Bekijk het origineel

Eduard Meiners (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eduard Meiners (4)

7 minuten leestijd

We hebben iets doorgegeven aangaande de doodsstaat van de mens en aangaande het geestelijk levend zijn. Na deze zaken behandeld te hebben gaat Meiners schrijven over de wedergeboorte. De wedergeboorte is een geboorte van boven, het tegenovergestelde van de zondige geboorte. De wedergeboorte hervormt de uitverkorenen naar het heerlijk evenbeeld van God dat zij in Adam verloren hebben, wat bestaat in God te kennen, te beminnen, te kunnen en te willen dienen naar het voorschrift van Zijn Woord, tot Zijn eer en heerlijkheid. Duidelijk wordt over de wedergeboorte geschreven in Johannes 3:3-5. De wedergeboorte omvat een verandering naar binnen en naar buiten. Iemand die uiterlijk onberispelijk leeft en een onrein hart met zich omdraagt kent het wonder van de wedergeboorte niet. Het woord ‘wedergeboorte’ wordt gebruikt vanwege de overeenstemming die er is tussen de natuurlijke en de geestelijke geboorte. Meiners schrijft over die overeenkomst het volgende: “Men treft bij de geestelijke geboorte net als bij de lichamelijke aan: 1.een Vader, namelijk God (Joh. 1:13). 2.Een moeder, namelijk de Kerk ( Ps. 87:5). 3.Een geestelijk zaad, namelijk het Woord (Jak. 1:18; 1 Petr. 1:23). 4. Een nieuw levend schepsel (2 Kor. 5:17). 5.Smart in mindere of meerdere mate (Hand. 2:37; 16:29).”

De wedergeboorte
Bij de wedergeboorte worden er geestelijke vermogens in de ziel uitgestort, waardoor de ziel van dood levend wordt. Door die nieuwe vermogens wordt de dode en ellendige natuurstaat gezien. Daaruit komt pijn en smart voort, bij de een sterker dan bij de ander, bij de een langer dan bij de ander. Meiners schrijft dan over de angst van de wedergeboorte. Tranen, zuchten en klachten over de zonden zijn werkelijkheid. De zonden zijn begaan tegen een heilig, rechtvaardig, lankmoedig en weldoend God. De zonden zijn bedreven ondanks de vele vermaningen, waarschuwingen, bedreigingen en veel genademiddelen. Als een zoon zijn vader zwaar beledigd heeft zal hij die vader toch met tranen in de ogen aanzien en om vergeving smeken? De Heere werkt een hartelijke afkeer van de doodsstaat, een walg van zichzelf en schaamte over zijn toestand. In verlegenheid wordt omgezien naar een middel tot behoud. Hij kan zichzelf niet helpen en schepselen kunnen hem niet helpen. “Daarop ontdekt Jezus Zich aan de ziel, en wel als een algenoegzame Zaligmaker, Die doen kan hetgeen alle andere geschapen krachten verre te boven gaat, omdat Hij de macht en het recht heeft om de dode zondaar Alle krachten en vermogens worden aangewend om de Heere te dienen. Geloof, hoop en liefde groeien. levend te kunnen en te mogen maken. O, de Heere Jezus komt de verlegen, bekommerde en uitziende ziel voor als een God van volkomen zaligheid (Psalm 68:21), en daarbij ook als een gewillige Zaligmaker, Die gereed is om Zijn macht en verworven recht tot levendmaking aan haar ten koste te leggen. De ziel aanschouwt dan de Heere Jezus en ziet Hem als voor haar staan met uitgebreide armen om haar daarin te ontvangen, en hoort dat Hij haar aanspreekt op een bekoorlijke en zieluitlokkende wijze, en haar op het vriendelijkst nodigt om maar tot Hem te komen, en haar belooft dat Hij haar het leven wil geven, indien zij het maar uit Zijn hand wil ontvangen. Het is dan dat zij Jezus tot haar hoort zeggen; ‘Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden (Jes. 54:22)’ ‘En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet’ (Openb. 22:17), waarop zij zich ook haastelijk tot Hem begeeft, zonder langer te dralen of te aarzelen, en van Hem gebruikmaakt tot levendmaking, en dat door begeerten, verlangens, zuchtingen, gebeden; door Hem geheel en alleen aan te nemen en zich onbepaald aan Hem over te geven, en door op Hem te leunen en te steunen. Als dit zo aan de zijde van de zondaar geschiedt, zo treedt Jezus ook toe. Hij verenigt Zich weer op het nauwst met haar; Hij maakt haar tot Zijn woning. Hij richt in haar Zijn troon op; Hij bewerkt haar verder krachtdadig, en doet haar alzo werkzaam zijn zoals voorheen getoond is.”

De heiligmaking
Met de wedergeboorte is de heiligmaking verbonden. Christus zuivert het verstand al meer van onwetendheid, het oordeel van verdraaidheid, de wil van weerbarstigheid en verkeerdheid, en de genegenheden van onzuiverheid. Door heiligmaking wordt datgene wat er nog over is van de oude doodsstaat al meer weggenomen. De vermogens en de gegeven hebbelijkheden worden vermeerderd. Het verstand krijgt al meer geestelijk en hemels licht, het doorziet de geestelijke zaken beter. Het oordeel wordt beter en bestendi ger, voordat een oordeel wordt uigesproken wordt alles goed afgewogen. Men wordt niet zomaar van dat weloverwogen oordeel afgebracht door het minste of geringste wat er tegenin komt. De wil wordt gewilliger en bestendiger om het goede te willen. De genegenheden worden zuiverder en geregelder. Satan, wereld en zonde worden al sterker bestreden. Alle krachten en vermogens worden aangewend om de Heere te dienen. Geloof, hoop en liefde groeien. Blijdschap, vrede en troost worden sterker. Van een kind wordt men een jongeling en van een jongeling een man. Meiners schrijft terecht dat het geestelijke leven hier op aarde altijd onvolmaakt blijft. Pas in de hemel zal het volmaakt zijn, eerst naar de ziel, later naar ziel en lichaam beide. Het geestelijk leven begint in de wedergeboorte, zet zich voort in de heiligmaking en vindt zijn voltooiing in de hemelse heerlijkheid. Christus geeft Zijn schapen het eeuwige leven.

Woord en Geest
Vervolgens vraagt Meiners aandacht voor de middelen die Christus gebruikt om dode zondaren levend te maken en te heiligen. Christus heeft het recht op het eeuwige leven voor de Zijnen verworven. Christus heeft voor de Zijnen de vloek gedragen en de zegen verworven. Omdat Christus het recht ten leven heeft verworven voor Zijn Kerk maakt Hij hen door Woord en Geest levend. We lezen dan het volgende: “Ten eerste gebruikt Hij uitwendig Zijn Woord, het Woord der wet en bijzonder van het Evangelie. In dat Woord vermaant Hij de uitverkorenen dat zij uit de dood opstaan en levend worden, en dringt Hij Zijn vermaning aan door overheerlijke beloften. Tot een bewijs dient Efeze 5:14 ‘Daarom zegt Hij: Ontwaak, gij, die slaapt, en sta op uit de doden; en Christus zal over u lichten.’” Het Woord is het zaad der wedergeboorte. We lezen in Johannes 5:25 dat doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven. Ten tweede maakt Christus inwendig levend door Zijn Geest. Het Woord alleen is niet krachtig genoeg om dode uitverkorenen levend te maken. Het komt voor dat uitverkorenen enige jaren dood blijven onder een krachtige en ernstige bediening. Zij beginnen niet eerder te leven dan dat de tijd der minne aanbreekt en de Heilige Geest op een zaligmakende wijze het Woord gaat vergezellen. Meiners schrijft “Als Christus de uitverkorenen dus levend wil maken, zo drukt Hij door Zijn Geest de vermaningen om levend te worden op hun hart, en Hij bewerkt ze door Zijn Geest zo krachtdadig onder dat vermanen, dat ze levend worden. Daarom zei Jezus: ‘De Geest is het Die levend maakt’ (Joh. 6:63).” In Johannes 3:5 wordt het werk van de wedergeboorte aan de Geest toegeschreven. Zo ontvangen in zichzelf dode en verloren mensen een leven dat uit God is. Zij zijn uit God geboren (Joh. 1;13). Zij ondervinden Gods goedertierenheid die beter is dan het leven “Eén druppeltje vermaak van dit geestelijke leven is oneindig zoeter en aangenamer dan het volle genot van alle vermakelijkheden van dit tegenwoordige leven. Wel is waar dat Gods kinderen op hun levensweg vele tegenheden en zwarigheden ontmoeten, maar het minste straaltje van God gunst verzoet alles. Het geringste proefje van Jezus’ liefde doet de gedachtenis aan verleden tegenspoeden verdwijnen, geeft moed onder het tegenwoordige, en stelt hen gerust voor het toekomende.” Gods kinderen mogen delen in een hemels en eeuwig leven. “Verheft Salomo een levende hond, ook al is het een dier van weinig waarde, boven een dode leeuw, die anders de koning der dieren is (Pred. 9:4), dan mogen wij u ook wel, hoe laag en onaanzienlijk u ook naar de wereld bent, vanwege dit leven beter en gelukkiger noemen dan de koningen van de aarde die altijd nog geestelijk dood zijn.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Eduard Meiners (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken