorden. Het wordt betreurd dat er niet meer, op zijn minst gesprekken zijn tussen onze kerkenraden en die van de Vrijgemaakten. Dat er op diverse plaatsen sprake is van onderlinge herkenning en erkenning weten we. Juist dat wordt in classisrapporten over samenwerking immers zo benadrukt. Maar die onderlinge herkenning is nu een kwestie die door anderen wordt betreurd, om dat woord nog eens te gebruiken. In plaats van samenwerking te stimuleren, zou het meer op zijn plaats zijn als onze deputaten onze eigen kerken waarschuwden voor het samengaan met de Vrijgemaakten, om nog maar te zwijgen over de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ik reken mezelf ook tot diegenen, die het betreuren dat er gemeenten zijn die zich herkennen in de Vrijgemaakten. Als voluit christelijk gereformeerd predikant vind ik in de GKV nu helemaal niets dat mij aantrekt. Het geestelijk leven daar stoot mij eerder af! Wil men deze opvatting, die gelukkig door meerderen in onze kerken nog wordt gedeeld, als kerkistisch en hoogmoedig bestempelen, dan doet men daarmee geen recht aan diepe gevoelens en overtuigingen. Ben ik dan niet aan het oordelen en veroordelen? Dat gebeurt natuurlijk wel erg gemakkelijk. Maar al gebeuren zulke dingen gemakkelijk, het is een zonde in Gods oog. Wie zijt gij (zelf) die een ander oordeelt? Jakobus 4:12. Maar ik weet wel wat het is om als een jezelf veroordelend mens voor Gods heilig aangezicht in het stof te liggen en je helwaardigheid voor de Heere uit te wenen. Ik weet wat dat is! En als ik een ander ontmoet, die dit ook kent, dan is hij mijn broeder, onverschillig tot welke kerk hij behoort. Dan ervaar ik een eenheid, waarvan ik geloof dat de Heere Jezus het dáár over had en nergens anders over in het hogepriesterlijk gebed. En als ik bij bepaalde gelegenheden iets mag zeggen over het wonder van Gods goedheid, persoonlijk ervaren, en men kijkt je dan met grote, vragende ogen aan, dan word ik kil van binnen. Versta je dat niet, denk ik dan. We moeten persoonlijk wederom geboren worden, zei ik eens op de classis. Maar we zijn toch immers allemaal kinderen Gods? riep een ouderling verbaasd uit. Hoe zijn we daar nu toch toe gekomen om in prediking en pastoraat het geloof te veronderstellen? Wie is daar ooit mee begonnen? Wie ervan uitgaat dat de gehele gemeente “binnen” is, zal in de GKV wel herkenning vinden ja. Maar het is van den beginne in onze kerken alzo niet geweest! Maar we hebben toch dezelfde belijdenis? Dat is waar. Maar het komt wel op de beleving ervan aan. Het gaat om de beleving van de waarheid en niet om allerlei geloofsbelevingen, die we van elkaar moeten accepteren. Ik kan het niet helpen dat ik niet verliefd kan zijn op de Vrijgemaakte kerken. Ik bén trouwens al verliefd, en twee liefjes kun je er toch niet op na houden? Waar ik dan “verliefd” op ben? Men vergeve mij de uitdrukking. Ik moest liever spreken over liefde, in plaats van verliefdheid, want verliefdheid kan nog zo oppervlakkig zijn, ook al zijn twee verliefde mensen nog zo hartstochtelijk in hun liefdesverklaringen. Ik heb de Waarheid lief gekregen, zoals die vanaf mijn jeugd mij is gepredikt, in een kerk waar de Heere de prediking wilde gebruiken om mijn blinde zielsogen te openen, door een prediking waarin de mens op het allerdiepst wordt vernederd in zijn verdorven bestaan voor God, en Gods deugden op het allerhoogst worden verheerlijkt, en Die om redenen in Zichzelf nog op zo’n ellendig zondaar als ik ben wilde neerzien. O wat heb ik de prediking van Jezus Christus en Dien gekruisigd lief gekregen! O die spanning, waarin een voluit christelijke gereformeerde prediking van ouds bedoelde te zetten: te moeten sterven en niet te kunnen, bekeerd te moeten worden en niet weten hoe, de spanning van de eis van geloof en bekering enerzijds en een alles gevend en vervullend God anderzijds. De rijkdom van de doop te leren kennen, maar toch te weten dat de doop je niet zalig maakt. Het leven des geloofs is altijd gepredikt als een leven door Johannes zo getypeerd: Hij moet wassen en ik minder worden! En we zijn altijd gewaarschuwd ons verre te houden van de wereld. Als voorbeeld werd altijd genoemd het gevaar van een televisie in huis: terecht! Maar dat ding staat in vele kerkelijke gezinnen in de huiskamer, de wereld in huis! Hoe kan dat samengaan? Ik stop ermee. De vraagsteller zal wel tevreden zijn. We zagen de vorige keer, resumerend, dat de Heere Jezus Zijn Vader bidt om de eenheid van al Gods kinderen. Als ik dan die kerkmuren zie staan tussen Gods volk, bid ik het gebed met de Heiland mee, soms in een heilig verlangen naar die ware, geestelijke eenheid. Het heimwee naar die eenheid wordt gevoed door het verdriet om kerkelijke verdeeldheid; de kerkelijke verdeeldheid onder broeders van hetzelfde huisgezin Gods. Die eenheid met Gods kinderen moeten we zoeken. Maar die zal hier op aarde helaas niet bereikt worden. Soms heb je het, als kerkmuren wegvallen en harten ineen smelten. Dan verlangt het hart naar die eenheid in Christus, door de Heilige Geest, met God de Vader. En met al Zijn kinderen. Mogen wij al tot dat Huisgezin behoren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Opdat zij allen één zijn (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken