Bekijk het origineel

Kinderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kinderen

8 minuten leestijd

Op twee plaatsen trof ik een artikel aan over de plaats die onze kinderen innemen in de erediensten. Zowel in de Waarheidsvriend (Hoezo, kindernevendiensten?) werd erover geschreven als ook in een ingezonden stuk in het RD. In het laatst genoemde artikel werd een pleidooi gevoerd voor een vorm van kindernevendienst voor de jongste kinderen. Het stuk werd ingezonden door de stichting Samen leren geloven.

Kinderen nemen in onze diensten een belangrijke plaats in. Daarom geef ik graag aandacht aan dit onderwerp. Ik bepaal me vooral tot het opiniestuk in het RD. Het ingezonden stuk vraagt om kritische kanttekeningen. Het stuk was een reactie op een artikel over de terugloop van de zondagschool. Een verschijnsel dat ik jaren geleden al waarnam in één van mijn vorige gemeenten. Ouders denken dat het kerkbezoek, in combinatie met een zondagschool, de kinderen te veel belast. Ik ga daar nu aan voorbij; het is een onderwerp apart. Fieke Bijnagte (schrijfster van het bedoelde stuk) poneert dat in behoudende gemeenten ook een vorm van kindernevendienst voorkomt. Het is mij niet bekend dat dit zo is. Ik denk dat zij zich vergist. In de gemeenten die ik ’s zondags mag dienen, komt het niet voor. In sommige gemeenten komt het wel voor, dat de zondagschool tijdens de kerkdienst wordt gehouden. Men zou kunnen menen dat dit minder bezwaren oproept, wat ik overigens betwijfel. Er zijn gemeenten waar ’s zondags kinderen onder de tien jaar nauwelijks de kerkdienst bezoeken. Vanwege de zondagschool onder de dienst. Een ernstig bezwaar tegen de bedoeling van het artikel is dat de indruk wordt gewekt dat een kerkdienst voor kinderen een loodzware en belastende gebeurtenis is. Nu is die gedachte niet vreemd; u hoort het allerwegen. In mijn vorige artikel heb ik de woorden van Prof. Verboom aangehaald. Hij noemde bijvoorbeeld de wens van sommige hoorders om “simpel” te preken. Veel ouderen geven aan de preken niet goed te kunnen volgen. Als zij dat al zeggen, hoe zal het dan in hun optiek zijn met kinderen? Ik zelf heb ervaren dat kinderen van vier of vijf jaar soms al verrassend veel kunnen meenemen van een preek. De lezers moeten dit zelf ook eens nagaan; ik vermoed trouwens, dat u dat ook al lang gedaan hebt. Het is dus niet zo, dat kinderen eerst een bepaalde training moeten ontvangen alvorens zij de kerkdiensten bijwonen. Een kind vind het daarbij prachtig, als het mee mag naar de “grotemensenkerk”.

Onze kinderen vormen een wezenlijk deel van de gemeente. Daarom zal de voorganger hen betrekken bij de preek. Er zijn predikanten die bekend staan om het feit dat hun prediking “kindvriendelijk” is. Begrijpen de kinderen er iets van, dan zal dat gunstig werken op heel de gemeente. Het is niet moeilijk om in de preek speciaal iets te zeggen tot de kinderen. Er zijn in iedere tekst aanknopingspunten voor deze doelgroep. Het is niet nodig om de gemeente op te splitsen in allerlei subgroepen. Dat deed Josafat ook niet toen er dringende aanleiding was om de Heere te zoeken vanwege de strijd tegen de Moabieten; “en gans Juda stond voor het aangezicht des Heeren, ook hun kinderkens, hun vrouwen en hun zonen”(2 Kron.20:13). Hebben die kleintjes begrepen wat er aan de hand was? Ik denk dat de kinderen die deze bijeenkomst hebben meegemaakt, dit later zich nog goed konden herinneren. Ze hebben de diepe indrukken daarvan nooit meer verloren. Ze hoorden erbij! In Joël 2:16 leest u: “Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer”. In oorlogstijd zouden we onze kinderen zeker niet achterlaten als we naar de schuilkelders moesten vluchten. Ook al kunnen ze nog niet lopen, we zouden hen dragen om hen te redden. In Lukas 2 nemen Jozef en Maria hun zoon Jezus mee naar de tempel. Op 12-jarige leeftijd werd Hij zoon der wet. Dat werden de kinderen al op vrij jonge leeftijd. Ze moesten op die leeftijd dus al heel veel weten van de gebruiken van de tempel en de inhoud van de Thora. Dat kan ook niet anders, want ze moesten thuis al van kindsbeen af onderwezen worden in het Woord van God. “En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat”(Deut.6:7). Hiermee houdt verband dat kinderen in de dagen van de Reformatie soms al belijdenis deden op een leeftijd van ongeveer 13 of 14 jaar. Dat betekent dat zij al een flinke dosis kennis hadden vergaard over de geloofsleer. Denk er ook aan dat ons Heidelberger leerboek bedoeld was voor de jongste schooljeugd. Hier hebben we ook aanwijzingen voor de huisgodsdienst. We hebben het feitelijk niet alleen over de vraag of onze kinderen meegaan naar de kerk, maar het gaat er ook om of we hen thuis onderwijzen in de wegen van de Heere. Heel het Spreukenboek is daar vol van. Begrijpen kinderen sommige dingen niet dan is het de Bijbelse lijn dat zij thuis hun ouders vragen en zodoende is er plaats voor en behoefte aan nader onderwijs (Joz.4:21-24). Zo had ook Timotheüs thuis onderwijs ontvangen van zijn moeder en grootmoeder, blijkens het woord van Paulus:“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is” 2 Tim.3:15). Bedenk dat Timotheüs de Schriften gewéten heeft; dat kan nauwelijks iets anders betekenen dan dat hij juist in zijn vroegste dagen bekend werd gemaakt met Gods Woord. Met dat doel heeft ook de Heere Jezus kinderen omhelsd en met hen gesproken. Het zou niet moeilijk zijn meer plaatsen te vinden in Gods Woord, die wijzen op de plaats van de kinderen in het midden van de gemeente. Als onze kinderen de belofte toekomen, dan moeten zij ook weten wat die beloften zijn. De kinderdoop is eigenlijk al aanleiding genoeg dat de kinderen zo vroeg mogelijk hun plaats zullen innemen temidden van de andere leden van de gemeente. Van verschillende kanten staat de kerkdienst onder druk. Enerzijds door het beleggen van allerlei activiteiten voor kinderen en andere groepen, waardoor krachten aan de gewone diensten worden onttrokken. Anderzijds doordat de prediking zelf al maar door versimpelt, waarop eveneens in het vorige artikel werd gewezen.

U kunt zeggen dat ook een kindernevendienst de kinderen bedoelt te betrekken bij het Woord van God. Men zal dat zeker bedoelen, maar de eenheid van de gemeente wordt verbroken door allerlei speciale diensten. Er zijn tegenwoordig themadiensten, gezinsdiensten, jeugddiensten, enz. Op deze wijze worden de leden van de gemeente onderling van elkaar vervreemd. Iedere kerkdienst is een jeugddienst en in iedere kerkdienst is er plaats voor de kinderen. Laten we dus onze kinderen erbij houden als het gaat om Gods Woord. Ik noem in dit verband kindersterfbedden. Als u daarover wel eens iets gelezen hebt weet u hoe diep de kennis van jonge kinderen kan strekken inzake de geestelijke en eeuwige dingen. We zouden liever horen dat kinderen niets begrijpen van de spelletjes op internet of van de termen van het voetbalveld. Dat is toch nog meer geheimtaal dan de kanseltaal? We weten echter allen dat men de sporttermen snel aanleert. Omdat deze dingen hen en vaak ook hun ouders interesseren. Waar komt de klacht toch vandaan dat kleine en grote mensen niets begrijpen van de verkondiging van Gods Woord? Het zou best kunnen zijn dat de moeiten soms nog meer bij de ouders liggen dan bij de kinderen zelf. Ik besluit met te zeggen dat het opiniestuk uit de krant een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. In werkelijk behoudende gemeenten (die daardoor overigens niets meer of beter zijn dan andere) worden deze experimentele diensten nog niet gehouden. En voorzover ik het in wat modernere gemeenten zelf wel eens heb meegemaakt, wordt een dienst behoorlijk verstoord door het wegtrekken en terugkomen van de kinderen. Wie goed nadenkt, zal zijn toevlucht niet willen nemen tot deze vervlakkende vormen van kerkzijn. Een artikel in de vorm van een proefballon als voornoemd kan ons ook liever maar bespaard blijven.

Begin vroeg met uw kinderen te onderwijzen. Goed schoolonderwijs is trouwens ook van het allergrootste belang. Neem uw kinderen zo vroeg mogelijk mee naar de kerk. Naar gewoonte, dan varen de kinderen daar wel bij, juist omdat het een gewoonte is. “En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan….”. Dat werd reeds gezegd bij het doopvont. Desondanks mogen we hen van de doop niet uitsluiten. En natuurlijk ook niet van de hoorbare prediking. Er is noodzaak. Ze zijn immers in zonden ontvangen en geboren en aan allerhande ellende, zelfs aan de verdoemenis onderworpen. Geloofden we dat maar meer. Dan zouden we ook meer rijkdom zien in het feit, dat zij in Christus geheiligd zijn en als lidmaten van Zijn gemeente behoren gedoopt te zijn. Als lidmaten van Zijn gemeente. Dat heeft gevolgen voor hun kerkbezoek. Ook voor de preek, die gericht moet zijn op heel de gemeente, ook op onze kinderen dus. Eens zullen wij allen staan voor de troon, die beschreven wordt in Openbaringen 20. Johannes zag hen: de kleinen en de groten. Gelukkig de kinderen die hier gesteld worden met de gemeente voor de troon der genade en horen mogen van de Zaligmaker der wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kinderen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken