Bekijk het origineel

Gemeente en pastoraat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gemeente en pastoraat

6 minuten leestijd

Van de hand van ds. P. Roos verscheen een kloek boek getiteld: Schapen hebben een gezicht. De ondertitel luidt: Schetsen over gemeente en pastoraat. Dit boek is de uitgebreide uitwerking van een lezing die de auteur heeft gehouden onder de titel Huisbezoek in de praktijk. Zowel ambtsdragers als gemeenteleden hebben te maken met de uitoefening van het pastoraat. We willen u in onderstaand artikeltje een indruk geven van de inhoud van dit boek waarvan de titel ontleend is aan Spreuken 27: 23-27.

De inhoud
Het boek bevat vier delen: 1.Wortel en fundament. Hierin worden Bijbelse lijnen getrokken en Bijbelse voorbeelden gegeven. 2.Verleden en heden. Hierin komt de geschiedenis aan de orde: Rome, Reformatie, Nadere Reformatie tot en met onze tijd toe. 3.Leiding en weiding. Hier wordt aandacht gegeven aan de ambtsdrager en de gemeenteleden waaronder Gods kinderen in al hun schakeringen en diversiteit. 4.Troost en vermaan. Het pastorale gesprek wordt aan de orde gesteld en het vermaan wat dient te klinken.

Schapen en bokken
Er zijn schapen en bokken in de gemeente, er is waarheid en leugen. Er is ware en valse genade. Er zijn geestelijke en natuurlijke mensen. Er is onderscheid tussen leven en dood. De gelijkenis van de Zaaier is wat dat betreft heel duidelijk. Er zijn schijndoden, zieken, stervenden en slapenden. Hiermee dient de zielszorg te rekenen. Er is tarwe en onkruid, er zijn wijze en dwaze maagden. We lezen op blz. 237 “De onderscheidende prediking wordt in onze tijd te veel nagelaten. De gelovigen worden over één kam geschoren. Er wordt van uitgegaan dat het wel goed staat met de gemeente.” Gods Woord waarschuwt tegen zelfbedrog. Daarom is zelfbeproeving noodzakelijk. De Heere is Hartenkenner. Terecht schrijft de auteur eveneens op blz. 237 “Wel hebben wij de roeping om in duidelijke gevallen eerlijk de mensen aan te spreken op hun geloof of ongeloof, op grond van heldere criteria, die Gods Woord aangeeft.”

Het avondmaal
Het pastoraat rond het avondmaal geeft aandacht aan de vraag of men recht heeft om ten avondmaal te gaan. Hartekennis van de drie stukken (ellende, verlossing en dankbaarheid) is nodig. We lezen op blz. 311 terecht: “Gods beloften zijn gewis. Daar ligt de grond van de hoop. Er wordt niet gevraagd dat u de beloften gewis gelooft. Niet uw geloof, maar de beloften staan vast. Let er dus op waar het woord ‘gewis’ bij staat. Als het erom zou gaan dat we de beloften gewis zullen geloven, is ons subjectieve geloof de zaak waarom alles draait. Op zich is die vraag heel belangrijk, maar hier wordt een betere grond geboden. Het gaat om de gewisse beloften van God. In die beloften ligt zekerheid.” Op blz. 315 lezen we: “Het zal in onze tijd ook nodig zijn een slagboom op te werpen op de weg naar het avondmaal. Hoe nuttig zou het zijn als een doorgewinterde avondmaalganger zonder genade eens concludeerde dat hij geen werkelijke toegang heeft. Dan zou hij daardoor een stap dichter bij het echte behoud zijn aangeland. We komen binnen door eerst erbuiten gezet te worden. De Heere wil juist die weg gebruiken. Hoe nodig kan dat ook voor u zijn. De farizeeër moet een tollenaar worden. In die weg leert de Heere ons om tot Christus te vluchten.”

Kerkgang
Ook over de kerkgang zal op de huisbezoeken gesproken worden. Het komt voor dat leden van de gemeente maar eenmaal naar de kerk komen. Allerlei redenen worden daar voor aangevoerd. Men heeft het te druk met allerlei andere dingen. Dit kan er de oorzaak van zijn dat familiebezoek op zondagmiddag plaatsvindt. De auteur voert ook aan dat vluchtige, vlotte, oppervlakkige prediking de kerkgang niet bevordert. We lezen op blz. 334 “Het lijkt vreemd, maar het is waar: als mensen er nog echt voor moeten gaan zitten, komt men beter naar de kerk. Je komt nog ergens voor. De preek is dan geen inhoudsloze vorm, maar hij vormt de kern van het leven.” Ds. Roos wijst ook op de toegenomen mondigheid van de mens en het afnemend gezag van de kerk en van Gods Woord. Dit bevordert de kerkelijk trouw niet. Soms komt het voor dat kinderen onder de tien jaar vrijwel nooit in de gewone diensten aanwezig zijn vanwege kindernevenactiviteiten of zondagsschool tijdens de kerkdienst. Op blz. 335 lezen we: “Er is veel meer aan de orde dan alleen maar nalaten van kerkelijke vormen. Weliswaar wil men het gebrek compenseren door middel van doordeweekse groeigroepen en Bijbelstudiekringen, maar ook dan moeten we stellen dat de kracht van de prediking wordt ingeruild voor subjectieve activiteiten van enkelingen.”

Het huwelijk
Helaas neemt ook in onze kringen de huwelijksproblematiek toe. Meestal krijgt het pastoraat hier veel te laat mee te maken. Het zou beter zijn eerder pastorale hulp in te roepen. Enerzijds is het waar dat gemeenteleden huwelijksperikelen zolang mogelijk voor zichzelf willen houden, anderzijds zou het toch beter zijn hulp te zoeken. We lezen op blz. 141 “U als ambtsdrager zult alert moeten zijn op verborgen signalen die u tijdens een bezoek bereiken. Het moet niet zo ver komen dat u gerichte vragen daarover stelt. Dat past ons niet. Het moet bij de mensen zelf vandaan komen. Ik heb wel broeders gekend die een mijns inziens overmatige belangstelling hadden voor zaken van huwelijk en seksualiteit. Hoed u in ieder geval voor deze verzoekingen; ga ze uit de weg.” De auteur raadt aan met een aanstaand echtpaar het huwelijksformulier door te nemen. Dan kunnen veel zaken die het huwelijk betreffen aan de orde gesteld worden.

Hartelijke aanbeveling
We hebben maar een eerste beperkte indruk kunnen geven van de rijke inhoud van het boek. Een ander zou misschien andere dingen naar voren hebben gebracht. Er zou uiteraard veel meer over dit boek te schrijven zijn, maar dat laat de opzet aan dit artikeltje niet toe. We willen dit boek van harte bij ambtsdragers en gemeenteleden aanbevelen: neem en lees zelf. De auteur schrijft vanuit een jarenlange ambtelijke ervaring. Het boek bevat veel achtergrondinformatie die denk ik vooral door de geïnteresseerde ambtsdrager geraadpleegd zal worden. Veel aandacht wordt ook gegeven aan de praktijk van huisbezoek en ander ambtelijk bezoek. Dat is waardevol zowel voor ambtsdragers als gemeenteleden. Laat u niet afschrikken door de dikte van het boek. U kunt eruit halen wat voor u interessant is en van belang is. De inhoud van het boek is het aanschaffen zeker waard en voor de prijs hoeft u het niet te laten. Ds. P. Roos, Schapen hebben een gezicht. Schetsen over gemeente en pastoraat. Gebonden, 365 blz., € 22,90, Uitgeverij De Banier, Apeldoorn, ISBN 978-90-336- 0873-5.


“En moeten zij helaas! zo menigmaal nog klagen over hun verdorvenheden en bondsbreuken, - o, dat goddelijk huwelijksverbond met hun Jehovah is er tegen bestand. God is de Eerste, het een en het al in, wat aangaat deszelfs vastigheid en onverbrekelijkheid. God is in deze verbondsomhelzing, o neen, wel niet aan hen, maar des te meer aan Zich Zelf verplicht, om eeuwig hun God te zijn.

G. Wisse, De droefheid naar God

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Gemeente en pastoraat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken